• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 10 sur 134 pages
Resume

Samenvatting International Monetary Economics (in Nederlands!) | VUB | 2025/26

Document preview thumbnail
Aperçu 10 sur 134 pages

Volledige samenvatting van het van International Monetary Economics aan de VUB in het Nederlands! Deze bevat alle content van de slides, samen met notities van de HOC's.

Aperçu du contenu

Chapter 2: National Income Accounting and Balance Payments
2.1. National Income Accounts
▪ National Income Accounts: GNP
▪ Breaking down GDP … Europe, 2004
▪ Breaking down GDP … Europe, 2012-2015
▪ Breaking down GDP … China, 2007
▪ Breaking down GDP … China, 2009
▪ Breaking down GDP … China, 2010
▪ Breaking down GDP … China, 2013
▪ Interessant geval: ommekeer van Amerikaanse economie als gevolg van financiële crisis.
▪ Breaking down GDP … US, Q3 2022
▪ The national income identity
▪ Breaking down GDP … Spain, 2022
2.2. National Income Identity
▪ Het verschil tussen GNP en GDP
2.3. National Income Accounting for an Open Economy
▪ Nationale-inkomensidentiteit voor een open economie
▪ De lopende rekening en buitenlandse schuldenlast
▪ The US is the world’s biggest debtor (schuldenaar)
▪ A qualification
▪ Valuation effects (Waarderingseffecten)
▪ Valuation effects, VK
▪ More on the UK
▪ Handelstekort VS, 2006
▪ Handelstekort van de VS met China, 2016
▪ Wereldwijde onevenwichtigheden, 2008
▪ Automatische aanpassing?
▪ Wereldwijde onevenwichtigheden, 2014
▪ Financial Times, 18 februari 2015
▪ Wereldwijde onevenwichtigheden zijn terug! – 2016
▪ Twee verwante oorzaken: VS – China
▪ Twee verwante oorzaken: Duitsland – Griekenland
2.4. Saving and current account
▪ Wanneer zijn onevenwichten zorgwekkend?
2.5. Private and government saving
▪ Twin deficits
2.6. Balance of Payment Accounts
▪ Opbouw van het schema van de betalingsbalans (BOP)-rekeningen
▪ Drie soorten internationale transacties worden geregistreerd in de betalingsbalans
▪ De fundamentele BOP-identiteit
▪ De lopende rekening (current account)
▪ Het geval van het VK
▪ De Amerikaanse betalingsbalans voor 2019 (in miljarden dollars)
▪ Figuur 2.3 VS Bruto Buitenlandse Activa en Verplichtingen
▪ De kapitaalrekening
▪ De financiële rekening
▪ De financiële rekening EN het tekort (deficit) op de lopende rekening van de VS
▪ De Amerikaanse betalingsbalans voor 2019 (in miljarden dollars)
▪ Kopen buitenaardse wezens Louis Vuitton-handtassen? Het mysterie van het ontbrekende tekort
▪ De wereldwijde discrepantie op de lopende rekening sinds 1980
▪ BORT (balans van officiële reservetransacties)
▪ Amerikaanse BOP-rekeningen
▪ De betalingsbalans (BOP)
▪ Globale onevenwichtigheden en de BORT
▪ Het geval China – 2006
▪ Valutareserves van China – 2006
▪ Valutareserves van China – 2009
▪ China’s dilemma – 2010
▪ Valutareserves van China – januari 2017
▪ Het belang van kapitaalstromen
▪ Voorbeeld uit het leerboek – Winstverschuiving door multinationals en Iers volatiel BBP

