ICW - hoorcollege week 1 -
Wat is communicatie? Het rationele proces van het creëren en interpreteren van boodschappen die
een reactie uitlokken. We zijn geïnteresseerd in het bericht zelf, de creatie van die berichten,
interpretatie van die berichten (hoe wordt iets begrepen), berichten die een reactie uit lokken en een
relationeel proces (de relatie die er is met de zender is van belang).
Het doel van communicatie onderzoekers:
De (nieuwe) media- en communicatieomgeving in kaart brengen.
Bestaande theorieën evalueren en nieuwe ontwikkelen (oude theorieën
Om de gevolgen voor individuen, groepen en samenlevingen te begrijpen.
Media’s centrale rol in de samenleving:
We leven in een ‘gemediatiseerde’ samenleving
Media doen meer dan informatie overbrengen: het zijn machtige agenten met hun eigen
doelen, belangen en waarden.
Mediatisering (=beïnvloeding door media) is de manier waarop andere instellingen zich
aanpassen aan de logica van de media-instelling: je moet het spel spelen volgens de regels
van de media.
Alle maatschappelijke instituten staan tot op zekere hoogte bloot aan mediatisering > terug
te zien in Media en PR (een PR-crisis kan een organisatie breken), Media en politiek
(vormgeving van verkiezingen wordt grotendeels beïnvloed en gevormd door de media),
Internationale politiek, Media en sport, E-sports, sociale/privéleven.
Voorbeelden positieve gevolgen digitale media(technologie):
- De toegang tot informatie is veel groter (mensen worden beter geïnformeerd)
- Onderwijs (denk aan tijdens coronapandemie)
- Onderzoek doen is makkelijker geworden
- Transparantie (denk bv aan nieuws, iedereen kan informatie verspreiden)
Voorbeelden ongewenste gevolgen digitale media(technologie):
- Het verspreiden van ‘fake’ nieuws
- Het verspreiden van haat berichten
- Radicalisatie (Je wordt steeds dieper meegenomen in waar jij je op focust, algoritme)
- Sociale media en privacy: sociale media proberen zoveel mogelijk data van jou te
generaliseren om te verkopen aan adverteerders, platformen zijn ingericht om jouw
aandacht zo lang mogelijk vast te houden. (Privacy paradox houdt in we zijn ons bewust van
privacy schending, maar handelen er niet naar omdat men niet zonder kan).
- Online manipulatie (“Er zijn nog maar enkele producten over”, je wordt aangezet tot kopen)
- Welzijn (gebruik van media heeft een slechte invloed op ons mentale gesteldheid)
Er heerst een gevecht over controle over digitale informatie om deze ongewenste gevolgen tegen te
gaan.
Communicatie in een simpel schema:
Zender (productie/distributie) > Bericht (inhoud) > Ontvanger (gebruik, interpretatie, effecten op
individuen, groepen en samenleving).
ASCoR’s vier onderzoeksgebieden:
- Political communication & Journalism
- Corporate Communication
- Youth & Media Entertainment
- Persuasive Communication
,Om communicatieprocessen te begrijpen hebben we theorieën nodig.
Een goede theorie is een hulpmiddel beter te begrijpen wat er gebeurt om ons heen: streeft ernaar
te verduidelijken, te verklaren hoe dingen werken. Idealiter is een theorie toetsbaar.
Een theorie als een net: we hebben theorieën nodig om ‘de wereld’ (of delen ervan) te
begrijpen
Een theorie als een lens: theorieën beïnvloeden hoe we bepaalde dingen zien, ze
benadrukken bepaalde aspecten waardoor andere uit het zich verdwijnen.
Een theorie is als een kaart: we hebben theorieën nodig om ons de weg te wijzen en hoe
dingen met elkaar samenhangen.
Exacte wetenschappen en sociale wetenschappen:
Bij de exacte wetenschappen zijn variabelen over het algemeen goed geïsoleerd en voorspelbaar,
een sociale wetenschapper ervaart meerdere uitdagingen wat het moeilijk maakt om effecten vast
te stellen:
1. De meeste belangrijke en interessante vormen van menselijk gedrag zijn moeilijk te meten
2. Menselijk gedrag is buitengewoon complex (afhankelijk van vele factoren)
3. Mensen hebben doelen en zijn zelfreflectief (men weet dat ze meedoen aan een experiment
en zal zich anders gedragen)
4. Mensen hebben hun eigen perceptie van causaliteit (men heeft moeite te accepteren iets op
zichzelf te slaan = derdepersoonseffect).
