Notes Litature Criminal Behaviour during Lifecourse
Benson, M.L. (2013). Crime and the Life Course (Chapter 1). Routledge: New York
Life course theory – onderzoekt patronen in individuele ervaring gevormd door verscheidende factoren;
genetisch, sociale en demografische kenmerken, familie, vrienden, omgeving, historische context,
onvoorspelbare evenementen
Life course theory gebruiken voor het begrijpen van betrokkenheid in criminaliteit
Life course gaat niet alleen over duur van het leven, maar refereert naar volgorde van leeftijdsfases en sociale
rollen dat sociale worden geconstrueerd en herkent als verschillend zijn van iemand
- Banen in drie domeinen van menselijk gedrag en functioneren: Biologisch, Psychologisch, Sociaal (staan met
elkaar in verbinding)
Vier Kernbeginselen voor het Life Course Perspective (Elder)
1. Historical time and place
- De historische tijd en plaats waar we leven heeft een effect de life course die individuen volgen
- Sociale gebeurtenissen kunnen de levens onderbreken en ervoor zorgen dat de richting van individuen
hun leven compleet verandert
o Zichtbare gebeurtenissen zoals oorlog, crisis
o Of minder zichtbaar; grote veranderingen over de jaren heen
- Maturity gap: grote verandering in de duur van de adolescentie levensfase en de timing van belangrijke
verandering,
2. Timing in lives: The Life Stage Principle
- De timing van de gebeurtenis en interventies is cruciaal voor het effect; met een andere leeftijd/in een
andere levensfase kunnen gebeurtenissen volkomen anders ervaren worden
3. Linked lives
- De individuele levens zijn gelinkt aan levens van andere, veranderingen en evenementen in de levens
van de mensen om ons heen hebben een zekere impact op ons eigen leven
o Bijv. ouder in de gevangenis maakt het waarschijnlijker criminaliteit te gaan plegen
4. Human agency
- Agency is de capaciteit om ons eigen leven te besturen door het maken van keuzes en acties
- Construct en choices
Begrippen binnen criminologie
- Participation – onderscheid tussen mensen die ooit in hun leven een misdaad plegen en wie niet
- Current participation – onderscheid mensen over een bepaalde perioden
- Age of onset – eerste keer wanneer iemand een misdaad pleegt
- Desistance – einde van een criminele periode
- Frequency – aantal criminele activiteiten binnen een bepaalde periode, verschil bepaald door demografische
factoren
- Seriousness – type misdaad verdeeld op schaal van ernst
- Duration/career lenght – duur van de criminele carière
Limitaties life course perspective: conceptualization of crime
Belangrijke concepten
- Trajectories en Transitions
o Trajectories – opvolging van toestanden binnen conceptueel gebied, gekoppeld aan dimensies met
consequenties (entrance, succes, timing), je hebt ze of hoort er bij of niet (kinderen, toegang tot
school)
o Transitions – bepaald door leeftijd, of het normaal is of niet voor je leeftijd, kunnen turning point
in een leven representeren
- Cumulative Continuity and Self-selection
o Cummulative continuity – de manier hoe gedrag op een bepaald punt in het leven invloed heeft op
kansen en gedrag later in het leven, dynamische proces in delinquent gedrag
, Notes Litature Criminal Behaviour during Lifecourse
o Self-selection – neiging van individuen om ervaring te selecteren die consistent zijn met interne
eigenschappen of disposities die al vroeg in het leven worden vastgesteld, cumulatieve continuïteit
- Ontogenesis and the ontogenetic fallacy
o Biologische dimensie
o Ontogenesis – volgorde van evenement betrokken bij de ontwikkeling van een individueel
organisme, groei van ei tot individu
o Ontogenetic fallacy (misvatting)- misvatting ontwikkelingsresultaten uitsluitend toe te schrijven
aan ontplooiing van persoonlijke eigenschappen en te negeren dat het de interactie is tussen
eigenschappen en omgeving die het resultaat produceert
- Cohorts, Social Age, and Historical Age
o Cohort – groep individuen die de ‘same event within the same time interval’ ervaren, vaak bepaald
door leeftijd maar kan ook andere bekende kenmerken
Cohort effects – leden van bepaalde cohorten verschillen van elkaar in specifieke
karakteristieken, kan komen doordat ze andere reageren op een bepaalde historische
gebeurtenis
o Social age – expetaties van activiteiten die normaal zijn om mee te maken rond een bepaalde
leeftijd (zo oud ga je trouwen, kinderen krijgen)
o Historical age – leeftijd heeft een verschillende betekenis afhankelijk van de historische periode
(16 in 2024 is anders dan in 1980)
Social age en historical age zijn verbonden met elkaar; implicaties van gebeurtenissen en
overgangen kunnen variëren afhankelijk van wanneer ze historisch worden ervaren
- Longitudinal Research Designs
o Onderzoek naar wat gebeurt op een bepaalde periode wat het latere leven beïnvloed
longitudinale onderzoeksdesign
o Prospective longitudinal reasearch
Sample of individuals defines by age, followed over time
Voordeel – data kunnen relatief snel verzameld worden nadat het gebeurt, voordat ze
vervormd worden door de gedachtes
Nadeel – ze kunnen onrendabel zijn voor ernstige misdrijven, ligt aan steekproef
Steekproef uit algemene bevolking = normal/population samples, alternatief is
steekproef uit populaties met hoog risico/klinisch
Beste manier grote steekproeven (duur) OF risicosteekproeven (sociale milieus
neiging voor meer criminaliteit)
o Retrospective longitudinal design
Steekproef met oudere mensen geselecteerd op criteria die passen bij de studie, er wordt
terug gekeken op eerdere ervaringen
Nadeel – gebeurtenissen worden vergeten of anders ingevuld
Oplossing: life history calendar
Voordeel – steekproeven kunnen worden getrokken die voldoen aan de behoeften van de
onderzoeksvraag
Sutton, J.E. (2010). A review of life-events calendar method for criminological research. Journal of
Criminal Justice 38: 1038-1044.