,Chapter 3: Exchange rates and the foreign exchange market: An asset approach
3.1. Wisselkoersen
▪ Invloed op import en export Land Munt Eenheid Symbool Code
▪ ISO-codes
▪ Grafieken – RUR/USD 🇺🇸 US dollar dollar $ USD
▪ Grafieken – Yuan en dollar
▪ Fluctuatiemarges 🇪🇺 Euro euro € EUR
▪ 2 markten voor valuta
3.2. Foreign exchange market (valutamarkt) 🇬🇧 Pound sterling pound £ GBP
▪ Kenmerken van de valutamarkt
▪ Internationale valuta 🇨🇳 Renminbi yuan ¥ CNY
▪ Financial Times – 16 oktober 2013
▪ Financial Times – 7 oktober 2015 🇯🇵 Yen yen ¥ JPY
▪ Financial Times – 1 december 2017
▪ Financial Times – 7 december 2023 🇨🇭 Zwitserse frank frank Fr CHF
▪ Financial Times – 16 oktober 2013
▪ Financial Times – 30 november 2015 🇨🇦 Canadese dollar dollar C$ CAD
▪ Toekomst?
▪ Statistieken van de valutamarkt, 2013 🇦🇺 Australische dollar dollar A$ AUD
▪ Oorzaken van de toename van activiteit
▪ Geautomatiseerd handelen 🇮🇳 Roepie roepie ₹ INR
▪ Liquiditeit
▪ Spotkoersen en termijnkoersen 🇰🇷 Won won ₩ KRW
3.3. De vraag naar vreemde valuta deposito’s
▪ Voorbeeld: wisselkoersen en rendementen van activa 🇧🇷 Real real R$ BRL
▪ Enkele notaties
▪ Valuta zijn niet allemaal even risicovol 🇷🇺 Roebel roebel ₽ RUB
▪ Financial Times – 2 oktober 2012
▪ Financial Times – 27 februari 2013 🇸🇦 Saoedische riyal riyal ‫﷼‬ SAR
3.4. Evenwicht op de valutamarkt
▪ Constructie van het diagram 🇹🇷 Turkse lira lira ₺ TRY
▪ Hoe worden de evenwichtswisselkoersen bepaald?
▪ Het effect van veranderende rentetarieven op de huidige wisselkoers 🇲🇽 Mexicaanse peso peso $ MXN
▪ Voorbeeld uit de praktijk
▪ Effect van veranderende verwachtingen op huidige wisselkoers
▪ Financial Times – 9 oktober 2014
▪ Verbale interventie
▪ Grenzen van verbale interventie
▪ Gevaren van verbale interventie
▪ Rentepariteit en verwachtingen
▪ Financial Times – 10 januari 2015
3.5. Termijnwisselkoersen en gedekte rentepariteit (niet kennen)
3.6. Einde van de slides
▪ Beperkingen van de asset-benadering
▪ Over haviken en duiven

Chapter 4: Money, interest rates and exchange rates
4.1. Money, Money, Money
▪ Wat is geld?
▪ Hoe wordt de geldhoeveelheid bepaald?
▪ Monetaire aggregaten
▪ Samenstelling van M3
4.2. De vraag naar geld door individuen
▪ Verwacht rendement
▪ Risico
▪ Liquiditeit
4.3. Geaggregeerde geldvraag
4.4. De evenwichtsrentevoet: Interactie tussen geldvraag en geldaanbod
4.5. Geldhoeveelheid en wisselkoers op Korte termijn
a) Het verband tussen geld, rentevoet en wisselkoers

, b) Amerikaanse geldhoeveelheid en de dollar/euro-wisselkoers
c) Europese geldhoeveelheid en de dollar/wisselkoers
4.6. Geld, prijsniveau en wisselkoers op Lange termijn
a) Geld en geldprijzen
b) Langetermijneffecten van veranderingen in geldhoeveelheid
c) Empirisch bewijs over geldhoeveelheid en prijsniveaus
4.7. Inflatie en wisselkoersdynamiek
a) Prijsstarheid op Korte termijn versus prijsflexibiliteit op Lange termijn
4.8. Permanente veranderingen in geldhoeveelheid en wisselkoers
▪ Model stap voor stap
a) Wisselkoersovershooting
❖ Onmiddellijk effect
❖ Langetermijneffect

