LES 1: INLEIDING
GESCHIEDENIS
Analgesie = opheffen pijn, zonder aantasting van andere vormen van sensibiliteit; vnl medicamenteus.
Anesthesie = opheffen alle sensibele prikkels: pijn, druk, aanraking, temperatuur en tastzin => vaak ook
hindering motorische functies
Balanced anesthesia: 4 effecten die men in een optimale anesthesie wil bekomen (algehele anesthesie)
1. Analgesie: patiënt ervaart geen pijn tijdens de heelkundige procedure
2. Amnesie: patiënt herinnert zich niets meer van de procedure
3. Relaxatie: patiënt blijft stilliggen en spieren zijn ontspannen
4. Bewustzijnsverlies: patiënt reageert niet meer op prikkels
- Aangrijpingspunt algehele anesthesie = centraal
- Aangrijpingspunt lokale anesthesie = perifeer
Iatrosedatie = technieken gebruikt om angst van
patiënt te reduceren zonder gebruik van medicatie.
Topische anesthesie = gevoelsuitval zonder
doorboring huid of mucosa.
Lokale anesthesie = reversibel gevoelsverlies door
inhibitie van ontstaan of geleiding van
zenuwpotentialen (enkel analgesie)
Narcose = algehele anesthesie = analgesie, amnesie,
relaxatie en bewustzijnsverlies
MEDICATIE EN WERKING
Gewenste eigenschappen LA:
- Geen weefsel irritatie.
- Geen schade veroorzaken aan zenuwweefsel
- Niet allergiserend
- Effectief bij injectie en lokale applicatie
- Snel werkzaam
- Net lang genoeg werkzaam voor een gemiddelde proceduretijd
- Een volledige analgesie geven bij niet schadelijke weefselconcentraties
- Chemisch Stabiele oplossing met snel metabolisme eens in lichaam
- Steriliseerbaar zijn
,NEUROFYSIOLOGIE
NA+ KANALEN:
Normaal gesloten: binnenkant is neg (-70mV).
Na+ in cel = depolarisatie, potentiaal stijgt weer =
repolarisatie, dan inactief: prikkel in 1 richting
Saltatorische geleiding = geleiding dmv knopen van
Ranvier: sneller + minder Na+ transport
SOORTEN ZENUWVEZELS
1 zenuw kan uit verschillende
axonen bestaan met
verschillende types en dus
verschillende myelinevariaties
en functies
(sensorisch/motorisch)
,ANATOMIE PERIFERE ZENUW:
NEUROMODULATIE
Prikkel = niet per se pijn. Pijn kan versterkt of vreminderd worden tijdens proces nr hersenen. (vb thv RM via
interneuronen of hormonen)
Kan op nociceptief niveau => nociceptor, maar sommige receptoren kunnen gevoeliger of minder gevoelig
gemaakt worden.
Verandering gevoeligheid nociceptor:
- Ontsteking
- Herhaaldelijk trauma
- Ontstekingsmediatoren (histamine en bradykinine)
- Prostaglandines en prostacyclines (oiv COX1 of COX2)
Verandering gevoeligheid neuron
- Inhiberende en faciliterende neuronen
- Stoffen die andere zenuwcellen in de buurt vrijmaken
: glutamaat en aspartaat
- Hormoonstoffen : GABA, enkefalines, serotonine
, è Pijnpoort theorie/gate theory; analgesie door schakelneuronen à wrijven rond een plaats
van pijn; mechanische prikkel ‘wint’ van de pijnprikkelprikkel
è kleine prikkel kan al heel veel pijn doen door ontsteking (velletje los aan vinger) à
nociceptoren worden extra geactiveerd door ontstekinsgsmediatoren (bradykinine,
prostaglandine…) à prikkel die normaal niet pijn doet, doet nu wel pijn
Bijzondere vormen van pijn
Koliek - Spasmen in gladde spieren meestal door verstopping
- Bv. verstopping speekselklier
Gerefereerde pijn - Pijn in hersenen, wegens homunculus representatie, wordt aan verkeerde
plaats stoegeschreven.
Fantoompijn - Pijngevoel in lichaamsdeel dat niet meer aanwezig is
- Vorm van de-afferentiatie pijn (= pijn die ontstaat als afferente
zenuwvoorziening onderbroken is bv. na amputatie)
- ≠ fantoomfenomeen (gevoel dat lichaamsdeel er nog zit)
Neuropathische pijn - Schade aan zenuwstelsel (perifeer of centraal)
WERKING VAN LOKALE ANESTHETICA (LA)
- Door het rustpotentiaal te veranderen
- Door de drempelwaarde voor depolarisatie te verhogen
- Door de depolarisatie snelheid te beïnvloeden
- Door de repolarisatie te vertragen