Inleiding
- Inspanning = integratie verschillende systemen
- Whole body exercise
o Testen van grote spiergroepen samen met hoge cardiovasculaire en ventilatoire stress
o Energie
Substraat = koolhydraten, suiker, …
Aerobe
➢ O2 + substraat → ATP + CO2
➢ Tijdens langdurige inspanning
Anaerobe
➢ Substraat → ATP + Lactaat (CO2)
➢ Tijdens O2 te kort
➢ Lactaat = verzuring
o O2 consumptie
Indirecte maat voor inspanningscapaciteit
➢ Gevolg van interactie tussen verschillende systemen
Je ademt nog veel O2 uit
➢ O2 in = 21%
➢ O2 uit = 16-18%
VO2
➢ hoeveelheid O2 dat je opneemt (verschil tussen in en uit)
➢ VO2 max = maximale zuurstofconsumptie
→ Wanneer toenemende belasting niet meer zorgt voor toename van O2 consumptie
➢ VO2 piek = piek zuurstofconsumptie
→ Wanneer de belasting langzaam wordt opgedreven tot het maximum
> niet exact hetzelfde als VO2 max, maar komt wel in de buurt
→ verloop
→ factoren
> centrale = zuurstof levering (bvb. ventilatie en hartdebiet)
> perifere = zuurstof extractie (bvb. spieren)
→ 1MET betere VO2peak = 13% Risicoreductie op overlijden
→ testen (zie onder)
o Stop van inspanning bij gezonde mensen
probleem in cardiovasculair gebied
➢ hart kan niet genoeg zuurstof rond pompen
➢ longen en spieren kunnen op zich nog verder maar krijgen niet genoeg O2
voorbeeld: looptraining
➢ hart word sterker = pompt meer bloed rond
➢ meer/langer zuurstof toevoer = longen en spieren kunnen langer werken
o Types
Constante belasting
➢ Je past je aan de belasting en houd het dan constant
, ➢ VO2 grafiek 1
→ In rust
> hoeveelheid VO2 deels bepaalt door lichaamsgewicht
> BELANGRIJKE WAARDE = 3,5 (ml/min)/kg
• bvb. iemand van 60kg = 210 ml/min
→ Begin
> mono-exponentiële toename in de VO2 om energiebehoefte te voorzien
> deel van energie wordt geleverd door ‘anaerobe ‘processen = zuurstofschuld
→ Steady state fase
> zuurstofverbruik is precies de noodzakelijke O2 om in de energie te voorzien
➢ VO2 grafiek 2
→ hoe hoger de inspanning = hoe hoger de VO2
→ hoe hoger de inspanning = hoe minder lang je het kan volhouden (meer anaeroob)
Incremental
➢ Start simpel en belasting neemt toe tot het lastig word
➢ Bvb. Beep test
All out
➢ In een korte tijdsperiode zo veel mogelijk inspanning leveren
- Lokale inspanning
o Testen van specifieke spiergroepen zonder respiratoire en/of cardiovasculaire stress
o Lokaal spierwerk
Isometrische spiercontractie = toename intramusculaire druk
➢ Indien IM druk > cappilaire druk = occlusie cappilair
➢ zuurstof afgekneld = anaerobe processen
➢ verzuring = stop inspanning
Factoren
➢ neurale = motorisch leren, inhibitie, …
➢ perifere = spiermassa, vezeltypes, …
o Types
Spierkracht
➢ Maximaal vrijwillige contractie
→ Je meet 1x hoe sterk de person is
> klinisch diagnostisch van relatief weinig belang
> Wel belangrijk in trainingsparadigma’s owv specificiteit
→ Voorbeelden
> Isometrisch (zelfde spierlengte)
> Isokinetisch (zelfde snelheid)
> Dynamisch (in beweging)
> Eccentrisch (toestel breekt de kracht van de patient)
• doen we niet bij patienten want de breken het spierweefsel eigenlijk af
• vb. naar beneden wandelen = heel vermoeiend want perifere spieren
breken microscopisch af
, ➢ Niet vrijwillige contractie
→ Onderzoeksvraagstukken
→ Niet wils-bekwame patienten
→ Voorbeelden
> Electrisch geïnduceerd
> Magnetisch geïnduceerd
➢ Diermodellen
→ Electrisch geinduceerd
Lokale spieruithouding
➢ meestal meer gestoord dan de lokale spierkracht?
