H1 – Organisatie van het urinair systeem
Essentiële functies 1) Verwijderen van metabole producten en
van de nier toxines uit het bloed
2) Homeostatische rol: volume-status,
elektrolytenbalans, zuur-base
3) Endocrien: erythrogenese, Ca
metabolisme, BD, bloed flow
Juxtaglomerulair - Extraglomerulair mesangium
apparaat (JGA) - Macula densa (TAL)
- Granulaire cellen (aff arteriool) (renine)
Tubuloglomerulaire - Hoger aanbod vocht en NaCl aan macula
feedback (TGF) densa
- Constrictie aff arteriool
- Daling glomerulaire filtratie van nefron
Nier Ligging: van 12de rib tot 3de Lumbale wervel
Gewicht: ong 150 g (0,5% lichaamsgewicht)
Bloedvoorziening: hoog =20% CO
Einddoel: nefronen
800 000-1 200 000 per nier
- 85% oppervlakkige nefronen
- 15% juxtaglomerulaire nefronen
Hoge bloedflow nodig om ultrafiltraat (primaire
urine) te maken
Indeling nefron Glomerulus
- Glomerulaire capillairen
- Mesangium
Intra- en extraglomerulair
- Ruimte en kapsel van Bowman
Tubuli
- Proximale tubulus (PT)
- Lis van Henle
Oppervlakkige nefronen: kort
Juxtamedullaire: lang
- Distale tubuli
- Connectie (Connecting tubuli CNT)
- Verzamelbuisjes
Functie verschillende Glomerulus vormt het ultrafiltraat van het
delen plasma (primaire urine)
- Samenstelling afh van ultrafiltratie
coëfficiënt en Starling forces
Tubulus bewerkt deze primaire urine
- PT
Reabsorptie van H2O en opgeloste
stoffen
NaCl, NaHCO3, glc, AZ, Ca2+, HPO4 2,
SO4 2-
1
, Zuur-base:
reabsorptie van HCO3-, secretie NH4+
Scretie organische anionen en
kationen
- Lis van Henle
Reabsorptie van NaCl
Opbouw van hypertoniciteit in
medulla
Nodig voor concentreren (dilueren)
van de urine
Secretie van Tamm-Horsfall
glycoproteïnen (30-50 mg/d)
- Distale tubulus en verzamelbuisjes
‘Fine tuning’ van zout en water
excretie afh van status van het
lichaam
Waterheropname of -secretie op basis
van de medullaire hypertoniciteit
opgebouwd in de lis van Henle
Glomerulus= - Vaatwand: glycocalyx en gefenestreerd
filtratiebarrière endotheel
- Basale membraan: 3 lagen (lamina
rara interna, rara externa en basalis),
negatief geladen, houdt intermediaire en
grote moleculen tegen
- Viscerale epitheelwand: podocyten
met slit porieën (FSM), negatief geladen
Endocriene functie - Renine
nier Wordt vrijgezet door de granulaire
cellen (cellen van Ruyter) van het JGA
- 25-OH-vitamine D
Wordt omgezet naar 1,25-(OH)2-
vitamine D in de PT cellen
- Erythropoietine (EPO)
Wordt vrijgezet door fibroblast-like
cellen in de cortex en outer medulla
(OMCD)
- Prostaglandines
- Kinines
Renale klaring Laag
- Lichaam houdt deze stof bij vb Na
Hoog
- Lichaam wilt deze stof uitscheiden
H2 - Glomerulaire filtratie en renale bloedflow
GFR waarden =Glomerular Filtration Rate
- 125 ml/min = 180 l/dag bij man
- 110 ml/ min = 158 l/dag bij vrouw
2
, Nodig om:
- Acute toxische load te verwijderen
- Steady state (SS) plamaconc laag te
houden
- Renale bloedflow is dus ook hoog
GFR meten Inuline klaring = glomerulaire merker
- Volledige filtratie over GBM, geen
reabsorptie, geen secretie, geen
metabolisatie
- Nadeel:
Exogene toediening vereist via continu
infuus
Moeilijke meting
Duur (kost)
125 I-iothalamaat, 51Cr-
ethyleendiaminetetraacetaat
- Nadeel:
Exogene toediening vereist, variabele
eiwitbinding, verlies of verval van labeling
Creatinineklaring als alternatief
- Endogene substantie => geen externe
toediening nodig
Volledige filtratie over GBM, geen
reabsorptie
Wel variabele secretie =>
overschatting van GFR
- Bron creatinine= creatinine fosfaat,
afkomstig van de spieren
Productie 20-25 mg/kg bij gemiddelde
man
15-20 mg/kg bij gemiddelde vrouw
- Voorwaarden
Steady state vereist
Minder bruikbaar bij acute
veranderingen in NF
24u urinecollectie nodig
Kan ook korter, maar minder
betrouwbaar
Nuchtere bloedafname
Creatinine is ook aanwezig in
vleesrijke voeding
Sv= Sieving Sv= Ufx (fractie urine) / Px
Coëfficiënt Utrafiltratie coëf.
Laag -> molecule wordt weinig/niet gefilterd
Vb grote negatief geladen eiwitten
Filtreerbaarheid bepaald door
- MW= moleculaire grootte
- Elektrische lading (anion= negatief
geladen; kation= positief geladen)
3
, - Vorm
Formule GFR GFR= Kf ( (P gc -P bs) – (pi gc – pi bs) )
Kf= ultrafiltratie coëfficiënt, hydraulische
conductiviteit van de capillair (Lp) X
filtratieoppervlakte (Sf)
P gc= glomerulaire hydrostatische druk (blijft
rond de 50 mmHg)
P bs= Bowman’s ruimte hydrostatische druk
Pi gc= oncotische druk in glomerulaire
capillairen (stijgt van 25 mmHg)
Pi bs= oncotische druk in ruimte van Bowman
(0mmHg)
Renale plasmaflow RPF= (1-Hct) x RBF
bloed
Filtratiefractie FF= GFR/RPF
TGF =tubuloglomerulaire feedback
- Macula densa op overgang van lis
van Henle naar DCT
Hoger aanbod van vocht en NaCl
wordt gevoeld via NKCC2
- Resultaat:
Lokaal: vasoconstrictie van aff
arteriool
Systhemisch: reninevrijzetting
Andere triggers
BaroR in aff arteriool
Sympathisch ZS
Resultaat
Vrijzetting renine uit granulaire
cellen
Effect
Act van RAAS systeem
Angiotensinogeen -> Ang I -> Ang II
Resultaat:
Systhemische vasoconstrictie
- Gevoeligheid van TGF is variabel
Externe invloed op Systemen met effect op volume en
controle RPF en GFR zouthomeostaste
- RAAS: Renine-Angiotensine-Aldosterone
Systeem
- Sympathisch ZS
- AVP= Arginine VasoPressine
- ANP= Atriaal Natriuretisch Peptide
Andere vaso-actieve agentia
- A = epinephrine
- DA= dopamine
- ET= endothelines
- PG= prostaglandines
4