platwormen
Sponsen, holtedieren en
platwormen
Inhoud
1.1 Stam: sponsen....................................................................................2
1.1.1 Structuur.......................................................................................2
1.1.2 Voortplanting................................................................................3
1.1.3 Bijzonderheden.............................................................................3
1.2 Stam: holtedieren...............................................................................3
1.2.1 Verschillende klassen....................................................................3
1.2.2 Klasse kwalpoliepen (hydrozoa)....................................................3
1.2.3 Klasse schermkwallen (vb diepzee)..............................................7
1.2.4 Klasse bloemdieren.......................................................................8
1.3 Stam: platwormen...............................................................................8
1.3.1 Trilhaarwormen met 3-takkige darm (Tricladida)!!........................9
1.3.2 Infraklasse: zuigwormen...............................................................9
1.3.3 Infraklasse: lintwormen!!!...........................................................14
1. Mens: rijpe leden met duizenden eieren................................................16
1
,Toegepaste dierkunde sponsen, holtedieren en
platwormen
1.1 Stam: sponsen
Meercelling
Geen echte weefsels , organen en kanalensysteem
Geen lichaamssymmetrie
Zee en zoetwater
Vastzitten dieren vb. op stenen of op andere dieren
Gaat heel de tijd water filteren: water van buitenkant naar binnen halen
en daar voedingsstoffen uit halen en dan langs bovenkant er uit doen
1.1.1Structuur
Lichaamsoppervlak doorboord door
vele poriën (buis- of sluiscellen). Zo
komt er water naar binnen
Het spongoceel is bekleed met
kraagcellen. Deze zorgen met hun
zweepharen voor waterstroom. Via
de waterstroom komt organisch
materiaal binnen die blijven
kleven aan de kraagjes.
Het wordt doorgegeven aan de
amoebocyten of zwerfcellen die
zich in de tussenlaag bevinden. Zij
verteren het voedsel en transporteren
de voedingstoffen
De stevigheid van de spons komt
door de spicula (microscopische
naaldjes). Vormen een netwerk die
zorgt voor steun voor de spons. De
spicula wordt gevormd door speciale
amoebocyten Ascon
namelijk
scelroblasten
Spicula
Kraagcellen
2
, Toegepaste dierkunde sponsen, holtedieren en
platwormen
1.1.2Voortplanting
Sponzen bevatten zowel mannelijke als vrouwelijke
geslachtscellen
Zaadcellen verlaten de spons en dringen via poriën een
andere spons binnen.
De zaadcellen worden opgevangen door kraagcellen.
Amoebocyten brengen de zaadcellen naar de eicel.
In de spons vindt de bevruchting plaats en ontstaat een
zygote.
Uit de zygote ontwikkelt zich een vrij rondzwemmende larve, de
parenchymula.
1.1.3Bijzonderheden
Vanaf 1765 idee spons= dier
2-100 cm
>50 jaar
Als alle cellen verwijderd worden uit spons blijft spongine over=>
hoornspons
o Tegenovergestelde van kalk- en glassponzen
Commensalisme= samenlevingsvorm waarbij één soort voordeel
heeft, terwijl de andere geen voordeel of nadeel ondervindt
o Vb bij venusmandje: twee jonge garnalen komen binnen.
Deze leven verder in spongeceel.Als ze ouder worden geraken
ze er niet meer uit. Ze krijgen bescherming van spons
terwijl die er niks voor terugkrijgt.
1.2 Stam: holtedieren
1.2.1Verschillende klassen
Schermkwallen (scyphozoa.)
Kwalpoliepen (Hydrazoa): vb zoetwaterpoliep( hydra spp.)
Bloemdieren (Anthozoa)
1.2.2Klasse kwalpoliepen (hydrozoa)
1.2.2.1 De zoetwaterpoliep
3