Spiervermoeidheid
➢ contractiele vermoeidheid
→ 2 definities
> zelfde prikkel/activatie = minder kracht ontwikkeld
> zelfde kracht = meer activatie nodig
→ complexiteit van oorzaken
> bvb. centrale vermoeidheid, geen substraat aanwezig, …
➢ Voorbeeld grafiek
→ vanaf >15% minder krachtsontwikkeling = klinisch relevante vermoeidheid
→ meer trainingseffect = blauwe
> na de training = voor dezelfde prikkel veel minder contractie
> patienten die super vermoeid zijn hebben een groot trainingseffect
> progressieve overload
o Andere voorbeelden
Rechtstaan uit een stoel
Isometrisch spierwerk
Beroepsmatige activiteiten
ADL
- Inspanningstests
o Belang
Diagnose
Training/behandeling = optimale belasting tijdens training bepalen
Limitatie van de patiënten vaststellen
Prognose (piek zuurstofconsumptie is een van de belangrijkste mortaliteit voorspellers)
Veiligheid van de inspanning beoordelen
o VO2 piek test = whole body exercise
Tests met constante belasting
➢ Labo-tests (fiets of loopband)
→ Uitkomstmaat in revalidatie-onderzoek (hoe lang kan een patient een submaximale
belasting volhouden)
→ Zuurstofopname kinetiek als maat voor fitness (of recuperatie polsfrequentie)
➢ Field test
→ Zes minuten wandeltest
→ Stair climbing test
, Tests met toenemende belasting tot max (incremental)
➢ Labo-tests (fiets of loopband)
→ Bepaling van piek responses (VO2, VCO2, HR, VE, StcO2)
→ Bepaling van ‘submaximale parameters’ (lactaat’drempel’, VCO2-slope …)
➢ Field test
→ Incremental shuttle walking (running test)
All out test (Wingate test): Anaerobe capaciteit
➢ 30 sec
➢ Zo snel mogelijk fietsen
➢ Aan belasting van 7.5% lichaamsgewicht
➢ Omwentelingen worden geregistreerd per 5sec
o Vermoeidheidstest = lokale inspanning
op basis van EMG
➢ meer EMG signal (activatie) voor dezelfde kracht
Krachtverlies bij gelijke stimulus
➢ central vs perifere vermoeidheid
- Samenvatting
o Inspanning is een complex en geïntegreerd gebeuren met neuronale, cardiovasculaire, ventilatoire en
musculaire aspecten.
o Bij ‘whole body exercise’ is de aanlevering van zuurstof aan de werkende spier een factor die veelal
limiterend zal zijn.
o Bij locale inspanning is de musculaire component meestal limiterend.
o Dit is belangrijk in de context van training bij athleten EN bij patiënten.
