Hormoonstelsel/ endocrien stelsel
1.Werking
Worden door endocriene klieren rechtstreeks in bloed afgegeven, passen op receptoren van doelwit-cellen.
Regelkringen: negtieve feedback of terugkoppeling
Hypofyse:
Geeft TSH af en dat stimuleert schildklier
Schildklier:
Maakt schildklierhormoon T3 en T4 en die hebben hun
effecten op de cel.
Als schildklier voldoende T3 en T4 gemaakt heeft zal er een
signaal gaan naar hypofyse = feedback = negatieve feedback
Als er te weinig T3 en T4 gemaakt wordt dan komt er een positief
signaal naar hypofyse = positieve feedback
weefselhormonen:
- Renale erythropoietische factor EPO
- Gastrine, secretine
- Histamine
- Zwangerschapshormonen
2.Hypofyse
= endocrien orgaan
Hypothalamo-hypofysaire as (dubbele verbinding)
Ligginh: in het turks zadel, achter chiasma opticum
2.1Neurohypofyse
Neuronen met oorsprong in hypothalamus geven hormonen af thv achterkwab:
- ADH
o Bij dorst: COD (colloïd-osmotische druk) van
bloed te hoog neuronen van dorstcentrum
geven ADH in bloed H2O reabsorptie thv
ducti colligentes van nefronen
- Oxytocine
o Kind zuigt aan tepel afferente stimuli naar
zenuwstelsel neuronen van hypothalamus
geven thv achterkwab van hypofyse oxytocine
in bloed. Effecten: melkejectie, baarmoedercontracties
2.2Adenohypofyse
= voorkwab van hypofyse
Neuronen van hypothalamus geven releasing hormonen (RH) in portaalsysteem in steel van hypofyse
stimulatie van endocriene cellen in voorkwab van hypofyse.
- Glando trope hormonen (stimuleren andere endocriene organen):
o TSH = thyreoïd stimulerend hormoon = hormoon van hypofyse voorkwab met stimulerend
effect op schildklier
o ACTH = adreno cortico troop hormoon = hormoon met effect op bijnierschors
, o FSH = follikel stimulerend hormoon
o LH/ ICSH = luteïniserend hormoon (bij vrouw) en interstitiële cellen stimulerend hormoon (bij
man) = hormoon dat in testis de testosteron productie stimuleert
- Effectorhormonen (rechtstreeks effect op effector organen):
o STH = somato troop hormoon = somatotropine = HGH = humaan groei hormoon (=GH)
Groei: tot sluiten groeikraakbeenschijven, stimuleert bouwstofwisseling en groei, bij
te weinig hypofysaire dwerg, bij te veel reuzengroei, acro megalie = groei van
uiteinden nadat groeikraakbeenschijven gesloten zijn
o MSH = melanocyten (= cellen die in huid pigment aanmaken) stimulerend hormoon
Bij zwangere: onder invloed van zwangerschapshormonen : meer effecten MSH:
pigmentatie van linea alba (zw streep op buik)
o LTH = lacto troop hormoon = prolactine = luteotroop hormoon = hormoon voor productie
moedermelk
Begin zwangerschap:
Samen met GH: ontwikkeling borstzn
Stimuleert corpus luteum
Na bevalling:
Vorming of productie van moedermelk
3.Epifyse
= endocrien orgaan
= pijnappelklier
Ligging: dorsaal gedeelte dak derde ventrikel
Hormoon: melatonine (dag: laag, nacht: hoog)
epifyse
4.Schildklier
= endocrien orgaan
Hormonen:
- Follikels met colloïd schildklierhormoon
o T3 = triiode thyronine
o T4 = tetraiode thyronine
- C cellen
o Calcitonine: doet calcemie dalen in botten, nieren en darmen
Terminologie:
- Volume schildklier:
o In zijn geheel vergroot = struma, goiter
o Knobbel = nodulus, warme nodulus = knobbel die actief hormoon maakt
- Werking schildklier:
o Hyperthyreoïdie = te harde werking, te veel schildklierhormoon
o Euthyreoïdie = normale werking
o Hypothyreoïdie = te weinig werking, te weinig schildklierhormoon
Voorwaarden voor normale werking:
- Jodium, TSH uit hypofyse, normaal schildklierweefsel
1.Werking
Worden door endocriene klieren rechtstreeks in bloed afgegeven, passen op receptoren van doelwit-cellen.