Life-events calendar is een methode om de betrouwbaarheid en validiteit van self-reports (surveys) te vergroten.
- Gebruikt om retrospectieve data te verzamelen wat correspondeert aan een duur (dagen/jaren..)
- Longitudinale data van een cross-sectionele steekproef
- Houdt rekening met rol van cognitie en antwoordgedrag (response behavior)
- Interviewer begint vaak met onvergetelijke gebeurtenissen volgordeplaatsing
- Dynamische manier; mentaal (vragen) en visueel (kalender)
- Methode vooral nuttig leden met chaotische levens, lees-/geheugenproblemen, onderzoek deviatie en
criminaliteit
, Notes Litature Criminal Behaviour during Lifecourse
Meerdere manieren om onderzoek te doen met de life-events calendar
- Kwalitatief: Life history interviews, kan verwerkt worden met kwantitatieve analyses (mix-method research
– triangulatie)
- Kwantitatief: Self-report surveys, data kunnen gebruikt worden om longitudinale relaties tussen
overtredingen en levensloop te zien
Bij life-course interview wordt vaak gebruikt gemaakt van een face-to-face interview wat meerdere voordelen
geeft:
(1) Er ontstaat een dynamisch gesprek waarbij de interviewer en geïnterviewde allebei vragen kunnen stellen
de sociale afstand, waarbij criminoloog ‘boven’ crimineel staat, wordt afgebroken
(2) Heen en weer stijl van levensgebeurtenissen kunnen onderzoekers compenseren voor slechte cognitieve
vaardigheden door ambiguïteit op te helderen die respondenten ervaren
Betrouwbaarheid en validiteit
- Completeness and recall – leidt vaker tot onder rapportage, misdadigers zeggen dat bepaalde dingen minder
erg zijn/vertellen sommige dingen niet
- Consistency – getest dmw test-hertest betrouwbaarheid, grondigere gegevens verzamelen
- Timing
Moffitt, T.E. (1993). Adolescence-Limited and Life-Course-Persistent Antisocial Behavior: A Dual
Taxonomy. Psychological Review 100(4), 674-701.
