1. PROJECTONTWERP
Onderzoeks-
2 afdelingen ontwerp
- Conceptueel ontwerp Conceptueel
ontwerp
o Focus op welk thema jouw Doelstelling
interesseert Onderzoeksmodel
o Focus op welke methode jouw
Vraagstelling
voorkeur krijgt
Begripsbepaling
- Onderzoekstechnisch ontwerp
Onderzoekstechnisc
o Focus op de technische kant van h ontwerp
de stappen die je onderneemt Onderzoeksmateriaal
Voorbeeld jeugdcriminaliteit Onderzoeksstrategie
- Conceptueel ontwerp Onderzoeksplanning
o Wat verstaan we onder jeugdcriminaliteit?
▪ Leeftijd jongeren afbakenen, doelgroep kiezen
o Waarom onderzoeken?
▪ Ik vind het interessant, een aantal steden hebben hier moeite mee
om oplossingen te vinden..
o In welke mate wil ik dit onderzoeken? Hoeveel?
▪ Enkel focussen in België of gewoon in Gent, Brussel..
▪ Tot waar beperkt onderzoek setting
- Onderzoekstechnisch ontwerp
o Hoe ga ik dit onderzoeken?
▪ Interview met politiediensten, gemeenschapswachten, scholen,
jeugdwerkers..
o Kwantitatief onderzoek → SPSS = survey
▪ “Hebben jullie criminaliteit gepleegd, welke soort, waarom, is er rol
van groepsdruk..”
Iteratief ontwerpen
- Voortduren heen-en-weergaande beweging
- Bijstelling
- Herbezinnen en herschrijven
- Terug komen op je stappen/thema
→ Vb. Wanneer je na veel spreken over jouw thema merkt dat het jou toch niet
interesseert OF merkt dat survey moeilijk is om die jongeren te bereiken dus niet beste
onderzoeksmethode
,DEEL 1 – CONCEPTUEEL ONTWERP
2. DOELSTELLING
Een onderwerp kiezen die echt een doel heeft
- Niet enkel iets wat je interesseert
- Onderzoek moet tot iets bijdragen
Keuze onderzoeksprobleem kan worden beïnvloed door verschillende factoren
- Wetenschapsfilosofische opvattingen
o Veralgemeenbaarheid
▪ Kennis kan algemeen geldig zijn
▪ Vb. UGent studenten onderzoeken en dan veralgemenen met alle
studenten in Vlaanderen door gelijkenissen
o Unieke en particuliere
▪ Elke situatie of groep is uniek
▪ Vb. Veiligheidsgevoelens prostitués in Gentse wijk onderzoeken en
dan veralgemenen naar Brussel = niet mogelijk want andere
omgeving
o Traditie van de onderzoeksgroep
▪ Voorkeur van onderzoek enz.
- Reikwijdte van de studie → Eigen voorkeur van interesse
o Ruimte
▪ Individuele psychologische processen
▪ Interacties binnen kleine groepjes mensen
▪ Het leven in een lokale gemeenschap
▪ Grote populaties?
o Tijd
▪ Momentopnames
▪ Vergelijking tussen momenten in tijd
- Zuiver/toegepast wetenschappelijk onderzoek → Eigen voorkeur van interesse
o Zuiver wetenschappelijk onderzoek
▪ Theorieën ontwikkelen
• Oplossing voor bepaald probleem vinden
▪ Hypothesen toetsen
o Toegepast wetenschappelijk onderzoek
▪ Oplossen maatschappelijke problemen
• Theorie toepassen op bepaalde criminaliteitsfenomenen in
de SL
▪ Actie-onderzoek, evaluatie-onderzoek, behoeften-onderzoek
- Politieke en sociale context
o Politieke gebeurtenissen
, ▪ Mode-trends
▪ Vb. Terreuraanslagen in Zaventem: Impact slachtoffers, aanpak
terrorisme in andere landen..