Ventilatie
- Inleiding
o Luchtverplaatsing = gestuurd door grote drukverschillen
diafragma maar beneden duwen = negatieve druk in longen = inademing
o 2 zones
geleidingszone (conducting zone)
➢ niet alle lucht bereikt de 16e splitsing dus ondergaat geen gasuitwisseling
gasuitwisselingszone (respiratory zone)
o De thoraxwand
Bewegende delen
➢ ribben = bewegen omhoog/omlaag tijdens ademhaling
➢ sternum = kantelt licht naar voren/omhoog bij inspiratie
➢ thoracale wervels = laat rotatie en extensie toe die de ribbewegingen beïnvloeden
➢ intercostale spieren = sturen ribbebeweingen
➢ diafragme = belangrijkste inspiratiespier
Bewegingsvrijheden
➢ zie diafragma bewegingen verder
- Inspanning = integratie verschillende systemen
- Whole body exercise
o Testen van grote spiergroepen samen met hoge cardiovasculaire en ventilatoire stress
o Energie
Substraat = koolhydraten, suiker, …
Aerobe
➢ O2 + substraat → ATP + CO2
➢ Tijdens langdurige inspanning
Anaerobe
➢ Substraat → ATP + Lactaat (CO2)
➢ Tijdens O2 te kort
➢ Lactaat = verzuring
o O2 consumptie
Indirecte maat voor inspanningscapaciteit
➢ Gevolg van interactie tussen verschillende systemen
Je ademt nog veel O2 uit
➢ O2 in = 21%
➢ O2 uit = 16-18%
VO2
➢ hoeveelheid O2 dat je opneemt (verschil tussen in en uit)
➢ VO2 max = maximale zuurstofconsumptie
→ Wanneer toenemende belasting niet meer zorgt voor toename van O2 consumptie
➢ VO2 piek = piek zuurstofconsumptie
→ Wanneer de belasting langzaam wordt opgedreven tot het maximum
> niet exact hetzelfde als VO2 max, maar komt wel in de buurt
→ verloop
→ factoren
> centrale = zuurstof levering (bvb. ventilatie en hartdebiet)
> perifere = zuurstof extractie (bvb. spieren)
→ 1MET betere VO2peak = 13% Risicoreductie op overlijden
→ testen (zie onder)
o Stop van inspanning bij gezonde mensen
probleem in cardiovasculair gebied
➢ hart kan niet genoeg zuurstof rond pompen
➢ longen en spieren kunnen op zich nog verder maar krijgen niet genoeg O2
voorbeeld: looptraining
➢ hart word sterker = pompt meer bloed rond
➢ meer/langer zuurstof toevoer = longen en spieren kunnen langer werken
o Types
Constante belasting
➢ Je past je aan de belasting en houd het dan constant
, ➢ VO2 grafiek 1
→ In rust
> hoeveelheid VO2 deels bepaalt door lichaamsgewicht
> BELANGRIJKE WAARDE = 3,5 (ml/min)/kg
• bvb. iemand van 60kg = 210 ml/min
→ Begin
> mono-exponentiële toename in de VO2 om energiebehoefte te voorzien
> deel van energie wordt geleverd door ‘anaerobe ‘processen = zuurstofschuld
→ Steady state fase
> zuurstofverbruik is precies de noodzakelijke O2 om in de energie te voorzien
➢ VO2 grafiek 2
→ hoe hoger de inspanning = hoe hoger de VO2
→ hoe hoger de inspanning = hoe minder lang je het kan volhouden (meer anaeroob)
Incremental
➢ Start simpel en belasting neemt toe tot het lastig word
➢ Bvb. Beep test
All out
➢ In een korte tijdsperiode zo veel mogelijk inspanning leveren
- Lokale inspanning
o Testen van specifieke spiergroepen zonder respiratoire en/of cardiovasculaire stress
o Lokaal spierwerk
Isometrische spiercontractie = toename intramusculaire druk
➢ Indien IM druk > cappilaire druk = occlusie cappilair
➢ zuurstof afgekneld = anaerobe processen
➢ verzuring = stop inspanning
Factoren
➢ neurale = motorisch leren, inhibitie, …
➢ perifere = spiermassa, vezeltypes, …
o Types
Spierkracht
➢ Maximaal vrijwillige contractie
→ Je meet 1x hoe sterk de person is
> klinisch diagnostisch van relatief weinig belang
> Wel belangrijk in trainingsparadigma’s owv specificiteit
→ Voorbeelden
> Isometrisch (zelfde spierlengte)
> Isokinetisch (zelfde snelheid)
> Dynamisch (in beweging)
> Eccentrisch (toestel breekt de kracht van de patient)
• doen we niet bij patienten want de breken het spierweefsel eigenlijk af
• vb. naar beneden wandelen = heel vermoeiend want perifere spieren
breken microscopisch af
, ➢ Niet vrijwillige contractie
→ Onderzoeksvraagstukken
→ Niet wils-bekwame patienten
→ Voorbeelden
> Electrisch geïnduceerd
> Magnetisch geïnduceerd
➢ Diermodellen
→ Electrisch geinduceerd
Lokale spieruithouding
➢ meestal meer gestoord dan de lokale spierkracht?
