Een lange zin is een aaneenschakeling van korte zinnen. Ze kunnen moeilijk te lezen zijn. Om hen te
vermijden, kan je
- De zin in kortere zinnen splitsen
- Gebruik maken van
o Verbindingswoorden: leiden een bijzin in
Doordat, aangezien dat,…
o Verwijswoorden: voorkomen van herhaling
Dien dat, hierbij…
o Signaalwoorden: maken duidelijk dat er een toelichting op de samenvatting volgt
Ten eerste, vervolgens, ten slotte, dus…
= probeer zinslengte te variëren.
Tangconstructies zijn zinsdelen die bij elkaar horen, maar zijn te ver apart. Dit komt voor
- Tussen (delen van) werkwoorden
- Lidwoord en substantief
- Onderwerp en werkwoord
Je kan tangconstructies vermijden door
- De woordvolgorde te veranderen
- Lange zin in meerdere kkorte zinnen opsplitsen.
Bijzinnen zijn ondergeschikte zinnen. Er zijn 2 types:
- Beknopte zin: zin die deel is van een andere zin, zonder werkwoord. Het is enkel mogelijk als
het weggelaten onderwerp hetzelfde is als die van het hoofdzin. Het kan gecorrigeerd
worden door eeen echte bijzin te maken, en om de hoofdzin te veranderen door een
geimpliceerde onderwerk toe te voegen.
- Betrekkelijke bijzin: geeft meer informatie over een ander zinsdeel. Het wordt meestal door
die, dat of wie ingeleid.
o Beperkend: de informatie van de bijzin is noodzakkelijk
o Uitbreidend: aanvullende informatie over antecendenten.
Samentrekkingen zijn weggehaalde zinsdelen om herhaling te voorkomen. Dit is enkel mogelijk als
de weggelaten zinsdelen
- Dezelfde betekenis hebben
- Dezelfde grammaticale vorm hebben
- Dezelfde vorm hebben
- Dezelfde plaats in de zin hebben.
H5: Helder schrijven
Je schrijft een tekst best op dezelfde manier als je spreekt. Dus
- Spreek je lezer direct aan
- Vermijd vakjargon
- Schrijft natuurlijker
- Gebruik kortere, actieve zinnen.
, Archaïsmen zijn verouderde termen die vooral terug te vinden zijn in teksten. Ze komen af als
afstandelijk en formeel over. Ze zijn zo moeilijk te lezen en makkelijk te vervangen door
meerdere termen uit de spreektaal.
Voorbeeld:
Geneesheer = dokter Ofschoon: hoewel Te herde brengen =
vaststellen
Leed = verdriet Ten einde = om… te.
Ter erlfde ure = op het
Ommezijde = achterkant Doch = steeds
laatste nippertje
Gescheiden : gebeuren Steeds = altijd
Ter inzage = om in te kijken
Bezigen = gebruiken Behoudens = behalve
Gelasten = bevelen Tevens = ook
Afkortingen worden enkel gebruikt als ze uitgesproken worden. Dit is vaak als az 5 letters of minder
zijn. Overbodige hulpwerkwoorden zijn werkwoorden die geen toegevoegde waarde hebben.
Gebruik niet te veel adjectieven of bijwoorden
Vermijd “eigenlijk”, “dan ook of “namelijk”.
Vermijd passieve zinnen
Schrap herhalingen
Hulpwerkwoorden maken zinnen vaak langer en moeilijker te lezen. Zo heb je modale werkwoorden
die een houding uitdrukken van de spreker. Zoals
- Blijken - Lijken - Zullen
- Hoeven - Moeten - Willen
- Kunnen - Schijnen
Hoofdstuk 6: actief schrijven
Passieve constructies worden best vermeden, behalve
- Als het onderwerp niet belangrijk is
- Om misverstanden te vermijden
Nominaliseringen: je maakt een substantief van een werkwoord.
Er zijn 3 vormen van het naamwooordstijl
- Zelfstandge naamwoorden die een van de afgeleend zal zijn,
- Zerlfstandig naamwoord die dezelfde vorm heeft als de werkwoord stam
- Infinitieven die als zelfstandige naaamwoorden gebruikt zijn
Je vermijdt dit door beknopte of volledige bijzinnen te gebruiken. Zo vervang je het naamwoord
door een werkwoord.
De naamwoordstijl is aanbevolen als je
- Een algemene wet of regelgeving wilt weergeven
- Als er betekenisverschil is tussen het naamwoordstijl en werkwoordstijl
- Bewust afstand proberen creëren
- Vaste term gebruiken omdat het populairder is