Summary Exam Criminal Behaviour over the Lifecourse
Week 1 – Life Course
Major questions course – Why study crime over the lifecourse?
Comes from observations from crimes – Data, relationships ages and crime (adolescents are more
involved – tijdens deze levensfase wordt er vaak misdaden gepleegd)
Focussing on Crime over the Lifecourse
- Until 1970/80s much research on crime focused on adolescents
o Research: find a group of youth on school surveys test your theory repeat
- Growing interest in criminal behaviour over the time
o ‘Criminal careers’
o Small percentage of offenders account for majority crimes; 6% 52% of all crimes –
criminal behaviour is concentrated on a small percentage of the population
o Introduces idea for crime over the time, changing
- Hirshi & Gottfredson (1983):
o Age-crime curve on the ‘brute facts of criminology’
o Crime declines with age; ‘maturational reform’, ‘ageing-out’
Invariant
Consistent explanations across age
Difference in degree
- The great debate (naar aanleiding van theorie hierboven)
D’Unger et al. (2002)
- Sex differences in age patterns of delinquents/criminal careers
- Real different between females and males, were the males have more categories and other ages
Age crime curve
Why does crime decline with age?
- Changes in social roles and contexts
- Depends on the type of crime – some types require a type of skills or money dus gebeuren op
latere leeftijd
What does it tell us?
- How crime distributed across a population according to the age of a population
- How distribution varies by crime type or over time
- shared social behaviors over time
Critiques of aggregate age-crime curves
- What does it NOT tell us??
o Gender
o Early v/s late starters
o Crime types
- Why does this matter?
o Our theoretical frameworks should be able to account for the age-crime relationship
o Who is the target for crime prevention/reduction
o Why does crime decline with age?
, Summary Exam Criminal Behaviour over the Lifecourse
Life course research
- Between individuals differences is normal to research v/s within-individual differences what you
research with this type of research
- Within this research you see different social pathways
o Like educational system
- Life course research onderzoekt patronen in individuele ervaring gevormd door verschillende
factoren; genetisch, sociale en demografische kenmerken, familie, vrienden, omgeving, historische
context – wordt gebruikt om criminaliteit te begrijpen
o Gaat niet alleen over duur van het leven, maar refereert naar volgorde van leeftijdsfases en
sociale rollen (social pathways)
Drie domeinen menselijk gedrag en functioneren: biologisch, psychologisch,
sociaal (staan met elkaar in verbinding)
Vier kernbeginselen voor het Life Course Perspective – Elder
1. Social-historical time and place
- Period effect
- When and where you were born matters (heeft effect op life
course individuen): birth cohort, historical context, social
change
- Sociale gebeurtenissen kunnen levens onderbreken en ervoor
zorgen dat de richting van individuen hun leven compleet
verandert; zichtbare of onzichtbare (over jaren heen)
gebeurtenissen
o Social norms
- Example effect due to COVID-19: many effects on different developments
- Maturity gap: grote verandering in de duur van adolescentie levensfase en de timing van
belangrijke verandering
2. Human Agency
- Agency; the capacity to exercise control over our lives (door keuzes en acties)
o Intentional choices/actions
o Made within societal constraints
- Decider choice making
- Huge debate in social sciences – Is it Agency or Structure?
3. Linkes lives
- Individuals are linked with others
o Parents, peers, partners, siblings, communities
- Individuele levens zijn gelinkt aan levens van andere, verandering en evenementen in de levens
van de mensen om ons heen hebben een zekere impact op ons eigen leven
o Ouder in de gevangenis maakt het waarschijnlijker criminaliteit te gaan plegen
o Omgeving waarin het normaal is alcohol te drinken, ga je sneller/jonger drinken
4. Timing in lives: The Life Stage Principle
- The age at which events occur affect trajectories and transitions
o E.g. timing of arrest, interventions, parental incarceration, negative life event
- Stage of development
, Summary Exam Criminal Behaviour over the Lifecourse
- Social norms
- De timing van de gebeurtenissen en interventies is cruciaal voor het effect; met andere leeftijd/in
andere levensfase kunnen gebeurtenissen volkomen anders ervaren worden
Life course concepts
- Trajectories: criminal behaviour over the lifecourse, education can be it, some can lead to others,
they influence each other
o Opvolging van toestanden binnen conceptueel gebied, gekoppeld aan dimensies van
consequenties (entrance, succes, timing), je hebt ze of hoort erbij of niet (kinderen,
toegang tot school), langere periode, zoals parenthood of educatie
- Transitions: happen within trajectories, high school > university, relation > single, much more
common, many people go through it
