1 Verstandelijke beperking
• Mentale beperking: psychische beperking voor psycholoog
• Verstandelijke beperking: beperking voor het denken → cognitief
1.1 Omschrijving verstandelijke beperking
1.1.1 Omschrijving volgens DSM-V
Omschrijving volgens DSM-V: Een verstandelijke beperking begint gedurende de
ontwikkelingsperiode met beperkingen in zowel het verstandelijk als het adaptieve functioneren, in
de conceptuele, sociale en praktische domeinen
Voldoen aan 3 criteria:
1) Deficiënties in de intellectuele functies
2) Deficiënties in het adaptieve functioneren
3) Deficiënties beginnen gedurende ontwikkelingsperiode
Specialisaties:
• Verschillende niveaus van ernst worden gedefinieerd volgens het adaptieve functioneren en
niet volgens de IQ-scores
o Omdat: mate van adaptief functioneren → bepaald hoeveel ondersteuning er nodig
is
• IQ-metingen in laagste deel van IQ-scores → minder valide
Diagnostische kenmerken:
• Hoofdkenmerken: deficiënties in de intellectuele functies en beperkingen in alledaagse
aanpassingsvermogen, vergeleken met leeftijdgenoten van hetzelfde gender en dezelfde
sociaal-culturele groep
• Begin: ontwikkelingsleeftijd
• Classificatie: gebaseerd op klinische beoordelingen en gestandaardiseerde tests
1.1.2 Omschrijving volgens de AAIDD
Omschrijving volgens AAIDD: Een ‘verstandelijke beperking’ verwijst naar functioneringsproblemen
die worden gekenmerkt door significante beperkingen in zowel het intellectuele functioneren als in
het adaptieve gedrag zoals dat tot uitdrukking komt in conceptuele, sociale en praktische
vaardigheden. De functioneringsproblemen ontstaan voor de leeftijd van 18 jaar
• Focus: vaardigheden en waar je als ergotherapeut winst kan boeken
• Kritiek: verschil bij personen die aangeboren ontwikkelingsstoornissen hebben of pas na NAH
1.1.3 Leg uit:
• Adaptieve vaardigheden: nodig om zelfstandig te functioneren
1
,Ergotherapie bij ontwikkelingsproblemen Denolf
o Voorbeeld: zelfzorg, communiceren en omgaan met anderen
• Conceptuele vaardigheden: denkvaardigheden
o Voorbeeld: lezen, rekenen, taal en probleemoplossend vermogen
• VB: lager IQ + moeite met dagelijkse vaardigheden → VOOR 18 jaar
• Handicap is een socio-ecologisch gegeven: beperking hangt sterk af van hoe omgeving ermee
omgaat, hoe ze kijken ernaar
1.2 Gevolgen voor het functioneren: mate van ernst
IQ bereik Ontwikkelingsleeftijd
Licht VB IQ 50 – 55 tot 70 6,5 – 12 jaar
Matig VB IQ 35 – 40 tot 50 – 55 4 – 6,5 jaar
Ernstig VB IQ 20 – 25 tot 35 – 40 2 – 4 jaar
Zeer ernstig VB IQ < 20 – 25 0 – 2 jaar
Domeinen die rol spelen bij ontwikkeling
1) Emotioneel
2) Motorisch
3) Cognitief
1.2.1 Typering van de subgroepen
• Typeer elke subgroep!
o Hoe zou je het functioneren per subgroep beschrijven?
• GROOT verschil tussen typering en functioneren
o Functioneren: aangrijpingspunt voor ergotherapie
1.2.1.1 Licht verstandelijke beperking
• IQ: 50 – 55 tot 70
• Verschillen:
o Gezichts- en gehoorvermogen
o Epilepsie
o Kleurenblindheid
o Articulatie
o Lengte- en groeicurve
o T.a.v. leeftijdsgenoten zonder beperking
• Vaak uit multi probleemgezinnen
• “willen er bijhoren” maar slagen er niet in
• Impulsiviteit in denken & handelen
• Rigiditeit & starheid
• Fragmentarische ervaringen
• Tekort aan psychische weerbaarheid
• Falende sociale perceptie
• Weinig zicht op eigen mogelijkheden of beperking – onrealistisch zelfbeeld
• Assessments zijn ter beschikking
2
, Ergotherapie bij ontwikkelingsproblemen Denolf
1.2.1.2 Matig verstandelijke beperking
• IQ: 35 – 40 tot 50 – 55
• Oriëntatie in tijd en ruimte in het hier-en-nu kunnen
o Voorbeeld: weg terugvinden volgens geleerde routes, kunnen personen
onderscheiden en herinneren
• Motorisch: moeite met “afwerking” van beweging of fijn-motorische handelingen, lager
tempo van beweging
• Grote variatie in spraakontwikkeling: van enkele woorden tot eenvoudige zinnen
• Vertraagd denkvermogen
• Impulsieve, associatieve perceptie
• Terugvallen op stereotiep niveau
• Geen zelfstandige oordeelsvorming
• Kunnen leren uit eenvoudige ervaringen
• Moeite met concentratie
• Nood aan doe-activiteiten
• Nood aan herhaling & veilige structuren
• In staat tot eenvoudige arbeid
• Assessments zijn voorhanden
1.2.1.3 Ernstig verstandelijke beperking
• IQ: 20 tot 35-40
• Meer bijkomende motorische, sensorische & fysieke beperkingen
• Weinig aanpassingsgedrag
• Vaak gedragsstoornissen
• Weinig uitgewerkte fijnmotorische vaardigheden & beperkte oog-handcoördinatie
• Beperkt inzicht in tijd & ruimte
• Woordenschat beperkt tot enkele situaties, objecten & gebeurtenissen uit de dagelijkse
leefwereld.
• Drukken zich vaak uit met pre-spraakvocalisaties, gebaren, gelaatsexpressie en lichaamstaal.
• Passieve taalgebruik beter ontwikkeld dan het actieve.
• Persoonlijk zelfredzaamheid varieert van volledig zelfstandig met toezicht tot volledig
afhankelijk.
• Beperkte sociale verbondenheid met anderen
• Assessments voorhanden
1.2.1.4 Zeer ernstige verstandelijke beperking
• IQ: < 20 – 25
• Veel bijkomende beperkingen (vaak overlap met groep meervoudige beperking)
o Zoals fysieke & zintuiglijke stoornissen, motorische problemen, epilepsie.
• Vaak broze gezondheid (luchtwegen, spijsvertering,…)
• Weinig of niet zelfredzaam → afhankelijke van motorische vaardigheden
• Reageren weinig op stimuli uit de omgeving.
• Beperkte expressieve vaardigheden bemoeilijken de interactie met de omgeving.
• Zelfbeeld?
3