Veroudering — Volledig Studieoverzicht | Kinesitherapie
1. KERNSTELLINGEN (WAAR / NIET WAAR)
Antwoor
Stelling Argumentatie
d
Chronologische, biologische en functionele leeftijd zijn drie
Chronologische leeftijd bepaalt verschillende begrippen
FOUT
hoe iemand functioneert. Grote interindividuele variabiliteit maakt kalenderleeftijd een
slechte voorspeller van functioneren
Geen enkel orgaan ontsnapt aan veroudering
Veroudering is universeel,
JUIST Het is een intrinsiek, biologisch gestuurd proces dat leidt tot
progressief en onomkeerbaar.
graduele opstapeling van moleculaire en cellulaire schade
Senioren moeten rust nemen Progressieve weerstandstraining is veilig/effectief op elke leeftijd
FOUT omdat hun spieren en botten te Inactiviteit versnelt sarcopenie, botverlies en frailty
zwak zijn om te trainen. ('exercise is medicine')
Frailty = verlies van reserves en weerstand tegen stressoren
Frailty is hetzelfde als het hebben
FOUT >90% van ouderen heeft ≥1 chronische ziekte, maar zijn niet frail
van meerdere chronische ziekten.
Frailty en comorbiditeit zijn overlappende maar andere concepten
Spierkrachtverlies begint al vroeg Vanaf de 3e-4e decade verlies je ~1% spierkracht per jaar
JUIST en is aanvankelijk grotendeels Circa 50% van het krachtverlies is neurogeen
neurogeen. (verlies van alfa-motorneuronen en motorunits), niet alleen atrofie
Osteoporose geeft duidelijke pijn Osteoporose = 'silent killer': geen symptomen tot een fractuur
FOUT en is daardoor makkelijk vroeg op DXA-scan is nodig voor diagnose
te sporen. Dde meerderheid wordt pas behandeld na een fractuur
Valproblematiek heeft ernstige
Valangst ontwikkelt zich bij 43-87% van ouderen, leidt tot
psychologische en
JUIST activiteitsvermijding, disuse en verhoogd valrisico = vicieuze cirkel
maatschappelijke gevolgen naast
Meest voorkomende oorzaak van niet-intentionele verwondingen
de fysieke.
Dementie is een normaal Cognitieve achteruitgang is normaal, maar dementie (ernstige
FOUT onderdeel van het achteruitgang met interferentie op ADL) is pathologisch
verouderingsproces. Er zijn 3 stadia: subjectieve achteruitgang, MCI en dementie
Psychosociale factoren (ageism,
Negatieve zelfperceptie over veroudering is geassocieerd met 7,5
eenzaamheid, rouw) hebben een
jaar kortere levensverwachting
JUIST meetbare impact op
Eenzaamheid, verlies van autonomie en rouw beïnvloeden direct
gezondheidsuitkomsten bij
gezondheid en revalidatie.
ouderen.
Wandelprogramma's alleen verhogen zelfs het valrisico bij
Wandelen alleen volstaat als
kwetsbare ouderen
FOUT training voor valpreventie bij
Effectieve valpreventie vereist balanstraining met hoge uitdaging +
hoogrisico-ouderen.
krachtraining, minimaal 3u/week gedurende 12 weken.