Chapter 5: Price levels and the exchange rate in the long run
5.1. Wet van één prijs
▪ The Economist’s Big Mac Index
▪ Big Max Index: Berekening
▪ Big Mac Index: Track record
▪ Big Mac Index: Een waarschuwing
▪ BBP en prijzen
▪ Extra materiaal over de wet van één prijs – in de eurozone
▪ Big Mac Index: meest recente resultaten
▪ Meten van misalignments
5.2. Koopkrachtpariteit (PPP)
a) De relatie tussen PPP en de wet van één prijs
b) Absolute PPP en relatieve PPP
5.3. Langetermijnwisselkoersmodel gebaseerd op PPP
a) De fundamentele vergelijking van de monetaire benadering
❖ Voorspellingen
❖ Paradox?
❖ Did we make a mistake?
b) Fisher-effect
❖ Explaining the earlier paradox with the Fisher effect?
❖ A paradox that isn’t
5.4. Empirisch bewijs over PPP en de wet van één prijs
5.5. Verklaring van problemen met PPP
a) Handelsbarrières en niet-verhandelbare producten
b) Ongelijke concurrentie
c) Verschillen in maatstaven van gemiddelde prijzen voor goederen en diensten
5.6. Algemeen model dat afwijkingen van PPP toestaat
▪ Reële wisselkoers
▪ De reële yuan-dollar wisselkoers
▪ Is de yuan te ster?
▪ Samenvatting uit hoofdstuk 3
▪ Niet langer ondergewaardeerd?
▪ Bepalende factoren van reële wisselkoersen
1) Effect van toename van wereldwijde relatieve vraag naar Amerikaanse goederen
▪ Hoe past de reële wisselkoers zich aan?
1) Effect van toename van relatieve aanbod van Amerikaanse goederen
▪ Algemeen model – Reële wisselkoersbenadering
▪ Voorspellingen van het algemene model
1) Eenmalige permanente stijging van Amerikaanse geldhoeveelheid
2) Permanente stijging van groeivoet van Amerikaanse geldhoeveelheid
3) Toename van wereldwijde relatieve vraag naar Amerikaanse goederen
4) Toename van relatieve aanbod van Amerikaanse goederen
▪ Reële rentevoeten

Chapter 6: Output and the exchange rate in the short run
▪ Doel van het hoofdstuk
▪ Het grote schema van wisselkoersmodellen volgens Leo Van Hove

, ▪ Wat bepaalt het productieniveau van een land?
6.1. Determinanten van totale vraag in een open economie
▪ Determinanten van consumptievraag
▪ Determinanten van lopende rekening
▪ Effect van veranderingen in reële wisselkoers op lopende rekening
▪ Hoe veranderingen in het beschikbaar inkomen de lopende rekening beïnvloeden
6.2. Vergelijking van totale vraag
▪ Reële wisselkoers en totale vraag
▪ Reëel inkomen en totale vraag
6.3. Hoe output op korte termijn wordt bepaald
6.4. Evenwicht op goederenmarkt op Korte termijn: DD-curve
a) Output, wisselkoers en evenwicht op de goederenmarkt
❖ De DD-curve, stap voor stap
b) Het afleiden van de DD-curve
❖ Samenvatting van de DD-curve
c) Factoren die de DD-curve verschuiven
6.5. Evenwicht op activamarkt op Korte termijn: AA-curve
a) Output, wisselkoers en evenwicht op de activamarkt
❖ De DD-curve, stap voor stap
❖ Samenvatting van de AA-curve
b) Factoren die de AA-curve verschuiven
❖ Punten buiten de AA-curve?
6.6. Korte termijn Macro-economisch evenwicht: DD + AA
6.7. Tijdelijke veranderingen in monetair en fiscaal beleid
a) Monetair beleid
❖ Economische krachten achter dit resultaat
❖ I tricked you! (LvH)
b) Fiscaal beleid
❖ Economische krachten achter dit resultaat
c) Beleid om volledige werkgelegenheid te handhaven
❖ Voorbeeld: Foster en Green (2021)
6.8. Inflatiebias en andere problemen bij beleidsvorming
a) Vertragingen (Lags)
6.9. Permanente beleidsveranderingen
a) Permanente toename van geldhoeveelheid
❖ Wat gebeurt er op lange termijn?
❖ Wat gebeurt er wanneer prijzen zich aanpassen?
❖ Reële wisselkoers: Korte termijn
❖ Reële wisselkoers: Lange termijn
b) Permanente budgettaire expansie
❖ Permanente toename van G: The Leo Van Hove’s grand scheme of exchange rate models
6.10. Macro-economisch beleid en de lopende rekening
6.11. Dynamiek van de lopende rekening
a) J-curve
❖ Lags (vertragingen)
b) Doorwerking van de wisselkoers (exchange rate pass-through)
❖ Hyperinflatie
❖ Doorwerking (pass-through): Empirisch onderzoek
❖ Doorwerking: Voorbeeld
6.12. Liquiditeitsval
a) Fiscale multiplier

