1. Geweld; het vernietigen of schade toebrengen aan mensen, de
natuur of objecten. Geweld is kapot maken dat eigenlijk heel is of
moet blijven.
2. Macht; het vermogen om van personen of groepen om anderen de
wil op te leggen, eventueel tegen de wil van betrokkenen.
3. 5 voorbeelden van geweld;
1. Schelden
2. Discrimineren
3. Stalken
4. Pesten
5. Bedreigen
6. Overval plegen
7. Iemand vermoorden
8. Oorlog
9. Ontvoering
4. Lichamelijk geweld; iemand wordt fysieke schade toegebracht,
door middel van slaan, schoppen, neerschieten etc. Je kunt geweld,
of de gevolgen daarvan vaak waarnemen.
5. Geestelijk geweld; iemand wordt geestelijk schade toegebracht.
Mensen voelen zich door het geweld geestelijk of inwendig pijn
gedaan. Het maakt inbreuk op iemands gevoel van eigenwaarde.
6. Verbaal geweld; geweld met woorden, taal.
7. Een belangrijk verschil tussen lichamelijk en geestelijk
geweld; geestelijk geweld is moeilijk op te sporen omdat de
gevolgen ervan minder zichtbaar zijn. Lichamelijk geweld is beter
zichtbaar en je kan de gevolgen ervan waarnemen.
8. Lichamelijk geweld met een geestelijke component; bij een op
het eerste gezicht lichamelijk delict als verkrachting (of een ander
seksueel misbruik) speelt geestelijk geweld nadrukkelijk ook een rol.
9. Hiërarchische verhouding: ongewenst seksueel contact tussen
een ‘hoger’ en een ‘lager’ geplaatste.
10. Opzettelijk geweld: je hebt de intentie om iemand pijn te
doen
11. Onopzettelijk geweld: de intensie is niet om de ander pijn
te doen
12. Terrorisme: het plegen van geweld om bepaalde politieke
doelen te realiseren, zonder dat er een wettige grond is.
13. Definitie van persoonlijk geweld en 3 voorbeelden:
geweld die voorkomt in het persoonlijke leven.
bv: kindermishandeling, partnermishandeling, seksueel geweld in
het gezin
, 14. Definitie van publiek geweld en 3 voorbeelden: geweld
in het openbare leven. Bv: geweld in verkeer, geweld op straat,
geweld op sociale media
15. Definitie van structuur geweld en 5 oorzaken: geweld
dat zit opgesloten in de maatschappelijke structuren.
Oorzaken:
1. Sociale onrechtvaardigheid
2. Uitbuiting
3. Hongersnood
4. Analfabetisme
5. Ongelijke kansen
16. Positieve vrede: Wanneer in een samenleving geen
structureel geweld meer bestaat. Is er echt vrede.
17. Negatieve vrede: Als geen sprake meer is van aanwijsbaar
geweld, maar nog wel van onrechtvaardigheid, onveiligheid en
discriminatie.
18. Geweldsmonopolie in Nederland: ligt bij de staat en wordt
in de praktijk uitgeoefend door politie en krijgsmacht. Zij handhaven
de (wettelijke) orde.
19. Democratische rechtstaat; een staat waarvan de macht
geregeld en beperkt is door het recht, en waarvan de macht geregeld
en beperkt is door het recht, en waarvan de macht hebbers gekozen
worden door het volk (one (wo)man, on vote)
20. Scheiding der machten in Nederland; wetgevende macht,
uitvoerende macht in rechterlijke macht. In Nederland worden de
wetten vastgesteld door de eerste en tweede kamer.
21. Agressie; agressie is energie die als doel heeft iets of iemand
te overheersen of leed te bezorgen.
22. Haat; blijvende woede die mensen hebben ontwikkeld
tegenover een medemens.
23. Noem 3 redenen waarom menselijke agressie veel
gevaarlijker is dan dierlijke agressie;
1. De mens beschikt over verbeeldingskracht waardoor hij
gemakkelijk agressie in geweld kan omzetten.
2. De mens beschikt over een grote capaciteit aan geheugen. Als
iemand benadeeld is door een ander kan die dat goed onthouden.
3. Mensen kunnen de haat tegenover een bepaalde groep
overnemen van hun voorouders.
24. Vijandige agressie; agressie die voortkomt uit boosheid,
woede, ergernis of irritatie.
25. Instrumentele agressie; het toebrengen van schade of
berokkenen van leed een middel om een ander doel te realiseren. Bv.
Je Engels leraar geeft je onterecht een onvoldoende dus je scheld