Media als boodschap: historisch perspectief
- Drukpers, kranten, boeken (15e-20e eeuw)
- Radio, film, televisie (1e helft 20e eeuw)
- Videospellen (2e helft 20e eeuw)
- Computer, internet (laatste deel 20e eeuw)
- Mobiele media (1e deel 21e eeuw)
Iedereen is nu zender geworden!
Baran & Davis: four trends in communication research
1. Mass Society and Mass Culture = in de tijd van industrialisatie, opkomst van steden en
massamedia. Grote zorgen over (negatieve!) impact op traditionele waarden en
verhoudingen (net als in deze tijd zorgen over machtige media). WW1: grootschalige inzet
van propaganda. Massamedia = krachtige media die iedereen bereiken (passief publiek) het
idee van ‘hypodermic needle’/‘magic-bullet’ heerste: wat de media laat zien neemt men
direct over.
2. Media Effects Trend = de kracht van media begon serieus te worden bestudeerd met nieuwe
sociaalwetenschappelijke onderzoeksmethoden, zo werd tijdens WOII de kracht van
propaganda systematisch bestudeerd. Na veel experimenten en enquête onderzoek bleek:
media-effecten waren beperkt in termen van het aantal beïnvloede mensen/het type
beïnvloeding/de duur van de beïnvloeding.
3. Critical Cultural Trend = theorieën over media-effecten laten vragen over de mogelijke
kracht van media onbeantwoord. Een nieuwe trend ging zich ontwikkelen in Europa en
Canada na WOII die het had over langetermijneffecten: “er moet wel degelijk een invloed zijn
alleen zijn we nog niet instaat geweest om dit vast te stellen”.
4. Meaning-Making Theory = een nieuwe trend in de mediatheorie in de tijd van nu. Media
heeft wel degelijk invloed op ons, maar effecten zijn afhankelijk van een aantal factoren.
,ICW - hoorcollege week 2 -
‘Journalistiek en hoe nieuws tot stand komt’
Hoe bericht media over volgende onderwerpen:
Als een bepaalde mening heerst komt deze vaker in de media, maar: moeten beide kanten
van een onderwerp worden besproken of heeft dit polarisatie als gevolg?
Media: een marktplaats van ideeën?
Uitgangspunt: een open en concurrerende markt reguleert zelf > zelfrechtvaardiging (Milton): ‘hoge
kwaliteit’ zegeviert over ‘late kwaliteit’. Of: om zoveel mogelijk nieuws te verkopen sensationele
content publiceren?
Normatieve theorie: ‘zorgplicht’ voor samenleving om te informeren en machthebbers te
controleren (kwalitatief nieuws verspreiden) = media’s sociale verantwoordelijkheid. Media
moeten de sociale wereld scannen en het publiek waarschuwen voor problemen: Media als
‘waakhonden van de macht’.
Kanttekening:
We kopen geen individuele berichten (maar ook advertenties, andere inhoud)
Wat als de steun van adverteerders het mogelijk maakt dat slechte berichten gratis worden
verspreid?
Goed functionerende media zijn nodig ‘om onze leiders eerlijk te houden en de machtelozen te
wapenen met de informatie die ze nodig hebben om zichzelf te beschermen tegen de tirannie van de
machtigen, of die tirannie nu politiek of commercieel is.’
In hoeverre slagen media hier nu nog in?
Gatekeeping = De algemene term voor nieuwsselectie door reporters in nieuwsorganisaties. Er zijn
verschillende criteria om nieuws door de 'gates' te laten, de belangrijkste daarvan is de
nieuwswaardigheid.
Hoe wordt iets nieuws? Waarom komen sommige zaken wel in het nieuws en andere niet?
Onderzoek Galtung & Ruge: wat maakt een gebeurtenis nieuwswaardig?
12 factoren waaronder: relevantie, verassing, elites, negativiteit etc.
‘Keten’: van selectie > vervorming (aandikken nieuwswaardigheid) > replicatie (cyclus waarbij
berichtgeving veranderd).
