2. Omgevingsvisie en programma's............................................................................................5
3. Algemene rijksregels..............................................................................................................9
4. Omgevingsplan.....................................................................................................................13
5. De omgevingsvergunning.....................................................................................................19
6. Het Omgevingsloket (DSO)...................................................................................................24
7. Toezicht en handhaving........................................................................................................27
8. Schade: nadeelcompensatie................................................................................................31
Oefentoets 45 vragen en antwoorden.....................................................................................40
Super compact theorieënoverzicht..........................................................................................50
Top 30 kernbegrippen boek......................................................................................................53
,1. Omgevingswet
1.1 Waar gaat de Omgevingswet over?
De Omgevingswet (Ow) regelt het recht voor de fysieke leefomgeving en activiteiten die daarop gevolgen
hebben of kunnen hebben (art. 1.2 Ow).
Tot de fysieke leefomgeving behoren in ieder geval:
Onderdeel Voorbeelden
Bouwwerken gebouwen, woningen
Infrastructuur wegen, spoorwegen
Water oppervlaktewater, grondwater
Bodem bodemkwaliteit, ondergrond
Lucht luchtkwaliteit
Landschap ruimtelijke kwaliteit
Natuur flora, fauna, natuurgebieden
Cultureel erfgoed monumenten
Werelderfgoed aangewezen werelderfgoed
De wet brengt regelgeving over onder meer bouwen, ruimte, water, milieu, natuur en cultureel erfgoed samen
in één stelsel.
Kernidee:
fysieke leefomgeving → activiteiten → bescherming, gebruik en ontwikkeling.
Belangrijke uitgangspunten zijn integrale belangenafweging, samenhang, duurzame ontwikkeling, subsidiariteit,
participatie en ruimte voor maatwerk.
1.2 De totstandkoming van de Omgevingswet
De Omgevingswet verving een groot aantal afzonderlijke regelingen binnen het omgevingsrecht. Het doel was
vooral:
meer samenhang in regelgeving;
minder versnippering;
duidelijkere bevoegdheden;
meer ruimte voor gebiedsgericht beleid;
een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving;
eenvoudiger procedures en digitale ondersteuning.
De wet is uiteindelijk onderdeel geworden van een breder stelsel, bestaande uit de Omgevingswet, vier AMvB's
en de Omgevingsregeling.
1.3 De relevante regelgeving
, Het stelsel bestaat op hoofdlijnen uit:
1. Omgevingswet
→ wettelijke grondslag en hoofdstructuur.
2. Omgevingsbesluit
→ onder meer procedures, bevoegd gezag en milieueffectrapportage.
3. Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)
→ regels en instructieregels voor overheden, waaronder normen en eisen voor de kwaliteit van de leefomgeving.
4. Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)
→ algemene rijksregels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving.
5. Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)
→ regels voor bouwen, verbouwen, gebruiken, onderhouden en slopen van bouwwerken.
6. Omgevingsregeling
→ technische en administratieve uitwerking van de Omgevingswet en de vier AMvB's.
Daarnaast bestaan decentrale regels:
gemeente: omgevingsplan;
provincie: omgevingsverordening;
waterschap: waterschapsverordening.
1.4 De hoofdrolspelers
De belangrijkste bestuurslagen zijn:
Bestuurslaag Belangrijkste rol/instrumenten
Rijk landelijke regels, omgevingsvisie, programma's, projectbesluiten
Provincie provinciale belangen, omgevingsvisie, programma's, omgevingsverordening, projectbesluit
Gemeente lokaal omgevingsbeleid, omgevingsvisie, programma's, omgevingsplan, vergunningverlening
Waterschap waterbeheer, waterschapsverordening, programma's, projectbesluiten
Ook omgevingsdiensten spelen een belangrijke uitvoerende rol, vooral bij vergunningverlening, toezicht en
handhaving.
De bevoegdheid is niet uitsluitend aan één bestuurslaag gekoppeld. De Omgevingswet werkt met een verdeling
van taken en bevoegdheden waarbij het uitgangspunt van decentraal, tenzij een belangrijke rol speelt.
De verschillende overheidslagen kunnen bovendien samenwerken. Instrumenten grijpen op elkaar in:
bijvoorbeeld kunnen rijksinstructieregels gevolgen hebben voor een gemeentelijk omgevingsplan.