H1: De samenstelling van de materie
Chemische en fysische eigenschappen
Type eigenschap Betekenis Voorbeelden
Chemische Beschrijft hoe een stof Verbranding van hout,
eigenschap reageert of omgezet wordt roesten van ijzer, reactie
in een andere stof. van Na met water.
Fysische eigenschap Beschrijft de toestand of Smelten, koken,
vorm zonder dat de stof verdampen, kleur, geur,
verandert. oplosbaarheid.
Chemische veranderingen = nieuwe stoffen
Fysische veranderingen = zelfde stoffen, andere vorm of fase.
Stoffen: elementen, verbindingen, mengsels
Elementen
Eenvoudigste soort materie: 1 atoomsoort.
Kunnen zijn:
o Monoatomisch → He, Ne, Ar (edelgassen)
o Diatomisch → O₂, N₂, Cl₂
o Polyatomisch → O₃ (ozon), S₈, P₄
Verbindingen
Bestaan uit twee of meer atoomsoorten in vaste verhouding.
Voorbeelden:
o Water H₂O
o Natriumchloride NaCl
o Ethanol C₂H₆O
Mengsels
Soort Kenmerk Voorbeelden
mengsel
Homogeen Gelijkmatige samenstelling (1 fase) Lucht, zoutoplossing
Ongelijkmatige samenstelling Rook, suspensie,
Heterogeen
(meerdere fasen) emulsie
Mengsels hebben geen constante samenstelling en kunnen fysisch gescheiden
worden.
De Massawetten
Wet Chemicus Inhoud / Formule Opmerking
Wet van Lavoisier Massa blijft behouden Uitz.: kernreacties
behoud van (1774) tijdens chemische (massa →
massa reactie. energie).
Wet van Proust (1805) Massa’s van elementen vb. NaCl:
constante in een verbinding staan m(Na):m(Cl)=0,6
massaverhoudi in vaste verhouding. 48
ng
Wet van Dalton (1804) Als 2 elementen vb. CO en CO₂
veelvuldige meerdere verbindingen
verhoudingen vormen, dan zijn
massa’s in gehele
getalsverhoudingen.
1
,Atoomtheorie van Dalton (1808)
Stelling Huidige kennis
1. Atoom = kleinste deeltje deels fout → subatomaire deeltjes
bestaan (e⁻, p⁺, n⁰)
2. Alle atomen van 1 element zijn fout → isotopen
identiek
3. Verbinding = combinatie van correct
atomen in vaste verhouding
4. Reacties herschikken atomen, correct (behoud van massa)
creëren geen nieuwe
Dalton legde basis voor moderne atoomtheorie.
Bouw van het atoom
Deeltje Symbool Lading Plaats
Proton p⁺ +1 Kern
Neutron n⁰ 0 Kern
Elektron -1 Rond kern
e⁻
(elektronenwolk)
Thomson (1897): ontdekte elektronen via kathodestralen →
“plumpuddingmodel”.
Rutherford (1910): ontdekte atoomkern door verstrooiing van α-deeltjes →
planetair model.
Eigenschappen van atomen
Grootheid Symbool Betekenis
Atoomnummer Z Aantal protonen = aantal elektronen (in
neutraal atoom)
Massagetal A Protonen + neutronen
Isotoop - Zelfde Z, verschillend A (vb. ¹H, ²H, ³H)
Relatieve Ar Massa t.o.v. 1/12 van ¹²C (geen eenheid)
atoommassa
Het periodiek systeem
Opgesteld door D. Mendelejev (1869)
Ordening: stijgend atoomnummer
Groepen (verticaal) → gelijke chemische eigenschappen
Perioden (horizontaal) → opbouw van elektronenstructuur
Indeling:
o Metalen (geleidend, ductiel, glanzend)
o Niet-metalen (isolatoren)
o Metalloïden (tussenin)
Chemische bindingen en zuivere stoffen
Type binding Mechanisme Voorbeelden
Covalente binding Atomen delen H₂, H₂O, CO₂
2
, elektronenparen
Ionische binding Elektronenoverdracht → ionen NaCl, KBr
aantrekking
De mol en molaire massa
Grootheid Symbo Definitie / betekenis
ol
Mol mol Bevat 6.022 × 10²³ deeltjes (getal van
Avogadro)
Molaire massa M Massa (in g) van 1 mol deeltjes,
uitgedrukt in g/mol
Relatieve molecuulmassa - Vergelijking t.o.v. atomaire massa-
(Mᵣ) eenheid (u)
1 mol H₂O = 6.022 × 10²³ moleculen = 18 g
Mengsels – scheiding en concentratie
Scheidingstechnieken
Methode Principe Voorbeeld
Filtratie Verschil in deeltjesgrootte zand-water
Destillatie Verschil in kookpunt alcohol-water
Extractie Oplosbaarheid in oplosmiddel koffie, parfum
Kristallisatie Oplosbaarheid bij T zout uit water
Chromatografie Adsorptie en mobiliteit pigmentanalyse
Concentratiematen
Grootheid Symbool Formule / Betekenis
Molfractie Xᵢ nᵢ / nᵗₒₜ
Molprocent X × 100
Massaprocent (massa bestanddeel / massa mengsel)
× 100
Volumeprocent (Vᵢ / Vₜₒₜ) × 100
Molariteit M = mol / L oplossing
Molaliteit m = mol / kg oplosmiddel
Verdunnen:
V voor
M na =M voor ×
V na
3
, 4
Chemische en fysische eigenschappen
Type eigenschap Betekenis Voorbeelden
Chemische Beschrijft hoe een stof Verbranding van hout,
eigenschap reageert of omgezet wordt roesten van ijzer, reactie
in een andere stof. van Na met water.