Oftewel: Conceptuele vraag: Hebben gebeurtenissen nieuwswaarde of worden ze nieuwswaardig
gemaakt?
Wanneer komt iets in het nieuws ‘nieuwswaarde’? Entertainment, sensatie, relevantie, omvang,
agenda van nieuwsorganisatie, machtselite, conflict, dramatisch, celebrity, deelbaarheid
(complexiteit), opvolging (als iets gister in het nieuws kwam is de kans groot dat dit vandaag ook
gebeurd) etc.
De impact van nieuwswaarden wordt hierdoor onder andere beïnvloedt:
Verklaard het nieuws: ‘Hierarchy of Influences Model’ bestaande uit
verschillende levels
Het doel van dit model is om te verklaren waarom nieuws er op deze
manier uitziet!
Hoe hoger het level, hoe groter de invloed is op het nieuws.
1. Persoonlijke, professionele en politieke overtuigingen:
- Professionele waarden: objectiviteit, neutraliteit, transparantie
- Professionele rolperceptie: verspreider, interpretator, activist?
- Persoonlijke en politieke overtuigingen
, 2. Journalistieke routines:
- Journalistieke paradox: routinesering van het onverwachte > ze gaan dus niet zelf opzoek
naar nieuws, maar zijn afhankelijk van andere bronnen.
- Vertrouwen op geplande gebeurtenissen
- Vertrouwen op nieuwsagentschappen
- Vertrouwen op elite bronnen: overheidsfunctionarissen, experts, politici
3. Nieuwsorganisatie: politieke kleur
- Rol eigenaar > ‘Zelf-censuur’
4. Andere instituten en sociale krachten:
- Economic forces (‘competition, giving the public what it wants’): de mate van competitie
bepaald welk nieuws naar buiten wordt gebracht
- Political forces (state control, media onder controle van de staat: propaganda/desinformatie)
5. Ideologie:
- Geloofsovertuigingen zijn op een subtiele manier altijd aanwezig in de media, waardoor
sommige onderwerpen nooit worden bevraagd ->
Mainstream media: legitiem debat en afwijkend gedrag
‘Sphere of concencus’: Overeenstemming, algemeen geaccepteerd
‘informatie waar iedereen het over eens is’ (= feit!) Bestaat uit dingen
die zó vanzelfsprekend zijn, dat je er niet over gaat schrijven!!
‘Sphere of controversy’: Een groot deel van nieuws staat open ter
discussie ‘mensen mogen het er overhebben’
‘Sphere of deviance’: Er bestaat ook een aantal onderwerpen waar
niet over gesproken wordt omdat het niet als waardig geacht wordt
’informatie waar we niet over discussiëren’
Hallin’s ‘sferen’ in het digitale tijdperk:
Het gezag van de reguliere media om de sfeer van legitiem debat te bepalen is verzwakt.
Internet heeft de verscheidenheid aan onderwerpen en de perspectieven op deze onderwerpen
vergroot > je zou kunnen zeggen dat dit een verrijking van de democratie is.
Nadelen zijn:
- Er is geen controle op juistheid van informatie
- Bots kunnen online discours beïnvloeden
- Internet kan meningsuitingen onderdrukken (belaging, trollenleggers)
Media’s traditionele gatekeeping rol =
Vóór de digitale media: journalisten en redacteuren beheersten de informatiestroom (en daarmee
het beeld van de sociale werkelijkheid). Proces beïnvloed door andere krachten (zie model hiërarchie
van invloeden)
Gevolgen gatekeeping in digitale tijdperk:
1. Alternatieve poortwachters (algoritmen, individuele amateurs etc.) kunnen traditionele
media omzeilen
2. …. Maar zijn niet gebonden aan journalistieke criteria (juistheid wordt niet gecontroleerd)
3. Gedecentraliseerde mechanismen en algoritmische poortwachters stelen niet-journalistieke
actoren in staat om alternatieve sociale realiteiten te construeren (verkiezingen zijn vals,
coronavirus was een internationale samenzwering…)
4. Algoritmes zijn niet transparant en houden geen rekening met kwaliteit van informatie (want
kijkt naar ‘engagement’)
Complottheorieën die door invloedrijke personen worden gedeeld op met internet komen in ‘the
sphere of controversy’ en komen dus bij de mainstream media terecht.
