Schakeljaar verpleegkunde – paper (50%) + mondeling examen (50%)
Examen= 1 vraag over reiniging, .. en 1 vraag over algemene
voorzorgsmaatregelen. Daarbij gaat mevrouw beetje bijvragen. Verder
moeten we 2 werkjes maken van 2 bladzijden. 1ste deel gaat over product
of techniek zoals het onderhoud van de bedpan. En het andere deel gaat
over het isolatiebeleid/algemene voorzorgsmaatregelen. We kunnen dit
tegenwoordig via chat gpd doen, maar mevrouw gaat dit ondervragen.
(zoals je hebt een taak over chat gpd, maar …
2 taken over onderwerpen waar we iets aan hebben. (er mogen in principe
bijlagen bij, maar niet teveel, ze moet dit kunnen doorlezen op examen,
dubbelzijdig gwn. (dus 4 werkjes in totaal)
Les 1 - Inleiding
vroeger: ziekenhuisinfecties ⇒ nu: zorginfecties (infecties
verbonden aan zorg)
ziekenhuishygiëne doel = infectiepreventie/beheersing = voorkomen
van hospitalisme
hospitalisme = bijkomende schade ten gevolge van een
hospitalisatie
o Sociaal
o Psychisch
o Fysiek
niet-infectieus (bv. kompres achterlaten bij operatie)
infectieus (bijkomende schade, fysiek, infectieus
hospitalisme)
💡 ziekenhuishygiëne = dus het voorkomen van fysiek + infectieus
hospitalisme
Zorginfectie definitie (vaak op examen)
= infecties die optreden bij patiënten tijdens of in aansluiting met
hun verblijf in het ziekenhuis (evt. zelfs laattijdig) of breder in
aansluiting met zorg
o bv. pas tijd na opname infectie (korte ligduur)
o ook bv. in thuiszorg door thuisvpk
o DUS NIET infecties bij personeelsleden
= iatrogene infectie (= door medisch ingrijpen veroorzaakt)
= nosocomiale infectie (ziekte door zorg)
= secundaire infectie
= kruisinfectie
De term ziekenhuisinfectie zelf word niet meer veel gebruikt.
1
, dus infecties die al aanwezig zijn van voor de opname, in incubatie
zijn en zich later manifesteren = import van een infectie (maar bv.
nog in incubatie waren), zijn geen zorginfecties → ze moeten in het
ziekenhuis of door de zorg opgedaan zijn (examen)
= infectie 48 uur na opname (zo afgesproken, arbitrair, alles na
48u wordt toegeschreven aan ziekenhuisopname, ondanks dat dit
niet altijd volledig juist is)
o tijdens hospitalisatie
o in aansluiting met hospitalisatie (ptn steeds sneller ontslagen,
dus soms infectie niet de kans om te manifesteren)
binnen 30 dagen na ingreep (infectie in operatiegebied)
tot 1 of soms zelfs tot 2 jaar na ingreep verlengt worden
⇒ bij inbrengen van vreemd materiaal (soms zelfs tot 2
jaar)
o alles vóór 48 noemen we geen zorginfectie
er zijn CDC-definities (1996, 2008) + definities over zorginfecties in
rusthuizen (NHAI) (Tsan et al. Am J Infect Control, april 2008)
(moeten we niet kennen)
Vormen (soorten)
Meest frequente (in volgorde van belangrijkheid)
1. Urinaire infecties
2. (Postoperatieve) wondinfecties
3. (Ventilatorgeassocieerde) pneumonie (of bv. door aspiratie)
4. (Kathetergerelateerde) bacteriemie (of bv. bij wondinfectie
secundair)
Belang
1. Zeer frequent
prevalentie: 5% - 15% van patiënten
50% op intensieve zorgen
attack rate: 0,75 - 5,2 per 100 opnames
2
, o JAMA 2009: International study of the prevalence and
outcomes of infections in ICU
o KCE reports 92A en 102A
o www.ecdc.Europe.eu
Prevalentiepercentage van geïnfecteerde patiënten in Belgische
ziekenhuizen in 2008: 6,2%
Nederland vergelijkbaar, Frankrijk iets minder…verschilt wat
Zeer belangrijk
morbiditeit (bijkomende schade)
mortaliteit (overlijden)
moeilijk om te zeggen of het overlijden ten gevolgen van de
infectie is of tegelijkertijd loopt, aangezien het meestal de
zwakkere mensen zijn die zorginfecties krijgen.
Excess mortaliteit België 2600 overlijdens per jaar
kostprijs (voor pt, gemeenschap, verzekering, AB)
o therapie (bv. antibiotica)
o hospitalisatieduur
3
, o gemiddelde kosten 382 miljoen euro op jaarbasis ⇒ investeren
in infectiepreventie zal geld opbrengen
o maar registreren hierbij ook
belangrijk natuurlijk ⇒
landen met minder infecties
zijn misschien ook landen
waar ze minder
geregistreerd worden
o veel antibioticagebruik ⇒
veel resistentieproblemen!
(bv. Spanje?)
4