Spiervermoeidheid
➢ contractiele vermoeidheid
→ 2 definities
> zelfde prikkel/activatie = minder kracht ontwikkeld
> zelfde kracht = meer activatie nodig
→ complexiteit van oorzaken
> bvb. centrale vermoeidheid, geen substraat aanwezig, …
➢ Voorbeeld grafiek
→ vanaf >15% minder krachtsontwikkeling = klinisch relevante vermoeidheid
→ meer trainingseffect = blauwe
> na de training = voor dezelfde prikkel veel minder contractie
> patienten die super vermoeid zijn hebben een groot trainingseffect
> progressieve overload
o Andere voorbeelden
Rechtstaan uit een stoel
Isometrisch spierwerk
Beroepsmatige activiteiten
ADL
- Inspanningstests
o Belang
Diagnose
Training/behandeling = optimale belasting tijdens training bepalen
Limitatie van de patiënten vaststellen
Prognose (piek zuurstofconsumptie is een van de belangrijkste mortaliteit voorspellers)
Veiligheid van de inspanning beoordelen
o VO2 piek test = whole body exercise
Tests met constante belasting
➢ Labo-tests (fiets of loopband)
→ Uitkomstmaat in revalidatie-onderzoek (hoe lang kan een patient een submaximale
belasting volhouden)
→ Zuurstofopname kinetiek als maat voor fitness (of recuperatie polsfrequentie)
➢ Field test
→ Zes minuten wandeltest
→ Stair climbing test
, Tests met toenemende belasting tot max (incremental)
➢ Labo-tests (fiets of loopband)
→ Bepaling van piek responses (VO2, VCO2, HR, VE, StcO2)
→ Bepaling van ‘submaximale parameters’ (lactaat’drempel’, VCO2-slope …)
➢ Field test
→ Incremental shuttle walking (running test)
All out test (Wingate test): Anaerobe capaciteit
➢ 30 sec
➢ Zo snel mogelijk fietsen
➢ Aan belasting van 7.5% lichaamsgewicht
➢ Omwentelingen worden geregistreerd per 5sec
o Vermoeidheidstest = lokale inspanning
op basis van EMG
➢ meer EMG signal (activatie) voor dezelfde kracht
Krachtverlies bij gelijke stimulus
➢ central vs perifere vermoeidheid
- Samenvatting
o Inspanning is een complex en geïntegreerd gebeuren met neuronale, cardiovasculaire, ventilatoire en
musculaire aspecten.
o Bij ‘whole body exercise’ is de aanlevering van zuurstof aan de werkende spier een factor die veelal
limiterend zal zijn.
o Bij locale inspanning is de musculaire component meestal limiterend.
o Dit is belangrijk in de context van training bij athleten EN bij patiënten.
Ventilatie
- Inleiding
o Luchtverplaatsing = gestuurd door grote drukverschillen
diafragma maar beneden duwen = negatieve druk in longen = inademing
o 2 zones
geleidingszone (conducting zone)
➢ niet alle lucht bereikt de 16e splitsing dus ondergaat geen gasuitwisseling
gasuitwisselingszone (respiratory zone)
o De thoraxwand
Bewegende delen
➢ ribben = bewegen omhoog/omlaag tijdens ademhaling
➢ sternum = kantelt licht naar voren/omhoog bij inspiratie
➢ thoracale wervels = laat rotatie en extensie toe die de ribbewegingen beïnvloeden
➢ intercostale spieren = sturen ribbebeweingen
➢ diafragme = belangrijkste inspiratiespier
Bewegingsvrijheden
➢ zie diafragma bewegingen verder