Wat is communicatie? Het rationele proces van het creëren en interpreteren van boodschappen die
een reactie uitlokken. We zijn geïnteresseerd in het bericht zelf, de creatie van die berichten,
interpretatie van die berichten (hoe wordt iets begrepen), berichten die een reactie uit lokken en een
relationeel proces (de relatie die er is met de zender is van belang).
Het doel van communicatie onderzoekers:
De (nieuwe) media- en communicatieomgeving in kaart brengen.
Bestaande theorieën evalueren en nieuwe ontwikkelen (oude theorieën
Om de gevolgen voor individuen, groepen en samenlevingen te begrijpen.
Media’s centrale rol in de samenleving:
We leven in een ‘gemediatiseerde’ samenleving
Media doen meer dan informatie overbrengen: het zijn machtige agenten met hun eigen
doelen, belangen en waarden.
Mediatisering (=beïnvloeding door media) is de manier waarop andere instellingen zich
aanpassen aan de logica van de media-instelling: je moet het spel spelen volgens de regels
van de media.
Alle maatschappelijke instituten staan tot op zekere hoogte bloot aan mediatisering > terug
te zien in Media en PR (een PR-crisis kan een organisatie breken), Media en politiek
(vormgeving van verkiezingen wordt grotendeels beïnvloed en gevormd door de media),
Internationale politiek, Media en sport, E-sports, sociale/privéleven.
Voorbeelden positieve gevolgen digitale media(technologie):
- De toegang tot informatie is veel groter (mensen worden beter geïnformeerd)
- Onderwijs (denk aan tijdens coronapandemie)
- Onderzoek doen is makkelijker geworden
- Transparantie (denk bv aan nieuws, iedereen kan informatie verspreiden)
Voorbeelden ongewenste gevolgen digitale media(technologie):
- Het verspreiden van ‘fake’ nieuws
- Het verspreiden van haat berichten
- Radicalisatie (Je wordt steeds dieper meegenomen in waar jij je op focust, algoritme)
- Sociale media en privacy: sociale media proberen zoveel mogelijk data van jou te
generaliseren om te verkopen aan adverteerders, platformen zijn ingericht om jouw
aandacht zo lang mogelijk vast te houden. (Privacy paradox houdt in we zijn ons bewust van
privacy schending, maar handelen er niet naar omdat men niet zonder kan).
- Online manipulatie (“Er zijn nog maar enkele producten over”, je wordt aangezet tot kopen)
- Welzijn (gebruik van media heeft een slechte invloed op ons mentale gesteldheid)
Er heerst een gevecht over controle over digitale informatie om deze ongewenste gevolgen tegen te
gaan.
Communicatie in een simpel schema:
Zender (productie/distributie) > Bericht (inhoud) > Ontvanger (gebruik, interpretatie, effecten op
individuen, groepen en samenleving).
ASCoR’s vier onderzoeksgebieden:
- Political communication & Journalism
- Corporate Communication
- Youth & Media Entertainment
- Persuasive Communication
,Om communicatieprocessen te begrijpen hebben we theorieën nodig.
Een goede theorie is een hulpmiddel beter te begrijpen wat er gebeurt om ons heen: streeft ernaar
te verduidelijken, te verklaren hoe dingen werken. Idealiter is een theorie toetsbaar.
Een theorie als een net: we hebben theorieën nodig om ‘de wereld’ (of delen ervan) te
begrijpen
Een theorie als een lens: theorieën beïnvloeden hoe we bepaalde dingen zien, ze
benadrukken bepaalde aspecten waardoor andere uit het zich verdwijnen.
Een theorie is als een kaart: we hebben theorieën nodig om ons de weg te wijzen en hoe
dingen met elkaar samenhangen.
Exacte wetenschappen en sociale wetenschappen:
Bij de exacte wetenschappen zijn variabelen over het algemeen goed geïsoleerd en voorspelbaar,
een sociale wetenschapper ervaart meerdere uitdagingen wat het moeilijk maakt om effecten vast
te stellen:
1. De meeste belangrijke en interessante vormen van menselijk gedrag zijn moeilijk te meten
2. Menselijk gedrag is buitengewoon complex (afhankelijk van vele factoren)
3. Mensen hebben doelen en zijn zelfreflectief (men weet dat ze meedoen aan een experiment
en zal zich anders gedragen)
4. Mensen hebben hun eigen perceptie van causaliteit (men heeft moeite te accepteren iets op
zichzelf te slaan = derdepersoonseffect).
