beroepscategorieën:
VI. Beginselen van de bijdrageregelingen & de indeling in beroepscategorieën:
1. Beginselen van de bijdragenregelingen:
Algemene uitgangspunten:
Sociale verzekeringen in beginsel gefinancierd uit bijdragen betaald door sociaal verzekerden (cf.
supra). In hoofdzaak financiering vanuit socialezekerheidsbijdragen (diegene die beschermd worden
gaan betalen voor de bescherming die geboden wordt).
MAAR gezinsbijslagen en rustpensioenen ambtenaren als uitzonderingen. Dit geldt niet voor:
De gezinsbijslagen: naar de gemeenschappen gebracht en financiering aangepast. Het
zijn fiscale middelen van de federale overheid naar de gemeenschappen om het
onderscheid met sociale zekerheid als federale bevoegdheid duidelijk te maken
De rustpensioenen van ambtenaren: van oudsher nooit met bijdragen want het principe
van de kosteloosheid stond voorop
De berekening verschuldigde bijdragen in beginsel op basis van het inkomen van de bijdrageplichtige
(“bijdragebasis”) en uitgedrukt als een % van dat inkomen (“bijdragevoet”). De basis (loon van
werknemer – wedde van de ambtenaar – beroepsinkomen van de zelfstandigen) waarop we de
bijdrage berekenen (= bijdragebasis) en we gaan op de basis een percentage toepassen dat wordt
afgehouden als socialezekerheidsbijdrage (= bijdragevoet).
De bijdragen betaald door ambtenaren, werknemers en zelfstandigen in beginsel niet vermengd
(“gescheiden financieel beheer” stelsels van sociale zekerheid). Een principe van een gescheiden
financieel beheer. De financiële middelen blijven gescheiden van de drie categorieën.
MAAR verzekering geneeskundige verzorging als uitzondering. 1 uitzondering: de tak geneeskundige
verzorging uit de eerste verplichte verzekering van geneeskundige verzorging (terugbetaling medische
kosten) en uitkering (arbeidsongeschiktheid van werknemers en zelfstandigen). Bij de uitkeringen
gescheiden financieel beheer. Maar de geneeskundige verzorging zit in de verplichte verzekering dus
voor die financiering worden de bijdragen vermengd en dat komt samen in de verzekeringsinkomsten
(artikel 191 GVU-wet): overzicht van de inkomsten van de verzekering waar de middelen van de 3
categorieën samenkomen. De enige vorm van de menging.
Bijdragen betaald ten behoeve stelsel sociale zekerheid werknemers, respectievelijk zelfstandigen
worden centraal beheerd in kader van “Globaal beheer”, onder verantwoordelijkheid Rijksdienst voor
Sociale Zekerheid (“RSZ”), respectievelijk Rijksdienst voor Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen
(“RSVZ”).
Er bestaat een globaal beheer van de sociale zekerheid voor de werknemers waarvoor RSZ
instaat.
Er bestaat een globaal beheer voor het sociaal statuut van de zelfstandigen waarvoor RSVZ
instaat.
Er bestaat geen globaal beheer voor de ambtenaren.
1
, Regeling voor werknemers:
De bijdragen zijn verschuldigd door werknemers én werkgevers. Voor de werknemers zijn er 2
bijdragebetalers: de werknemers (de sociaal verzekerden) en de werkgevers. Dit is de enige categorie
waarvoor dit opgaat.
Bijdragebasis: bruto “loon” werknemer, in de zin van art. 2 wet 12 april 1965 betreffende de
bescherming van het loon der werknemers.
De werknemersbijdrage wordt berekend op het brutoloon en wordt er vanaf gehouden.
Het verschil tussen de werknemer tussen het brutoloon en de werknemersbijdrage dat er
vanaf wordt getrokken is nettoloon. Het loon in de overeenkomst is brutoloon waarvan
werknemersbijdrage afgaat en het verschil is het nettoloon. Er zal een stukje voorheffing
voor de belastingen zijn dat mee verrekend wordt.
De werkgeversbijdrage wordt berekend op het brutoloon en wordt daarop toegevoegd =
de totale loonkost.
Zowel voor werkgevers als werknemers is de bijdragebasis het brutoloon. We gebruiken de
standaardomschrijving van ‘loon’ uit de loonbeschermingswet: loon in geld, fooien, in geld
waardeerbare voordelen zoals een bedrijfswagen, gsm, … De wet haalt enkele elementen uit het
loonbegrip. De Koning kan het begrip uitbreiden en beperken. Er is geen begrenzing van het
brutoloon voor de bijdrage. Men werkt aan een begrenzing voor de werkgeversbijdrage van het
brutoloon.
Bijdragevoeten:
- 13,07 % voor werknemersbijdrage
- 19,88% of 24,92% voor globale patronale basisbijdrage (naargelang categorie werknemers).
24,92% standaard (het kan minder zijn in functie van het statuut van de werknemer)
Verschillende regelingen inzake bijdrageverminderingen ter bevordering tewerkstelling (bepaalde
doelgroepen). Er zijn verminderingen waarbij we proberen het nettoloon van de werknemer hoger te
maken bijv. kansgroepen voor tewerkstelling waardoor je een vermindering van de
werknemersbijdrage geven dus meer nettoloon. Vooral veel doelgroepen voor de werkgever zoals
tewerkstelling van personen met handicap die extra tijd en moeite vragen en minder rendabel zijn,
het doelgroepenbeleid is dan dat de werkgevers een vermindering krijgen van de
socialezekerheidsbijdrage en ze moeten dan minder dan 25% betalen wat de inspanning
compenseert.
Praktisch:
Werkgever gehouden tot inschrijving en maandelijkse aangiften bij RSZ. De werkgever is de
praktische spil van de bijdrageheffing. Als je mensen tewerkstelt in BE dan moet je je inschrijven als
werkgever bij RSZ en aangeven hoeveel mensen je in dienst hebt, hoeveel je verloont en hoeveel ze
werken. Inschrijvings- en aangifteplicht in eerste instantie en maandelijks.
Werkgever verplicht om bijdrage werknemer te berekenen, in te houden op loon en samen met eigen
bijdrage te betalen aan RSZ. Vervolgens moet de werkgever de bijdrage van de werknemer inhouden
op het loon. Werknemers krijgen enkel het nettoloon, daarna moeten ze niets anders afdragen (er is
al iets afgedragen nl. de werknemersbijdrage die de werkgever achterhoudt). De werkgever moet de
werknemersbijdrage inhouden en doorstorten naar RSZ met de eigen werkgeversbijdrage. Het gaat
van de werkgever naar de RSZ.
2