Chapter 7: Fixed exchange rates and foreign exchange rate intervention
7.1. Waarom bestuderen we vaste wisselkoersen?
a) Managed floating (or dirty float)
b) Regionale valuta-afspraken
c) Ontwikkelingslanden
d) Lessen uit het verleden voor de toekomst
7.2. Interventie van de centrale bank en geldhoeveelheid
a) Balans van centrale bank en geldhoeveelheid
❖ Activakant (Asset side)

, ❖ Passivakant (Liability side)
❖ Netto waarde
❖ Centrale banken en goud
❖ Centrale banken en risicovolle activa
❖ De financiële crisis – in 2008
❖ Januari 2018
❖ The Economist, 11 december 2021
b) Interventie op valutamarkt en geldhoeveelheid
c) Sterilisatie
❖ Op een andere manier weergegeven
❖ Echt voorbeeld van het gebruik van sterilisatie
❖ Steriliseren of niet steriliseren …
d) Betalingsbalans en geldhoeveelheid
❖ Betalingsbalans en geldhoeveelheid: Het geval China
❖ Recap – taken from chapter 2
7.3. Hoe centrale bank de wisselkoers vastzet
a) Evenwicht op valutamarkt onder vaste wisselkoers
b) Evenwicht op geldmarkt onder vaste wisselkoers
7.4. Stabilisatiebeleid onder vaste wisselkoers
a) Monetair beleid
b) Begrotingsbeleid
c) Veranderingen in wisselkoers
d) Aanpassing aan begrotingsbeleid en wisselkoersen
7.5. Betalingsbalanscrisis en kapitaalvlucht
▪ Brazilië in de jaren 1990
▪ IJsland (geen vaste munt!!!)
▪ Kunnen markten een sterke munt aanvallen? (Casestudy over de CHF)
▪ Waarom interventie zelden werkt …
7.6. Beheerd zweven en gesteriliseerde interventie
a) Perfecte substitueerbaarheid van activa en ineffectiviteit van gesteriliseerde interventie
b) Evenwicht op valutamarkt onder onvolmaakte substitueerbaarheid van activa: Renteverschillen (Hfst. 3)
❖ Risicopremie
c) Effecten van gesteriliseerde interventie bij onvolmaakte substitueerbaarheid van activa
7.7. Reservemunten in het wereld monetaire systeem
a) Werking van reservemuntstelsel
b) Asymmetrische positie van reservecentrum
7.8. Goudstandaard
a) Werking van goudstandaard
b) Symmetrische monetaire aanpassing onder goudstandaard
c) Voordelen en nadelen van goudstandaard
❖ Dollarstandaard
❖ Goudstandaard
❖ Comparison

Chapter 8: International Monetary Systems: A historic overview
▪ Voorbeeld van internationale afhankelijkheid van landen
▪ Financial Times – 1 april 2015
8.1. Macro-economische beleidsdoelstellingen in open economie
a) Intern evenwicht: Volledige werkgelegenheid en prijsstabiliteit
b) Extern evenwicht: Optimale niveau van lopende rekening
❖ Problemen met buitensporige tekorten op lopende rekening
❖ Problemen met buitensporige overschotten op lopende rekening
❖ FT – 17 april 2023
c) Samenvatting
8.2. Monetaire systemen classificeren: Monetaire trilemma van open economie
▪ Combinatie van elementen
▪ Financial Times, 3 mei 2013
8.3. Internationale macro-economische politiek onder goudstandaard (1870-1914)
a) Oorsprong van goudstandaard
b) Extern evenwicht onder goudstandaard
c) Price-specie-flow mechanisme
d) Rules of the game