Differences in antisocial behavior; stable and persistent, or temporary and situational
For delinquents whose criminal activity is confined to the adolescent years; causal factor may be proximal,
specific to the period of adolescent development, theory must account for discontinuity
For persons whose delinquency is a continuous lifelong antisocial course, theory must locate its causal factors in
their early childhoods, and must explain the continuity in their troubled lives
Dual taxonomy – reference to the mysterious relationship between age and antisocial behavior
Age and Antisocial Behavior
- Incidence of offending crimes appear the highest during
adolescence
- Manifestations of antisocial behavior emerge very early in
the life course and remain present thereafter: problems in
childhood
- Rates of illegal behaviour is during adolescence high >
participation in delinquency is normal part of teen life
- Adolescence: increase of number of people involved in
antisocial behavior
- Two types of offenders
(1) Life-course-persistent – continuous course, stable, of antisocial behavior, small number of the
population
a. Antisocial behaviour stable from early childhood
b. It is more likely that the remarkable constancy of prevalence rates reflects the
reoccurrence of the same life-course-persistent individuals in different antisocial
categories at different ages
(2) Adolescence-limited – temporary involvement in antisocial behaviour, more common
- Longitudinal data is needed to research this groups and where they come from; distinguish individual
differences in the developmental course of antisocial behaviour
Benson, M.L. (2013). Crime and the Life Course (Chapter 1). Routledge: New York
Life course theory – onderzoekt patronen in individuele ervaring gevormd door verscheidende factoren;
genetisch, sociale en demografische kenmerken, familie, vrienden, omgeving, historische context,
onvoorspelbare evenementen
Life course theory gebruiken voor het begrijpen van betrokkenheid in criminaliteit
Life course gaat niet alleen over duur van het leven, maar refereert naar volgorde van leeftijdsfases en sociale
rollen dat sociale worden geconstrueerd en herkent als verschillend zijn van iemand
- Banen in drie domeinen van menselijk gedrag en functioneren: Biologisch, Psychologisch, Sociaal (staan met
elkaar in verbinding)
Vier Kernbeginselen voor het Life Course Perspective (Elder)
1. Historical time and place
- De historische tijd en plaats waar we leven heeft een effect de life course die individuen volgen
- Sociale gebeurtenissen kunnen de levens onderbreken en ervoor zorgen dat de richting van individuen
hun leven compleet verandert
o Zichtbare gebeurtenissen zoals oorlog, crisis
o Of minder zichtbaar; grote veranderingen over de jaren heen
- Maturity gap: grote verandering in de duur van de adolescentie levensfase en de timing van belangrijke
verandering,
2. Timing in lives: The Life Stage Principle
- De timing van de gebeurtenis en interventies is cruciaal voor het effect; met een andere leeftijd/in een
andere levensfase kunnen gebeurtenissen volkomen anders ervaren worden
3. Linked lives
- De individuele levens zijn gelinkt aan levens van andere, veranderingen en evenementen in de levens
van de mensen om ons heen hebben een zekere impact op ons eigen leven
o Bijv. ouder in de gevangenis maakt het waarschijnlijker criminaliteit te gaan plegen
4. Human agency
- Agency is de capaciteit om ons eigen leven te besturen door het maken van keuzes en acties
- Construct en choices
Begrippen binnen criminologie
- Participation – onderscheid tussen mensen die ooit in hun leven een misdaad plegen en wie niet
- Current participation – onderscheid mensen over een bepaalde perioden
- Age of onset – eerste keer wanneer iemand een misdaad pleegt
- Desistance – einde van een criminele periode
- Frequency – aantal criminele activiteiten binnen een bepaalde periode, verschil bepaald door demografische
factoren
- Seriousness – type misdaad verdeeld op schaal van ernst
- Duration/career lenght – duur van de criminele carière
Limitaties life course perspective: conceptualization of crime
Belangrijke concepten
- Trajectories en Transitions
o Trajectories – opvolging van toestanden binnen conceptueel gebied, gekoppeld aan dimensies met
consequenties (entrance, succes, timing), je hebt ze of hoort er bij of niet (kinderen, toegang tot
school)
o Transitions – bepaald door leeftijd, of het normaal is of niet voor je leeftijd, kunnen turning point
in een leven representeren
- Cumulative Continuity and Self-selection
o Cummulative continuity – de manier hoe gedrag op een bepaald punt in het leven invloed heeft op
kansen en gedrag later in het leven, dynamische proces in delinquent gedrag
, Notes Litature Criminal Behaviour during Lifecourse
o Self-selection – neiging van individuen om ervaring te selecteren die consistent zijn met interne
eigenschappen of disposities die al vroeg in het leven worden vastgesteld, cumulatieve continuïteit
- Ontogenesis and the ontogenetic fallacy
o Biologische dimensie
o Ontogenesis – volgorde van evenement betrokken bij de ontwikkeling van een individueel
organisme, groei van ei tot individu
o Ontogenetic fallacy (misvatting)- misvatting ontwikkelingsresultaten uitsluitend toe te schrijven
aan ontplooiing van persoonlijke eigenschappen en te negeren dat het de interactie is tussen
eigenschappen en omgeving die het resultaat produceert
- Cohorts, Social Age, and Historical Age
o Cohort – groep individuen die de ‘same event within the same time interval’ ervaren, vaak bepaald
door leeftijd maar kan ook andere bekende kenmerken
Cohort effects – leden van bepaalde cohorten verschillen van elkaar in specifieke
karakteristieken, kan komen doordat ze andere reageren op een bepaalde historische
gebeurtenis
o Social age – expetaties van activiteiten die normaal zijn om mee te maken rond een bepaalde
leeftijd (zo oud ga je trouwen, kinderen krijgen)
o Historical age – leeftijd heeft een verschillende betekenis afhankelijk van de historische periode
(16 in 2024 is anders dan in 1980)
Social age en historical age zijn verbonden met elkaar; implicaties van gebeurtenissen en
overgangen kunnen variëren afhankelijk van wanneer ze historisch worden ervaren
- Longitudinal Research Designs
o Onderzoek naar wat gebeurt op een bepaalde periode wat het latere leven beïnvloed
longitudinale onderzoeksdesign
o Prospective longitudinal reasearch
Sample of individuals defines by age, followed over time
Voordeel – data kunnen relatief snel verzameld worden nadat het gebeurt, voordat ze
vervormd worden door de gedachtes
Nadeel – ze kunnen onrendabel zijn voor ernstige misdrijven, ligt aan steekproef
Steekproef uit algemene bevolking = normal/population samples, alternatief is
steekproef uit populaties met hoog risico/klinisch
Beste manier grote steekproeven (duur) OF risicosteekproeven (sociale milieus
neiging voor meer criminaliteit)
o Retrospective longitudinal design
Steekproef met oudere mensen geselecteerd op criteria die passen bij de studie, er wordt
terug gekeken op eerdere ervaringen
Nadeel – gebeurtenissen worden vergeten of anders ingevuld
Oplossing: life history calendar
Voordeel – steekproeven kunnen worden getrokken die voldoen aan de behoeften van de
onderzoeksvraag
Sutton, J.E. (2010). A review of life-events calendar method for criminological research. Journal of
Criminal Justice 38: 1038-1044.
Life-events calendar is een methode om de betrouwbaarheid en validiteit van self-reports (surveys) te vergroten.
- Gebruikt om retrospectieve data te verzamelen wat correspondeert aan een duur (dagen/jaren..)
- Longitudinale data van een cross-sectionele steekproef
- Houdt rekening met rol van cognitie en antwoordgedrag (response behavior)
- Interviewer begint vaak met onvergetelijke gebeurtenissen volgordeplaatsing
- Dynamische manier; mentaal (vragen) en visueel (kalender)
- Methode vooral nuttig leden met chaotische levens, lees-/geheugenproblemen, onderzoek deviatie en
criminaliteit
, Notes Litature Criminal Behaviour during Lifecourse
Meerdere manieren om onderzoek te doen met de life-events calendar
- Kwalitatief: Life history interviews, kan verwerkt worden met kwantitatieve analyses (mix-method research
– triangulatie)
- Kwantitatief: Self-report surveys, data kunnen gebruikt worden om longitudinale relaties tussen
overtredingen en levensloop te zien
Bij life-course interview wordt vaak gebruikt gemaakt van een face-to-face interview wat meerdere voordelen
geeft:
(1) Er ontstaat een dynamisch gesprek waarbij de interviewer en geïnterviewde allebei vragen kunnen stellen
de sociale afstand, waarbij criminoloog ‘boven’ crimineel staat, wordt afgebroken
(2) Heen en weer stijl van levensgebeurtenissen kunnen onderzoekers compenseren voor slechte cognitieve
vaardigheden door ambiguïteit op te helderen die respondenten ervaren
Betrouwbaarheid en validiteit
- Completeness and recall – leidt vaker tot onder rapportage, misdadigers zeggen dat bepaalde dingen minder
erg zijn/vertellen sommige dingen niet
- Consistency – getest dmw test-hertest betrouwbaarheid, grondigere gegevens verzamelen
- Timing
Moffitt, T.E. (1993). Adolescence-Limited and Life-Course-Persistent Antisocial Behavior: A Dual
Taxonomy. Psychological Review 100(4), 674-701.
Differences in antisocial behavior; stable and persistent, or temporary and situational
For delinquents whose criminal activity is confined to the adolescent years; causal factor may be proximal,
specific to the period of adolescent development, theory must account for discontinuity
For persons whose delinquency is a continuous lifelong antisocial course, theory must locate its causal factors in
their early childhoods, and must explain the continuity in their troubled lives
Dual taxonomy – reference to the mysterious relationship between age and antisocial behavior
Age and Antisocial Behavior
- Incidence of offending crimes appear the highest during
adolescence
- Manifestations of antisocial behavior emerge very early in
the life course and remain present thereafter: problems in
childhood
- Rates of illegal behaviour is during adolescence high >
participation in delinquency is normal part of teen life
- Adolescence: increase of number of people involved in
antisocial behavior
- Two types of offenders
(1) Life-course-persistent – continuous course, stable, of antisocial behavior, small number of the
population
a. Antisocial behaviour stable from early childhood
b. It is more likely that the remarkable constancy of prevalence rates reflects the
reoccurrence of the same life-course-persistent individuals in different antisocial
categories at different ages
(2) Adolescence-limited – temporary involvement in antisocial behaviour, more common
- Longitudinal data is needed to research this groups and where they come from; distinguish individual
differences in the developmental course of antisocial behaviour