Zie ‘GR; Hoorcollege 1 (12-02-2024)’
Zie ‘GR; Hoorcollege 2 (15-02-2024)’
Zie ‘GR; Hoorcollege 3 (19-02-2024)’
Zie ‘GR; Hoorcollege 4 (26-02-2024)’
Zie ‘GR; Hoorcollege 5 (29-02-2024)’
Zie ‘GR; Hoorcollege 6 (04-03-2024)’
Zie ‘GR; Hoorcollege 7 (11-03-2024)’
I. Algemene beginselen:
1. Wezen en functie van het gerechtelijk recht:
Begripsomschrijving:
Het gerechtelijk recht is het geheel van rechtsregels die betrekking hebben op de
effectuering/afdwinging van de materieelrechtelijke aanspraken van de rechtssubjecten. Het gaat niet
enkel om het proces, maar ook om de rechtsvordering van de rechtssubjecten, de rechtsmacht en de
bevoegdheid van de rechtbanken en hoven, het geschil. Het proces is maar 1 manier om het geschil
op te lossen, er zijn ook andere middelen/manieren om het conflict/geschil op te lossen.
Het gaat niet enkel om het gerechtelijk privaatrecht, maar ook om het strafprocesrecht. Gerechtelijk
wetboek is het gemeen procesrecht. Dus ook toepassen op andere procedures als er voor die
procedures geen specifieke afwijkende regeling bestaat. Een dubbele functie: enerzijds
procedureregels rondom procedures rondom privaatrechtelijke rechten, anderzijds voor andere
procedures is het gerechtelijk wetboek het gemeen procesrecht. Er bestaat ook een nauwe band met
het materieel recht.
Bronnen:
Grondwet:
Art. 13 GW: recht op toegang tot de rechter (tegenhanger van het verbod op eigenrichting).
Art. 23, 2° GW: recht op juridische bijstand (zelf onvoldoende middelen om naar de rechter te
stappen, zal de Staat de procedurekosten zal dragen en eventueel de advocaat vergoeden)
(sociale grondrechten).
Artt. 40, 144-159 GW (aantal basisprincipes): rechterlijk macht
“De rechterlijke macht wordt uitgeoefend door de hoven en rechtbanken. De arresten en
vonnissen worden in naam des Konings ten uitvoer gelegd.”
Verdragsrecht en recht van de Europese Unie:
Er bestaat een toenemende bevoegdheid van het Europees recht rondom de grensoverschrijdende
geschillen.
Art. 6 Europees Verdrag Rechten van de Mens en art. 14 BUPO.
Verordening nr.1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012
betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de ten uitvoerlegging van
beslissingen in burgerlijke en handelszaken (= Brussel I bis Verordening).
1
, Brussel I bis Verordening: bepaalt welke rechter kennis kan nemen van de
grensoverschrijdende conflicten (tussen de verschillende Europese lidstaten). De rechtbanken
van de woonplaats van de verweerder zullen altijd bevoegd zijn (= hoofdregel binnen deze
verordening).
Verordening nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid
en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de
ouderlijke verantwoordelijkheid.
Verordening over huwelijksmoeilijkheden en ouderlijke verantwoordelijkheid: bepaalt
opnieuw de bevoegdheid van de rechter.
Verordening nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking
tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en
handelszaken.
Verordening inzake bewijsverkrijging: Belgische trein heeft ongeluk op Duits sporennetwerk.
Hoe kan de Belgische rechter bewijs verkrijgen in Duitsland, want men kan niet zomaar op de
sporen lopen.
Verordening nr. 2020/1784 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007
inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en
buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken.
Verordening betekening en kennisgeving: hoe bijvoorbeeld Duitse gerechtelijke uitspraak in
Frankrijk laten gelden?
Verdrag van den Haag 15 november 1965 inzake de betekening en de kennisgeving in het
buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en in handelszaken.
Verdrag van den Haag inzake betekening en kennisgeving: internationaal verdrag.