2. BASISBEGRIPPEN & DEFINITIES
2.1 Gerontologie vs. Geriatrie
Begrip Definitie Aandachtspunten
Wetenschap van veroudering in al zijn
Multidisciplinair
Gerontologie facetten: biologisch, psychologisch en
Bestudert individuele en sociale gevolgen
sociaal
Tak van de geneeskunde gericht op Focust op de geriatrische patiënt
Geriatrie preventie, diagnostiek en behandeling (≥75j + geriatrisch risicoprofiel), niet puur
van ziekten bij ouderen op kalenderleeftijd
Demografische trend door stijgende
Vergrijzing Toename van het aandeel mensen >60j
levensverwachting + dalende fertiliteit
Verzilvering Toename van het aandeel mensen >80j Nog snellere groei dan vergrijzing
,Veroudering — Volledig Studieoverzicht | Kinesitherapie
2.2 Leeftijdsbegrippen
• Chronologische leeftijd = kalenderleeftijd
• Biologische leeftijd = toestand van organen en systemen
• Functionele leeftijd = wat iemand daadwerkelijk kan
• Klinisch relevantie: behandeling afstemmen op de biologische en functionele leeftijd
2.3 Veroudering — kenmerken en mechanismen
Kenmerken
• Progressief — geleidelijk en cumulatief
• Universeel — geen enkel orgaan ontsnapt
• Onomkeerbaar — intrinsiek biologisch gestuurd proces
• Algemeen — alle organen en systemen
• Intrinsiek — gestuurd door interne klokken (celreplicatie, celdood, differentiatie)
Gevolgen
• Opstapeling van moleculaire en cellulaire schade
• Afname van fysiologische reserves
• Verhoogde vatbaarheid voor ziekten
Primaire componenten (niet-beïnvloedbaar)
• Genetica (verklaart ~50-55% van levensduurverschillen)
◦ Telomeerverkorting = verkort bij elke celdeling tot kritische drempel
▪ stress en roken versnellen dit
◦ Genoominstabiliteit = ophoping van genetische schade en fouten in DNA-herstel
◦ Verlies van proteasen = ophoping van eiwitaggregaten in de cel
• Leeftijd en geslacht
◦ Vrouwen leven langer
◦ Stijgende variabiliteit op oudere leeftijd
Secundaire componenten (beïnvloedbaar)
• Levensstijl
◦ Roken
◦ Fysieke inactiviteit
◦ Alcohol
◦ UV-blootstelling
• Socio-economische en omgevingsfactoren
2.4 Gevolgen van veroudering
Domein Gevolgen
Lichaamssamenstelling ↓ spiermassa, ↑ vetmassa, ↓ water, ↓ botdensiteit
Gemiddeld -0,5% per jaar tussen 30-80j
Orgaanfunctie
↓ reservecapaciteit
Homeostase Verminderde efficiëntie van regulatiemechanismen
Syndromen Vallen, frailty, sarcopenie, osteoporose, cognitief verval, sociale deprivatie
Persoonlijkheid Blijft grotendeels stabiel doorheen het leven
, Veroudering — Volledig Studieoverzicht | Kinesitherapie
3. FRAILTY (KWETSBAARHEID)
Frailty = conditie gekenmerkt door verlies aan biologische reserves in meerdere orgaansystemen
en falen van homeostatische mechanismen, resulterend in verhoogde kwetsbaarheid voor
negatieve uitkomsten bij een mineure stressor.
• Belangrijk: niet de aandoening op zich, maar het verlies aan reserves verklaart functieverlies bij frailty.
◦ >90% van ouderen heeft ≥1 chronische ziekte — zij zijn NIET per definitie frail
◦ Frailty en comorbiditeit zijn overlappende maar conceptueel ANDERE zaken
3.1 Twee modellen
Model Criteria Scores Sterktes
• Ongewenst gewichtsverlies
• Eenvoudig
• Spierkrachtverlies (handknijpkracht) 1-2 = pre-frail
Fenotype • Snel toepasbaar
• Vermoeidheid/futloosheid
(Fried)
≥3 = frail
• Goed gevalideerd voor
• Trage wandelsnelheid uitkomsten
• Lage fysieke activiteit
• Frailty Index = aantal tekorten / totaal
mogelijke tekorten
Cumulatief • Domeinen Pre-frail: 0,20-0,35 • Holistischer
deficit ◦ Musculoskeletaal • Houdt ook niet-fysieke
(Rockwood) ◦ Cognitief Fragile: >0,35 componenten in rekening
◦ Sociaal
◦ …
3.2 Klinische gevolgen van frailty
• Opname in WZC: ×2,5
• Overlijden: ×4
• Delier: ×8
• Vallen, mobiliteitsbeperking, medicatienevenwerkingen
3.3 Behandeling van frailty
Aanpak Details
Comprehensief Geriatrisch • Gouden standaard
Assessment (CGA) • Evalueert medisch, functioneel, psychologisch en sociaal domein
Weerstandstraining • Bewezen effect op spiermassa, spierkracht en fysiek functioneren
Combinatie evenwicht + kracht • Geen effect op spierkracht zelf, maar vermindert valrisico
• 25-30g eiwit per maaltijd
Nutritionele interventies • Wheyproteïnen > caseïne/soja
• Voordeel groter in combinatie met training
• Vitamine D bij deficiëntie
Farmacologisch
• Testosteron enkel bij hypogonadale mannen
4. GERIATRISCHE EVALUATIE & ZORGORGANISATIE
4.1 Comprehensief Geriatrisch Assessment (CGA) — gouden standaard
CGA = systematische, multidimensionele evaluatie van de totale gezondheidstoestand van een
oudere patiënt, met als doel mogelijkheden en beperkingen in kaart te brengen als basis voor een
geïndividualiseerd zorgplan.