, e) Intern evenwicht onder goudstandaard
8.4. De jaren van het interbellum (1918-1939)
a) De vluchtige terugkeer naar goud
b) Internationale economische desintegratie
8.5. Bretton Woods Systeem en Internationaal Monetair Fonds
a) Doelstellingen en structuur van het IMF
b) Convertibiliteit en uitbreiding van private financiële stromen
❖ Bretton Woods-systeem: Resultaten
❖ Eerste decennium
❖ (Het Marshallplan)
❖ Na herstel van convertibiliteit in 1958
c) Speculatieve kapitaalstromen en crises
8.6. Analyse van beleidsoperaties voor bereiken van intern en extern evenwicht
▪ II-XX-raamwerk: Vaste wisselkoersen
a) Handhaving van intern evenwicht
b) Handhaving van extern evenwicht
c) Beleid dat bestedingen verandert en beleid dat bestedingen verschuift
8.7. Probleem van extern evenwicht van de VS onder Bretton Woods
▪ Case study: Het einde van Bretton Woods, wereldwijde inflatie en de overgang naar zwevende wisselkoersen
a) Mechanismen van geïmporteerde inflatie
8.8. De case voor zwevende wisselkoersen
a) Monetaire beleidsautonomie
b) Symmetrie
c) Wisselkoersen als automatische stabilisatoren
8.9. De case tegen zwevende wisselkoersen
a) Verlies van discipline
b) Destabiliserende speculatie en verstoringen op de geldmarkt
c) Schade aan internationale handel en investeringen
d) Niet-gecoördineerd economisch beleid
e) Illusie van grotere autonomie
▪ Voor- en nadelen van zwevende wisselkoersen: overzicht
8.10. Wat is er geleerd sinds 1973?
a) Monetaire beleidsautonomie
b) Symmetrie
c) Wisselkoers als automatische stabilisator
d) Extern evenwicht
e) Probleem van beleidscoördinatie
8.11. Macro-economische afhankelijkheid onder zwevende wisselkoers
▪ Permanente toename van de geldhoeveelheid in de VS
❖ Toename van de output en het inkomen van de VS
❖ Depreciatie van de Amerikaanse dollar
▪ Permanente toename van overheidsaankopen in de VS
❖ Verandering in output en inkomen
❖ Veranderingen in wisselkoers E.
8.12. Appendix

Chapter 10: Optimum currency areas and the Euro
▪ A wedding … (part 1)
▪ A wedding … (part 2)
▪ No longer in love?
▪ Key characteristics of the euro area, 2013
10.1. How the European single currency evolved
a) What has driven European monetary cooperation?
❖ First attempt at post-Bretton Woods fixed exchange rate system: Snake-in-the-tunnel (1972)
b) The European Monetary System, 1979-1998
❖ The EMS, established in 1979, was more successful (than the snake-in-the-tunnel)
❖ European Monetary System (EMS) vs. Exchange Rate Mechanism (ERM)
❖ Between 1979 and 1987: 11 realignments
❖ What explains this success of EMS?
❖ Period of success after 1987, until 1992
❖ The Single European Act of 1986
❖ Report of the Delors Committee: 3-stage transition to single currency

, ❖ Maastricht Treaty (1991)
❖ Period after the introduction of the euro: SPG of 1997 (not to know)
❖ Why has Europe favored mutually fixed exchange rates?
❖ Is there proof for this credibility theory of EMS?
❖ Why did Europe move to a more ambitious goal of EMU?
10.2. The Theory of Optimum Currency Areas
a) Economic integration and the benefits of a fixed exchange rate area: GG schedule
❖ Consider that Norway might approach the decision of whether to join the eurozone or not
❖ An example: Malta
b) Economic integration and the cost of a fixed exchange rate area: LL schedule
❖ Consider that Norway might approach the decision of whether to join the eurozone or not
❖ 2 types of shocks
❖ How does the severity of this heavy fall depend on the level of economic integration between the Norwegian economy and
those of the EMU countries?
❖ An example: The Gulf Cooperation Council (GCC) states
c) . The decision to join a currency area: GG + LL.
❖ Why should Norway peg the krone to the euro if its degree of economic integration with eurozone markets is at least 1?
❖ Article: Denmark still outside the eurozone + opt-out possibility
❖ Denmark and the euro
❖ OCA theory: conclusion (see earlier)
❖ The case of Spain and the UK in the real estate crisis
❖ Britain and the euro
❖ Spain and the euro
❖ Divided about the dollar
d) What is an Optimum Currency Area?
❖ Is Europe an Optimum Currency Area?
❖ The extend of intra-European trade
❖ Capital mobility
❖ The extend of intra-European trade (2)
❖ How mobile is Europe’s labor force
❖ Other considerations
❖ Divergence
❖ Why is this fiscal federalism important?
❖ Overall conclusion: Is Europe an Optimum Currency Area?
10.3. The euro crisis and the future of EMU
a) Origins of the crisis
❖ The tinder
❖ The Spark
❖ How did the EU deal with the Greek crisis?
❖ The reaction
b) Self-fulfilling government default and the doom loop
❖ Segmentation of financial markets (doom loop)
c) A broader crisis and policy responses
d) ECB Outright Monetary Transactions
e) The future of EMU