o Bepaald door leeftijd, of het normaal is of niet voor je leeftijd, kunnen turning point in
leven representeren
o Transitions to another life phase, specific, high school to university
- Turning point: lead to sustain change, NOT the same as transitions! may not be expected
o For example arrested, because it will have an effect on your trajectory/life course
Age effect – as you get older it will get an effect on your behaviour
Period effect – what’s happening in that specific time period, having effect on the context
Cohort effect – birth cohort, generational effects, how you grow up depends on when you were born
Key terms
- Cumulative continuity (of disadvantage) – If something happens (events/actions) it will have a
causal effect on your (criminal) behaviour
o De manier hoe gedrag op een bepaald punt in het leven invloed heeft op kansen en gedrag
later in het leven, dynamisch proces in deliquent gedrag
- Self-selection – traits/disposition explain behaviour, variations in traits variation in behaviour
o People do not choose who they want to hang out with, underlying chance is effective
o Neiging van individuen om ervaring te selecteren die consistent zijn met interne
eigenschappen of disposities die al vroeg in het leven worden vastgesteld, cumulatieve
continuïteit
- Ontogenesis and the ontogenetic fallacy
o Biologische dimensie
o Ontogenesis – volgorde van evenementen betrokken bij ontwikkeling van individueel
organisme, groei van ei tot individu
o Ontogenetic fallacy (misvatting) – misvatting ontwikkelingsresultaten uitsluitend toe te
schrijven aan ontplooiing van persoonlijke eigenschappen en te negeren dat het de
interactie is tussen eigenschappen en omgeving die het resultaat produceert
- Cohorts, Social Age, and Historical Age
o Cohort – groep individuen die de ‘same event within the same time interval’ ervaren, vaak
bepaald door leeftijd maar kan ook andere bekende kenmerken
Cohort effects – leden van bepaalde cohorten verschillen van elkaar in specifieke
karakteristieken, kan komen doordat ze andere reageren op een bepaalde
historische gebeurtenis
o Social age – verwachtingen van activiteiten die normaal zijn om mee te maken rond een
bepaalde leeftijd (zo oud ga je trouwen, kinderen krijgen)
, Summary Exam Criminal Behaviour over the Lifecourse
o Historical age – leeftijd heeft een verschillende betekenis afhankelijk van de historische
periode (16 in 2024 is anders dan in 1980)
Social age en historical age zijn verbonden met elkaar; implicaties van
gebeurtenissen en overgangen kunnen variëren afhankelijk van wanneer ze
historisch worden ervaren
- Longitudinal Research Designs
o Onderzoek naar wat gebeurt op een bepaalde periode wat het latere leven beïnvloed
longitudinale onderzoeksdesign
o Prospective longitudinal reasearch
Sample of individuals defines by age, followed over time
Voordeel – data kunnen relatief snel verzameld worden nadat het gebeurt, voordat
ze vervormd worden door de gedachtes
Nadeel – ze kunnen onrendabel zijn voor ernstige misdrijven, ligt aan steekproef
Steekproef uit algemene bevolking = normal/population samples, alternatief is
steekproef uit populaties met hoog risico/klinisch
Beste manier grote steekproeven (duur) OF risicosteekproeven (sociale
milieus neiging voor meer criminaliteit)
o Retrospective longitudinal design
Steekproef met oudere mensen geselecteerd op criteria die passen bij de studie, er
wordt terug gekeken op eerdere ervaringen
Nadeel – gebeurtenissen worden vergeten of anders ingevuld
Oplossing: life history calendar
Voordeel – steekproeven kunnen worden getrokken die voldoen aan de behoeften
van de onderzoeksvraag
Life-events calendar is een methode om de betrouwbaarheid en validiteit van self-reports (surveys) te
vergroten.
- Gebruikt om retrospectieve data te verzamelen wat correspondeert aan een duur (dagen/jaren..)
- Longitudinale data van een cross-sectionele steekproef
- Houdt rekening met rol van cognitie en antwoordgedrag (response behavior)
- Interviewer begint vaak met onvergetelijke gebeurtenissen volgordeplaatsing
- Dynamische manier; mentaal (vragen) en visueel (kalender)
- Methode vooral nuttig leden met chaotische levens, lees-/geheugenproblemen, onderzoek deviatie
en criminaliteit
- Participation – onderscheid tussen mensen die ooit in hun leven een misdaad plegen en wie niet
- Current participation – onderscheid mensen over bepaalde periode
- Age of onset – eerste keer wanneer iemand een misdaad pleegt
- Desistance – einde van criminele periode
- Frequency – aantal criminele activiteiten binnen een bepaalde periode, verschil bepaald door
demografische factoren
- Seriousness – type misdaad verdeeld op schaal van ernst
- Duration/career length – duur van criminele carrière
Meerdere manieren om onderzoek te doen met de life-events calendar
- Kwalitatief: Life history interviews, kan verwerkt worden met kwantitatieve analyses (mix-
method research – triangulatie)
Week 1 – Life Course
Major questions course – Why study crime over the lifecourse?
