Fundamenten
Literatuur
Strafrecht wordt gekenmerkt door een inherente spanning tussen belangen van de gemeenschap als geheel en
belangen van de individuele burger. Er is een tamelijk rijk geschakeerd veld van straf(rechts)theorieën,
waarin de rechtsstaatgedachte, de democratische beginselen en grondslagen van straf en van strafrecht en
strafvordering, alsmede fundamenten voor (al dan niet erkende) persoonlijke en sociale
verantwoordelijkheden centraal staan.
In de huidige tijd komt dit spanningsveld met name naar voren in reacties en kritiek op de wijze waarop de
overheid, met het wettelijk kader van het formele strafrecht, het materiële strafrecht en het sanctierecht
keuzes maakt om nieuwe wetgeving en beleid te realiseren en uit te voeren. Daarbij wordt ook de
verschuivende positie van ons nationale stelsel naar dat van een EU-lidstaat en tendensen in de richting van
een contradictoire procedure waarbinnen het slachtoffer (en andere procesdeelnemers) een groeiende rol
vervult onder ogen gezien.
Het doel van deze cursus is om met behulp van de fundamenten van het straf- en strafprocesrecht de student
een instrumentarium mee te geven voor een kritische beschouwing van de strafrechtsbedeling en -pleging en
de studenten vertrouwd te maken met een hedendaagse ‘vertaling’ van de fundamenten van ons strafrecht.
De leerdoelen
Gefundeerd reflecteren op de relaties tussen onze strafrechtelijke (ideeën)geschiedenis en de normen
en waarden van de democratische rechtsstaat
In concrete (actuele) opvattingen of uitingen de daarin besloten abstracte concepten blootleggen en
classificeren
Actuele vraagstukken beoordelen vanuit het perspectief van de normen en waarden van de
democratische rechtsstaat en de aan ons straf- en strafprocesrecht ten grondslag liggende
beginselen
1
,Week 1: Ideeënhistorische wortels van het straf- en strafprocesrecht
Altena, Het legaliteitsbeginsel en de doorwerking van Europees recht in het Nederlandse
materiële strafrecht
1. Centrale gedachte
Het legaliteitsbeginsel is geen doel op zichzelf, maar dient uiteindelijk de vrijheid en autonomie van
burgers. Altena onderscheidt daarvoor twee belangrijke fundamenten:
Vrijheid & autonomie
Rechtszekerheid + machtsverdeling
Legaliteitsbeginsel
Bescherming tegen willekeurige en excessieve overheidsmacht
Altena kiest uiteindelijk voor een rechtspositivistische conceptie van legaliteit: wetgever en rechter
moeten zoveel mogelijk rechtszekerheid bieden.
2. Historische achtergrond
Het moderne legaliteitsbeginsel ontstaat tijdens de Verlichting, mede als reactie op willekeurige
overheidsmacht, chaotische wetgeving en wrede straffen.
Twee ontwikkelingen waren belangrijk:
Betekenis
Rechtspositivisme Recht is door mensen gemaakt en veranderlijk,
in plaats van gegeven door natuur of religie.
Wetspositivisme Strafrechtelijke aansprakelijkheid moet zijn
gebaseerd op geschreven recht binding van
overheid en rechter aan de wet.
Montesquieu legt vooral de basis voor machtsverdeling (trias politica): overheidsmacht moet worden
verdeeld en begrensd om willekeur te voorkomen. Dit is niet absoluut: de machten moeten elkaar juist in
toom houden en in sommige gevallen in kunnen grijpen in elkaars besluiten.
Beccaria past het Verlichtingsdenken toe op het strafrecht. Hij benadrukt duidelijke, vooraf bestaande
wetten en een sterke binding van de rechter aan de wet. Daarin spelen zowel vrijheid/rechtszekerheid
als afschrikking een rol. Hij formuleerde een gematigder strafrecht, om humanistische en utilitaristische
beweegredenen. Hoe meer mensen de tekst van de wet begrijpen, hoe geringer de criminaliteit is.
Von Feuerbach koppelt legaliteit eveneens aan afschrikking (psychologische dwang) en formuleert de
bekende nulla poena/nullum crimen-formules.
Ontwikkeling daarna: de strikte wetspositivistische opvatting komt ter discussie te staan. Met name
ontstaat meer discussie over de interpretatievrijheid van de rechter en over de verhouding tussen de
belangen van individu en gemeenschap.
3. Deelnormen legaliteitsbeginsel
2
, Deelnorm Kern/functie
Lex scripta Strafrechtelijke aansprakelijkheid moet berusten
op geschreven recht.