Chapter 11: Euroland: Promised land or monetary Atlantis?
11.1. Monetary Atlantis
11.2. Organization of the eurosystem
▪ The primary decision-making bodies of the ECB
▪ Old example of the voting schedule
▪ Governing Council ECB vs. Federal Reserve
11.3. Mandate of the eurosystem
▪ Target(s)
▪ How does this compare to other CBs?
▪ Criticism on the ECB mandate
▪ Criticism on the Federal Reserve mandate
▪ Federal Reserve ad explicit forward guidance
▪ Another criticism
▪ Extra responsibility for the Governing Council
▪ Target(s)
▪ Role and limitations of monetary policy

,11.4. Strategy of the eurosystem
a) Stability-oriented
❖ Break with conservative monetary doctrine of the Bundesbank?
❖ Average inflation targeting?
❖ Strategy: price stability
❖ Is a target of 2% too low?
❖ When 2% is not enough
b) Forward-looking
❖ First pillar (monetary analysis)
❖ No useful information
❖ Counterarguments
❖ Second pillar (economic analysis)
❖ Two-pillar approach: Cross checking
❖ Conclusions
❖ Strategy: Name?
❖ ECB: Monetary targeting? → NO
❖ ECB: Direct inflation targeting? → NO
❖ ECB: Exchange rate targeting? → NO
❖ So, what is it then?
11.5. Instrument of the eurosystem
▪ Principle
▪ Three types of instruments
1. Open market operations
❖ Main refinancing operations (SR)
❖ Longer-term refinancing operations (LR)
❖ Fine-tuning operations (emergency)
❖ Structural operations (very LR)
2. Standing facilities (very LR)
3. Reserve requirements
11.6. External value of the euro
▪ My main thesis is similar
▪ A strong or a weak euro?
▪ Sarkozy vs. ECB in 2007
▪ Münchau again
▪ Nothing shameful about a weak euro
▪ 2013

, Chapter 2: National Income Accounting and Balance Payments
1. National Income Accounts
National income accounting = Registreert alle uitgaven die bijdragen aan het inkomen en de productie van een land.

Balance of payment accounting = Helpt ons zowel veranderingen in de schuldenlast van een land tegenover buitenlanders als de situatie van
zijn export- en met import concurrerende industrieën bij te houden. Dit toont ook verband tussen buitenlandse transacties en de nationale
geldhoeveelheid.

Waarde nationaal inkomen ➔ Vloeit voort uit productie en uitgaven. Vaak gedefinieerd als inkomen verdiend door productiefactoren van een
land.

Productiefactoren ➔ Land, arbeid, ondernemerschap en kapitaal.

National income identity = Stelt dat bruto binnenlands product (GDP) wordt gegeven door consumptie bestedingen, investeringsuitgaven,
overheidsuitgaven en netto-export (export – import). Producenten verdienen inkomen van kopers die geld uitgeven aan goederen en diensten.
Het bedrag van uitgaven door kopers is gelijk aan het bedrag van inkomen voor verkopers (dit is de waarde van de productie).

De eerste taak bij het begrijpen hoe economen het bruto nationaal product (GNP) analyseren, is om in meer detail uit te leggen waarom het
GNP van een land, gegenereerd over een bepaalde periode (nationaal product), gelijk moet zijn aan het nationaal inkomen.

