• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 68 pages
Summary

Samenvatting Inleiding Economisch Recht | Basisbegrippen | KU Leuven | 2026/27

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 68 pages

Ik behaalde zelf een 13/20 op het examen en heb in deze samenvatting alle belangrijke leerstof overzichtelijk gebundeld. Met deze samenvatting heb je alles wat je nodig hebt om je examen goed voor te bereiden! Het document bevat de belangrijkste lesnotities, aangevuld met de nodige informatie uit de cursus. De leerstof is duidelijk en overzichtelijk uitgewerkt, zodat je niet eindeloos door alle cursusmaterialen moet zoeken naar wat je écht moet kennen. Als je deze samenvatting grondig leert en beheerst, zou je zeker in staat moeten zijn om méér dan 13/20 te halen. Je hebt hiermee een stevige basis om goed voorbereid aan het examen te beginnen. Kortom: alles wat belangrijk is voor het examen, overzichtelijk samengebracht in één document.BTW: Vergeet niet nuggets te eten! Veel succes met studeren!

Content preview

1
Inleiding tot het economisch recht: inleiding en basisbegrippen van het recht


1.​ wat is recht & waarom hebben we recht
​ 1.1 wat is recht
“Recht” is het geheel van regels die het maatschappelijk leven ordent. Zonder recht zou iedereen doen wat hij wil → chaos.
⇒ Recht zorgt dus voor voorspelbaarheid, veiligheid en orde.
-​ objectief recht: recht hoe het is, onafhankelijk pers (hoe dat het in de regels staat) ⇒ vastgelegd (bevoegde overheid)
-​ wat?
-​ algemene gedragsregels: geldt voor ieder die aan de voorwaarden voldoet
-​ bv ouders verantwoordelijk kinderen → gn ouder = nvt, consumenten bij consumentenrecht, …
-​ uitgevaardigd bevoegde overheid bv rechter (rechtspraak) , parlement (wetten), regering (besluitenn)
-​ naleving afdwingbaar: sancties bij niet nakomen → OPM: enkel uitwendig: gedrag ≠ wat je denkt
je mag denken wat je wil, maar niet alles doen wat je wil
-​ doel? ordening vh maatschappelijk leven (ordelijk laten verlopen) ⇒ ANDERS CHAOS
-​ soorten objectief recht: ++b onderscheid voor interpretatie recht & onderverdeling bep kenmerken
(privaat vs publiekrecht, materieel vs formeel recht etc.)
-​ subjectief recht: individualisering rechtsregel → Jouw persoonlijk recht, dat voorkomt uit het objectief recht
-​ wat? door het objectief recht beschermde aanspraak op andermans gedrag
bv contract huis kopen, eigenaar plots 100.000 meer → recht om te weigeren → uw persoonlijk/subjectief recht
-​ recht vs rechtvaardigheid: Een rechter moet regels toepassen ongeacht eigen mening/visie/rechtvaardigheidsgevoel
​ 1.2 waarom hebben we recht
1)​ rechtsstaat
-​ vroeger: natuurstaat = survival of the fittest → nu: rechtsstaat = samenleving regels (mens neiging afspraken maken)
-​ wat? uitvaardigen, toepassen en doen naleven regels volgens beheerste procedures
-​ iedereen onderworpen aan recht → ook overheid, staat, …
-​ principe scheiding der machten: onafhankelijke rechterlijke macht
-​ rechterlijke, wetgevende en uitvoerende macht → alle 3 onderhevig aan rechtsregels: ++b = grondwet
-​ Waarom? systeem wederzijdse controle om machtsconcentratie te vermijden (= misbruik uitsluiten)
-​ beheerste procedures: Regels over hoe regels worden gemaakt: vr uitvaardigen, toepassen, afdwingen
-​ democratie: indirecte deelname volk (recht omvat regels die meerderheid rechtvaardig vindt)
-​ grondrechten: fundamentele rechten en vrijheden → vervat in grondwet (meningsuiting, privacy, gelijkheid,...)
2)​ functie staat en rechter
-​ verbod eigenrichting: heft nt in eigen handen nemen bv burgerwacht, inbreker neerschieten = verboden
-​ OPM: uitzondering zelfverdediging: lichaam of leven verdedigen → niet bezittingen!
-​ staat heeft geweldsmonopolie → politie staat in vr:
-​ strafrecht (straf geven die misdrijf (overtreding, wanbedrijf, misdaad) sanctioneert bv boete)
-​ uitvoering vonnissen
-​ rechter:
-​ heeft altijd gelijk: “gezag van gewijsde” ⇒ Wat de rechter beslist, geldt.
-​ heeft uitvoerende kracht (vonnissen) (deurwaarder, beslag,...)
-​ formulier van tenuitvoerlegging: formulier toestemming koning gebruiken geweld uitspraak te doen
naleven van het vonnis ⇒ Het daadwerkelijk uitvoeren
-​ voorbeeldcasus:
-​ situatie: fitness abonnement 24/7, fitness toch paar keer gesloten
-​ nt doen: geweld, inbreken
-​ wel doen:
-​ onderling proberen oplossen
-​ ingebrekestelling: brief afspraken naleven anders voor rechtbank
-​ dagvaarding gebracht door gerechtsdeurwaarder
-​ bij verstek veroordelen (afwezigheid tegenpartij)
-​ vonnis bv schadevergoeding
-​ geweld: staat
3)​ soorten recht
-​ dwingend recht
-​ wat? je mag NIET anders doen/afspreken (geen andere afspraken maken zodra het recht is ontstaan)
-​ wrm? bescherming private belangen = zwakkeren bv huurders, werknemers, consument
-​ weergeven? kan gn afstand doen van…, ongeacht anders luidende bepalingen, anders luidende bepalingen
worden niet voor beschreven gehouden, … ⇒ In de wet omschreven

