Het vermogen om kritisch, bewust en vaardig om te gaan met media. Dus
begrijpen hoe media werken, weet hoe je ze kunt gebruiken, kunt
beoordelen of iets betrouwbaar is en bewust omgaat met de invloed van
media op jezelf en anderen.
Intentie-gedragskloof
Verwijst naar het verschil tussen wat mensen van plan zijn te doen (hun
intentie) en wat ze daadwerkelijk doen (hun gedrag). Deze kloof ontstaat
door gewoonten, gebrek aan tijd, sociale druk, gebrek aan vaardigheden,
gebrek aan directe beloning en verleiding.
Deze kan verkleind worden door concrete plannen te maken, omgeving
aan te passen, herinneringen, sociale steun en kleine stappen nemen.
Deixis
- Personal-deixis = verwijzing naar personen (ik, jij, hij, wij) -->
betekenis hangt af van wie spreekt en tot wie
- Place-deixis = verwijzing naar plaats/locatie (hier, daar, boven) -->
betekenis hangt af van waar de spreker is
- Time-deixis = verwijzing naar tijd (nu, straks, gisteren) --> betekenis
hangt af van het moment van spreken
- Discourse-deixis = verwijzing naar delen van de tekst of het gesprek
zelf (zoals ik net zei, dat hierboven) --> verwijst naar iets in het
taalgebruik zelf
- Social-deixis = verwijzing naar sociale relaties of status (u vs. jij,
mevrouw) --> toont sociale afstand, respect of rolverhouding
Conflictstijlen
- Dominating = je probeert je eigen belangen door te zetten, ook als
dat ten koste gaat van de ander
- Obliging = je geeft toe of past je aan om de relatie goed te houden
of de ander tevreden te stellen
- Avoiding = je ontwijkt het conflict; je gaat het gesprek of probleem
uit de weg
- Compromising = beide partijen geven iets op om tot een middenweg
te komen
- Intergrating = je zoekt samen een oplossing waarin ieders belangen
maximaal worden meegenomen
Presentation = iets direct tonen of laten zien, zonder tussenlaag of
bemiddeling.
Representation = iets indirect tonen, door middel van taal, beeld, kunst
of media.
Presupposition = informatie die in een uitspraak verondersteld of als
vanzelfsprekend aangenomen wordt, ook al wordt die niet expliciet
gezegd. Het is iets dat waar moet zijn zodat de zin logisch of betekenisvol
kan zijn. “Jan jij bent toch gestopt met roken?”
, Gezichtsverlies = dat iemand zijn sociale imago, waardigheid of eer
verliest in een bepaalde situatie. Door de beleefdheidstheorie kunnen
mensen zorgen dat dit niet gebeurt.
Artikelen Media & Communicatie
Samenvatting De Zelf-Determinatie Theorie
Afgelopen jaren is er bij psychologie & psychologie van arbeid en
gezondheid meer aandacht ontstaan voor het positieve (mensen willen
zich ontwikkelen), ipv vooral de negatieve aspecten van het menselijk
bestaan. Bij de A&G-psychologie is daarbij meer aandacht ontstaan voor
werkgericht welbevinden, wat de zorgt voor dat werknemers het beste in
zichzelf omhooghalen, motivatie is hierbij de belangrijkste rol.
De ZDT is gericht op dat de mens een positief beeld hebben en van nature
proactief zijn; gericht op groei en integratie. Werknemers functioneren het
best in een omgeving waar zij in kunnen groeien, zich kunnen evalueren
en gestimuleerd worden, het tegendeel als ze te veel gecontroleerd
worden (demotivatie). Waar andere theorieën gefocust zijn op hoe sterk
werknemers gemotiveerd zijn (kwantitatieve benadering), ligt de nadruk
op ZDT hoe goed deze motivatie is (kwalitatieve benadering).
Volgens ZDT zijn psychologische basisbehoeften aan autonomie,
verbondenheid en competentie cruciaal voor persoonlijke ontwikkeling en
optimaal functioneren. Een hecht team (sociale contacten) zou
werknemers bevorderen in hun werk. Behoefte aan competentie is de
wens doeltreffend met de omgeving om te gaan, zodat werknemers zich
makkelijk aanpassen aan een veranderende omgeving. ZDT vindt dat wie
zich competent voelt, beter in zijn vel zit en met meer zelfvertrouwen werk
aanpakt. Behoefte aan autonomie is het niet onder druk willen staan;
persoonlijke vrijheid. Mensen handelen vanuit een groeibehoefte; behoefte
aan veiligheid. Werknemers kunnen bepaalde behoefte ontwikkelen:
prestatiebehoefte (gemotiveerd in competitieve situaties) of promotie-
oriëntatie (doelen geformuleerd in succes). ZDT stelt dat er geen verschil
is tussen de sterkte tussen die behoefte, maar de mate waarin mensen
hun behoefte hebben bevredigd. De werknemers waarbij deze behoeftes
worden bevredigd, functioneren beter dan hun collega’s waarbij dat niet
is.
Intrinsieke motivatie: het uitvoeren van een activiteit omdat ze op zich
leuk of interessant zijn. Zij raken gefrustreerd door autonomie (bonus),
plezier voor een taak verminderd.
Extrinsieke motivatie: gedrag dat wordt vertoond omwille van een
uitkomst die buiten de activiteit gelegen is. Bijvoorbeeld een baan nemen
voor goede arbeidsvoorwaarden, bonus, opslag of promotie.
- Extern gereguleerd: uitvoeren activiteit voor beloning of vermijding
straf, willen zichzelf voornamelijk een voordeel doen.
- Geïntrojecteerde regulatie: werknemers koppelen hun eigenwaarde
aan het uitvoeren van een bepaalde activiteit. Negatieve gevoelens