• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 108 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Semantiek & Pragmatiek | KU Leuven | 2026/27

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 108 pagina's

Samenvatting voor het vak 'Basisbegrippen Semantiek en Pragmatiek' aan de KU Leuven, behorend bij de opleiding Logopedische en Audiologische Wetenschappen. Het document behandelt alle lessen van H. Smessaert en het volledige boek.

Voorbeeld van de inhoud

Semantiek en pragmantiek samenvatting;;;;

DEEL1 DEEL2 DEEL3 DEEL4
Woordbetekenis Zinsbetekenis Zinnen in Taal en talen
context
H2: H5: H8: Communicatiesyste
betekenis/structu betekenis/structu taalhandeling men
ur van ur zinnen Implicatuur: - 1.1
woorden/zinnen H6: extra betekenis, Tekensysteem:
H3: betekenis/structu komt tot stand - 1.2
betekenisverande ur (zinsdelen) door context Schriftsystemen:
ring (in loop van H7: H9: deixis - apendix 1
ges) betekenisrelaties Taalfamilies:
H4: H10: - apendix 2
betekenisrelaties conversatie
tussen woorden
(koud/warm)


Semantiek 9/20 pragmatiek 8/20
begeleide zelfstudie 3/20


Semantiek: letterlijke betekenis van woorden, zinnen en teksten, onafhankelijk
van de context.
- Bv: "Het regent" betekent dat er neerslag uit de lucht valt.
Pragmatiek: bedoelde betekenis in een bepaalde context, hoe taal in de praktijk
gebruikt wordt.
- Bv "Het is hier koud" en naar het raam kijkt, bedoelt die persoon dat het
raam dicht moet.


HOOFSTUK 1: INLEIDING: BETEKENIS EN/IN CONTEXT
1.1taal, betekenis en communicatiesystemen
1.1.1 de basiscomponenten van het communicatieproces
belangrijkste reden voor taalgebruik: communicatie tussen mensen (mondeling of
schriftelijk)
schema van Roman Jackobson :
kern van communicatie: versturen van een
boodschap tussen 2 participanten:
- zender
- ontvanger
betekenis= betekenis van een boodschap binnen
communicatiesysteem
participanten: menselijke participanten of


1

, - mens en machine: bv. raandplegen online databank
- machine en machine: bv. 2 zoekrobots


kanaal voor contact tussen de partners (een zintuigelijk waarneembaar signaal):
- auditief: geluidsgolven bij gesproken taal
- visueel: schrifttekens bij geschreven taal
medium/middel waarmee we communiceren: mail, telefoon, videoconferentie,..
voorwaarde geslaagde communicatie:
1) voldoende gemeenschappelijke code: participanten moeten zelfde
taalsysteem hanteren, regels voor uitspraak, woordbetekenis en zinsbouw
respecteren
2) voldoende gemeenschappelijke context: boodschap staat nooit op zichzelf,
bevat duidelijke verwijzing naar de:
 extratexuele (buiten’talige) context= entiteiten en toestanden in de
werkelijkheid (wereldkennis) participanten in de communicatie
 intratexuele (binnen’talige) context= andere delen van de tekst/
gesprek
 intertexuele (tussen’talige) context= andere teksten/gesprekken (bv.
citaten)
vb?
verticale 3deling 6 basiscomponenten communicatieschema:
- bovenaan = de inhoud = context+ boodschap
- onderaan= de vorm= contact+ code
- midden= de participanten = zender + ontvanger
geslaagde communicatie: wanneer de communicatieve bedoeling van de zender
overeenstemt met communicatief effect/ interpretatie van ontvanger
 bedoeling+ interpretatie= subjectief
 boodschap= objectief
→ kan dat er bewust/onbewust conflict bestaat tussen bedoeling en boodschap of
boodschap en interpretatie
- uitingen: ‘Zo heb ik het niet bedoelt’, ‘dat heb ik toch niet gezegd!’


niveau’s communicatieve adequeaatheid:
- objectieve niveau: sprake van begrijpelijkheid (ontvanger begrijpt wat
zender bedoelt)
- subjectief niveau: sprake van overtuigingskracht (ontvanger reageert op
mùanier dat zender verwacht
- ongepastheid= wanneer participant bewust kiest om de ander te
beledigen/ misleiden




2

,6 basiscomponenten: context, boodschap, zender, ontvanger, contact, code → T
model → uitgebreidere communicatiemodel
gedetailleerde bespreking
van dit model
- dynamische lus van
bedoelen-coderen-
versturen-
ontvangen-
decoderen-begrijoen
- fenomenen van ruis
en feedback
→ verwijzen nr 1.1.1




1.1.2: functies van taalgebruik
Basiscomponenten van communicatieproces, in verband brengen met functies
van taalgebruik:
context → referentiele of
representatiefunctie:
taalgebruik om te verwijzen naar
buitentalige werkelijkheid (objecten,
toestanden, gebeurtenissen,
handelingen in reele of fictieve wereld
zender → emotieve/ expressieve
functie:
spreker geeft uitdrukking aan zijn
houding en gevoelens adhv woordkeuze
- connotatie
- intonatie
- interjecties (goddank)
- formuleringen (dank u)
cruciaal aspect: mate van oprechtheid van spreker, mate waarin sprekers zich
bewust zijn van de expressieve waarde van hun boodschap
(emotie en expressie → veel duidelijker bij stemgeluid dan schrift → noodzaak van
emoticons bij geschreven boodschappen)
Ontvanger → conatieve functie (trachten, proberen, streven), de
persuasieve/ appèlfunctie:
Poging van zender om gedrag van ontvangers te beinvloeden:

3

, - hen van iets overtuigen
- hen een handeling laten uitvoeren
contact of kanaal → fatische of sociale functie:
contact tussen partners in communicatie:
- tot stand brengen: goeie morgen, excuseer
- in stand houden: niet waar, niet
- afbreken: tot ziens,..
code → meta-talige functie:
we gebruiken taal niet alleen om over de wereld te spreken:
- zij is een muzikant
maar ook om over taal zelf te spreken
- zij is een persoonlijk voornaamwoord
meta linguïstisch bewustzijn= bepaald punt in taalverwerving waar kinderen
bewust gaan reflecteren over het eigen taalgebruik of dat van andere
boodschap → poëtische functie :
aandacht gaat naar formele organisatie van het bericht → fonetische, lexicale,
syntactische of visuele grafemische structuur van de boodschap → vooral met het
oog op een (bijzondere) esthetische gewaarwording


concrete taaluiting → realiseert verschillende taalfuncties tegelijk
alternatieve classificatie van functies taalgebruik:
- inhoudelijk aspect: informatieoverdracht
o referentiele/representatiefunctie (bovenaan fig 1.3)
- relationeel aspect: gesprekspartners hoe ze zichzelf en andere zien
(centrale middenas)
o emotieve/expressiefunctie van zender
o fatische socialefunctie van contact
o connatieve appèlfunctie van ontvanger
(poetische en metatalige functies blijven buiten beschouwing)

1.1.3: mondelinge versus schriftelijke communicatie

Soorten communicatie mondeling Schriftelijk
Dialogische= interactief Conversatie Brief/e-mail
Monologische= statisch Speech/ lezing Artikel


Dialogisch (interactief): concreet en beperkt publiek
Monologische (statisch): vaag en omvangrijk publiek




4

Gekoppeld boek
 image
Uitgever: Onbekend ISBN: 9789463790987 Druk: 1

Documentinformatie

Studie
Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
3 oktober 2026
Aantal pagina's
108
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
$10.42

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
3
Laatst verkocht
-



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen