Geleedpotige dieren
Stam: Geleedpotige Dieren
Inhoud
1.1 Substam schaaldieren.........................................................................2
1.1.1 6 klassen waarvan drie besproken................................................2
1.2 Substam: hexapoda..........................................................................11
1.2.1 Klasse insecten...........................................................................11
1
,Toegepaste dierkunde
Geleedpotige dieren
1.1 Substam schaaldieren
1.1.16 klassen waarvan drie besproken
Hogere schaaldieren
o Groter dan 1 cm
o Duidelijke kopborststuk
o Kreeften, krabben garnalen, pissebedden, …
o Voorbeeld: Noorse Kreeft
Maxillopoda
Kieuwpootkreeftjes
1.1.1.1 Noorse kreeft
Kopborststuk = vergroeiing kop + borst
o Scheiding dwarse groef
o Rugschild
o Zijschilden: kieuwdeksels, sluiten
kieuwkamers af
o Aanhangsels:
2 paar sprieten
Kopstuk
3 paar monddelen
3 paar kaakpoten/ maxillipeden
5 paar looppoten/ pereiopoden Borststuk
Acterlijf: 6 segmenten + rechthoekig staartstuk
o Zwemstaart => naar voor klappen bij gevaar wegzwemmen
o Zwempoten/ pleopoden (ook voortplanting)
Beweging en spieren
Leden van aanhangsels: beweeglijk tov elkaar=> samentrekken
van spieren
o Spieren zitten vastgehecht op de binnenkant van de
lichaamswand
Vb. leden van poten: hol- binnenkant spiervezels van ene lid
naar het andere
Uitwenig skelet
Achterlijfsegmenten: zeer grote spierbundels voor
krommende beweging van achterlijf
=>deze eten we op bij kreeften/ garnalen (ev. ook
pootspieren)
Cuticula(=uitwendig skelet)
Lichaamswand bij alle geleedpotige dieren:
2
, Toegepaste dierkunde
Geleedpotige dieren
o Bedekt lichaam, aanhangsels, andere (ogen,
spijsverteringsstelsel)
o Contactplaatsen tussen de leden van aanhangsels die tov
elkaar kunnen bewegen=> cuticula dun en plooibaar
Eenlagige opperhuid
Cuticula (gevormd door de opperhuid)
- Gemaakt van eiwitten en chitine
(stikstofhoudend polysaccharide)
- Buitenste laagje: geen chitine=>
waslaagje (epicuticula)
- Schaaldieren: Soms ook
calciumcarbonaat=> extra verharding
- Insecten: geen calciumcarbonaat
Functies cuticula
1. Uitwendig skelet
o Spieren aan binnenkant van lichaamswand=> beweging
tussen segmenten en leden
2. Bescherming tegen verwondingen
o Bescherming tegen stoten, verwondingen, beten
3. Bescherming tegen bacteriën
o Waslaagje: waterafstonde eigenschappen => verhindert
binnendringen van bacteriën
4. Bescherming tegen uitdroging
Van belang bij op land levende geleedpotige dieren
Vervelling
Cuticula=> geen geleidelijke groei=> groei tijdens vervelling
1) Onder de bestaande cuticula wordt een nieuwe gevormd
2) Oude cuticula breekt open
3) Dier kruipt uit oude cuticula
4) Nieuwe cuticula is nog week
5) Toename in volume (groei) door water op te nemen
6) Verharding nieuwe cuticula
Schaaldieren: vervellingen bij onvolwassen en volwassen dieren
Insecten: vervellingen bij larven, volwassen insecten vervellen niet
Larvale stadia
Verschillende larvale stadia
Het eerste larvale stadium: nauplius larve
o Ovale niet gesegmenteerd stadium met een
mediaan oog
o Drie paar aanhangsels
3