, 2
-​ extra dwingend recht: openbare orde
-​ wat? je mag écht niet anders doen/afspreken, zelfs als beide partijen akkoord zijn ⇒ blijft het NIETIG
-​ wrm? bescherming algemeen belang (nt alleen zwakkeren? BV; samenleving, veiligheid.
-​ aanvullend recht
De wet geeft een standaardregeling, maar partijen mogen zelf iets anders afspreken.
-​ wat? je mag wel anders doen/afspreken bv ondertekening huurcontract langere opzegtermijn afspreken
-​ wrm? transactiekosten → handig als wet het al regelt: mensen veel werk of denken nt aan wat regels zijn
-​ weergeven? Behoudens andersluidende afspraak”, “Tenzij partijen anders overeenkomen”“Bij gebrek aan
andersluidend beding” (zo herken je aanvullend recht) ⇒ wet geeft ruimte voor contractvrijheid
vb. Standaardregel: koper moet betalen bij levering. MAAR jullie mogen afspreken dat de koper vooraf betaalt of later betaalt.
vb. Wettelijke regels bestaan, maar soms mag je als partijen een langere of korte opzegtermijn afspreken.
betalingstermijn, garantietermijn, aantal vakantiedagen, erfrecht… ⇒ kunnen aangepast worden, zo niet dan heb je een standaardregel


