Klasse: reptielen
Inhoud
1.1 Inleiding..............................................................................................2
1.2 Algemene kenmerken.........................................................................2
1.3 Embryonale vliezen.............................................................................2
1.4 De huid...............................................................................................3
1.5 Bloedvatenstelsel................................................................................3
1.6 Urogenitaalstelsel...............................................................................4
1.7 Subklasse: vogels...............................................................................4
1.7.1 Vogels en Dino’s...........................................................................4
1.7.2 Verschil vogels en reptielen..........................................................5
1.7.3 Homoiothermie.............................................................................5
1.7.4 Beendergestel...............................................................................5
1.7.5 Veren............................................................................................6
1.7.6 Spijsvertering................................................................................6
1.7.7 Ademhaling...................................................................................7
1.7.8 Long vogel VS zoogdier................................................................7
1.7.9 Urogenitaalstelel...........................................................................8
1
, Toegepaste dierkunde Reptielen
1.1 Inleiding
Eerste vertebraatgroep aangepast leven op droge plaatsen op het
land
o Droge hoornachtige huid+ schubben=> watervlies verminderd
De hedendaagse retielenfauna slechts fractie vroegere machtige
reptielelgroep (dinosauriërs) klopt niet
o Niet uit elkaar onstaan wel gemeenschappelijke voorouder
Wijdverspreid aardoppervlak ontbreken enkel in de poolgebieden
1.2 Algemene kenmerken
Droge verhoornde klierarme huid (amfibiën)
o Niet slijmerig en meestal bedekt met schubben
2 paar ledematen met 5 tenen (uitzonderingen: geen ledematen)
Skeet volledig verbeend
1 achterhoofdsknobbel (zoogdieren 2)
Hart met twee boezems en 2 gedeeltelijk ingedeelde kamers
o Arm en rijk niet volledig gescheiden
Koudbloedig
Ademhaling door longe, gedurende alle levensfasen
Inwendige bevruchting
Embryonale vliezen aanwezig, geen metamorfose
Leggen eieren op het land
Een gebit (uitz: schildpadden hoornsnavel)
1.3 Embryonale vliezen
Het reptielenei 4 gespecialiseerde membranen:
De dooierzak: deel spijsverteringskanaal+
omgeeft eidooier (=reservevoedsel)
Het amnion: rondom embryo gevuld=>
amnionvloeistof (=vruchtwater) afgescheiden
door de wanden
Het allantois: uitgroeiing
spijsverteringskanaal=> excretorische functie
(=primaire urineblaas)
Chorion: omgeeft alle 3 vliezen. Samen met
Delen kunnen benoemen
de allantois als ademhalingsorgaan=> diffusie
CO2 uit en O2 in
In vergelijking met amfibiën:
Allantoïs en amnion wel aanwezig
Eieren groot genoeg (reservestof = dooier)
2