 Nationale-inkomensidentiteit: nationaal product = nationaal inkomen

De reden voor deze gelijkheid is dat elke euro die wordt gebruikt om goederen of diensten te kopen automatisch in iemands zak terechtkomt.

Voorbeeld: Een bezoek aan de dokter: De betaling van €75 vertegenwoordigt de marktwaarde van de diensten die hij aan u levert, dus uw
bezoek verhoogt het GNP met €75. Maar de €75 die u aan de dokter betaalt, verhoogt ook zijn inkomen. Dus het nationaal inkomen stijgt met
€75.

National Income Accounts: GNP

Gross national product (GNP) = Meet totale economische productie die wordt voortgebracht door inwoners van een land, ongeacht waar zij
zich bevinden. Het omvat de waarde van alle goederen en diensten die door de burgers van een land worden geproduceerd, zowel in het
binnenland als in het buitenland, binnen een bepaalde periode. Het is een belangrijke indicator om algemene economische prestaties en
levensstandaard van een land te beoordelen. Het wordt berekend door marktwaarde van alle uitgaven aan eindproducten op te tellen.

Voorbeeld: Het omvat de waarde van brood dat in een supermarkt wordt verkocht of studieboeken die in een boekwinkel worden verkocht,
evenals de waarde van diensten die worden geleverd door effectenmakelaars en loodgieters.

Het bruto nationaal product (GNP) hangt samen met het gross domestic product (GDP), dat alle productie meet die binnen de grenzen van een
land plaatsvindt, ongeacht wie de productiemiddelen bezit. Het GNP wordt berekend door waarde van uitgaven aan geproduceerde
eindgoederen en -diensten op te tellen:

• Consumptie: uitgaven door binnenlandse consumenten
• Investeringen: uitgaven door bedrijven aan gebouwen en uitrusting
• Overheidsaankopen: uitgaven door de overheid aan goederen en diensten
• Saldo van CA: netto-uitgaven door buitenlanders aan binnenlandse goederen en diensten

Het bruto nationaal product (GNP) van Amerika voor het eerste kwartaal van 2020 kan worden opgesplitst in 4 componenten (consumptie,
investeringen, overheidsaankopen, CA).

Waarom is het nuttig om het GNP op te delen in consumptie, investeringen, overheidsaankopen en CA?

1. We kunnen de oorzaak van een bepaalde recessie of hoogconjunctuur niet begrijpen zonder te weten hoe de
belangrijkste uitgavencategorieën zijn veranderd (en zonder dat begrip kunnen we geen passend beleid
voeren).

2. De nationale rekeningen verschaffen essentiële informatie om te bestuderen waarom sommige landen rijk
zijn en andere arm (rijk: een hoog niveau van BNP in verhouding tot de bevolking). Zo is het mogelijk om
landen met verschillende bevolkingsgroottes met elkaar te vergelijken.

Grafiek: De lopende rekening van de VS is negatief. De VS hebben al jarenlang een negatieve CA, wat belangrijke financiële implicaties heeft (zie
later).

Breaking down GDP … Europe, 2004

Cartoon: vergelijkt dikke Duitsland met fitte Frankrijk en Spanje. Laat zien dat Duitse economie het in 2004
niet erg goed doet.

,De grafiek toont voorbeeld van twee economieën die in 2004 sterk van elkaar verschillen (Frankrijk en Duitsland). Belangrijk is dat de grafiek
geen absolute waarden meet, maar bijdragen aan de BBP-groei in procentpunten.

Frankrijk wordt voornamelijk gedreven door consumptieve bestedingen en
overheidsuitgaven, terwijl Duitsland voornamelijk wordt gedreven door netto-
export. Dit toont aan dat het belangrijk is om naar alle componenten van het GNP
te kijken om een analyse van een land te maken.

Breaking down GDP … Europe, 2012-2015

“De consumptie is in Duitsland en de rest van de kernlanden slechts relatief
bescheiden gegroeid, en de investeringen nauwelijks. In plaats daarvan hebben
zowel de kern als de periferie vertrouwd op internationale vraag naar hun
export. Tussen 2011 en 2015 steeg het handelsoverschot van de eurozone van
slechts 0,1% van het bbp van de eurozone tot 3,7%.”