2.​ de indelingen van het objectief recht

​ 2.1 publiek vs privaatrecht
-​ publiek recht:
-​ wat? regels die betrekking hebben op:
-​ werking staat en overheidsinstellingen, de overheid haar macht op een wettelijke manier uitoefent
-​ rechtsverhouding burgers-staat
-​ rechten van burgers tegenover staat beschermen
-​ onderverdelingen:
-​ basisdocument: grondwettelijk recht bv artikel 10-11 gelijkheidsbeginsel (= situatie = behandelen)
-​ grondwettelijk recht:
-​ over normen in grondwet
-​ fundamentele regels over staatsstructuur bv BE is federale staat
-​ fundamentele rechten die verhouding burger-staat beheersen bv recht op privéleven
-​ administratief recht:
-​ organisatie en werking bestuurlijke overheid: uitvoerende macht (federale regering & regering
van deelstaten (gem en gewesten)), lokale besturen en openbare dienst (OCMW’s)
-​ (verhouding tussen rechtssubjecten en het bestuur: omvat beginselen van behoorlijk bestuur)
-​ materieel strafrecht: definiëren strafbaar gedrag en vastleggen sancties
-​ opsomming sancties voor misdrijven
-​ overheidsmonopolie uitoefenen geweld
-​ strafprocesrecht (= formeel strafrecht)
-​ regels over verloop opsporing, opvolging, onderzoek en berechting in strafzaken (= het proces)
-​ fiscaal recht: (= belastingrecht)
-​ regels over wat verplichte bijdrage is aan overheid zodat overheid haar uitgaven kan doen
-​ = bepalingen over inning en betwisting van belastingen
-​ gerechtelijk privaatrecht: procedureregels voor burgerlijke rechtbanken (organisatie rechtbanken)
-​ volkenrecht of internationaal publiekrecht:
-​ verhouding tussen nationale staten
-​ verhouding tussen staten en internationale organisaties
-​ bv diplomatiek recht, internationaal gewoonterecht
-​ privaatrecht: omvat burgerlijk recht en het ondernemingsrecht
-​ wat? regels die betrekking hebben op burgers onderling bv contract, huur, trouwen, …
Burgerlijk recht; verhoudingen tussen burgers (DUS NIET BEDRIJVEN)
→ OPM: bijzondere regels voor bep categorieën niet bv cons-ond
-​ personen- en familierecht = regels over burg. staat, huwelijken, familierelaties;
-​ goederenrecht = regels omtrent eigendom, zowel wel als niet tastbaar;
-​ erfrecht = testamenten, erfopvolging…;
-​ verbintenissenrecht = regulatie rond procedures van contracten; bv. claim aan iem bv overeenkomsten, schadeclaims
-​ bijzondere overeenkomsten = regels rond specifieke soorten contracten;
-​ familiaal vermogensrecht = regels rond vermogensstelsels en -overdrachten (erfrecht)
-​ vermogensrecht: =goederenrecht: claim aan zaak
Ondernemingsrecht: juridische aspecten regelen ⇒ gericht op behoeften van ondernemers en bedrijven.
-​ bepalingen over:
-​ statuut en werking onderneming, instrumenten onderneming, eerlijkheid eco transacties, bescherming consument en
toegang tot de markt etc. (detail)

, 3
sociaal recht
-​ socialezekerheidsrecht: bepalingen over garanties die overheid biedt als je slachtoffer bent van risico
-​ arbeidsrecht: bepalingen over arbeiders in ondergeschikte zin

