Notarieel krediet- en
vennootschapsrecht
Twee cursussen op ufora: wat er in de les wordt gezegd is belangrijkst en cursus dient als
achtergrondinformatie
Schriftelijk examen: casus met adviesvraag, schrijven van clausule voor welbepaald
probleem… = praktijkgericht
‒ Uitgebreid examen: 3 uur
‒ Bestaat uit 2 delen: kredietrecht en vennootschapsrecht
‒ Drie vragen (vermeld de wetsartikelen)
o (1) casus- en adviesvragen: praktijksituaties om advies te geven: schets wat de
wet zegt en pas dan de wet toe op de concrete situatie
o (2) theorievragen: waarom is iets op bepaalde manier geregeld of schrijf een
beperkt clausule (essentiele zaken moeten erin zijn opgenomen)
o (3) juist-fout-vragen en motiveer
o Redactie-/correctie-vraag m.b.t. clausules
1
,KREDIETRECHT: DEEL I – NIET-GEREGLEMENTEERDE
KREDIETOVEREENKOMSTEN
Hoofdstuk 1. Algemeen kredietrecht
1. KREDIETOVEREENKOMSTEN
Kredietovereenkomst = verzamelnaam: verschillende overeenkomsten vallen onder
kredietovereenkomsten
VIER ELEMENTEN TE ONDERSCHEIDEN
(1) Tijdselement: tijdelijke karakter : huidig geld voor toekomstig geld
- Krediet opnemen met verbintenis om terug te betalen
- Huidig geld voor toekomstig geld
- Opgelet: krediet is niet altijd TBS van geldsom maar kan ook bv. de TBS van
de kredietwaardigheid zijn
(2) Vertrouwen: intuitu personae
de hoedanigheid van de contractpartijen en voornamelijk die van KN zijn
doorslaggevend → krediet wordt toegekend omwille van de materiele en morele
kredietwaardigheid van net die persoon
- Morele versus materiele kredietwaardigheid
o Moreel: kijken naar de persoon van de KN (bv. talenten,
kwalificaties…) = naam en reputatie van KN
o Materieel: bij aangaan van kredietovereenkomst kijken naar de
solvabiliteit van de KN = financiele inkomsten en vermogen
- CoC = change of control
o KN vaak georganiseerd in vorm van een vennootschap → de RP heeft
afzonderlijk individu
o MR bank zal eveneens kijken naar de ultieme eigenaars / bestuurders
van de vennootschap om na te gaan of deze mensen
vertrouwenswaardig zijn, want zij nemen de belangrijkste
beslissingen
o DRM om intuitu personae karakter waarborgen een COC-clausule: als
er wijziging plaatsvind in de controle in de RP doordat de AH hun
aandelen overdragen aan iemand anders dan is dit een grond voor de
vervroegde beeindiging van de kredietovereenkomst
- Recht op (bijkomend) krediet:
o geen juridisch recht op krediet of bijkomend krediet
o zou indruisen tegen intuitu personae karakter
2
, (3) Risico en afwezigheid van speculatie
- Risico-inschatting (cf. gereglementeerde kredieten)
- Krediet geven met intentie om krediet ooit terugbetaald te zien
(4) Veelal een kost: rente en/of commissie
=>> elk van de overeenkomsten die deze elementen bevat, kan worden beschouwd als een
kredietovereenkomst:
‒ Kredietovereenkomst = overkoepelende term
o Slechts 1 BENOEMDE overeenkomst: lening → toepassing art. 1874-1894 oud
BW
▪ Specifieke overeenkomst met zakelijk eenzijdig karakter
▪ Toepassen van art. 1874-1894 oud BW
o Andere kredietovereenkomst: ONBENOEMDE kredietovereenkomsten
▪ Als er geen eenzijdig zakelijk karakter is
▪ Toepassen van algemene regels van verbintenissenrecht
▪ Tenzij afwijkende regeling in bijzondere wetgeving (lex specialis)
• Bij HK, CK, KMOK: WVV en WKF
• Deze drie vormen zijn dan ook drie vormen van
gereglementeerde kredieten
=>> als het lening is dan de burgerrechtelijke regeling inzake lening dwingend van
toepassing, maar deze regeling dus NIET doortrekken naar andere
kredietovereenkomsten
‒ Nadien: GEREGLEMENTEERD krediet of niet
o criteria: de KN
▪ CS: kredietovereenkomst ofwel CSK of HPK
▪ KMO: kredietovereenkomst onderhevig aan WKF
o = steeds combinatie van de soort overeenkomst en dan toepassing van de
regelgeving die is voorzien voor de gereglementeerde kredieten