Fysische eigenschap Beschrijft de toestand of Smelten, koken,
vorm zonder dat de stof verdampen, kleur, geur,
verandert. oplosbaarheid.
Chemische veranderingen = nieuwe stoffen
Fysische veranderingen = zelfde stoffen, andere vorm of fase.
Stoffen: elementen, verbindingen, mengsels
Elementen
Eenvoudigste soort materie: 1 atoomsoort.
Kunnen zijn:
o Monoatomisch → He, Ne, Ar (edelgassen)
o Diatomisch → O₂, N₂, Cl₂
o Polyatomisch → O₃ (ozon), S₈, P₄
Verbindingen
Bestaan uit twee of meer atoomsoorten in vaste verhouding.
Voorbeelden:
o Water H₂O
o Natriumchloride NaCl
o Ethanol C₂H₆O
Mengsels
Soort Kenmerk Voorbeelden
mengsel
Homogeen Gelijkmatige samenstelling (1 fase) Lucht, zoutoplossing
Ongelijkmatige samenstelling Rook, suspensie,
Heterogeen
(meerdere fasen) emulsie
Mengsels hebben geen constante samenstelling en kunnen fysisch gescheiden
worden.
De Massawetten
Wet Chemicus Inhoud / Formule Opmerking
Wet van Lavoisier Massa blijft behouden Uitz.: kernreacties
behoud van (1774) tijdens chemische (massa →
massa reactie. energie).
Wet van Proust (1805) Massa’s van elementen vb. NaCl:
constante in een verbinding staan m(Na):m(Cl)=0,6
massaverhoudi in vaste verhouding. 48
ng
Wet van Dalton (1804) Als 2 elementen vb. CO en CO₂
veelvuldige meerdere verbindingen
verhoudingen vormen, dan zijn
massa’s in gehele
getalsverhoudingen.
1
,Atoomtheorie van Dalton (1808)
Stelling Huidige kennis
1. Atoom = kleinste deeltje deels fout → subatomaire deeltjes
bestaan (e⁻, p⁺, n⁰)
2. Alle atomen van 1 element zijn fout → isotopen
identiek
3. Verbinding = combinatie van correct
atomen in vaste verhouding
4. Reacties herschikken atomen, correct (behoud van massa)
creëren geen nieuwe
Dalton legde basis voor moderne atoomtheorie.
Bouw van het atoom
Deeltje Symbool Lading Plaats
Proton p⁺ +1 Kern
Neutron n⁰ 0 Kern
Elektron -1 Rond kern
e⁻
(elektronenwolk)
Thomson (1897): ontdekte elektronen via kathodestralen →
“plumpuddingmodel”.
Rutherford (1910): ontdekte atoomkern door verstrooiing van α-deeltjes →
planetair model.
Eigenschappen van atomen
Grootheid Symbool Betekenis
Atoomnummer Z Aantal protonen = aantal elektronen (in
neutraal atoom)
Massagetal A Protonen + neutronen
Isotoop - Zelfde Z, verschillend A (vb. ¹H, ²H, ³H)
Relatieve Ar Massa t.o.v. 1/12 van ¹²C (geen eenheid)
atoommassa
Het periodiek systeem
Opgesteld door D. Mendelejev (1869)
Ordening: stijgend atoomnummer
Groepen (verticaal) → gelijke chemische eigenschappen
Perioden (horizontaal) → opbouw van elektronenstructuur
Indeling:
o Metalen (geleidend, ductiel, glanzend)
o Niet-metalen (isolatoren)
o Metalloïden (tussenin)
Chemische bindingen en zuivere stoffen
Type binding Mechanisme Voorbeelden
Covalente binding Atomen delen H₂, H₂O, CO₂
2
, elektronenparen
Ionische binding Elektronenoverdracht → ionen NaCl, KBr
aantrekking
De mol en molaire massa
Grootheid Symbo Definitie / betekenis
ol
Mol mol Bevat 6.022 × 10²³ deeltjes (getal van
Avogadro)
Molaire massa M Massa (in g) van 1 mol deeltjes,
uitgedrukt in g/mol
Relatieve molecuulmassa - Vergelijking t.o.v. atomaire massa-
(Mᵣ) eenheid (u)
1 mol H₂O = 6.022 × 10²³ moleculen = 18 g
Mengsels – scheiding en concentratie
Scheidingstechnieken
Methode Principe Voorbeeld
Filtratie Verschil in deeltjesgrootte zand-water
Destillatie Verschil in kookpunt alcohol-water
Extractie Oplosbaarheid in oplosmiddel koffie, parfum
Kristallisatie Oplosbaarheid bij T zout uit water
Chromatografie Adsorptie en mobiliteit pigmentanalyse
Concentratiematen
Grootheid Symbool Formule / Betekenis
Molfractie Xᵢ nᵢ / nᵗₒₜ
Molprocent X × 100
Massaprocent (massa bestanddeel / massa mengsel)
× 100
Volumeprocent (Vᵢ / Vₜₒₜ) × 100
Molariteit M = mol / L oplossing
Molaliteit m = mol / kg oplosmiddel
Verdunnen:
V voor
M na =M voor ×
V na
3
, 4