● examen = meerkeuze 40 vragen
● 3 antwoordmogelijkheden
● cesuur → fout/niet antwoorden => geen punten (27/40) slagen
● altijd antwoorden
● laatste college komen? → info examen
● vragen voor 16/12/2025 in persoon
inleiding tot recht
Wat is recht?
→ overal (tram, trein, cursus, kot, …)
→ privé en professioneel (sancties, examens, ...
(als u recht wilt bekomen, moet u er zelf voor zorgen, het recht behoort tot de waakzame!!!)
● drie categorieën van regels
1. Ordenende functie
2. Afdwingende functie: regels en sancties
3. Afschaffing of wijziging: samenleving evolueert
● Objectief recht <--> subjectief recht
○ Objectief: rechtsregels zoals ze bestaan
○ Subjectief : rechten die wij ontlenen aan objectief recht waar wij mee naar de
rechter gaan (ik …)
vb. auteurswetgeving: foto maken van iedereen
→ objectief recht → horen wie er niet wil opstaan recht op afbeelding
→ subjectief recht → recht om te kiezen, recht op afbeelding mijn foto niet gebruiken
Indeling v.h. recht
1) Nationaal recht: oorsprong in een nationale bron vb. parlement, gemeenteraad
2) Internationaal recht: verdragen tussen landen vb. EU, VN, …
Indeling nationaal recht
→Privaatrecht
- Recht dat relaties tussen burgers beheerst vb. ongelukken, erven, huren, …
→Publiek recht
- Relatie tussen burger en overheid: vb. fiscaal recht
- Relaties tussen overheden onderling
● Privaatrecht:
1. Burgerlijk recht:
→ Recht dat relaties tussen burgers regelt (voor burgers) vb. overeenkomsten
- Burgerlijk wetboek (BW)
● Basisregels burgerlijk recht
● Wijzigt elk jaar
● BW: (nieuwe burgerlijk wetboek)
● OBW: oud burgerlijk wetboek
● ook in afzonderlijke wetgeving
1
, 2. Ondernemingsrecht
→ Recht geschreven voor ondernemingen
● zaken moeten sneller of makkelijker gaan
● staat in het Wetboek van economisch recht (WER.)
○ Sturctuur: 20 verschillende boeken
● Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV)
→ Afzonderlijke wetgeving
3. Privaatrechtelijk procesrecht ( of Gerechtelijk recht)
● Kunnen afdwingen van rechtsregels
○ Rechtbanken
○ Beroepsmogelijkheden
● 1. Gerechtelijke organisaties
● 2. Procedures regelen
● Gerechtelijk wetboek (Ger.W.)
→Afzonderlijke wetgeving
les 2 1/10 Hoofdstuk 3
publiekrecht:
→ 1) Grondwettelijk recht: zit in de grondwet
1. structuur: federale overheid, provincies, gemeenten
2. basisbeginselen rechtsstaat: scheiding der machten
3. rechten en vrijheden( verankert in de grondwet): vrijheid van onderwijs,
vereniging, meningsuiting
→ kan begrensd worden bij racisme enz.
→ 2) Bestuursrecht (geen uitgesproken wetboek):
1. regelgeving van de uitvoerende macht
→ 3) fiscaal recht (relatie burger ondernemer tov de overheid): miljonairstaks door vooruit
1. BTW rechtboek
2. WIB: wetboek inkomstenbelastingen
→ 4) strafrecht (dingen die niet kunnen in de maatschappij en dan klacht → parket en
overheid beslist): drugshandel, verkeersovertredingen, diefstal
1. SW: strafwetboek
2. Afzonderlijke wetten: boetes en gevangenisstraffen
→ 5) strafprocesrecht (juridische procedure die straf vervolgt):
1. wetboek van strafvordering: wanneer je beroep kan doen op advocaat enz.