3
,1. CLASSIFICATIE
Kredietovereenkomst kan 2 zaken tot voorwerp hebben
(1) Terbeschikkingstelling van een geldsom
a. Lening in algemeen → geldlening in het bijzonder
b. Kredietopening
c. Disconto
d. Factoring
(2) Terbeschikkingstelling van kredietwaardigheid
a. Acceptkrediet
b. Documentair krediet
c. Autonome garanties
1. Terbeschikkingstelling van een geldsom
A. Lening
GEREGELD IN ARTIKEL 1874-1914 OUD BW
Leningsovereenkomst = overeenkomst waarbij ene partij een zaak afgeeft aan andere partij
waarbij deze partij de zaak mag gebruik met de verbintenis in hoofde van de lener om dezelfde
of gelijksoortige zaak na gebruik terug te geven aan de ontlener
‒ Enige benoemde kredietovereenkomst
‒ Zakelijke overeenkomst → ontstaat door daadwerkelijke afgifte van een zaak
o Bv. geldlening: ontstaan door daadwerkelijk afgifte van de gelden van de KG aan
de KN
o Twee soorten naargelang de teruggaveplicht
(a) bruikleen en (b) verbruikleen
▪ Bruikleen: dezelfde zaak teruggeven (bv. bibliotheek)
• Art. 1875-1891 oud BW
▪ Verbruikleen: gelijksoortige zaak teruggeven
• Eenvoudige lening, pret a usage
• Art. 1892-1914 oud BW
Welke soort lening afhankelijk van aard van de uitgeleende goederen en wil van de partijen
4
, RELEVANTIE: GELDLENING
Geldlening = vorm van lening → zaak is dus geld
‒ Geen afzonderlijke regelen over geldlening → toepassen van regeling inzake lening
‒ Geld = verbruikbare/vervangbaar zaak → verbruiklening tegen inkomsten
o Terugbetaling van de uitgeleende geldsom maar bv. als je briefje van 100€
ontleend dan hoef je niet per se datzelfde briefje terug te geven, maar dus
gewoon een ander brief met zelfde waarde
‒ Principieel om niet doch lening op interest: subcategorie van verbruiklening
o In principe is lening een gratis contract
▪ Als je geld moet betalen voor bruiklening dan is dit niet langer
bruiklening maar huur
▪ Als je geld moet betalen voor verbruiklening dan blijft dit een
verbruiklening maar de wetgever gaat er wel vanuit dat als er niks is
voorzien voor vergoedingen dan zullen er geen interesten van toepassing
zijn want is in se een contract om niet
=>> geldlening = vorm van verbruiklening
GELDLENING EN AANVERWANTE RECHTSFIGUREN
‒ Lening – koop
o Bv. sale-lease-back: koop-verkoopovereenkomst tussen 2 partijen waarbij de
verkopende partij daaropvolgend een huurovereenkomst afsluit om verkocht
goed opnieuw te kunnen gebruiken en na verstrijken van huurovereenkomst is
er een aankoopoptie bedongen op grond waarvan de koper dan kan terugkopen
van de verkoper
▪ Bv. kantoorgebouw (overheidsgebouw) in Brussel ter waarde van 10
miljoen en na de verkoop huren voor periode van 10 jaar voor 1 miljoen
per jaar en na 10 jaar wordt de aankoopoptie gelicht voor prijs van 12,5
miljoen en dit leidt ertoe dat overheid op moment van verkoop 10 miljoen
ter beschikking krijgt en dan betaalt men dit bedrag in principe terug en
voor opnieuw verkrijgen moet men 12,5 miljoen betalen dus de kostprijs
van de transactie is dan 2,5 miljoen → 2,5 miljoen kan dan worden gezien
als de kostprijs van de lening dus zou in principe kunnen worden
beschouwd als de interest als je een lening zou afsluiten
▪ Dus juridisch GEEN leningsovereenkomst maar lijkt er dus sterk op
5
, ‒ Lening – inbrengen van vennootschap
Inbrengen in vennootschap = deel van privevermogen overdragen aan V zodat V
voldoende eigen vermogen krijgt om economische activiteit te ontplooien
o Geen lening van definitieve eigendomsoverdracht zonder
terugbetalingsverplichting in hoofde van de V en kan nadien dan wel terugbetalen
aan de AH maar dit gebeurt dan na een beslissing van de AV en dit is geen
juridische verplichting
▪ In BV is maatschappelijk kapitaal afgeschaft: geen minimumkapitaal meer
nodig, wel nog inbreng maar geen minimum → risico dat oprichters