Media als boodschap: historisch perspectief
- Drukpers, kranten, boeken (15e-20e eeuw)
- Radio, film, televisie (1e helft 20e eeuw)
- Videospellen (2e helft 20e eeuw)
- Computer, internet (laatste deel 20e eeuw)
- Mobiele media (1e deel 21e eeuw)
Iedereen is nu zender geworden!
Baran & Davis: four trends in communication research
1. Mass Society and Mass Culture = in de tijd van industrialisatie, opkomst van steden en
massamedia. Grote zorgen over (negatieve!) impact op traditionele waarden en
verhoudingen (net als in deze tijd zorgen over machtige media). WW1: grootschalige inzet
van propaganda. Massamedia = krachtige media die iedereen bereiken (passief publiek) het
idee van ‘hypodermic needle’/‘magic-bullet’ heerste: wat de media laat zien neemt men
direct over.
2. Media Effects Trend = de kracht van media begon serieus te worden bestudeerd met nieuwe
sociaalwetenschappelijke onderzoeksmethoden, zo werd tijdens WOII de kracht van
propaganda systematisch bestudeerd. Na veel experimenten en enquête onderzoek bleek:
media-effecten waren beperkt in termen van het aantal beïnvloede mensen/het type
beïnvloeding/de duur van de beïnvloeding.
3. Critical Cultural Trend = theorieën over media-effecten laten vragen over de mogelijke
kracht van media onbeantwoord. Een nieuwe trend ging zich ontwikkelen in Europa en
Canada na WOII die het had over langetermijneffecten: “er moet wel degelijk een invloed zijn
alleen zijn we nog niet instaat geweest om dit vast te stellen”.
4. Meaning-Making Theory = een nieuwe trend in de mediatheorie in de tijd van nu. Media
heeft wel degelijk invloed op ons, maar effecten zijn afhankelijk van een aantal factoren.
,ICW - hoorcollege week 2 -
‘Journalistiek en hoe nieuws tot stand komt’
Hoe bericht media over volgende onderwerpen:
Als een bepaalde mening heerst komt deze vaker in de media, maar: moeten beide kanten
van een onderwerp worden besproken of heeft dit polarisatie als gevolg?
Media: een marktplaats van ideeën?
Uitgangspunt: een open en concurrerende markt reguleert zelf > zelfrechtvaardiging (Milton): ‘hoge
kwaliteit’ zegeviert over ‘late kwaliteit’. Of: om zoveel mogelijk nieuws te verkopen sensationele
content publiceren?
Normatieve theorie: ‘zorgplicht’ voor samenleving om te informeren en machthebbers te
controleren (kwalitatief nieuws verspreiden) = media’s sociale verantwoordelijkheid. Media
moeten de sociale wereld scannen en het publiek waarschuwen voor problemen: Media als
‘waakhonden van de macht’.
Kanttekening:
We kopen geen individuele berichten (maar ook advertenties, andere inhoud)
Wat als de steun van adverteerders het mogelijk maakt dat slechte berichten gratis worden
verspreid?
Goed functionerende media zijn nodig ‘om onze leiders eerlijk te houden en de machtelozen te
wapenen met de informatie die ze nodig hebben om zichzelf te beschermen tegen de tirannie van de
machtigen, of die tirannie nu politiek of commercieel is.’
In hoeverre slagen media hier nu nog in?
Gatekeeping = De algemene term voor nieuwsselectie door reporters in nieuwsorganisaties. Er zijn
verschillende criteria om nieuws door de 'gates' te laten, de belangrijkste daarvan is de
nieuwswaardigheid.
Hoe wordt iets nieuws? Waarom komen sommige zaken wel in het nieuws en andere niet?
Onderzoek Galtung & Ruge: wat maakt een gebeurtenis nieuwswaardig?
12 factoren waaronder: relevantie, verassing, elites, negativiteit etc.
‘Keten’: van selectie > vervorming (aandikken nieuwswaardigheid) > replicatie (cyclus waarbij
berichtgeving veranderd).
