1. Kunststoffen en polymeren
Wat zijn polymeren?
● Macromoleculen opgebouwd uit vele kleine bouwstenen = monomeren.
● Verbinden van monomeren = polymerisatie → vorming van polymeren.
● 1 polymeer kan tot 100.000 monomeren bevatten.
● Het type en de structuur van het monomeer bepalen de eigenschappen van het
polymeer.
1.1 Soorten polymeren
A. Natuurlijke polymeren (biopolymeren)
● Gevormd in levende organismen.
● Voorbeelden:
○ Aminozuren → eiwitten
○ Glucose-eenheden → polysachariden
○ Nucleotiden → DNA
B. Synthetische polymeren
● Worden via chemische processen uit fossiele grondstoffen gemaakt (aardolie,
aardgas, steenkool).
● Vaak met additieven om eigenschappen te verbeteren → dit vormt kunststoffen.
● Zijn meestal niet biologisch afbreekbaar.
● Eigenschappen: waterdicht, isolerend, transparant, enz.
● Indeling op basis van structuur of vervormbaarheid.
1.2 Fysische eigenschappen van polymeren
Thermoplasten
● Lange polymeerketens met zwakke onderlinge bindingen.
● Worden soepel bij verwarmen, hervormbaar.
● Goed recycleerbaar.
● Voorbeelden: koffiebekers, flessen, kleding, folie.
Polyethyleen (PE) komt vaak voor:
● LDPE (Low Density): flexibel, bv. plastic zakken
● HDPE (High Density): stijf, bv. flessen, emmers