-​ OPM: geen strikt onderscheid → overlappende/gemengde rechtstakken (publiek en privaatrecht)
-​ delen eco of ondernemingsrecht bv mededingingsrecht, marktpraktijken: consumentenbescherming
(consumentenrecht: privaat = beschermt consument & publiek = producent houdt zich aan opgelegde regels)
-​ sociaal recht en socialezekerheidsrecht
3.​ de bronnen van het recht
-​ formele bronnen vh recht:
-​ nt inhoud, wel herkomst ++b → rechtsregel enkel afdwingbaar indien uitgevaardigd door bevoegde instantie
3.1 nationaal niveau
1)​ 5 bronnen van recht
-​ wetten (1e bron van recht): volledig bindend (gn tegenspraak mogelijk)
-​ rechtspraak (2e): wat rechter beslist = geheel rechterlijke uitspraken die alle betrokken partijen verbinden
-​ geen “rule/precedent: rechter” nt afhankelijk v eerdere beslissingen ↔ rechter (in USA wel geval)
-​ wrm ++b: interpretatievrijheid → conflicterende normen en vage standaarden
-​ hiërarchie tss normen bv wet parlement > koninklijk besluit
-​ bevoegdheidsverdeling bv federale wetgever bevoegd vr volksgezondheid
-​ OPM: soms onduidelijk bv corona nog naar les: gezondheid & onderwijs dus wie bevoegd?
-​ interpretatieregels
-​ ++ manieren redeneren & regels vaak vaag
-​ bv bordje honden verboden, mogen ↔ dieren wel? ja: a contrario, nee: analogie
-​ intermezzo: symbool rechtvaardigheid: vrouwe justitia
-​ blinddoek: gn partijdigheid & bevooroordeling
-​ als het zo lijkt kan rechter gewraakt worden
-​ zwaard: knopen doorhakken → rechter moet beslissen (gn rechtsweigering)
-​ weegschaal: afwegen argumenten en belangen
wraking: Denken dat een rechter niet onpartijdig is, vaak misbruikt om iets te vertragen
-​ gewoonterecht: staat nt in wet, wel gezien als wet (mensen beschouwen het als rechtsregels)
-​ materieel element: mensen gedragen zich altijd zo
-​ psychologisch element: mensen vinden dat ze zich zo moeten gedragen
-​ bv periode val en aanstelling nieuwe regering: oude doet lopende zaken, aanstelling formateur door koning
-​ algemene rechtsbeginselen: staat nt in wet, principes dat universeel en fundamenteel voor het rechtsysteem
-​ bv recht op tegenspraak (iets ten laste = recht reageren)
-​ bv verbod op rechtsmisbruik (v subjectief recht): anderen nt ++ schade dan jouw voordeel
-​ bv divident tegenhouden en nt uitkeren aan aandeelhouders
-​ rechtsleer: juristen die over recht schrijven (gn bindende vorm → praktijk wel invloed (++ juristen zeggen A = rechter A)
-​ geheel wetenschappelijke teksten over recht → niet bindend maar wel veel invloed
-​ bv Marie Popelin advocaat worden → maatschappelijke opvatting: incapabel want vrouw → rechter weigert
2)​ wetten in formele en materiële zin
-​ formele zin: beslissing wetgevende macht
-​ organiek criterium: orgaan > inhoud: zolang wetgevende macht het
uitvaardigt is inhoud minder van belang
-​ gemeenschappen (parlementen) & gewesten (VL en Waals): decreet
-​ federaal (kamer en senaat): wet
-​ Brussels Hoofdstedelijk gewest: ordonnantie
⇒ Bijna elke wet in formele zin ook in materiële zin
-​ materiële zin: alle regels die algemeen bindende normen omvatten (abn)
-​ inhoudelijk criterium: inhoud > orgaan: inhoud/relevantie ++b
-​ algemene rechtsregel met onpersoonlijk karakter → wie uitgevaardigd doet er niet toe (wetgevend/uitvoerend)
-​ bv. lokale overheden of andere rechtsbronnen
-​ samengevat:
-​ materieel: inhoudelijk criterium = “elke regel die algemeen bindend is, ongeacht wie ze maakt”
-​ formeel: organiek criterium (wetgevende macht)
-​ OPM: groot deel wetten in formele zin zijn ook wetten in materiële zin
-​ wrm onderscheid ++b
-​ bepaalt procedure wetgeving en of raad van state advies gaat geven, bepaalt wie wet kan toetsen

