H1: indeling van de goederen
• Lichamelijke <-> onlichamelijke goederen
- Lichamelijk: je kan het met je zintuigen waarnemen(= zaken)
- Onlichamelijk: niet ziet, maar wel erkent bv auteursrecht, merkenrecht
• Roerende <-> onroerende goederen
- Roerende: goederen die verplaatsbaar zijn bv boek, rugzak
- Onroerende: niet verplaatsbaar bv huis, grond
Juridisch verschil
• In beslag nemen van goederen: roerend daarvan kan de deurwaarder ze
meenemen bij in beslagname, bij onroerende goederen zal dit schriftelijk
moeten gebeuren
• Fiscaal: worden anders belast
Welke soort onroerende goederen zijn er?
• Goederen onroerend door hun aard bv gronden, gebouwen
• Goederen die onroerend zijn door incorporatie: roerende voorwerpen zijn
verenigd met een onroerend goed waardoor ze hun zelfstandigheid
verliezen bv. Een tafel is roerend, maar wordt onroerend door het vast te
hangen aan een onroerend goed waardoor het ook onroerend wordt
➔ natrekking, je bent niet enkel eigenaar van een grond, maar eigenaar
van alles verenigd van die grond (alles wat er op geplaatst/gezet wordt)
• Door bestemming: een goed dat bestemd is om verenigd te worden met
een onroerend goed bv een trap (dus door de wet als onroerend
beschouwd)
Welke soorten roerende goederen?
• Door de aard van het goed
• Roerend door een wetsbepaling bv aandelen in een venootschap
• Goederen door anticipatie: (vooruitlopen op), gdn die onroerend zijn, maar
roerend worden beschouwt omdat ze loskomen van een onroerend goed
in de toekomst
Bv oogst, een aantal weken voor oogst van fruit, beschouwen we het fruit
al als roerend omdat ze binnenkort roerend zullen worden, Afbraak van
een woning
, • Gebruiks <-> verbruiksgoederen
- Gebruiks goed: bestaat nog na gebruik, je kan het meerdere keren
gebruiken, enkel teniet door slijtage,... bv een spons
- Verbruiksgoed: bestaat niet meer na het gebruik bv etenswaren,...
• Domeingoederen: behoren tot de overheid (publieke instanties)
- Goederen behoren tot het openbaar domein: goederen die een algemeen
nut hebben bv een weg, sluis, haven (niet mogelijk in beslag te nemen)
- Behoren tot het privaat domein: dienen niet tot het algemeen nut vb
meubilair van openbare ministeries (kan je in beslag nemen)
• Domeingoederen (niet in les besproken denk ik) p10 lees eens door
• Goederen waarbij de overheid het eigendom bezit
2 categorieën:
- Openbaar domein = Goederen die de overheid bezit maar die bestemd zijn
voor het gebruik door allen. (Vb. voetpaden, openbare wegen, havens, …)
➔ Men kan op deze goederen geen beslag leggen.
- Privaat domein = Goederen die de overheid bezit maar die niet de taken
vanalgemeen belang vervuld (vb. veel ambtenaren in dienst met kantoren
en veel kantoormaterieel = behoren tot het privaatdomein)
➔ Men kan op deze goederen wel beslag leggen.
• Zelfstandige zakelijke rechten <-> zakelijke zekerheidsrechten (zakelijke
zekerheden)
- Zelfstandige zakelijke rechten: rechten mbt tot een bepaalde zaak/goed, je
krijgt hierover een directe heerschappij, ze staan op zichzelf bv
eigendomsrecht
- Zakelijke zekerheden: je krijgt ook een heerschappij mbt tot een bepaalde
zaken, maar deze is niet direct je krijgt deze heerschappij naar aanleiding
van een andere juridische relatie (schuldvordering) (komen terug bij het
faillissementsrecht) (dus enkel van toepassing als bijkomend recht bij een
vorderingsrecht)
Vb je wil graag 250 euro lenen, een onbekende wilt het u lenen, maar waar
is de garantie of die zal terugbetaald worden, als waarborg geef mij uw
laptop je geeft een zekerheid mbt tot een zaak
H2: Zelfstandige zakelijke rechten: Directe heerschappij goed/zaak
- Kenmerken:
• Onmiddellijke macht/heerschappij over een zaak
, • Absoluut karakter: aan derden tegenstelbaar is (je moet het
aanvaarden dat dat de woning is van je huis bv)
- Onroerende goederen: titel blijkt uit registratie
- Roerende goederen: weerlegbaar vermoeden met bezitsgeld als
titel
- Tegenwerpbaar aan derden: derden moeten aanvaarden en
accepteren dat u iets bezit
- Beperkt in aantal: wet bepaalt of het juridisch beperkt is
- Eigendomsrecht
• Wat? De heerschappij over een zaak, OBW: absolute heerschappij, nu:
nog steeds heerschappij maar met beperkingen (bv. Wetgeving,
rechten van derden)
• Definitie: Het eigendomsrecht is het recht om op de meest volstrekte
wijze van een zaak van het genot te hebben en erover te beschikken,
op voorwaarde dat men er 3 geen gebruik van maakt dat strijdig is met
de wetten op met de verordeningen;
==>Wanneer je iets bezit heb je volledig absoluut heerschappij over
een goed en derden moeten dat respecteren (zelfstandig zakelijk recht)
Kenmerken:
• Genotsrecht: u moet kunnen genieten van de zaak en van de
opbrengsten van de zaak bv van de boom genot en van de vruchten
(opbrengsten)
• Gebruiksrecht: je kan het zelf gebruiken of het door iemand anders
laten gebruiken bv verhuren aan iemand anders
• Beschikkingsrecht: je kan het aan iemand anders geven of
vervreemden(verkopen) en zelfs vernietigen
Eigendom verwerven:
• Afgeleide eigendomsverwerving: iemand anders had het eerst in bezit
en daarna naar iemand anders
- Door overeenkomst: verkoop, schenking
- Bij eenzijdig overheidsoptreden: OH kan goederen verwerven die
van iemand anders zijn
• Opeising
• Onteigening
- Door overlijden: indien erfgenaam (erfrecht of testament)
• Oorspronkelijke eigendomsverwerving: je wordt van iets eigenaar, op
het moment dat je er eigenaar van wordt behoord het nog tot niemand
- Toe-eigening: behoord nog tot niemand, dus door toe eigening
wordt je eigenaar bv vis in rivier