Marokkaanse partners gaan uit elkaar, 1 iemand terug naar Marokko, hoe de
echtscheidingsuitspraak kennisgeven aan de partner die is teruggekeerd naar Marokko. In
welke taal moet dit? Wie zal instaan voor een vertaling?
Verordening (EG) Nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december
2006 tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure.
- Vgl. Invordering van onbetwiste geldschulden (art. 1394/20 Ger.W.) gecreëerd
door de Belgische wetgever voor niet-grensoverschrijdende conflicten/geschillen.
Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 tot
vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen.
Gerechtelijk Wetboek:
Wet 10 oktober 1967, in werking 1 november 1970. Het is een ontwerp van Charles van Reepinghen,
Koninklijke commissaris voor de gerechtelijke hervorming (opgevolgd door Ernest Krings). De
betrachtingen is de oude Napoleontische wetgeving vervangen/moderniseren. Dit betekent een
modernisering van een drie eeuwen oud procesrecht (Ordonnance Civile 1667; Code de procedure
civile 1806; Wet Rechterlijke Organisatie 1869; Wet Bevoegdheid 1876).
2
, Er zijn 3 grote betrachtingen:
Eenheid van rechtsmacht cfr. recenter eenheidsloket of centrale inleidingskamer. Een simpele
rechterlijke organisatie waarbij men afwijkt van hoe het huidige/toenmalige landschap eruit
ziet/zag. Naar voorbeeld van Nederland. Later zijn er politieke voorstellen gekomen om hier
effectief naar te streven. Maar dit is niet haalbaar om de ondernemingsrechtbanken en
arbeidsrechtbanken op te heffen en te integreren in de rechtbank van de eerste aanleg. Dus
dan moeten we het eenvoudiger maken voor de burger door het eenheidsloket op te richten
waar de burger naartoe moet met zijn klacht die dan het juiste rechtscollege zal verwijzen.
Maar deze voorstellen zijn er nooit doorgekomen.
Eenheid van rechtspleging. Ervoor zorgen dat de procedure voor de vrederechter identiek
verloopt. Dit kan door een wetboek uit te vaardigen die de procedure in detail regelt.
Vereenvoudiging en versnelling van rechtspleging bijv. verdwijnen pleitbezorgers; afschaffing
van verplichte procesvertegenwoordiging (een advocaat is niet meer verplicht); minder
formalisme; kennisgeving bij gerechtsbrief; wijziging van eis; beslagprocedure. dit is om dat
het grote, zwarte beest van justitie de achterstand is. Dit is eigenlijk bij elke hervorming een
doel.
De eerste betrachting is er nooit doorgekomen (was politiek nooit haalbaar en is politiek niet
haalbaar). De eenheidsrechtbank is er dus nooit gekomen. Om bevoegdheidsconflicten te beslechten
tussen de rechtscolleges is de arrondissementsrechtbank opgericht, die deze conflicten zal
beslechten. Dit is er gekomen door een amendering in het parlement. Gerechtelijk Wetboek bestond
oorspronkelijk uit 5 delen, maar er zijn ondertussen al 3 delen toegevoegd.
Latere aanvullingen:
Arbitragewet 4 juli 1972 (Deel VI)
Nieuwe wet op de bemiddeling 25 februari 2005 (Deel VII)
Collaboratieve onderhandelingen (wet 12 juni 2018, inwerkinggetreden op 1 jan. 2019) (Deel
VIII)
Van 1970 tot 1995 was er een verwaarlozing van het Gerechtelijk Wetboek, het Wetboek kende
gedurende 25 jaar een rustig bestaan. Er was weinig animo om wijzigingen aan te brengen. Enkel in
1992 een wijzigingswet (Wet van 3 augustus 1992 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek)
gekomen tot versnelling en gerechtelijke achterstand weg te werken.
Nadien zijn er talrijke wetswijzigingen geweest, de grote katalysator om wijzigingen aan te brengen
aan het Gerechtelijk Wetboek is de zaak Dutroux. Dit leidde tot een grote hervorming van justitie.