Comes from observations from crimes – Data, relationships ages and crime (adolescents are more
involved – tijdens deze levensfase wordt er vaak misdaden gepleegd)
Focussing on Crime over the Lifecourse
- Until 1970/80s much research on crime focused on adolescents
o Research: find a group of youth on school surveys test your theory repeat
- Growing interest in criminal behaviour over the time
o ‘Criminal careers’
o Small percentage of offenders account for majority crimes; 6% 52% of all crimes –
criminal behaviour is concentrated on a small percentage of the population
o Introduces idea for crime over the time, changing
- Hirshi & Gottfredson (1983):
o Age-crime curve on the ‘brute facts of criminology’
o Crime declines with age; ‘maturational reform’, ‘ageing-out’
Invariant
Consistent explanations across age
Difference in degree
- The great debate (naar aanleiding van theorie hierboven)
D’Unger et al. (2002)
- Sex differences in age patterns of delinquents/criminal careers
- Real different between females and males, were the males have more categories and other ages
Age crime curve
Why does crime decline with age?
- Changes in social roles and contexts
- Depends on the type of crime – some types require a type of skills or money dus gebeuren op
latere leeftijd
What does it tell us?
- How crime distributed across a population according to the age of a population
- How distribution varies by crime type or over time
- shared social behaviors over time
Critiques of aggregate age-crime curves
- What does it NOT tell us??
o Gender
o Early v/s late starters
o Crime types
- Why does this matter?
o Our theoretical frameworks should be able to account for the age-crime relationship
o Who is the target for crime prevention/reduction
o Why does crime decline with age?
, Summary Exam Criminal Behaviour over the Lifecourse
Life course research
- Between individuals differences is normal to research v/s within-individual differences what you
research with this type of research
- Within this research you see different social pathways
o Like educational system
- Life course research onderzoekt patronen in individuele ervaring gevormd door verschillende
factoren; genetisch, sociale en demografische kenmerken, familie, vrienden, omgeving, historische
context – wordt gebruikt om criminaliteit te begrijpen
o Gaat niet alleen over duur van het leven, maar refereert naar volgorde van leeftijdsfases en
sociale rollen (social pathways)
Drie domeinen menselijk gedrag en functioneren: biologisch, psychologisch,
sociaal (staan met elkaar in verbinding)
Vier kernbeginselen voor het Life Course Perspective – Elder
1. Social-historical time and place
- Period effect
- When and where you were born matters (heeft effect op life
course individuen): birth cohort, historical context, social
change
- Sociale gebeurtenissen kunnen levens onderbreken en ervoor
zorgen dat de richting van individuen hun leven compleet
verandert; zichtbare of onzichtbare (over jaren heen)
gebeurtenissen
o Social norms
- Example effect due to COVID-19: many effects on different developments
- Maturity gap: grote verandering in de duur van adolescentie levensfase en de timing van
belangrijke verandering
2. Human Agency
- Agency; the capacity to exercise control over our lives (door keuzes en acties)
o Intentional choices/actions
o Made within societal constraints
- Decider choice making
- Huge debate in social sciences – Is it Agency or Structure?
3. Linkes lives
- Individuals are linked with others
o Parents, peers, partners, siblings, communities
- Individuele levens zijn gelinkt aan levens van andere, verandering en evenementen in de levens
van de mensen om ons heen hebben een zekere impact op ons eigen leven
o Ouder in de gevangenis maakt het waarschijnlijker criminaliteit te gaan plegen
o Omgeving waarin het normaal is alcohol te drinken, ga je sneller/jonger drinken
4. Timing in lives: The Life Stage Principle
- The age at which events occur affect trajectories and transitions
o E.g. timing of arrest, interventions, parental incarceration, negative life event
- Stage of development
, Summary Exam Criminal Behaviour over the Lifecourse
- Social norms
- De timing van de gebeurtenissen en interventies is cruciaal voor het effect; met andere leeftijd/in
andere levensfase kunnen gebeurtenissen volkomen anders ervaren worden
Life course concepts
- Trajectories: criminal behaviour over the lifecourse, education can be it, some can lead to others,
they influence each other
o Opvolging van toestanden binnen conceptueel gebied, gekoppeld aan dimensies van
consequenties (entrance, succes, timing), je hebt ze of hoort erbij of niet (kinderen,
toegang tot school), langere periode, zoals parenthood of educatie
- Transitions: happen within trajectories, high school > university, relation > single, much more
common, many people go through it
o Bepaald door leeftijd, of het normaal is of niet voor je leeftijd, kunnen turning point in
leven representeren
o Transitions to another life phase, specific, high school to university
- Turning point: lead to sustain change, NOT the same as transitions! may not be expected
o For example arrested, because it will have an effect on your trajectory/life course
Age effect – as you get older it will get an effect on your behaviour
Period effect – what’s happening in that specific time period, having effect on the context
Cohort effect – birth cohort, generational effects, how you grow up depends on when you were born
Key terms
- Cumulative continuity (of disadvantage) – If something happens (events/actions) it will have a
causal effect on your (criminal) behaviour
o De manier hoe gedrag op een bepaald punt in het leven invloed heeft op kansen en gedrag
later in het leven, dynamisch proces in deliquent gedrag
- Self-selection – traits/disposition explain behaviour, variations in traits variation in behaviour
o People do not choose who they want to hang out with, underlying chance is effective
o Neiging van individuen om ervaring te selecteren die consistent zijn met interne
eigenschappen of disposities die al vroeg in het leven worden vastgesteld, cumulatieve
continuïteit
- Ontogenesis and the ontogenetic fallacy
o Biologische dimensie
o Ontogenesis – volgorde van evenementen betrokken bij ontwikkeling van individueel
organisme, groei van ei tot individu
o Ontogenetic fallacy (misvatting) – misvatting ontwikkelingsresultaten uitsluitend toe te
schrijven aan ontplooiing van persoonlijke eigenschappen en te negeren dat het de
interactie is tussen eigenschappen en omgeving die het resultaat produceert
- Cohorts, Social Age, and Historical Age
o Cohort – groep individuen die de ‘same event within the same time interval’ ervaren, vaak
bepaald door leeftijd maar kan ook andere bekende kenmerken
Cohort effects – leden van bepaalde cohorten verschillen van elkaar in specifieke
karakteristieken, kan komen doordat ze andere reageren op een bepaalde
historische gebeurtenis
o Social age – verwachtingen van activiteiten die normaal zijn om mee te maken rond een
bepaalde leeftijd (zo oud ga je trouwen, kinderen krijgen)
, Summary Exam Criminal Behaviour over the Lifecourse
o Historical age – leeftijd heeft een verschillende betekenis afhankelijk van de historische
periode (16 in 2024 is anders dan in 1980)
Social age en historical age zijn verbonden met elkaar; implicaties van
gebeurtenissen en overgangen kunnen variëren afhankelijk van wanneer ze
historisch worden ervaren
- Longitudinal Research Designs
o Onderzoek naar wat gebeurt op een bepaalde periode wat het latere leven beïnvloed
longitudinale onderzoeksdesign
o Prospective longitudinal reasearch
Sample of individuals defines by age, followed over time
Voordeel – data kunnen relatief snel verzameld worden nadat het gebeurt, voordat
ze vervormd worden door de gedachtes
Nadeel – ze kunnen onrendabel zijn voor ernstige misdrijven, ligt aan steekproef
Steekproef uit algemene bevolking = normal/population samples, alternatief is
steekproef uit populaties met hoog risico/klinisch
Beste manier grote steekproeven (duur) OF risicosteekproeven (sociale
milieus neiging voor meer criminaliteit)
o Retrospective longitudinal design
Steekproef met oudere mensen geselecteerd op criteria die passen bij de studie, er
wordt terug gekeken op eerdere ervaringen
Nadeel – gebeurtenissen worden vergeten of anders ingevuld
Oplossing: life history calendar
Voordeel – steekproeven kunnen worden getrokken die voldoen aan de behoeften
van de onderzoeksvraag
Life-events calendar is een methode om de betrouwbaarheid en validiteit van self-reports (surveys) te
vergroten.
- Gebruikt om retrospectieve data te verzamelen wat correspondeert aan een duur (dagen/jaren..)
- Longitudinale data van een cross-sectionele steekproef
- Houdt rekening met rol van cognitie en antwoordgedrag (response behavior)
- Interviewer begint vaak met onvergetelijke gebeurtenissen volgordeplaatsing
- Dynamische manier; mentaal (vragen) en visueel (kalender)
- Methode vooral nuttig leden met chaotische levens, lees-/geheugenproblemen, onderzoek deviatie
en criminaliteit
- Participation – onderscheid tussen mensen die ooit in hun leven een misdaad plegen en wie niet
- Current participation – onderscheid mensen over bepaalde periode
- Age of onset – eerste keer wanneer iemand een misdaad pleegt
- Desistance – einde van criminele periode
- Frequency – aantal criminele activiteiten binnen een bepaalde periode, verschil bepaald door
demografische factoren
- Seriousness – type misdaad verdeeld op schaal van ernst
- Duration/career length – duur van criminele carrière
Meerdere manieren om onderzoek te doen met de life-events calendar
- Kwalitatief: Life history interviews, kan verwerkt worden met kwantitatieve analyses (mix-
method research – triangulatie)