disproportioneel veel kredieten verstrekken aan V in verhouding tot
inbreng dan kans op sanctie (door krediet hopen AH betere positie te
hebben bij faillissement want dan SE in plaats van AH dus eerder
terugbetaling): verstrekte kredieten worden als inbreng gekwalificeerd
• AH-krediet als quasi-kapitaal beschouwen ter bescherming van de
andere SE van de V → nadeel van de uitlener
o Lidmaatschapsrechten
o Financiele bijstand
B. Kredietopening
= raamovereenkomst tussen KG en KN op grond waarvan de KN het recht verkrijgt om in een
keer of meer keren geld te verkrijgen van de KG
‒ Consensuele overeenkomst waarbij de KN in een of meerdere malen krediet kan
opnemen
o Overeenkomst ontstaan bij de wilsovereenstemming en niet pas wanneer het
geld effectief ter beschikking wordt gesteld
o = geen zakelijk karakter → geen leningsovereenkomst dus die wetsbepalingen
niet van toepassing ongeacht dat het soms op een lening kan lijken
‒ Bv. debetkaart: zichtrekening waarmee je onder nul kunt gaan en dit dan opnieuw kan
aanzuiveren en opnieuw de mogelijkheid hebt om onder nul te gaan
C. Disconto
Kredieten die lijken op een leningsovereenkomst maar het niet zijn: bv. discontokrediet en
factoring
Wisselbrief = eenzijdige schriftelijke betalingsopdracht (onderliggende bij disconto)
‒ twee of meer partijen betrokken (trekker en betrokkene)
o trekker = SE: laat wisselbrief trekken op betrokkene
o betrokkene = SA
‒ op grond van de wisselbrief bestaat er een autonome betalingsverbintenis in hoofde van
betrokkene om op vervaldatum van de wisselbrief het geld te betalen die op wisselbrief
staat vermeld aan diegene die op dat moment de wisselbrief aan hem/haar voorlegt
‒ bij trekking is de trekker de houder van de wisselbrief maar de trekker kan dit
overdragen aan een derde partij en die kan dit dan weer overdragen en diegene die
finaal wisselbrief heeft zal dan uitbetaald krijgen
6
vennootschapsrecht
Twee cursussen op ufora: wat er in de les wordt gezegd is belangrijkst en cursus dient als
achtergrondinformatie
Schriftelijk examen: casus met adviesvraag, schrijven van clausule voor welbepaald
probleem… = praktijkgericht
‒ Uitgebreid examen: 3 uur
‒ Bestaat uit 2 delen: kredietrecht en vennootschapsrecht
‒ Drie vragen (vermeld de wetsartikelen)
o (1) casus- en adviesvragen: praktijksituaties om advies te geven: schets wat de
wet zegt en pas dan de wet toe op de concrete situatie
o (2) theorievragen: waarom is iets op bepaalde manier geregeld of schrijf een
beperkt clausule (essentiele zaken moeten erin zijn opgenomen)
o (3) juist-fout-vragen en motiveer
o Redactie-/correctie-vraag m.b.t. clausules
1
,KREDIETRECHT: DEEL I – NIET-GEREGLEMENTEERDE
KREDIETOVEREENKOMSTEN
Hoofdstuk 1. Algemeen kredietrecht
1. KREDIETOVEREENKOMSTEN
Kredietovereenkomst = verzamelnaam: verschillende overeenkomsten vallen onder
kredietovereenkomsten
VIER ELEMENTEN TE ONDERSCHEIDEN
(1) Tijdselement: tijdelijke karakter : huidig geld voor toekomstig geld
- Krediet opnemen met verbintenis om terug te betalen
- Huidig geld voor toekomstig geld
- Opgelet: krediet is niet altijd TBS van geldsom maar kan ook bv. de TBS van
de kredietwaardigheid zijn
(2) Vertrouwen: intuitu personae
de hoedanigheid van de contractpartijen en voornamelijk die van KN zijn
doorslaggevend → krediet wordt toegekend omwille van de materiele en morele
kredietwaardigheid van net die persoon
- Morele versus materiele kredietwaardigheid
o Moreel: kijken naar de persoon van de KN (bv. talenten,
kwalificaties…) = naam en reputatie van KN
o Materieel: bij aangaan van kredietovereenkomst kijken naar de
solvabiliteit van de KN = financiele inkomsten en vermogen
- CoC = change of control
o KN vaak georganiseerd in vorm van een vennootschap → de RP heeft
afzonderlijk individu