Regelkringen: negtieve feedback of terugkoppeling
Hypofyse:
Geeft TSH af en dat stimuleert schildklier
Schildklier:
Maakt schildklierhormoon T3 en T4 en die hebben hun
effecten op de cel.
Als schildklier voldoende T3 en T4 gemaakt heeft zal er een
signaal gaan naar hypofyse = feedback = negatieve feedback
Als er te weinig T3 en T4 gemaakt wordt dan komt er een positief
signaal naar hypofyse = positieve feedback
weefselhormonen:
- Renale erythropoietische factor EPO
- Gastrine, secretine
- Histamine
- Zwangerschapshormonen
2.Hypofyse
= endocrien orgaan
Hypothalamo-hypofysaire as (dubbele verbinding)
Ligginh: in het turks zadel, achter chiasma opticum
2.1Neurohypofyse
Neuronen met oorsprong in hypothalamus geven hormonen af thv achterkwab:
- ADH
o Bij dorst: COD (colloïd-osmotische druk) van
bloed te hoog neuronen van dorstcentrum
geven ADH in bloed H2O reabsorptie thv
ducti colligentes van nefronen
- Oxytocine
o Kind zuigt aan tepel afferente stimuli naar
zenuwstelsel neuronen van hypothalamus
geven thv achterkwab van hypofyse oxytocine
in bloed. Effecten: melkejectie, baarmoedercontracties
2.2Adenohypofyse
= voorkwab van hypofyse
Neuronen van hypothalamus geven releasing hormonen (RH) in portaalsysteem in steel van hypofyse
stimulatie van endocriene cellen in voorkwab van hypofyse.
- Glando trope hormonen (stimuleren andere endocriene organen):
o TSH = thyreoïd stimulerend hormoon = hormoon van hypofyse voorkwab met stimulerend
effect op schildklier
o ACTH = adreno cortico troop hormoon = hormoon met effect op bijnierschors
, o FSH = follikel stimulerend hormoon
o LH/ ICSH = luteïniserend hormoon (bij vrouw) en interstitiële cellen stimulerend hormoon (bij
man) = hormoon dat in testis de testosteron productie stimuleert
- Effectorhormonen (rechtstreeks effect op effector organen):
o STH = somato troop hormoon = somatotropine = HGH = humaan groei hormoon (=GH)
Groei: tot sluiten groeikraakbeenschijven, stimuleert bouwstofwisseling en groei, bij
te weinig hypofysaire dwerg, bij te veel reuzengroei, acro megalie = groei van
uiteinden nadat groeikraakbeenschijven gesloten zijn
o MSH = melanocyten (= cellen die in huid pigment aanmaken) stimulerend hormoon
Bij zwangere: onder invloed van zwangerschapshormonen : meer effecten MSH:
pigmentatie van linea alba (zw streep op buik)
o LTH = lacto troop hormoon = prolactine = luteotroop hormoon = hormoon voor productie
moedermelk
Begin zwangerschap:
Samen met GH: ontwikkeling borstzn
Stimuleert corpus luteum
Na bevalling:
Vorming of productie van moedermelk
3.Epifyse
= endocrien orgaan
= pijnappelklier
Ligging: dorsaal gedeelte dak derde ventrikel
Hormoon: melatonine (dag: laag, nacht: hoog)
epifyse
4.Schildklier
= endocrien orgaan
Hormonen:
- Follikels met colloïd schildklierhormoon
o T3 = triiode thyronine
o T4 = tetraiode thyronine
- C cellen
o Calcitonine: doet calcemie dalen in botten, nieren en darmen
Terminologie:
- Volume schildklier:
o In zijn geheel vergroot = struma, goiter
o Knobbel = nodulus, warme nodulus = knobbel die actief hormoon maakt
- Werking schildklier:
o Hyperthyreoïdie = te harde werking, te veel schildklierhormoon
o Euthyreoïdie = normale werking
o Hypothyreoïdie = te weinig werking, te weinig schildklierhormoon
Voorwaarden voor normale werking:
- Jodium, TSH uit hypofyse, normaal schildklierweefsel