Combinatie van 2 methode:
- Kwantitatief: vragenlijstonderzoek, experiment en kwantitatieve
tekstanalyse
- Kwalitatief: participerende observatie, kwalitatief interview en social
tekst analysis
Nepinformatie = onjuiste, inaccurate, misleidende informatie
Desinformatie = nepinformatie die wordt verspreid om te misleiden
Misinformatie = nepinformatie die wordt verspreid zonder intentie te
misleiden (verspreider ziet het als waarheid)
Prompt engineering = is het bewust formuleren van vragen of instructies
aan een AI-model (zoals ChatGPT) om betere, duidelijkere of
nauwkeurigere antwoorden te krijgen.
Large Language Models (LLM) = zijn geavanceerde AI-systemen die zijn
getraind op enorme hoeveelheden tekst (boeken, websites, artikelen,
code, enz.) om menselijke taal te begrijpen en te genereren.
Ethisch handelen
Ethiek: ga zorgvuldig om met proefpersonen/respondenten en data
- Anonimiseer je data – onderzoeksgegevens mogen niet herleid
kunnen worden tot personen.
- Wees transparant in de keuzes die je maakt bij de analyses die je
doet.
- Proefpersonen/respondent nemen vrijwillig deel aan je onderzoek.
- Proefpersonen/respondent mogen niet geschaad worden door je
onderzoek.
- Proefpersonen/respondent nemen anoniem deel.
- Als je proefpersonen/respondent op het verkeerde been zet, moet je
dat hen achteraf vertellen (deception).
- Gegevens worden vertrouwelijk en integer behandeld.
Logic Systems
Inductie:
Deductie:
Voorspelling gaat specifiek over de meting die ja gaat doen.
Logisch positivisme:
- Kennis is gebaseerd op de observatie van de werkelijkheid.
- Niet alleen de fysieke wereld (natuurkunde, scheikunde), maar ook
de samenleving werkt volgens ‘wetten’.
- Op basis van observaties kun je met behulp van logisch rederneren
kennis over die wetten vergaren. Dit wordt ook wel ‘inductie’
genoemd.
- Dus een positivist (in die betekenis) doorloopt de stappen van
observatie en inductie.
, Inductie leidt niet vanzelf tot zekere/voorspellende uitspraken.
Karl Popper’s Falsificationisme (postpositivisme/kritisch rationalisme)
- Postpositivisten handhaven het idee van een objectieve,
observeerbare werkelijkheid.
- Maar onze observaties zijn subjectief, want ze worden beïnvloed
door onze theorieën, achtergronden en waarden.
- Wetenschap groeit niet door theorieën te bevestigen, maar door
theorieën te verwerpen/aan te scherpen: hierdoor ontstaat nieuwe
kennis.
- Theorieën moeten dus voortdurend getoetst worden aan de
werkelijkheid.
Operationaliseren
Heel precies bepalen hoe je je data gaat verzamelen.
Instrumentatie(onderzoek)
> Kenmerk: zaken in de werkelijkheid meetbaar maken.
- Validiteit: meet je wat je wilt meten?
- Betrouwbaarheid: “klopt” je meting? Is je meting stabiel?
Motivatie operationaliseren voorbeeld:
- Sommige studenten zijn vaak te laat bij colleges.
- Mijn theorie/hypothese: deze studenten zijn ongemotiveerd,
- Correctie, ongemotiveerder dan de studenten die wel op tijd zijn.
- Twee belangrijke manieren deze theorie kritisch te toetsen:
1. we gaan andere indicatoren van het construct motivatie meten.
2. we gaan na of er andere verklaringen van te laat komen kunnen
zijn, en moeten die verklaringen ook toetsen.
Conceptualization --> Wat is motivatie precies?
Nominal defintion --> Een duidelijke, theoretische omschrijving van
motivatie in woorden.
Operational definition --> Hoe je motivatie concreet meet of observeert in
de praktijk.
Dus:
Heel veel concepten (constructen) niet direct te meten. We moeten die
concepten daarom indirect meten. Het proces van (onmeetbaar) concept
naar meetbare variabele heet operationaliseren.
Betrouwbaarheid en (construct)validiteit
Hoe precies is mijn meting geweest --> betrouwbaarheid.
Homogeniteit:
- De verschillende metingen die we doen hebben betrekking op
hetzelfde construct.
- Verschillende beoordelaars komen tot hetzelfde oordeel.