Bepaaldheidsgebod (lex certa) Strafwetten moeten voldoende duidelijk en
nauwkeurig zijn.
Grenzen rechterlijke interpretatievrijheid Rechter is gebonden aan de wet voorkomt
willekeur en beschermt de taakverdeling tussen
wetgever en rechter
Verbod terugwerkende kracht Gedrag mag niet achteraf strafbaar worden gesteld
bescherming van vrijheid en rechtszekerheid.
De overheid moet dus vooraf door het recht worden begrensd, zodat de burger wordt beschermd tegen
onvoorzien en willekeurig strafrechtelijk optreden.
4. Fundamenten van het legaliteitsbeginsel
Altena onderscheidt drie historische pijlers, maar laat afschrikking in haar eigen toetsingskader buiten
beschouwing. Centraal staan:
Rechtszekerheid
Rechtszekerheid zorgt ervoor dat het recht voorzienbaar is, dat burgers hun gedrag daarop kunnen
afstemmen en dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld. Belangrijk onderscheid:
- Objectieve rechtszekerheid: stelt eisen aan de overheid en het recht zelf. Het recht moet
voldoende zekerheid bieden, óók als een individuele burger zijn gedrag feitelijk niet op de wet
heeft afgestemd.
- Subjectieve rechtszekerheid: legt meer nadruk op de daadwerkelijke mogelijkheid van de
burger om zijn gedrag op het recht af te stemmen.
Altena sluit vooral aan bij de objectieve rechtszekerheid: de burger wordt beschouwd als autonoom
individu en moet structureel beschermd worden tegen willekeurige overheidsmacht.
Machtsverdeling
Machtsverdeling betekent niet dat wetgever, bestuur en rechter volledig an elkaar geïsoleerd zijn. Het gaat
om checks and balances: machten moeten elkaar begrenzen en in evenwicht houden. In de Europese
rechtsorde ontstaat daarnaast verticale machtsverdeling tussen nationaal en Europees niveau.
5. Twee concepties van legaliteit
3
, Rechtspositivistische conceptie Rechtenconceptie
Uitgangspunt Overheid is gebonden aan een Recht bestaat niet alleen uit
voorafgaande wettelijke grondslag wettelijke regels, maar ook uit
rechten
Rechtszekerheid Beschermt verdachte tegen Bescherming van de rechten
onvoorzien en willekeurig van alle burgers
overheidsoptreden
Wetgever/rechter Sterkere scheiding: wetgever maakt Meer ruimte voor rechterlijke
regels, rechter past toe rechtsvorming
Bij onduidelijke wet Wet moet worden gevolgd/veranderd Rechter zoekt oplossing die past
door wetgever binnen en de beste
rechtvaardiging vormt van het
rechtssysteem
Instrumentaliteit – vs. – Rechter mag deze belangen niet vrij Juist ruimte voor een balans
rechtsbescherming tegen elkaar afwegen tussen beide
Altena Voorkeur Wijst dit af als uitgangspunt
6. Standpunt Altena
Altena kiest voor de rechtspositivistische conceptie. Het legaliteitsbeginsel moet beslissingen van
wetgever en rechter steeds in de richting van meer rechtszekerheid sturen.
Volgens Altena is het zoeken naar een balans tussen instrumentaliteit (effectieve
handhaving/bescherming samenleving) en rechtsbescherming geen geschikt juridisch criterium. Welke
balans wenselijk is, is uiteindelijk een politiek oordeel en behoort daarom primair aan de wetgever toe.
De wetgever bepaalt welke gedragingen strafbaar zijn en maakt daarbij de belangenafweging. Als in een
uitzonderlijk geval tóch van het legaliteitsbeginsel wordt afgeweken ten behoeve van een ander belang,
moet niet worden gedaan alsof legaliteit en dat andere belang met elkaar zijn “verzoend”: dan moet
worden erkend dat het legaliteitsbeginsel is geschonden ten behoeve van dat grotere belang.
7. Toepassen op casus
- Is het optreden vooraf voldoende wettelijk genormeerd? rechtszekerheid
- Kan de burger worden geconfronteerd met onvoorzien strafrechtelijk optreden?
vrijheid/autonomie
- Wie maakt hier feitelijk de norm: wetgever of rechter? machtsverdeling
- Krijgt de rechter veel interpretatie-/rechtsvormingsruimte? spanning met legaliteit
- Wordt rechtszekerheid van de verdachte afgewogen tegen handhaving/slachtofferbelangen?
instrumentaliteit – vs. – rechtsbescherming
- Wie zou volgens Altena die afweging moeten maken? in beginsel de wetgever
4
Literatuur
Strafrecht wordt gekenmerkt door een inherente spanning tussen belangen van de gemeenschap als geheel en
belangen van de individuele burger. Er is een tamelijk rijk geschakeerd veld van straf(rechts)theorieën,
waarin de rechtsstaatgedachte, de democratische beginselen en grondslagen van straf en van strafrecht en
strafvordering, alsmede fundamenten voor (al dan niet erkende) persoonlijke en sociale
verantwoordelijkheden centraal staan.