o MR bank zal eveneens kijken naar de ultieme eigenaars / bestuurders
van de vennootschap om na te gaan of deze mensen
vertrouwenswaardig zijn, want zij nemen de belangrijkste
beslissingen
o DRM om intuitu personae karakter waarborgen een COC-clausule: als
er wijziging plaatsvind in de controle in de RP doordat de AH hun
aandelen overdragen aan iemand anders dan is dit een grond voor de
vervroegde beeindiging van de kredietovereenkomst
- Recht op (bijkomend) krediet:
o geen juridisch recht op krediet of bijkomend krediet
o zou indruisen tegen intuitu personae karakter
2
, (3) Risico en afwezigheid van speculatie
- Risico-inschatting (cf. gereglementeerde kredieten)
- Krediet geven met intentie om krediet ooit terugbetaald te zien
(4) Veelal een kost: rente en/of commissie
=>> elk van de overeenkomsten die deze elementen bevat, kan worden beschouwd als een
kredietovereenkomst:
‒ Kredietovereenkomst = overkoepelende term
o Slechts 1 BENOEMDE overeenkomst: lening → toepassing art. 1874-1894 oud
BW
▪ Specifieke overeenkomst met zakelijk eenzijdig karakter
▪ Toepassen van art. 1874-1894 oud BW
o Andere kredietovereenkomst: ONBENOEMDE kredietovereenkomsten
▪ Als er geen eenzijdig zakelijk karakter is
▪ Toepassen van algemene regels van verbintenissenrecht
▪ Tenzij afwijkende regeling in bijzondere wetgeving (lex specialis)
• Bij HK, CK, KMOK: WVV en WKF
• Deze drie vormen zijn dan ook drie vormen van
gereglementeerde kredieten
=>> als het lening is dan de burgerrechtelijke regeling inzake lening dwingend van
toepassing, maar deze regeling dus NIET doortrekken naar andere
kredietovereenkomsten
‒ Nadien: GEREGLEMENTEERD krediet of niet
o criteria: de KN
▪ CS: kredietovereenkomst ofwel CSK of HPK
▪ KMO: kredietovereenkomst onderhevig aan WKF
o = steeds combinatie van de soort overeenkomst en dan toepassing van de
regelgeving die is voorzien voor de gereglementeerde kredieten
3
,1. CLASSIFICATIE
Kredietovereenkomst kan 2 zaken tot voorwerp hebben
(1) Terbeschikkingstelling van een geldsom
a. Lening in algemeen → geldlening in het bijzonder
b. Kredietopening
c. Disconto
d. Factoring
(2) Terbeschikkingstelling van kredietwaardigheid
a. Acceptkrediet
b. Documentair krediet
c. Autonome garanties
1. Terbeschikkingstelling van een geldsom
A. Lening
GEREGELD IN ARTIKEL 1874-1914 OUD BW
Leningsovereenkomst = overeenkomst waarbij ene partij een zaak afgeeft aan andere partij
waarbij deze partij de zaak mag gebruik met de verbintenis in hoofde van de lener om dezelfde
of gelijksoortige zaak na gebruik terug te geven aan de ontlener
‒ Enige benoemde kredietovereenkomst
‒ Zakelijke overeenkomst → ontstaat door daadwerkelijke afgifte van een zaak
o Bv. geldlening: ontstaan door daadwerkelijk afgifte van de gelden van de KG aan
de KN
o Twee soorten naargelang de teruggaveplicht
(a) bruikleen en (b) verbruikleen
▪ Bruikleen: dezelfde zaak teruggeven (bv. bibliotheek)
• Art. 1875-1891 oud BW
▪ Verbruikleen: gelijksoortige zaak teruggeven
• Eenvoudige lening, pret a usage
• Art. 1892-1914 oud BW
Welke soort lening afhankelijk van aard van de uitgeleende goederen en wil van de partijen
4
, RELEVANTIE: GELDLENING
Geldlening = vorm van lening → zaak is dus geld
‒ Geen afzonderlijke regelen over geldlening → toepassen van regeling inzake lening
‒ Geld = verbruikbare/vervangbaar zaak → verbruiklening tegen inkomsten
o Terugbetaling van de uitgeleende geldsom maar bv. als je briefje van 100€
ontleend dan hoef je niet per se datzelfde briefje terug te geven, maar dus
gewoon een ander brief met zelfde waarde
‒ Principieel om niet doch lening op interest: subcategorie van verbruiklening
o In principe is lening een gratis contract
▪ Als je geld moet betalen voor bruiklening dan is dit niet langer
bruiklening maar huur
▪ Als je geld moet betalen voor verbruiklening dan blijft dit een