, 4
-​ niet elke wet is algemeen bindende vorm (abn) en niet elke abn staat in wet
-​ wetten in formele zin > administratieve rechtsnormen → formele zijn uitgevaardigd door ++b orgaan: parlement
3.2 internationaal niveau
-​ wat? afspraken en verdragen tussen landen
-​ bv dubbelbelastingverdragen, verdrag NAVO, klimaatakkoord Parijs, EVRM (Europees verdrag rechten mens)
3.3 supranationaal niveau
-​ wat? EU, staat boven landen en internationaal niveau ⇒ voorrang op BE regels!!!!
3.4 hiërarchie der rechtsnormen (> = meer legitimiteit)
-​ bevoegde bron > onbevoegde bron bv bepaling over onderwijs: bepaling federale wetgever telt nt want onbevoegd
-​ internationaal en supranationaal > nationaal (EU wet > BE wet) (i)
-​ voordeel: op grote schaal zaken oplossen
-​ nadeel: hoe groter EU, hoe kleiner macht land → kan moeilijk liggen vr bevolking bv Britten: Brexit
-​ grondwet > wet in formele zin > wetten in materiële zin (maar niet in formele) (= administratieve normen) (ii)
-​ grondwetsherziening
-​ eerst artikelen aanduiden die voor herziening in aanmerking komen
-​ automatische ontbinding wetgevende kamers (Kamer en Senaat) en verkiezingen
-​ wijzigingen met bijzondere meerderheid
-​ bekrachtiging koning en afkondigen Staatsblad
-​ Waarom? grondwet: rechtsregels bijzonder gezag
-​ lex specialis derogat legi generali (iii)
-​ interpretatieregels bij conflicten op = niveau: bijzonder recht (specifiek bv handelshuur) > gemeen recht (algemeen)
-​ specifieke wet voorgaat op een meer algemene wet, bijzonder recht voorrang op gemeen recht
4.​ begrippen: rechtssubject, rechtsfeit en rechtshandeling

​ 4.1 rechtssubject en rechtsobject
-​ rechtssubject: drager/titularis v subjectieve rechten en plichten (= uiteindelijke bestemmeling vh recht)
-​ natuurlijke persoon: mensen (dus geen dieren!), zelfs van voor hun geboorte
-​ altijd drager rechten en plichten, van geboorte tot overlijden
-​ OPM:
-​ levensvatbaar ongeboren kind soms wel rechten bv erfenis gestorven mama
-​ vroeger nt het geval: burgerlijke dood, slaven
-​ los v nationaliteit bv in BE hebben illegalen ook rechten en plichten
-​ rechtspersoon: onlichamelijk wezen (bestaat nt fysiek) bv vennootschappen, KUL, …
-​ in het algemeen geen juridische beperkingen & heeft ook rechten en plichten
-​ 2 type rechtspersonen
-​ privaatrechtelijke
-​ vennootschappen (gericht op winstbejag)
-​ verenigingen:
-​ vzw: vereniging zonder winstbejag bv Ekonomika
-​ feitelijke vereniging (geen rechtspersoonlijkheid: ied aansprakelijk)
-​ OPM: voor vennootschappen en vzw:
-​ alles van onderneming zit in rechtspersoon: individu nt aansprakelijk
-​ publiekrechtelijke
-​ staat, gemeenten, OCMW, …
-​ rechtsobject:voorwerp voor het recht dat een belang heeft (gn rechten en plichten)bv. grond, auto, dier, lijk,...
​ 4.2 rechtsfeit en rechtshandeling
-​ feit: alles wat werkelijk is of heeft plaatsgehad
-​ rechtsfeit: elk feit dat rechtsgevolgen teweegbrengt, maar niet per se gevolgen (bv. geboorte kind ⇒ rechten)
-​ rechtshandeling: rechtsfeit waarvan de rechtsgevolgen bewust gewild zijn (bv. contract tekenen)
-​ rechtsgevolgen: er vloeien rechten en plichten uit
Bv. Feit: de aarde is rond; rechtsfeit: ik bots met mijn Porsche op de ring van Antwerpen en moet hierdoor voor de rechter
komen; rechtshandeling: ik klaag mijn huurder aan wegens wanbetalingen.
​ 4.3 overige terminologie
-​ partijen: diegenen die rechtshandeling stellen (ied die erbij betrokken is)
-​ eenzijdige rechtshandeling: maar 1 partij bv bij opstellen testament
-​ derden: andere mensen die nt bij rechtshandeling betrokken zijn (ied die gn partij is)
-​ rechtsopvolgers: mensen die oorspronkelijk gn partij waren maar door omstandigheden geworden zijn
-​ bv erfenis: stel overledene nog schulden → erfgenamen betalen = rechtsopvolgers

Connected book
 image
Publisher: Unknown ISBN: 9789085790402 Edition: 1

Document information

Study
Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
September 30, 2026
Number of pages
68
Written in
2025/2026
Type
Summary
$12.92

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
8
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions