Inhoud
HS 1: Kennismaking en historiek .................................... Error! Bookmark not defined.
HS 2: Theoretische perspectieven ................................. Error! Bookmark not defined.
HS 3: onderzoeksmethoden .......................................... Error! Bookmark not defined.
HS 4: Genomgevingssamenspel .................................... Error! Bookmark not defined.
HS 5: Concepties en prenatale ontwikkeling ................... Error! Bookmark not defined.
HS 6: Geboorte ............................................................ Error! Bookmark not defined.
HS 7: Fysieke en motorische ontwikkeling in babytijd ...... Error! Bookmark not defined.
HS 8: Perceptuele, cognitieve en taalontwikkeling in babytijd (deel 1) ... Error! Bookmark
not defined.
HS 9: Sociaal-emotionele en persoonlijkheidsontwikkeling ........... Error! Bookmark not
defined.
HS 10: Fysieke en motorische ontwikkeling in peuter- en kleutertijd Error! Bookmark not
defined.
HS 11: Perceptuele, cognitieve en taalontwikkeling peuter- en kleutertijd .............. Error!
Bookmark not defined.
HS 12: Sociaal-emotionele en persoonlijkheidsontwikkeling peuter-en kleuterijd .. Error!
Bookmark not defined.
HS 13: Fysieke en motorische ontwikkeling in schooltijd . Error! Bookmark not defined.
HS 14: Perceptuele, cognitieve en taalontwikkeling in de schooltijd Error! Bookmark not
defined.
HS 15: Sociaal-emotionele en persoonlijkheidsontwikkeling schooltijd Error! Bookmark
not defined.
HS 16: Fysieke en motorische ontwikkeling in adolescentie ........... Error! Bookmark not
defined.
HS 17: Cognitieve ontwikkeling in de adolescentie .......... Error! Bookmark not defined.
HS 18: Sociaal-emotionele en persoonlijkheidsontwikkeling in adolescentie ......... Error!
Bookmark not defined.
,Deel 1: ontwikkeling van het kind
H1: Kennismaking en historiek
Ontwikkelingspsychologie: wetenschappelijke studie van patronen van groei,
veranderingen stabiliteit van conceptie tot hoge ouderdom
• ontwikkelingsdomeinen
- fysiek, cognitief, sociaal-emotioneel + persoonlijkheid
ontwikkelingsfasen:
• prenataal
,• babytijd
• peuter- en kleutertijd
• schooltijd
• adolescentie
• ontluikende/opkomende volwassenheid
• volwassenheid
• ouderdom
nuancering:
• het zijn sociale constructies:
- fases: geen abrupte overgang en gebonden aan bepaalde aspecten v samenleving
waarin ze gesitueerd worden
- veelal gebaseerd op onderzoek in “WEIRD” samenlevingen (Western Educated
Industrialized Rich Democratic) (bv. tussen 6 en 12 gaan ze nr basisschool en dit is niet
het geval overal in de wereld)
- sterke individuele verschillen
Historiek
Philippe Ariès (1914-1984) • Onderzoek naar historische evolutie hoe er naar
de kindertijd werd gekeken
• ontdekker van “het kind” als voorwerp van
historisch onderzoek
• cultuurhistorische studie over kind en kindertijd
sinds middeleeuwen aan de hand van
afbeeldingen en dagboeken
• evidentie vr historische evolutie: kindertijd geen
natuurlijke biologische vorm, eeuwenlang werden
kinderen als miniatuurvolwassenen gezien en als
volwassene behandelt; kindertijd is een sociale
constructie van vrij recente datum (rond 1600)
(stelling is door latere auteurs enigszins
genuanceerd) (zie schilderijen)
, Isaac Newton “If I have seen further, it is by standing on the
shoulders of giants.”