verbruiklening maar de wetgever gaat er wel vanuit dat als er niks is
voorzien voor vergoedingen dan zullen er geen interesten van toepassing
zijn want is in se een contract om niet
=>> geldlening = vorm van verbruiklening
GELDLENING EN AANVERWANTE RECHTSFIGUREN
‒ Lening – koop
o Bv. sale-lease-back: koop-verkoopovereenkomst tussen 2 partijen waarbij de
verkopende partij daaropvolgend een huurovereenkomst afsluit om verkocht
goed opnieuw te kunnen gebruiken en na verstrijken van huurovereenkomst is
er een aankoopoptie bedongen op grond waarvan de koper dan kan terugkopen
van de verkoper
▪ Bv. kantoorgebouw (overheidsgebouw) in Brussel ter waarde van 10
miljoen en na de verkoop huren voor periode van 10 jaar voor 1 miljoen
per jaar en na 10 jaar wordt de aankoopoptie gelicht voor prijs van 12,5
miljoen en dit leidt ertoe dat overheid op moment van verkoop 10 miljoen
ter beschikking krijgt en dan betaalt men dit bedrag in principe terug en
voor opnieuw verkrijgen moet men 12,5 miljoen betalen dus de kostprijs
van de transactie is dan 2,5 miljoen → 2,5 miljoen kan dan worden gezien
als de kostprijs van de lening dus zou in principe kunnen worden
beschouwd als de interest als je een lening zou afsluiten
▪ Dus juridisch GEEN leningsovereenkomst maar lijkt er dus sterk op
5
, ‒ Lening – inbrengen van vennootschap
Inbrengen in vennootschap = deel van privevermogen overdragen aan V zodat V
voldoende eigen vermogen krijgt om economische activiteit te ontplooien
o Geen lening van definitieve eigendomsoverdracht zonder
terugbetalingsverplichting in hoofde van de V en kan nadien dan wel terugbetalen
aan de AH maar dit gebeurt dan na een beslissing van de AV en dit is geen
juridische verplichting
▪ In BV is maatschappelijk kapitaal afgeschaft: geen minimumkapitaal meer
nodig, wel nog inbreng maar geen minimum → risico dat oprichters
disproportioneel veel kredieten verstrekken aan V in verhouding tot
inbreng dan kans op sanctie (door krediet hopen AH betere positie te
hebben bij faillissement want dan SE in plaats van AH dus eerder
terugbetaling): verstrekte kredieten worden als inbreng gekwalificeerd
• AH-krediet als quasi-kapitaal beschouwen ter bescherming van de
andere SE van de V → nadeel van de uitlener
o Lidmaatschapsrechten
o Financiele bijstand
B. Kredietopening
= raamovereenkomst tussen KG en KN op grond waarvan de KN het recht verkrijgt om in een
keer of meer keren geld te verkrijgen van de KG
‒ Consensuele overeenkomst waarbij de KN in een of meerdere malen krediet kan
opnemen
o Overeenkomst ontstaan bij de wilsovereenstemming en niet pas wanneer het
geld effectief ter beschikking wordt gesteld
o = geen zakelijk karakter → geen leningsovereenkomst dus die wetsbepalingen
niet van toepassing ongeacht dat het soms op een lening kan lijken
‒ Bv. debetkaart: zichtrekening waarmee je onder nul kunt gaan en dit dan opnieuw kan
aanzuiveren en opnieuw de mogelijkheid hebt om onder nul te gaan
C. Disconto
Kredieten die lijken op een leningsovereenkomst maar het niet zijn: bv. discontokrediet en
factoring
Wisselbrief = eenzijdige schriftelijke betalingsopdracht (onderliggende bij disconto)
‒ twee of meer partijen betrokken (trekker en betrokkene)
o trekker = SE: laat wisselbrief trekken op betrokkene
o betrokkene = SA
‒ op grond van de wisselbrief bestaat er een autonome betalingsverbintenis in hoofde van
betrokkene om op vervaldatum van de wisselbrief het geld te betalen die op wisselbrief
staat vermeld aan diegene die op dat moment de wisselbrief aan hem/haar voorlegt
‒ bij trekking is de trekker de houder van de wisselbrief maar de trekker kan dit
overdragen aan een derde partij en die kan dit dan weer overdragen en diegene die
finaal wisselbrief heeft zal dan uitbetaald krijgen
6