VIII. Administratieve en procesrechtelijke aspecten:
1. Het handvest van de sociaal verzekerde:
Een overkoepelende wet over de administratieve verhoudingen tussen de sociale verzekerde en de
socialezekerheidsinstellingen.
Situering:
Uitgangspunt:
Publiekrechtelijk karakter rechtsverhouding tussen sociaal verzekerden en instellingen van sociale
zekerheid. In de sociale zekerheid zitten voortdurend administraties zoals RIZIV, Federale
Pensioendienst maar ook meewerkende instellingen.
- Openbare instellingen van sociale zekerheid zijn publieke rechtspersonen (“organieke
openbare dienst”). Ze zijn ingericht door de wet met een taak van algemeen belang.
- Meewerkende instellingen zijn private rechtspersoon die participeren aan uitvoering
“functionele openbare dienst”. Het zijn private organisaties met een taak van openbare
dienst: meewerken aan de sociale zekerheid.
De burger staat tegenover de openbare dienst in de functionele of de organieke vorm.
Gevolg:
Toepasselijkheid algemene bestuursrechtelijke regelingen en beginselen. De regels van het
bestuursrecht zijn ook hier van toepassing in de relatie tussen de instellingen van de sociale zekerheid
en de sociaal verzekerde.
- Wet 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen (“Wet
Motivering Bestuurshandelingen”)
- Beginselen van behoorlijk bestuur, …
Eigenheid socialezekerheidsrecht:
Verschillende regelingen van sociale zekerheid voorzien eigen regels bijv. aanvraag, termijnen,
hoorrecht. Er zijn eigen administratieve regelingen per regeling.
- Wetgeving voorziet bijzondere regels inzake aanvraag prestaties, besluitvorming over
toekenning prestaties, uitbetaling prestaties…
- Variatie tussen verschillende sociale verzekeringen en regelingen sociale bijstand
Gevolg:
Grote diversiteit en complexiteit normering geldend in rechtsverhouding sociaal verzekerden en
instellingen sociale zekerheid, nood aan grotere eenvormigheid en eenvoud. De wetgever voelde de
nood een eenvormig kader te creëren dat de rechtsverhouding tussen de sociaal verzekerde en de
administraties regelt in de bijstand en de verzekering.
Wet van 11 april 1995 tot invoering van het “handvest” van de sociaal verzekerde (“Handvest”):
Voorziet éénvormig kader ter regeling rechtsverhouding tussen sociaal verzekerden en instellingen
van sociale zekerheid. Deze wet voert een handvest is dat de basisregels invoert voor de verhouding
tussen de sociaal verzekerden en de instellingen.
1
, Machtigt Koning diverse uitvoeringsmodaliteiten vast te stellen waardoor er een hele reeks aan KB’s
is waardoor er een verbijzondering van het Handvest per regeling. Maar de KB’s zijn ondergeschikt
aan de wetgeving die algemene regels oplegt.
Gevolg:
Eénvormig kader met variabele toepassingsmodaliteiten. Deze regels zijn de spelregels voor de
administratieve instellingen waaraan ze zich moeten houden.
Toepassingsgebied:
Uitgangspunt:
Wet van toepassing op iedere “persoon” en iedere “instelling van sociale zekerheid” (art. 1
Handvest). Alle regelingen die besproken zijn vallen onder het toepassingsgebied; alle administratieve
verhoudingen worden geregeld door het Handvest MAAR 1 uitzondering: de gezinsbijslagen waar een
eigen administratief kader is voor Decreet Toelagen (want het Handvest is federaal).
Algemene verplichtingen instellingen sociale zekerheid:
Verstrekken van inlichtingen (art. 3 Handvest):
De verplichting van de administratieve instellingen van sociale zekerheid om inlichtingen te
verstrekken. Het is niet eenvoudig voor de sociaal verzekerde om alle regelingen te kennen. De
instellingen van sociale zekerheid hebben de plicht:
- Plicht instellingen om op schriftelijk verzoek van sociaal verzekerde alle dienstige inlichtingen
te verstrekken betreffende rechten en plichten
- Plicht instellingen om uit eigen beweging alle bijkomende informatie te verstrekken nodig
voor behandeling verzoek of behoud rechten
De sociaal verzekerde kan zich dus richten tot de instelling. Een deel van de verantwoordelijkheid
voor de vervulling van de voorwaarden ligt dus bij de instelling aangezien ze je er informatie over
moet geven.
Modaliteiten:
- Inlichtingen moeten nauwkeurig en compleet zijn en toelaten rechten uit te oefenen. Een
soort van ingebouwde zorgvuldigheid.
- Inlichtingen in beginsel kosteloos en te verstrekken binnen termijn van 45 dagen.
- Koning gemachtigd tot vaststelling nadere modaliteiten en afwijkingen.
Sanctie:
Sanctie miskenning informatieplicht? Verband met leerstuk overheidsaansprakelijkheid. Wat als je
vraagt aan de instelling om inlichtingen maar ze geven het niet? Geen wettelijke sanctie, maar
mogelijke repercussie in het buitencontractueel aansprakelijkheid. Het niet-vervullen van een
wettelijke verplichting is een fout (artikel 6.6 BW): als de sociaal verzekerde inlichtingen vraag en je
krijgt die niet waardoor je prestaties misloopt dan heb je schade geleden wegens nalatigheid en kan
je de schade herstellen via de buitencontractuele aansprakelijkheid.
2