1. KERNSTELLINGEN (WAAR / NIET WAAR)
Antwoor
Stelling Argumentatie
d
Chronologische, biologische en functionele leeftijd zijn drie
Chronologische leeftijd bepaalt verschillende begrippen
FOUT
hoe iemand functioneert. Grote interindividuele variabiliteit maakt kalenderleeftijd een
slechte voorspeller van functioneren
Geen enkel orgaan ontsnapt aan veroudering
Veroudering is universeel,
JUIST Het is een intrinsiek, biologisch gestuurd proces dat leidt tot
progressief en onomkeerbaar.
graduele opstapeling van moleculaire en cellulaire schade
Senioren moeten rust nemen Progressieve weerstandstraining is veilig/effectief op elke leeftijd
FOUT omdat hun spieren en botten te Inactiviteit versnelt sarcopenie, botverlies en frailty
zwak zijn om te trainen. ('exercise is medicine')
Frailty = verlies van reserves en weerstand tegen stressoren
Frailty is hetzelfde als het hebben
FOUT >90% van ouderen heeft ≥1 chronische ziekte, maar zijn niet frail
van meerdere chronische ziekten.
Frailty en comorbiditeit zijn overlappende maar andere concepten
Spierkrachtverlies begint al vroeg Vanaf de 3e-4e decade verlies je ~1% spierkracht per jaar
JUIST en is aanvankelijk grotendeels Circa 50% van het krachtverlies is neurogeen
neurogeen. (verlies van alfa-motorneuronen en motorunits), niet alleen atrofie
Osteoporose geeft duidelijke pijn Osteoporose = 'silent killer': geen symptomen tot een fractuur
FOUT en is daardoor makkelijk vroeg op DXA-scan is nodig voor diagnose
te sporen. Dde meerderheid wordt pas behandeld na een fractuur
Valproblematiek heeft ernstige
Valangst ontwikkelt zich bij 43-87% van ouderen, leidt tot
psychologische en
JUIST activiteitsvermijding, disuse en verhoogd valrisico = vicieuze cirkel
maatschappelijke gevolgen naast
Meest voorkomende oorzaak van niet-intentionele verwondingen
de fysieke.
Dementie is een normaal Cognitieve achteruitgang is normaal, maar dementie (ernstige
FOUT onderdeel van het achteruitgang met interferentie op ADL) is pathologisch
verouderingsproces. Er zijn 3 stadia: subjectieve achteruitgang, MCI en dementie
Psychosociale factoren (ageism,
Negatieve zelfperceptie over veroudering is geassocieerd met 7,5
eenzaamheid, rouw) hebben een
jaar kortere levensverwachting
JUIST meetbare impact op
Eenzaamheid, verlies van autonomie en rouw beïnvloeden direct
gezondheidsuitkomsten bij
gezondheid en revalidatie.
ouderen.
Wandelprogramma's alleen verhogen zelfs het valrisico bij
Wandelen alleen volstaat als
kwetsbare ouderen
FOUT training voor valpreventie bij
Effectieve valpreventie vereist balanstraining met hoge uitdaging +
hoogrisico-ouderen.
krachtraining, minimaal 3u/week gedurende 12 weken.
2. BASISBEGRIPPEN & DEFINITIES
2.1 Gerontologie vs. Geriatrie
Begrip Definitie Aandachtspunten
Wetenschap van veroudering in al zijn
Multidisciplinair
Gerontologie facetten: biologisch, psychologisch en
Bestudert individuele en sociale gevolgen
sociaal
Tak van de geneeskunde gericht op Focust op de geriatrische patiënt
Geriatrie preventie, diagnostiek en behandeling (≥75j + geriatrisch risicoprofiel), niet puur
van ziekten bij ouderen op kalenderleeftijd
Demografische trend door stijgende
Vergrijzing Toename van het aandeel mensen >60j
levensverwachting + dalende fertiliteit
Verzilvering Toename van het aandeel mensen >80j Nog snellere groei dan vergrijzing
,Veroudering — Volledig Studieoverzicht | Kinesitherapie
2.2 Leeftijdsbegrippen
• Chronologische leeftijd = kalenderleeftijd
• Biologische leeftijd = toestand van organen en systemen
• Functionele leeftijd = wat iemand daadwerkelijk kan
• Klinisch relevantie: behandeling afstemmen op de biologische en functionele leeftijd
2.3 Veroudering — kenmerken en mechanismen
Kenmerken
• Progressief — geleidelijk en cumulatief
• Universeel — geen enkel orgaan ontsnapt
• Onomkeerbaar — intrinsiek biologisch gestuurd proces
• Algemeen — alle organen en systemen
• Intrinsiek — gestuurd door interne klokken (celreplicatie, celdood, differentiatie)
Gevolgen
• Opstapeling van moleculaire en cellulaire schade
• Afname van fysiologische reserves
• Verhoogde vatbaarheid voor ziekten
Primaire componenten (niet-beïnvloedbaar)
• Genetica (verklaart ~50-55% van levensduurverschillen)
◦ Telomeerverkorting = verkort bij elke celdeling tot kritische drempel
▪ stress en roken versnellen dit
◦ Genoominstabiliteit = ophoping van genetische schade en fouten in DNA-herstel
◦ Verlies van proteasen = ophoping van eiwitaggregaten in de cel
• Leeftijd en geslacht
◦ Vrouwen leven langer
◦ Stijgende variabiliteit op oudere leeftijd
Secundaire componenten (beïnvloedbaar)
• Levensstijl
◦ Roken
◦ Fysieke inactiviteit
◦ Alcohol
◦ UV-blootstelling
• Socio-economische en omgevingsfactoren
2.4 Gevolgen van veroudering
Domein Gevolgen
Lichaamssamenstelling ↓ spiermassa, ↑ vetmassa, ↓ water, ↓ botdensiteit
Gemiddeld -0,5% per jaar tussen 30-80j
Orgaanfunctie
↓ reservecapaciteit
Homeostase Verminderde efficiëntie van regulatiemechanismen
Syndromen Vallen, frailty, sarcopenie, osteoporose, cognitief verval, sociale deprivatie
Persoonlijkheid Blijft grotendeels stabiel doorheen het leven
, Veroudering — Volledig Studieoverzicht | Kinesitherapie
3. FRAILTY (KWETSBAARHEID)
Frailty = conditie gekenmerkt door verlies aan biologische reserves in meerdere orgaansystemen
en falen van homeostatische mechanismen, resulterend in verhoogde kwetsbaarheid voor
negatieve uitkomsten bij een mineure stressor.
• Belangrijk: niet de aandoening op zich, maar het verlies aan reserves verklaart functieverlies bij frailty.
◦ >90% van ouderen heeft ≥1 chronische ziekte — zij zijn NIET per definitie frail
◦ Frailty en comorbiditeit zijn overlappende maar conceptueel ANDERE zaken
3.1 Twee modellen
Model Criteria Scores Sterktes
• Ongewenst gewichtsverlies
• Eenvoudig
• Spierkrachtverlies (handknijpkracht) 1-2 = pre-frail
Fenotype • Snel toepasbaar
• Vermoeidheid/futloosheid
(Fried)
≥3 = frail
• Goed gevalideerd voor
• Trage wandelsnelheid uitkomsten
• Lage fysieke activiteit
• Frailty Index = aantal tekorten / totaal
mogelijke tekorten
Cumulatief • Domeinen Pre-frail: 0,20-0,35 • Holistischer
deficit ◦ Musculoskeletaal • Houdt ook niet-fysieke
(Rockwood) ◦ Cognitief Fragile: >0,35 componenten in rekening
◦ Sociaal
◦ …
3.2 Klinische gevolgen van frailty
• Opname in WZC: ×2,5
• Overlijden: ×4
• Delier: ×8
• Vallen, mobiliteitsbeperking, medicatienevenwerkingen
3.3 Behandeling van frailty
Aanpak Details
Comprehensief Geriatrisch • Gouden standaard
Assessment (CGA) • Evalueert medisch, functioneel, psychologisch en sociaal domein
Weerstandstraining • Bewezen effect op spiermassa, spierkracht en fysiek functioneren
Combinatie evenwicht + kracht • Geen effect op spierkracht zelf, maar vermindert valrisico
• 25-30g eiwit per maaltijd
Nutritionele interventies • Wheyproteïnen > caseïne/soja
• Voordeel groter in combinatie met training
• Vitamine D bij deficiëntie
Farmacologisch
• Testosteron enkel bij hypogonadale mannen
4. GERIATRISCHE EVALUATIE & ZORGORGANISATIE
4.1 Comprehensief Geriatrisch Assessment (CGA) — gouden standaard
CGA = systematische, multidimensionele evaluatie van de totale gezondheidstoestand van een
oudere patiënt, met als doel mogelijkheden en beperkingen in kaart te brengen als basis voor een
geïndividualiseerd zorgplan.