In de huidige tijd komt dit spanningsveld met name naar voren in reacties en kritiek op de wijze waarop de
overheid, met het wettelijk kader van het formele strafrecht, het materiële strafrecht en het sanctierecht
keuzes maakt om nieuwe wetgeving en beleid te realiseren en uit te voeren. Daarbij wordt ook de
verschuivende positie van ons nationale stelsel naar dat van een EU-lidstaat en tendensen in de richting van
een contradictoire procedure waarbinnen het slachtoffer (en andere procesdeelnemers) een groeiende rol
vervult onder ogen gezien.
Het doel van deze cursus is om met behulp van de fundamenten van het straf- en strafprocesrecht de student
een instrumentarium mee te geven voor een kritische beschouwing van de strafrechtsbedeling en -pleging en
de studenten vertrouwd te maken met een hedendaagse ‘vertaling’ van de fundamenten van ons strafrecht.
De leerdoelen
Gefundeerd reflecteren op de relaties tussen onze strafrechtelijke (ideeën)geschiedenis en de normen
en waarden van de democratische rechtsstaat
In concrete (actuele) opvattingen of uitingen de daarin besloten abstracte concepten blootleggen en
classificeren
Actuele vraagstukken beoordelen vanuit het perspectief van de normen en waarden van de
democratische rechtsstaat en de aan ons straf- en strafprocesrecht ten grondslag liggende
beginselen
1
,Week 1: Ideeënhistorische wortels van het straf- en strafprocesrecht
Altena, Het legaliteitsbeginsel en de doorwerking van Europees recht in het Nederlandse
materiële strafrecht
1. Centrale gedachte
Het legaliteitsbeginsel is geen doel op zichzelf, maar dient uiteindelijk de vrijheid en autonomie van
burgers. Altena onderscheidt daarvoor twee belangrijke fundamenten:
Vrijheid & autonomie
Rechtszekerheid + machtsverdeling
Legaliteitsbeginsel
Bescherming tegen willekeurige en excessieve overheidsmacht
Altena kiest uiteindelijk voor een rechtspositivistische conceptie van legaliteit: wetgever en rechter
moeten zoveel mogelijk rechtszekerheid bieden.
2. Historische achtergrond
Het moderne legaliteitsbeginsel ontstaat tijdens de Verlichting, mede als reactie op willekeurige
overheidsmacht, chaotische wetgeving en wrede straffen.
Twee ontwikkelingen waren belangrijk:
Betekenis
Rechtspositivisme Recht is door mensen gemaakt en veranderlijk,
in plaats van gegeven door natuur of religie.
Wetspositivisme Strafrechtelijke aansprakelijkheid moet zijn
gebaseerd op geschreven recht binding van
overheid en rechter aan de wet.
Montesquieu legt vooral de basis voor machtsverdeling (trias politica): overheidsmacht moet worden
verdeeld en begrensd om willekeur te voorkomen. Dit is niet absoluut: de machten moeten elkaar juist in
toom houden en in sommige gevallen in kunnen grijpen in elkaars besluiten.
Beccaria past het Verlichtingsdenken toe op het strafrecht. Hij benadrukt duidelijke, vooraf bestaande
wetten en een sterke binding van de rechter aan de wet. Daarin spelen zowel vrijheid/rechtszekerheid
als afschrikking een rol. Hij formuleerde een gematigder strafrecht, om humanistische en utilitaristische
beweegredenen. Hoe meer mensen de tekst van de wet begrijpen, hoe geringer de criminaliteit is.
Von Feuerbach koppelt legaliteit eveneens aan afschrikking (psychologische dwang) en formuleert de
bekende nulla poena/nullum crimen-formules.
Ontwikkeling daarna: de strikte wetspositivistische opvatting komt ter discussie te staan. Met name
ontstaat meer discussie over de interpretatievrijheid van de rechter en over de verhouding tussen de
belangen van individu en gemeenschap.
3. Deelnormen legaliteitsbeginsel
2
, Deelnorm Kern/functie
Lex scripta Strafrechtelijke aansprakelijkheid moet berusten
op geschreven recht.
