begeleiden van
doelgroepen
Doelgroep analyse
Student: …………..
Studentnummer: ………..
Hogeschool Windesheim
Assosatie degree Sociaal werk in de zorg
2024-2025
Docent: ………..
Inleverdatum: ………..
,Inleiding
Mijn naam is ……. en ik loop stage bij ……… In Zwolle.
In dit verslag ga ik vertellen over mijn stage. Ook ga ik het hebben over wat de
organisatie inhoudt, uitleg over de doelgroep en mijn collega’s waarmee ik werk.
In dit verslag ga ik inhoudelijk praten over de doelgroep en het stagebedrijf. Ik wil
met dit verslag een beter beeld vormen over mijn stage en de taken binnen mijn
stage. Ook wil ik jullie een toelichting geven over bijkomende factoren die samen
zorgen voor een veilig pedagogisch klimaat op mijn stage.
1
,Inhoud
Inleiding............................................................................................................... 1
A1: onderzoeken van doelgroepen.........................................................................3
Organisatie.......................................................................................................... 4
De organisatie.................................................................................................. 4
Atelier en winkel............................................................................................... 4
De ………., Stichting ………............................................................................... 4
Samenwerking..................................................................................................... 6
De doelgroep....................................................................................................... 7
Omschrijving kernmerken van de doelgroep.....................................................11
Leefwereld en maatschappelijke positie............................................................12
De zeven kerntaken binnen het beroep.............................................................14
Wet- en regelgeving.......................................................................................... 17
Groepsdynamica............................................................................................... 20
Groepsfases................................................................................................... 20
Groepsontwikkeling........................................................................................ 21
Niveaus van groep functioneren........................................................................22
.......................................................................................................................... 23
Communicatie................................................................................................... 24
Groepsgerichte interventie................................................................................ 27
Opdracht groepsgerichte interventie................................................................29
Soep maken................................................................................................... 29
Uitvoering....................................................................................................... 30
Tijdschema..................................................................................................... 30
Communicatie................................................................................................ 30
Reflectie............................................................................................................ 31
Bijlagen............................................................................................................. 32
Feedbackformulier leerwerkbegeleider.............................................................32
Literatuurlijst..................................................................................................... 33
2
, A1: onderzoeken van doelgroepen
A1. Onderzoeken van
doelgroepen
De professional onderzoekt de
leefwereld en de maatschappelijke
context van de doelgroep van het
sociaal werk. De professional
gebruikt in het onderzoek kennis
van de kerntaken van het beroep,
wet- en regelgeving en de
organisatie van het sociaal werk. Hij
herkent de kenmerken en de
maatschappelijke positie van de
doelgroep en geeft hieraan
(ervaringswijzer.nl, 2024)
3
,Organisatie
De organisatie
…… is een organisatie die in 2008 is opgericht. Het begon het als eenmanszaak,
door de jaren heen is dit gegroeid en heeft het bedrijf op verschillende locaties en
plekken waar deelnemers aan de slag kunnen. Hierdoor bieden ze al jaren
begeleiding aan mensen met voornamelijk een verstandelijke beperking. Dit
gebeurt ambulant, bij mensen thuis binnen hun begeleid wonen project of op een
van de kleinschalige dagbestedingsplekken. Dit gebeurt met veel enthousiasme
en positiviteit (……...nl, 2008).
Atelier en winkel
………. ligt aan de stadsgracht in het centrum van Zwolle. In het atelier werken
acht deelnemers samen met begeleiders aan creatieve stukken die aansluiten bij
hun wensen en talenten. Elke deelnemer heeft zijn eigen talenten en eigen
creativiteit. Dit is ook terug te zien in hun werk, zo is elk individueel stuk
gekenmerkt met een stukje herkenbaarheid van een deelnemer. Dit maken de
kunstwerken daarom ook stuk voor stuk speciaal. Waar vooral aan wordt gewerkt
binnen het atelier is; schilderen, kleien, haken, zeep/kaarsen maken en
houtbranden. Ook gaan ze regelmachtig op excursie en worden er verschillende
workshops gegeven voor de deelnemers. Het werk blijft daarom gevarieerd en
interessant. De meeste creatieve stukken worden verkocht in de winkel.
De deelnemers werken op de tweede verdieping van de winkel. Op de begaande
grond is de winkel, hierin helpen enkele deelnemers met de verkoop, etaleren en
decoreren van de producten en zelfgemaakte cadeaus in de winkel. (……...nl,
2008)
De ………., Stichting ………..
De ………. zit in …… in Zwolle, …… is in samenwerking met Stichting …… een
project gestart ‘meewerken op de ………’. Op de …….. kunnen deelnemers
meehelpen met het verzorgen van de dieren, onderhouden van de tuin en het
helpen in de horeca. Bij de ……… staat respect voor mens, dier en natuur
centraal (……..nl, 2008).
Begeleid wonen & ambulante zorg
Ook biedt …….. individuele begeleiding aan jongvolwassenen. ……. biedt dit op
verschillende manieren aan waaronder; bij een persoon thuis, op locaties van
…….., school of werkplaats. Er wordt rekening gehouden met de wensen van de
cliënt van uit daar wordt een plan gemaakt. Het traject is voor ieder persoon
anders, daarom wordt er voor ieder persoon een eigen plan gemaakt die helpt
voor het beter meebewegen in de samenleving, sociale contacten en sociaal
emotionele ondersteuning. …… helpt cliënten met zelfredzaamheid. Zo wordt er
geholpen met het plannen en organiseren van dagelijkse taken en bezigheden,
denk aan; financiën, besluiten nemen, contextverheldering, omgaan met
beïnvloeding van buitenaf, sociale contacten en sociaal emotionele
ondersteuning (……..nl, 2008).
Ook heeft …… naast bovenstaande ook nog een begeleid wonen project in ……..
en …... Hier wonen jongeren met onder andere ASS en LVG die door ……. worden
begeleid bij hun dagelijkse taken. (……..nl, 2008)
4