Module 1: de nood aan gedragsmanagement
WAAROM POSITIEF GEDRAGSMANAGEMENT ?
- Als een orkestleider kan je het gedrag van de leerlingen heel goed
sturen.
- Wat leerlingen doen in de klas bepaalt hoeveel ze leren
o Hoe meer tijd lln kwalitatief met de leerstof interageren. Op een
voldoende uitdagende manier, met veel succeservaring à hoe
meer ze zullen leren
VAN TARTWIJK & HAMMERNESS (2011)
1ste pijler:
- Tot 30% variantie in leerresultaten ligt aan verschillen tussen leraren
- Klasmanagement omvat actief om orde te verzekeren en effectief
gebruik van lestijd
- Leren word bemoeilijkt in een chaotische omgeving
2de pijler: effect op leerkracht
- Voor jobtevredenheid is goed klasmanagement vitaal
o Link tussen disciplineproblemen en burn-out
- Duidelijke link tussen orde in de klas en het leren van leerlingen
- Lerarenopleidingen falen vaak om klasmanagement op een praktische
manier aan te leren, vaak ook alleen in keuze-vakken aangeboden
wordt.
o Soms ook enkel in ‘elective courses’
ENKELE CIJFERS :
Teaching and Learning International Survey (TALIS)
- Gestart in 2008 (24 landen in de sample)
- Internationale survey bij leraren en schoolleiders over arbeidscondities
en leeromgeving
- Doelpopulatie in 2018:
o 4 000 leraren en schoolleiders van 200 scholen (in elk
deelnemend land)
o Totaal = 260 000 leraren antwoordden (vertegenwoordigen 8
miljoen leerlingen in 48 landen) à grote sample-size
- TALIS 2013 (gekeken naar klasmanagement)
1
,Silke Putzeys Positief gedragsmanagement 2025-2026
o In scholen met leerlingen van niet-gepriviligieerde achtergrond
hebben leraren meer moeite om goed klasmanagement te
hanteren.
Leerlingen die uit een minder gepriviligeerde situatie
komen of moeilijkere thuissituatie. Minder aanwezigheid
van sociale vaardigheden. Vaak basisvaardigheden niet
aangeleerd (luisteren, stil zitten, regels…)
Voor vlaanderen = stijging met 8.8% dus wilt zeggen dat ze langer moeten
wachten tot de studenten stil zijn.
Weer een stijging in 2018 tov 2013 in Vlaanderen.
Meer specifiek
2
,Silke Putzeys Positief gedragsmanagement 2025-2026
PISA = top 6 Program for International Student Assessment
Voorlaatste stelling 40% eens met die stelling à niet onaardig, voor lager
onderwijs hoger liggen dan andere landen en secundair ook veel hoger dan
andere landen.
Lawaai van de klas:
- Waarden van Vlaanderen liggen hoger dan gemiddelde EU-landen en
zeker top 6 PISA landen. Stijgende problemen met storing, storende
variabelen waardoor lesgeven moeilijker wordt.
TALIS 2008 vs 2018 – 1ste graad secundair
Verandering in %leraren die het eens is met stellingen over gedrag
- Stijging in cijfers dat leerkrachten moeten wachten voordat leerlingen
rustig wordt
Bronnen van stress
Internationaal gezien =
- behouden van klasmanagement dat men daar belangrijke bron van
stress geeft. Boven de 40%.
- Geintimideerd worden of verbaal geschofeerd worden is beperkt.
3
, Silke Putzeys Positief gedragsmanagement 2025-2026
Percentage schoolleiders =
- Intimidatie of ander vormen van verbaal beledigen = 30% van
schoolleiders bij lager onderwijs dat die incidenten wekelijks/dagelijks
gebeuren. Aanzienlijk hoog percentage, veel hoger dan EU
In Vlaanderen, niet zo een goede leerling zijn op vlak van
klasmanagement
OESO 2020 – percepties klasmanagement
- Discrepantie tussen perceptie leerkrachten en leerlingen.
o Veel storend lawaai = leerlingen cijfers hoger dan leerkrachten
o Leerkracht reageert op storing en het storend gedrag stopt =
leerkrachten vinden dit succesvol, leerlingen vinden dit in
mindere mate
Hoger % leerkrachten die akkoord zijn vs leerlingen die
akkoord zijn
o Als leerkracht kan je niet alles zien, maar het gebeurt vaak dat
we te laat zijn.
TIMSS data 2019 – Vlaanderen – LO wiskunde
TIMSS = Trends In International Mathematics and Science Study
- Wordt verzameld in het 4de leerjaar en 2e secundair
- 80% v leerlingen geeft storend gedrag aan in sommige lessen
- 9% v leerlingen ervaart storend gedrag in de meeste lessen
- Storend gedrag tijdens de lessen hangt samen met de gemiddelde
scores van de leerlingen
o In hoe minder lessen er storend gedrag wordt gerapporteerd, hoe
beter de gemiddelde prestaties van de leerlingen.
4