Octupuswetgeving met Hoge Raad van Justitie – 7 december 1998 (hiervoor politieke
benoeming).
Adviesraad magistratuur – 8 maart 1999.
Derde weg magistratuur – 7 april 2005.
Coll. schuldenregeling – 13 december 2005.
Rechtsbijstand – 1 juli 2006.
Commissie modernisering – 20 juli 2006.
Feniks – 2005-2006 later CHEOPS Justitie, JUPORTAL (databank rechtspraak), e-Deposit:
vorige minister van Justitie besteedde dit deels uit (Diplad).
Evaluatie korpschefs – 18 december 2006.
Instituut gerechtelijke opleiding (onder druk van Raad van Europa: wil dat justitie eigen
budget heeft om magistraten op te leiden, zorgt voor onafhankelijkheid) – 31 januari 2007.
3
, Enkele belangrijke recente hervormingen:
Wet 21 april 2007 verhaalbaarheid erelonen advocaat + KB 26 oktober 2007.
Verhaalbaarheid erelonen advocaat: de winnende partij kon een deel van de
advocatenkosten verhalen op de verliezende partij.
Wet 26 april 2007 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op het bestrijden
van de gerechtelijke achterstand.
Wet 15 mei 2007 deskundigenonderzoek inmiddels “gerepareerd” door art. 20 – 32 van de
Wet van 30 december 2009 houdende diverse bepalingen betreffende justitie II, BS 15 januari
2010, 1889.
Wet van 30 juli 2013 betreffende de invoering van een familie- en jeugdrechtbank.
Familie-en jeugdrechtbank: daarvoor zaten de bevoegdheden verspreid over verschillende
rechters en rechtscolleges. Hierdoor waren er vaak tegenstrijdige uitspraken. Dus als
oplossing een creatie van een sectie binnen de rechtbank van eerste aanleg van de familie-
en jeugdrechtbank.
Wet van 1 december 2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en tot
wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere mobiliteit van de leden
van de rechterlijke orde.
Twaalf nieuwe gerechtelijke arrondissementen (= men zou de gerechtelijke arrondissementen
gelijktrekken met de grenzen van de provincies en dit is grotendeels gelukt. Enkel in de
gebieden met een complexe taalkundige samenstelling is deze gelijktrekking niet gelukt):
o Gerechtelijk gebied Antwerpen:
Gerechtelijk arrondissement Antwerpen met afdelingen te Antwerpen,
Mechelen en Turnhout.
Gerechtelijk arrondissement Limburg met afdelingen te Hasselt en Tongeren.
o Gerechtelijk gebied Bergen:
Gerechtelijk arrondissement Henegouwen (Hainaut) met afdelingen te
Bergen, Charleroi en Doornik.
o Gerechtelijk gebied Brussel:
Gerechtelijk arrondissement Brussel (Bruxelles) met afdelingen te Brussel en
Halle-Vilvoorde.
Gerechtelijk arrondissement Leuven met afdeling te Leuven.
Gerechtelijk arrondissement Waals-Brabant (Brabant Wallon) met afdeling
te Nijvel.
o Gerechtelijk gebied Gent:
Gerechtelijk arrondissement Oost-Vlaanderen met afdelingen te
Dendermonde, Gent en Oudenaarde.
Gerechtelijk arrondissement West-Vlaanderen met afdelingen te Brugge,
Ieper, Kortrijk en Veurne.
o Gerechtelijk gebied Luik:
Gerechtelijk arrondissement Eupen met afdeling te Eupen.
Gerechtelijk arrondissement Namen (Namur) met afdelingen te Dinant en
Namen.
Gerechtelijk arrondissement Luik (Liège) met afdelingen te Hoei, Luik en
Verviers.
Gerechtelijk arrondissement Luxemburg (Luxembourg) met afdelingen te
Aarlen, Marche-en-Famenne en Neufchâteau.
4