“Europa’s afhankelijkheid van export maakt het kwetsbaar voor elke vertraging
van de wereldwijde groei. Als de Chinese economie sterker zou vertragen, of de Amerikaanse economie opnieuw in een recessie zou belanden,
dan zou ook in Europa de groei afnemen.”

Duitsland is het land dat tussen 2012 en 2015 het meest heeft bijgedragen aan de bbp-groei in Europa, met meer dan 50%. Het werd gevolgd
door Frankrijk en Nederland. Voor de rest van de eurozone zien we dat netto-export de belangrijkste component is geweest.

Breaking down GDP … China, 2007

Het is opmerkelijk om in de grafiek te zien dat China ongelooflijke groeipercentages heeft (tot 11%).

“De Chinese economie wordt niet gedreven door export, maar door investeringen, die meer dan 40% van het GDP (bbp)
uitmaken. Sinds 2005 hebben netto-exporten bijgedragen aan meer dan 20% van de groei.

In China zijn de bijdragen van de huishoudelijke consumptie lager dan in het Westen. Dit toont aan dat de Chinese
economie onevenwichtig is.

We hebben twee belangrijke punten om te analyseren:

1. We moeten kijken naar de groeicijfers.
2006: Een groei van 11% is niet duurzaam omdat dit te snel is (een economie kan niet gedurende een lange periode zo snel groeien).

2. We hebben een correct beeld van China nodig.
We hebben vaak een verkeerd beeld van de Chinese economie. We interpreteren China vaak als een economie met veel export. Dat is niet
verkeerd, maar het is ook niet volledig. Investeringen in China zijn ook zeer belangrijk, zo niet nog belangrijker (40% van het bbp).

Breaking down GDP … China, 2009

Martin Wolf, econoom bij de Financial Times:

“Op langere termijn moet China zijn economie herstructureren door de consumptie te verhogen. Het is belangrijk te begrijpen hoe vertekend
de Chinese economie momenteel is: in 2007 bedroeg de particuliere consumptie slechts 35% van het bbp. Intussen investeerde China 11% van
het bbp in laag renderende buitenlandse activa via zijn overschot op de lopende rekening. Bedenk hoe arm honderden miljoenen Chinezen nog
steeds zijn. Overweeg vervolgens dat de netto-overdracht van middelen naar het buitenland gelijk was aan een derde van de particuliere
consumptie.”

Wat zijn hiervan de financiële implicaties?
Een tekort op de lopende rekening betekent dat je geld leent van de rest van de wereld. Aangezien China veel investeert in (laag renderende)
buitenlandse activa, betekent dit dat dat geld niet binnenlands kan worden geïnvesteerd. Dit roept ethische vragen op: honderden miljoenen
Chinezen zijn arm. Het geld dat uit China wegvloeit voor investeringen had mogelijk beter kunnen worden gebruikt.

Breaking down GDP … China, 2010

Michael Pettis van de Guanghua School of Management:

“De Chinese groei is onevenwichtig. Ze is sterk afhankelijk van investeringen als bron van vraag en als drijvende kracht
achter het aanbod. In zekere zin is het de meest kapitalistische economie ooit.”

Tussen 1997 en 2009 steeg de bruto-investering van 32% naar 46% van het bbp, terwijl de huishoudelijke consumptie
daalde van 45% naar 36%. Dit moet het laagste aandeel van consumptie zijn in eender welke belangrijke economie ooit.
In een land met honderden miljoenen arme mensen is dit zelfs schokkend.

Waarom de meest kapitalistische economie ooit? China is sterk afhankelijk van investeringen als bron van vraag.

Infos sur le Document

Cours
Publié le
29 septembre 2026
Nombre de pages
134
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
$10.37

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
4
Abonnés
0
Éléments
2
Dernière vente
1 mois de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Vous travaillez sur vos références ?

Créez des citations précises en APA, MLA et Harvard avec notre générateur de sources gratuit.

Vous travaillez sur vos références ?

Foire aux questions