Definities deel 3 farmacologie
Behandeling depressie - Levenstijl interventies (o.a. belang van
bewegen)
- Psychotherapie
Verschillende vormen die effectief
kunnen zijn
- Medicatie
- Electroconvulsietherapie (ECT)
- Snel verwijzen naar psychiater bij:
Therapieresistente depressie
Psychotische depressie, bipolaire
stoornis
Levensbedreigende situatie (vb
voedsel- en drankweigering, ernstige
suïcidaliteit)
In deze gevallen is ECT ook zinvol
Hypothesen rond 1. Monoamine deficiënte hypothese
depressie Werkingsmiddel van meeste
antidepressiva
verhogen van conc monoamine NTs
in de synaptische spleet
DA (dopamine), NA (noradrenaline),
5 HT-3 (serotonine)
Werking Remmen heropname (vb. TCA)
antidepressiva Remmen afbraak NTs (vb MOA)
Stimuleren van NA en 5 HT transmissie
of beiden
Echter: heropnameremming
onmiddellijk maar therapeutische
effect pas max na 2-6 w: dus ook
secondaire effecten van belang
2nd effecten verhoging van MOA conc
in synaptische spleet:
- Compensatoire downregulatie
postsynaptische bèta- adrenerge R ->
minder cAMP synthese
- Compensatoire downregulatie
postsynaptische serotonerge R bij
blokken heropname serotonine
- Ontregeling second messenger
systemen
- Verandering van G-proteïnen functie
- Neurogenese en synaptische
plasticiteit
Indeling van Niet-Selectieve Reüptake Inhibitoren
antidepressiva - TCAs= tricyclische antidepressiva
- Serotonine- en noradrenaline reüptake
inh (SNRIs)
, - NA- en DA reuptake inh
Selectieve Reuptake Inhibitoren
- SSRIs= Selectieve Serotonine Reuptake
Inhibitoren
- Selectieve NA reuptake inh
MOA inh
Antidepressiva direct werkend op neuro
receptoren
Vortioxetine
Esketamine
Sint-Janskruid
TCAs =TriCyclische Antidepressiva
- Choropramazine
- Amitrytiline
- Imipramine
- Dexepine
SSRIs =Relatieve selectieve blokkering van
serotonine reuptake transporter (SERT) tov
NERT (NA)
Meest gebruikt en meestal 1ste keuze
- Fluoxetine
- Sertraline
- (Es)citalopram
- Fluvoxamine
- Paroxetine
Veel minder neveneffecten van inhibitie van
histaminerge, muscarinerge en adrenerge
Receptoren in vgl met TCAs
Geen grotere efficaciteit
Selectieve NERT-I =NorAdrenaline Reuptake Inhibitoren
- Roboxetine: antidepressivum
- Atomoxetine: ADHD en narcolepsie
SNRIs = Serotonine en noradrenaline reuptake inh
- Venlafaxine
- Duloxetine
- Vb bij depressie en onvoldoende
verbetering onder SSRI, soms ook voor
(comorbide) pijn
NA- en DA-reuptake - Bupoprion
inhibitor - Antidepressivum
- Hulpmiddel bij rookstop (ook wel
champix genoemd)
- Bupoprion + naltrexon als behandeling
voor obesitas, maar geen 1ste keuze
Antidepressiva met - Mianserine
direct effect thv Ontwikkeld als anti-allergicum,
neuroreceptoren toevallig ontdekt als
antidepressivum via het effect op
EEG (electro-encephalogram)
Behandeling depressie - Levenstijl interventies (o.a. belang van
bewegen)
- Psychotherapie
Verschillende vormen die effectief
kunnen zijn
- Medicatie
- Electroconvulsietherapie (ECT)
- Snel verwijzen naar psychiater bij:
Therapieresistente depressie
Psychotische depressie, bipolaire
stoornis
Levensbedreigende situatie (vb
voedsel- en drankweigering, ernstige
suïcidaliteit)
In deze gevallen is ECT ook zinvol
Hypothesen rond 1. Monoamine deficiënte hypothese
depressie Werkingsmiddel van meeste
antidepressiva
verhogen van conc monoamine NTs
in de synaptische spleet
DA (dopamine), NA (noradrenaline),
5 HT-3 (serotonine)
Werking Remmen heropname (vb. TCA)
antidepressiva Remmen afbraak NTs (vb MOA)
Stimuleren van NA en 5 HT transmissie
of beiden
Echter: heropnameremming
onmiddellijk maar therapeutische
effect pas max na 2-6 w: dus ook
secondaire effecten van belang
2nd effecten verhoging van MOA conc
in synaptische spleet:
- Compensatoire downregulatie
postsynaptische bèta- adrenerge R ->
minder cAMP synthese
- Compensatoire downregulatie
postsynaptische serotonerge R bij
blokken heropname serotonine
- Ontregeling second messenger
systemen
- Verandering van G-proteïnen functie
- Neurogenese en synaptische
plasticiteit
Indeling van Niet-Selectieve Reüptake Inhibitoren
antidepressiva - TCAs= tricyclische antidepressiva
- Serotonine- en noradrenaline reüptake
inh (SNRIs)
, - NA- en DA reuptake inh
Selectieve Reuptake Inhibitoren
- SSRIs= Selectieve Serotonine Reuptake
Inhibitoren
- Selectieve NA reuptake inh
MOA inh
Antidepressiva direct werkend op neuro
receptoren
Vortioxetine
Esketamine
Sint-Janskruid
TCAs =TriCyclische Antidepressiva
- Choropramazine
- Amitrytiline
- Imipramine
- Dexepine
SSRIs =Relatieve selectieve blokkering van
serotonine reuptake transporter (SERT) tov
NERT (NA)
Meest gebruikt en meestal 1ste keuze
- Fluoxetine
- Sertraline
- (Es)citalopram
- Fluvoxamine
- Paroxetine
Veel minder neveneffecten van inhibitie van
histaminerge, muscarinerge en adrenerge
Receptoren in vgl met TCAs
Geen grotere efficaciteit
Selectieve NERT-I =NorAdrenaline Reuptake Inhibitoren
- Roboxetine: antidepressivum
- Atomoxetine: ADHD en narcolepsie
SNRIs = Serotonine en noradrenaline reuptake inh
- Venlafaxine
- Duloxetine
- Vb bij depressie en onvoldoende
verbetering onder SSRI, soms ook voor
(comorbide) pijn
NA- en DA-reuptake - Bupoprion
inhibitor - Antidepressivum
- Hulpmiddel bij rookstop (ook wel
champix genoemd)
- Bupoprion + naltrexon als behandeling
voor obesitas, maar geen 1ste keuze
Antidepressiva met - Mianserine
direct effect thv Ontwikkeld als anti-allergicum,
neuroreceptoren toevallig ontdekt als
antidepressivum via het effect op
EEG (electro-encephalogram)