Oftewel: Conceptuele vraag: Hebben gebeurtenissen nieuwswaarde of worden ze nieuwswaardig
gemaakt?
Wanneer komt iets in het nieuws ‘nieuwswaarde’? Entertainment, sensatie, relevantie, omvang,
agenda van nieuwsorganisatie, machtselite, conflict, dramatisch, celebrity, deelbaarheid
(complexiteit), opvolging (als iets gister in het nieuws kwam is de kans groot dat dit vandaag ook
gebeurd) etc.
De impact van nieuwswaarden wordt hierdoor onder andere beïnvloedt:
Verklaard het nieuws: ‘Hierarchy of Influences Model’ bestaande uit
verschillende levels
Het doel van dit model is om te verklaren waarom nieuws er op deze
manier uitziet!
Hoe hoger het level, hoe groter de invloed is op het nieuws.
1. Persoonlijke, professionele en politieke overtuigingen:
- Professionele waarden: objectiviteit, neutraliteit, transparantie
- Professionele rolperceptie: verspreider, interpretator, activist?
- Persoonlijke en politieke overtuigingen
, 2. Journalistieke routines:
- Journalistieke paradox: routinesering van het onverwachte > ze gaan dus niet zelf opzoek
naar nieuws, maar zijn afhankelijk van andere bronnen.
- Vertrouwen op geplande gebeurtenissen
- Vertrouwen op nieuwsagentschappen
- Vertrouwen op elite bronnen: overheidsfunctionarissen, experts, politici
3. Nieuwsorganisatie: politieke kleur
- Rol eigenaar > ‘Zelf-censuur’
4. Andere instituten en sociale krachten:
- Economic forces (‘competition, giving the public what it wants’): de mate van competitie
bepaald welk nieuws naar buiten wordt gebracht
- Political forces (state control, media onder controle van de staat: propaganda/desinformatie)
5. Ideologie:
- Geloofsovertuigingen zijn op een subtiele manier altijd aanwezig in de media, waardoor
sommige onderwerpen nooit worden bevraagd ->
Mainstream media: legitiem debat en afwijkend gedrag
‘Sphere of concencus’: Overeenstemming, algemeen geaccepteerd
‘informatie waar iedereen het over eens is’ (= feit!) Bestaat uit dingen
die zó vanzelfsprekend zijn, dat je er niet over gaat schrijven!!
‘Sphere of controversy’: Een groot deel van nieuws staat open ter
discussie ‘mensen mogen het er overhebben’
‘Sphere of deviance’: Er bestaat ook een aantal onderwerpen waar
niet over gesproken wordt omdat het niet als waardig geacht wordt
’informatie waar we niet over discussiëren’
Hallin’s ‘sferen’ in het digitale tijdperk:
Het gezag van de reguliere media om de sfeer van legitiem debat te bepalen is verzwakt.
Internet heeft de verscheidenheid aan onderwerpen en de perspectieven op deze onderwerpen
vergroot > je zou kunnen zeggen dat dit een verrijking van de democratie is.
Nadelen zijn:
- Er is geen controle op juistheid van informatie
- Bots kunnen online discours beïnvloeden
- Internet kan meningsuitingen onderdrukken (belaging, trollenleggers)
Media’s traditionele gatekeeping rol =
Vóór de digitale media: journalisten en redacteuren beheersten de informatiestroom (en daarmee
het beeld van de sociale werkelijkheid). Proces beïnvloed door andere krachten (zie model hiërarchie
van invloeden)
Gevolgen gatekeeping in digitale tijdperk:
1. Alternatieve poortwachters (algoritmen, individuele amateurs etc.) kunnen traditionele
media omzeilen
2. …. Maar zijn niet gebonden aan journalistieke criteria (juistheid wordt niet gecontroleerd)
3. Gedecentraliseerde mechanismen en algoritmische poortwachters stelen niet-journalistieke
actoren in staat om alternatieve sociale realiteiten te construeren (verkiezingen zijn vals,
coronavirus was een internationale samenzwering…)
4. Algoritmes zijn niet transparant en houden geen rekening met kwaliteit van informatie (want
kijkt naar ‘engagement’)
Complottheorieën die door invloedrijke personen worden gedeeld op met internet komen in ‘the
sphere of controversy’ en komen dus bij de mainstream media terecht.