publiekrecht
Gestolde macht
Deel 1: staat en recht
Zijn staten enkel gebonden door normen die ze zelf aanvaarden of bestaat
er een “volkenrecht” van morele normen die onafhankelijk van instemming
gelden?
Hoofdstuk 1: het moderne staatsbegrip
Publiek recht = taal van de soevereiniteit (= hoogste onafhankelijk gezag
binnen bepaald gebied)
Staat en recht staatsbegrip sinds 17e eeuw (Amerikaanse en Franse
Revolutie) of 19e eeuw
- 19de eeuw: “liberale staat”
1. Democratisch verkozen heersers
2. Scheiding der machten
3. Staat onderworpen aan recht
4. Onvervreemdbare individuele rechten
Garantie machtsmisbruik
- Leviathan Hobbes: in natuurtoestand is niets gegarandeerd – je moet
je vrijheid afstaan aan staat in ruil voor vrijheid in die staat
- 17e eeuw: soevereiniteit van de wetgever
• Liberale staat is opvolger van gecentraliseerde monarchale
staat
Verkozenen ipv vorst
Vorst schakelde concurrenten uit
• Periode v religieuze onrust
Afstand paus en staat neemt toe
Moderne staat = erfgenaam v middeleeuwse standenvertegenwoordiging
v 12/13e eeuw
- Standen
• Zij die bidden (1e stand), vechten (2e stand), werken (3e stand)
• Vorst regeert bij gratie van God (soort contract)
Overtreed hij contract: kunnen standen beslissen hem te
verjagen
Standen beschikken weerstandsrecht
1
,Leenrecht (10e – 18e eeuw) in Europese samenleving
- Publiekrecht: keten van afhankelijkheden: pro-Dominus en leenman
- Web v relaties tussen leenman en leenheer (v koning tot burger)
• Zorgt voor versnippering
= gecentraliseerde macht v vorst viel uiteen in verspreide
bevoegdheden en eigendomsrechten
Vb. Zuidelijke Nederlanden: vorst kreeg meerdere titels
over territoria met eige instellingen
1. Staat en soevereiniteit
Staat = status, toestand (latijn)
- Synoniemen: natie, republiek (res publica = gemeene/publieke zaak)
Hedendaagse definitie: grondgebied, bevolking, overheidsinstellingen (die
effectief gezag uitoefenen) = interne soevereiniteit
Externe soevereiniteit = buitenlandse
betrekkingen/wereldsamenleving
Geweldmonopolie (gebruik v dwang is een voorrecht van de overheid)
- Weber: geweldmonopolie basis moderne staat
• Enkel overheid kan geweld op rechtvaardige manier gebruiken
- Essentieel om concurrenten (militair) uit te schakelen
- Aanvaard door de burgers, onderworpen/gehoorzaamd aan het recht
Compromis
- Vrijheden als concessie (overeenkomst om recht te verlenen) in ruil
voor onderwerping
Staat = juridische constructie
- Aanvaarding legitimiteit
Corruptie = vermengen van algemeen en individueel belang
2. Types staten
2
,Personele unies (meerdere staten onder gemeenschappelijk staatshoofd
reële unie
- Personele unies = standaard in moderne tijd
- Reële unie = staatshoofd met 1 regering en parlement om staat te
besturen
Reële unie
- Confederaties (statenbonden) federatie
• Confederatie: onafhankelijke staten samen beperkte aang.
Behandelen
Vaak unanimiteit nodig
Soevereiniteit ligt bij deelstaten of grote meerderheid
deelstaten
Vb: Republiek Der Verenigde Provinciën (1576-1795),
Gecentraliseerde staten
- Macht geconcentreerd bij 1 centraal orgaan
Vb. Frankrijk
Monarchieën
- Constitutionele monarchie: bevoegdheden v vorst zijn toegewezen
(GW)
Ancien Regime: charters (afspraken, rechten) zijn uitz. op volheid
v bev.
- Monarchie republiek
Republiek
- Res publica
- Oudste: klassieke oudheid
- Middeleeuwen en nieuwe tijd: oligarchieën (lett. besturen door
weinigen)
- Bestuurd door grote families
- Vb. Republiek Der Verenigde Provinciën
• Macht ging uit v/d staten
• Beperkte centrale macht
Buitenlandse zaken
Leger
Financiën (beperkt)
Generaliteitslanden (gebieden tijdens 80jarige oorlog die
in Spanje werden veroverd)
Gemeenschappelijke plakkaten
Geschillen tussen gewesten
3
, RVS, Staten-Generaal, Provinciale staten, stadshouder per
provincie
- Vb. Republiek Venetië
= handelsaristocratie
• Geen vorst, wel Doge (staatshoofd) m functie voor het leven
(verkozen, kan worden afgezet door raad van Tien)
• Grote raad = maggior Consiglion (leden verkozen, adelijke
families) stemt wetgeving
• Senaat (bev buitenlands beleid)
• Consiglio dei Dieci (magistraten, fiscale bev. en OO )
Einde 1797
Legitimiteit heersers
- Liberale staat: verkiezingen
- Kiesstelsels: meerderheidssysteem (VK) evenredigheidsysteem
(Belgie)
• Meerderheid: partij/kandidaat moet meer stemmen behalen
dan tegenpartij
Alleen regeren
VK: ofwel regeert links of rechts
• Evenredigheid: partij verwerft verkozenen in verhouding tot
haar aandeel in totaal van uitgebrachte stemmen. Op basis
van zetelverdeling wordt onderhandeld over coalitie
Alle meningen komen aan bod
- Vertegenwoordigende/representatieve democratie directe
democratie
• Vertegenwoordigende: stemmen wetten en controleren UM
Sieyes: ziet vertegenwoordigers als spreekbuis v hele
land
• Directe: vb. kantons in Zwitserland
Rousseau: algemeen belang naar boven brengen en staat
collectief te organiseren
Stemmen voor 1789
- Ancien Regime: stemmen is meestal van vaststaand oordeel v
goddelijke wil
Gezien als adviserend (vorst kan zich ook bij neerleggen)
- Electieve monarchie – zwakte erfelijk – teken v sterkte
- Kwalitatief niet kwantitatief
3. Instellingen
4