- Wensen van de opdrachtgever
o Grote wetenschappelijke instituten
▪ Long term research = grote, lange onderzoeken
▪ Vb. FOD BiZa willen zonderoek naar private veiligheid
▪ Vb. FWO zullen doctoraatstudenten/professoren financieren om
onderzoek te voeren over legalisering van drugs bijvoorbeeld
• Fonds Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen
▪ Vb. Groter onderzoek van universiteiten/hogescholen
ondersteunen
o (Kleinere) opdrachtgevers
▪ Vb. Gemeente/regio’s/(inter)nationale staten/bedrijven/ministeries
weten niet wat te doen met overlastfenomenen
▪ Vaak “One shot projects”
• Onderzoek kan enkel tijdens dat ene moment gevoerd
worden
• Vb. Onderzoeken of lockdown voor meer of minder
veiligheidsgevoelens bij de mensen zorgde
- Criminologisch paradigma
o Dingen die je interessant vindt in lessen aan het unief
▪ Vb. Individueel positivisme, Neo-individueel positivisme, Sociaal
positivisme, Marxistische theorieën, Neo-marxistische theorieën,
Micro theorieën – middle range theorieën – grand theorieën..
o OPGELET: Theoretical blindness
▪ Je moet op objectieve manier kijken ook al geloof je in een
bepaalde theorie
▪ Als je tegengestelde resultaten krijgt, moet je dit accepteren en niet
zomaar jouw geloof in de theorie volgen
▪ Wees kritisch, stel de theorie in vraag
- Waarden en maatschappelijke problemen
o Maatschappelijke projecten
▪ Opvattingen over goed en kwaad
• Vb. Je bent een voorstander legalisering cannabis maar
weet sommige zijn dit niet: verder onderzoeken
▪ Opvattingen over sociale rechtvaardigheid
▪ Opvattingen over vrijheid en democratie
o OPGELET: Maatschappelijk engagement vs. Objectiviteit
▪ Niet teveel maatschappelijk laten sturen maar objectief blijven
- Voorkeur voor een methode
, o Voorkeur kwantitatief onderzoek
▪ Mogelijks door haat interactie andere personen via interview
o Voorkeur kwalitatief onderzoek
▪ Mogelijks door haat statistiek
o OPGELET: Voorkeur vs. Reactiviteit
▪ Voorkeur is vrij maar moet realistisch kunnen linken aan het
onderzoeksontwerp
▪ Vb. Onderzoek drugsbendes Brusselse wijken → Moeilijk om
interview met hun te doen DUS kijken welke methode beter past,
ook al is dit niet jouw voorkeur
- Voorkeur voor een theorie
o Link tussen jezelf als persoon en een theorie
▪ Vrouw
• Vb. Vrouwelijke onderzoeker doet onderzoek naar
slachtofferschap vrouwen door intra-familiaal geweld
▪ Etnische minderheden
• Vb. Onderzoeker met andere etnische achtergrond wil
onderzoeken of politie aan etnisch profileren doet omdat
hij/zij zelf mss meegemaakt heeft
▪ Slachtofferervaringen
• Vb. Onderzoeker is zelf slachtoffer geweest bij inbraak en
wil onderzoeken hoe SO worden behandeld door politie na
inbraak
▪ Persoonlijke ervaringen
o OPGELET: Eigen betrokkenheid vs. Nodige afstand
▪ Door eigen betrokkenheid heel gemotiveerd
▪ Nodige afstand van belang, zeker als het gaat over SO-ervaring →
Zorg dat je er kan induiken en dat het geen wonden opent
Opstellen probleemstelling en onderzoeksplan
Nadenken over deze zaken → Vb. Jeugdcriminaliteit
- Waarom?
o Waarom interesseert mij dit?
o Waarom voorkeur kwantitatief onderzoek?
- Waar?
o Waarom wil ik dat onderzoeken?
o Waar zal ik mensen interviewen/observeren?
- Hoe?
o Op welke manier wil ik dat gaan onderzoeken?
- Wat?
o Wat wil ik nu precies onderzoeken van die jeugdcriminaliteit?