Bepaaldheidsgebod (lex certa) Strafwetten moeten voldoende duidelijk en
nauwkeurig zijn.
Grenzen rechterlijke interpretatievrijheid Rechter is gebonden aan de wet voorkomt
willekeur en beschermt de taakverdeling tussen
wetgever en rechter
Verbod terugwerkende kracht Gedrag mag niet achteraf strafbaar worden gesteld
bescherming van vrijheid en rechtszekerheid.
De overheid moet dus vooraf door het recht worden begrensd, zodat de burger wordt beschermd tegen
onvoorzien en willekeurig strafrechtelijk optreden.
4. Fundamenten van het legaliteitsbeginsel
Altena onderscheidt drie historische pijlers, maar laat afschrikking in haar eigen toetsingskader buiten
beschouwing. Centraal staan:
Rechtszekerheid
Rechtszekerheid zorgt ervoor dat het recht voorzienbaar is, dat burgers hun gedrag daarop kunnen
afstemmen en dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld. Belangrijk onderscheid:
- Objectieve rechtszekerheid: stelt eisen aan de overheid en het recht zelf. Het recht moet
voldoende zekerheid bieden, óók als een individuele burger zijn gedrag feitelijk niet op de wet
heeft afgestemd.
- Subjectieve rechtszekerheid: legt meer nadruk op de daadwerkelijke mogelijkheid van de
burger om zijn gedrag op het recht af te stemmen.
Altena sluit vooral aan bij de objectieve rechtszekerheid: de burger wordt beschouwd als autonoom
individu en moet structureel beschermd worden tegen willekeurige overheidsmacht.
Machtsverdeling
Machtsverdeling betekent niet dat wetgever, bestuur en rechter volledig an elkaar geïsoleerd zijn. Het gaat
om checks and balances: machten moeten elkaar begrenzen en in evenwicht houden. In de Europese
rechtsorde ontstaat daarnaast verticale machtsverdeling tussen nationaal en Europees niveau.
5. Twee concepties van legaliteit
3
, Rechtspositivistische conceptie Rechtenconceptie
Uitgangspunt Overheid is gebonden aan een Recht bestaat niet alleen uit
voorafgaande wettelijke grondslag wettelijke regels, maar ook uit
rechten
Rechtszekerheid Beschermt verdachte tegen Bescherming van de rechten
onvoorzien en willekeurig van alle burgers
overheidsoptreden
Wetgever/rechter Sterkere scheiding: wetgever maakt Meer ruimte voor rechterlijke
regels, rechter past toe rechtsvorming
Bij onduidelijke wet Wet moet worden gevolgd/veranderd Rechter zoekt oplossing die past
door wetgever binnen en de beste
rechtvaardiging vormt van het
rechtssysteem
Instrumentaliteit – vs. – Rechter mag deze belangen niet vrij Juist ruimte voor een balans
rechtsbescherming tegen elkaar afwegen tussen beide
Altena Voorkeur Wijst dit af als uitgangspunt
6. Standpunt Altena
Altena kiest voor de rechtspositivistische conceptie. Het legaliteitsbeginsel moet beslissingen van
wetgever en rechter steeds in de richting van meer rechtszekerheid sturen.
Volgens Altena is het zoeken naar een balans tussen instrumentaliteit (effectieve
handhaving/bescherming samenleving) en rechtsbescherming geen geschikt juridisch criterium. Welke
balans wenselijk is, is uiteindelijk een politiek oordeel en behoort daarom primair aan de wetgever toe.
De wetgever bepaalt welke gedragingen strafbaar zijn en maakt daarbij de belangenafweging. Als in een
uitzonderlijk geval tóch van het legaliteitsbeginsel wordt afgeweken ten behoeve van een ander belang,
moet niet worden gedaan alsof legaliteit en dat andere belang met elkaar zijn “verzoend”: dan moet
worden erkend dat het legaliteitsbeginsel is geschonden ten behoeve van dat grotere belang.
7. Toepassen op casus
- Is het optreden vooraf voldoende wettelijk genormeerd? rechtszekerheid
- Kan de burger worden geconfronteerd met onvoorzien strafrechtelijk optreden?
vrijheid/autonomie
- Wie maakt hier feitelijk de norm: wetgever of rechter? machtsverdeling
- Krijgt de rechter veel interpretatie-/rechtsvormingsruimte? spanning met legaliteit
- Wordt rechtszekerheid van de verdachte afgewogen tegen handhaving/slachtofferbelangen?
instrumentaliteit – vs. – rechtsbescherming
- Wie zou volgens Altena die afweging moeten maken? in beginsel de wetgever
4