Scheikunde H13 Analyse en
Onderzoek
Paragraaf 1 Analyse en Onderzoek
13.1.1 Je kunt voor scheidingsmethoden toelichten op welk verschil van
(stof)eigenschap ze berusten en beargumenteren waarom ze bij een bepaald
proces worden gebruikt.
13.1.2 Je kunt een voorstel doen voor een onderzoeksopzet om een gegeven
onderzoeksvraag te beantwoorden.
Analyse
Als je wilt weten welke stoffen in een monster zitten, doe je een kwalitatieve
analyse, de techniek is gericht op het identificeren van stoffen. Een voorbeeld
is reagentia, een stof waarmee je de aanwezigheid van een andere stof
zichtbaar kunt maken. Als je wilt weten wat de exacte hoeveelheid is van een
van de bestanddelen, gebruik je kwantitatieve analyse. Een voorbeeld hiervan
is titratie
Monsters
Scheikunde H13 Analyse en Onderzoek 1
, Bij een onderzoek wordt vaak een kleine representatieve hoeveelheid van het
te analyseren materiaal genomen, dit is een monster.
Controlemetingen
Om zeker te weten dat een analysemethode goed werkt worden
controlemonsters genomen.
negatieve controle = een monster waar zeker geen aan te tonen stof zit.
positieve controle = een monster waarin de aan te tonen stof zeker wél zit.
Betrouwbaarheid
Een meting is betrouwbaar als je echt gemeten hebt wat je wilde meten en je
zeker bent van de getalswaarde. Om te controleren of je analyse betrouwbaar
is, helpt het om je meting minimaal 2 keer op dezelfde manier uit te voeren. Het
tweede meetresultaat wordt een duplo-meting genoemd. Dit wordt gedaan om
het eerste meetresultaat te controleren en hiermee de betrouwbaarheid te
vergroten.
Nauwkeurigheid
Het aantal significante cijfers waarin je de uitkomst van je analyse mag geven,
hangt af van het gebruikte glaswerk en de gebruikte meetapparatuur.
Onderzoek
Een onderzoeksexperiment heeft 3 soorten variabelen:
1. De onafhankelijke variabele is de grootheid die je varieert
2. De afhankelijke variabele is dat wat je meet
3. De controlevariabelen zijn alle andere factoren die je constant houdt
Scheidingsmethode
Alle scheidingsmethoden zijn gebaseerd op een verschil in stofeigenschappen
tussen de te scheiden stoffen. NA het toepassen van een scheidingsmethode
moet met behulp van een kwalitatieve analyse worden vastgelegd of de
scheiding succesvol is geweest.
Scheikunde H13 Analyse en Onderzoek 2