→ Belang van onderscheid tussen privaat en publiekrecht
Privaatrecht:
1) aanvullend recht of suppletief recht
● Bevat voor het merendeels van regels waar we van kunnen afwijken
● vb: abonnement bij telenet: staat in contract dat als er een recht proces is, dat
dit verloopt in brussel, maar in het echt verloopt dit vlakbij de woonst van
klant
2
, ● vb: koop verkoop overeenkomst: in BW regels die verkoop regelenen, maar
merendeel van suppletief recht → kunnen afwijken als je geen regeling hebt
voorzien (examenvragen 1000 euro geen regels gemaakt mondeling)
2) dwingend recht en openbare orde: regels waar je niet kunt van afwijken
1. Dwingend recht: beschermd private belangen
2. Openbare orde: belangen van de overheid of publieke belangen beschermd
publiekrecht:
openbare orde KIJK NOTITES ELISE NOG
→1ste Relativering ( want sommige rechtstakken hebben zowel privaat als publiek recht)
twee voorbeelden:
1)Ondernemingsrecht:
1. Het eigenlijke ondernemingsrecht = privaatrecht
2. economisch recht: het recht dat bepaald hoe je je op de markt moet gedragen
(microsoft die afdwong dat je heel hun pakket moest kopen) = publiekrecht
2)Sociaal Recht:
1. Arbeidsrecht:
a) Individueel arbeidsrecht -> relatie werknemer en werkgever: privaatrecht
b) collectief arbeidsrecht -> collectieve afspraken tussen werknemer en werkgevers,
regels kunnen bindend zijn tussen werknemers of hele sectoren
2. Het eigenlijke sociaal recht = publiek recht: herverdelingsmechanisme → middelen
verdelen onder: zieken, werklozen, enz.
→ 2de relativering: problemen: vb: als je een onderneming opricht heb je problemen met
privaat en sociaal recht
→ 3de relativering:Europees Recht: kennen onderscheiding tussen publiek en privaatrecht
→ 4 de relativering:Overheid: Regels van privaatrecht technieken beginnen gebruiken
1) De overheid die gronden en gebouwen willen verwerven
a) onteigening: ze nemen het AF
→ nu koop/verkoop: ze kopen het gewoon
b) Ambtenaren
→ Overheid heeft bijna geen ambtenaren meer → nu werknemers
met arbeidsovereenkomst geen statuut meer
Internationaal recht:
→ 1) internationaal privaatrecht: recht dat bepaald welk recht dat je toepast op relaties in het
buitenland vb: accident in Duitsland met bulgaar → welk recht???
1. Nationale rechtsorde: WIPR (wetboek internationaal privaatrecht)
2. verdragen: Verdragsrecht = internationaal recht
→ 2) internationaal publiekrecht of het volkeren recht: relaties tussen landen en
internationale organisaties vb: VN, wereldhandelsorganisatie
→ geregeld door verdragen:
1. onderhandelen
3
, 2. Ondertekening van het verdrag: gebeurt door onderhandelaars
3. Bekrachtiging: gebeurt door het parlement
→ 3) Europees recht:
→ recht dat voorkomt uit Europese unie (27LS) als je EU toetreed dan geef je bevoegdheid
om wetgevend op te treden aan de EU→ enorm speciaal (lidstaten kunnen zelf niet
optreden)
vb. VK is voor die reden uit de EU gestapt
1. overdracht
2. Primauteit of voorrang van het europees recht: EU recht heeft altijd voorrang op het
nationaal recht vb. als BG strijdig is met regelgeving EU dan moet de BG aanpassen
→ uniek
3. rechtstreekse of directe werking van ER: (niet juristen staan hier niet bij stil) niet in c
vb. voor rechter rechtsregel geven u beroept u op belgisch recht
→ verdragen geen directe werking dus je kan het niet oproepen: dit zijn verdragen
tussen landen
→ EU R. wel rechtstreekse of directe werking
Aantal basisbegrippen:
1) p17: Rechtsstaat: Overheid is er niet om zijn eigen belang veilig te stellen, maar wel
dat van de burgers (vrijheid van de burgers verdedigen)
→ in een rechtsstaat zijn er een aantal fundamentele rechten voor burgers en het is
de taak van de overheid om deze te beschermen
vb. recht, vrije meningsuiting, godsdienst, …
1. beschermen tegen burgers
2. beschermen tegen de overheid
3. beschermen tegen buitenlandse overheden
vb. Polen vroeger daar was een partij die aan bevoegdheden van de rechterlijke
macht zat te sleutelen
vb. In de VS wordt de Supreme Court benoemd door president Trump
→ EU heel gevoelig aan Rechtsstaat:
na WOII mag er geen dictatuur meer komen dus er is een verdrag gekomen:
EVRM (=europees verdrag voor de rechten van de mens)
→ bepalingen in die direct werkend zijn (UITZONDERING)
→ kan landen veroordelen (is al gebeurd bij België)
2) Wetstaat => vaak niet door de juiste doelgroep gebruikt
→ Wetgeving
a) Meer gelijkheid
b) Zwakkere partij
vb.huurrecht: consument beschermen tegen sterkere partij
vb. consumentenwetgeving: verkoper meer recht
→ Dwingend recht
→ Deregulering: tegenreactie op de wetstaat
3) 3 staatsmachten:
→ Wetgevende macht: parlement, Vlaamse parlement (maakt regels)
→ uitvoerende macht: De regeringen op federaal en vlaams vlak (voert regels uit)
4