-> als ik meer inzichten nr voor heb gebracht is dat
omdat hij opbouwd op eerdere inzichten
(schouders v reuzen),
=> Wetenschap boekt altijd vooruitgang doordat
het steeds op voorgaande bevindingen
voortbouwt
Vroege denkers
Locke • Grondlegger empirisme-> ervaring is centraal
• mens wordt geboren als een onbeschreven blad (‘tabula
rasa’), zonder aangeboren tendenzen
• alle verschillen tussen mensen zijn toe te schrijven aan
verschillende omgevingen/ervaringen
• kinderen kunnen tot gelijk wat ‘gevormd’ worden, iedereen kan
alles worden
• lag ten grondslag aan latere behaviorisme
kind passieve ontvanger v omgevingsinvloeden (en die
omgevingsinvloeden bepalen wat het wordt)
Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) • Grondlegger nativisme
• Net geen tabula rasa
• Natuur heeft het al voorzien, alles ligt klaar bij de geboorte, het
moet zich enkel nog ontwikkelen, opvoeding/sociale factoren
spelen minimale rol
• Kind geen passief wezen, maar actief en experimenteel die
selectief dingen uit omgeving opneemt waar er behoefte is
vanuit het potentieel dat aanwezig is, (waar er v nature behoefte
aan was)/ Ontplooien tot wat ze v natuur hebben meegekregen
• kinderen worden geboren met inherent potentieel en talenten
(“aangeboren goedheid”)
• als kinderen verzorgd/beschermd worden, bereiken ze vanzelf
hun volle potentieel
, • als ze frustratie ervaren bij het proberen ontwikkelen van de
aangeboren goedheid zal
ontwikkelingsuitkomst negatief zijn => kan enkel slecht gaan als
ze niet goed verzorgd worden bij het opgroeien
• ontwikkeling voltrekt zich in afzonderlijke fasen die zich
automatisch ontvouwen (maturatie)
• “kinderen zijn nobele wilden” (in wezen goed)
Start wetenschappelijke studie v ontwikkeling
Charles Darwin (1809-1882) • evolutietheorie
• Eerste keer dat er een systematische observatie was
• Subjectieve weergave over individuele kind
• parallel tussen de ontwikkeling van individuen
(ontogenese) binnen een soort en hoe de soort zich zelf
ontwikkeld heeft (fylogenese)
• babybiografie over eerste levensjaar/ eerste
ontwikkelingsstappen van zijn zoon
• observatie van kinderen krijgt systematisch karakter
• start wetenschappelijke studie van ontwikkeling vh kind
Granville Stanley Hall (1844-1924) • geïnspireerd door Darwin: ontogenese als herhaling van
fylogenese
- = ontwikkeling van individuen als herhaling van
ontwikkeling als mensheid als geheel
- evolutie van primitief wezen naar complex wezen
= automatisch
• Genetisch potentieel is er en ontvouwt oiv
rijpingsprocessen (in lijn met nativisme)
• ontwikkeling als reeks genetisch bepaalde
gebeurtenissen die zich automatisch ontvouwen, zoals
een bloem
, • stichter Child Study Movement: wetenschappelijke
methodes toepassen op studie v kinderen (normatieve
benadering, vragenlijsten, vergelijken met groep)
• eerste gebruik van vragenlijsten, normatieve
benadering
• adolescentie als afzonderlijke/impactvolle
ontwikkelingsfase (“storm en stress”)-> emotionele
spanningen die aan biologische factoren gelinkt zijn
“men kan de typische wildheid van kinderen maar beter
toelaten tot een jaar of
twaalf"
Arnold Gesell (1880-1961) • leerling van Stanley Hall
• "father of child development"
• bestudeerde 10.000 kinderen via observatie en
ouderinterviews
• sterke focus op maturatie, beperkte rol van ervaring
• alle kinderen doorlopen zelfde stadia
• Gesell Developmental Schedules-> eerste
ontwikkelingstest (voorloper intelligentie test maar voor
kinderen), bij individuele kinderen zien hoe ver ze
stonden in bepaalde ontwikkelingsdomeinen, gingen er
vanuit at kinderen zelfde ontwikkelingsstadia doorlopen
Aandacht motorische ontwikkeling, loopt v globaal nr
specifiek in twee richtingen, van hoofd nr voet
(cefalocaudaal) , v centrum nr buitenkant
(proximodistaal), grof motorisch ipv fijn motorisch
“als we effectieve hulpmiddelen gebruiken, onthult het
kind zichzelf aan iedereen die stopt en luistert naar wat
het zegt en die met ziende ogen kijkt naar wat het doet“
Maria Montessori (1870-1952) • kinderen leren op een natuurlijke manier door
rijpingprocessen
Kinderen beter laten leren door ze het zelf te laten doen
• onderwijsaanpak gebaseerd op zelfredzaamheid
, • eerste Montessori-kleuterschool in 1907 oprichting
vlgns die principes
“leer het me zelf doen”
Alfred Binet (1857-1911) • Frans psycholoog
• eerste intelligentietest op vraag van het ministerie van
onderwijs
• stimuleerde interesse in individuele verschillen in
ontwikkeling
Lewis Terman (1877-1956) • paste Binets test aan voor de Amerikaanse context en
breidde die verder uit
• oprichter Genetic Studies of the Genius, gestart in
1921 aan Stanford University
• werd later Terman Study of the Gifted
• veel aandacht voor de genetische basis van
intelligentie, beperkte rol van omgeving
• langstlopende longitudinale studie
(niet eerste longitudinale geboorte cohort studie)
eugenetica: selecteren in soort en mensen met
slechtere genen mochten zich niet voortplanten en
immigreren -> ze wouden die intelligentietesten daarvoor
gebruiken
Leta Stetter Hollingworth (1886- • studie van intelligentie, met focus op hoogbegaafdheid
1939)
• Ook genetische basis maar meer aandacht vr
schoolpraktijken
• aandacht voor de unieke uitdagingen van cognitief
sterke kinderen
• voortbouwend op het werk van Terman
• erkende genetische basis van verschillen in
intelligentie, maar had ook veel aandacht voor
schoolpsychologische praktijk
,Verdere toelichting
deze wetenschappers hadden een gemeenschappelijk doel: groei, verandering en
stabiliteit tijdens (vooral) kindertijd bestuderen
start van de wetenschappelijke studie van ontwikkeling
• initieel veel klemtoon op erfelijke sturing → 'genetische psychologie’
• later meer aandacht voor ook context:
'genetische psychologie' → ‘ontwikkelingspsychologie’
Term genetische psychologie geraakte in ongebruik
gaandeweg uitwerking nieuwe statistische methoden en nieuwe onderzoeksparadigma’s
• ook theorievorming kreeg nieuwe impulsen, met meer klemtoon op opvoeding en
ervaringen
impulsen uit pedagogiek en behaviorisme
tot halfweg 20ste eeuw focus vooral op kindertijd:
• geleidelijk interesse in andere fasen, initieel vanuit andere disciplines
o interesse in adolescentie vanuit sociologie, na W0II konden kinderen naar school gaan
dus gaan als afzonderlijke groep beschouwd worden
o interesse in veroudering vanuit geneeskunde
o volwassenheid lang onderbestudeerd, er gebeurde zogezegd niets
• deeldisciplines aanvankelijk los van elkaar-> nu pas recent "levensloopperspectief“
(waren wa aparte eilandjes)
o kinderpsychologie
o adolescentiepsychologie
o (psycho)gerontologie
,H2: Theoretische vraagstukken
kernvraagstukken
Continuïteit Discontinuïteit
geleidelijke ontwikkeling ontwikkeling in aparte stappen of
stadia, abruptere overgang, in
sprongetjes
kwantitatieve verschillen kwalitatieve verschillen
prestaties op bepaald niveau vloeien elk stadium levert gedrag op dat qua
voort uit die op de vorige niveaus (latere inhoud en hoedanigheid anders is
prestaties vloeien voort uit eerdere dan gedrag in eerdere stadia
prestaties (meer en complexer maar
verandert niet v aard)
kritieke periode gevoelige periode
periode in de ontwikkeling waarin periode in de ontwikkeling waarin men
blootstelling aan bepaalde stimuli extra ontvankelijk is voor het optreden of
noodzakelijk is; uitblijven ervan heeft juist uitblijven van bepaalde stimuli
onomkeerbare gevolgen
, periode in de ontwikkeling waarin optimale periode om bepaalde
blootstelling aan bepaalde stimuli vaardigheden aan te leren (bv. taal leren)
onomkeerbare schade berokkent als het niet gebeurt in deze periode kan
(toxische stoffen en embryo bv. Rode het nog later gebeuren, maar minder vlot
hond)
Maar: evidentie vr grotere plasticiteit dan aanvankelijk gedacht; Als er iets gebeurt heel
vroeg in ontwikkeling waardoor er schade is/ neg impact zijn de hersenen wel plastisch
en andere hersendelen kunnen het vaak nog Donkere balken groter
overnemen, zijn deaanpassingsvermogen
dan eerder gedacht gevoelige periodes,
bepaalde organen die dan
sterk onderhevig zijn aan
nadelige milieu-invloeden
één universeel traject vele mogelijke trajecten
opeenvolging van stadia in door unieke combinaties van
universeel patroon persoons- en omgevingskenmerken
veel mogelijke trajecten
iedereen zelfde stadia rond
zelfde leeftijd
nature nurture
ontwikkeling vooral het resultaat ontwikkeling vooral bepaald door
van het zich geleidelijk omgevingsfactoren en ervaringen
ontvouwen van voorbestemde
genetische informatie
(=maturatie, rijping)
nativisme empirisme
de opkomst vd ontwikkelingspsychologie al wetenschappelijke discipline bracht diverse
theoretische perspectieven op ontwikkeling