• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 53 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Inspanningsfysiologie | Deel van SD| KU Leuven | 2026/27

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 53 pagina's

Volledige samenvatting van ppt's en lesnotities, deel van prof. de Smet

Voorbeeld van de inhoud

Energiemetabolisme en substraatselectie tijdens lichaamsbeweging
- Basisprincipes
o spierstructuur




 sarcomeer = structuur tussen twee Z-lijnen
➢ Z-lijn = aanhechting actine
➢ M-lijn = aanhechting myosine
➢ myosine = hydrolysatie ATP = energie vrijgave = omzetting mechanische energie
 mitochondrien lopen parallel met myofribrillen
 Sarcoplasmatisch Reticulum
➢ structurele stabiliteit (loopt rondom myofibrillen)
➢ opslagplaats Ca+2
→ actief transport naar SR
→ Rust = [Ca2 +] hoger in SR vs sarcoplasma
→ Ca2 + -release in de cel initieert sarcomeer contractie
 T-tubuli
➢ verderzetting van plasma membraan = ‘tunnel’
➢ staat in contact met het SR
➢ voortzetting van elektrochemie = depolarisatiegolf van het sarcolemma aan de SR
o depolarisatie
 Motorische eindplaat -> sarcolemma -> t-tubuli -> SR
 Neuromusculaire junction
➢ Zenuwimpuls bereikt de axonterminal
➢ Acetylcholine komt vrij
➢ Activering van acetylcholinereceptoren op sarcolemma
➢ Receptoren worden ionenkanalen = beetje K + uit en veel Na + erin
➢ Verandering in membraanpotentiaal = binnenkant cel is positief geladen = AP
 Voortgezette verspreiding van actiepotentieel langs sarcolemma en de T-Tubuli
 T-tubuli zet AP voort naar SR (in contact met elkaar)
o Sliding filament theory
 Cross bridge formatie
➢ Ca2 + release van SR = instroom in sarcoplasma
➢ Ca2 + bindt troponine
➢ Troponine verandert van vorm
➢ Geactiveerde ’ myosinekop bindt actine
 Activering van myosinehoofd
➢ ATP bindt myosine
➢ ATP-hydrolysatie = ‘gespannen ’ positie
 Crossbridge-cyclus
➢ Myosin bindt actine (Pi-release)
➢ Power stroke (ADP-release + beweging)
➢ Onthechting van myosine uit actine (ATP-binding)
➢ Heractivering van myosinekop
o Energie = ATP hydrolyse
 Werking
➢ Hoogenergetische bindingen tussen fosfaatgroepen
➢ Energieafgifte tijdens hydrolyse

,  Reacties
➢ ATP + H2O → ADP + Pi + H+ + ~31 kJ
➢ ADP + H2O → AMP + Pi + H+ + ~31 kJ
➢ Katalysator = myosine ATPase
 3 belangrijke systemen




- ATP = energieopslag of energiedrager?
o ATP opslag
 Vergelijkbaar bij
➢ mannen vs vrouwen
➢ atleten vs sedentaire individuen
 4-6 mmol ATP/kg spier
 Problemen
➢ Fietssprint aan 900 Watt
→ ~ 3,7 mmol ATP/s
→ ATP-systeem zou ‘uitgeput zijn ’ binnen ~ 2 s
➢ 100m sprint aan 30 km/u (piek 40 km/u)
→ ~ 3 mmol ATP/s
→ ATP-systeem zou binnen 1-3 s ‘uitgeput zijn’
➢ 10 km hardlopen aan 20 km/u voor 30 min (1800 s)
→ ~ 1,7 mmol ATP/s
→ 10 kg spiermassa
→ 1800 s * 1,7 ATP / S * 10 kg = 30600 mmol ATP
> 1 mol ATP = 507 g
> 16 kg ATP-afbraak
→ ATP = te zwaar als energieopslag
→ ATP = energiedrager
➢ DUS: continue en onmiddellijke ATP-resynthese vereist!
o Energie systemen voor resynthese
 Fosfocreatine systeem in het cytoplasma
➢ PCr + ADP → Cr + ATP
→ Zeer hoog vermogen/power (snelste ATP-productie)
→ Zeer lage capaciteit (PCr-voorraad ± 10–12 sec)
→ Geen O₂ nodig (anaëroob)
→ Activeringstijd = onmiddellijk (0 sec)
➢ Substraatopslag
→ Intramusculaire fosfocreatinevoorraden
➢ Metabolieten = Pi en Cr
 Glycolyse in het cytoplasma
➢ ‘Anaërobe glycolyse ’ = Glucose → Pyruvaat → melkzuur (lactaat- + H +)
→ Hoog vermogen, maar lager dan PCr
→ Matige capaciteit (30–90 sec)
→ Geen O₂ nodig
→ Activeringstijd = zeer snel (3–4 sec)
➢ ‘Aërobe glycolyse ’ = Glucose → Pyruvaat → Acetyl-CoA → oxidatieve fosforylering
→ Lager vermogen dan anaërobe glycolyse

, → Veel grotere capaciteit
→ O₂ vereist
→ Activeringstijd = 2–3min.
➢ Substraatopslag
→ spier- en leverglycogeen
→ darmen (CHO-inname)
→ bloedglucose
➢ Metabolieten = Lactaat en H+
 Krebs-cyclus en oxidatieve fosforylering in de mitochondriën
➢ Vetoxidatie
→ Laag vermogen (traagste systeem)
→ Zeer hoge capaciteit (uren)
→ O₂ verplicht
→ Activeringstijd = 20-30 min
➢ Substraatopslag
→ intramusculaire triglyceriden
→ perifere triglyceriden
→ bloedtriglyceriden
➢ Metabolieten = Co2 en H2O
 Vergelijking




 geschatte relatieve energiebijdrage




- PCr-systeem
o Phosphocreatine
 PCr + ADP → Cr + ATP
➢ enzym = creatine kinase
 hoog energetische binding tussen P en Cr
o Opslag
 1-2% spiercreatine gekataboliseerd per dag = urinaire creatinine-uitscheiding
 Endogene productie in nier en lever = 1-2 g / dag
 Exogene inname van vlees en vis (4-10 g / kg) = 1-2 g / dag
 Normaal dieet = spiercreatine store 60-80% verzadigd
 Verschillen
➢ genetisch = meer type 2 spiervezels = meer creatine
→ sprinters hebben meer creatine

, ➢ dieet = vegetariers hebben minder creatine opslag (tenzij ze supplementen nemen)
→ supplementen = loading (korte en veel) of maintenance (langer en minder)
o Systeem
 Kenmerken
➢ Hoog vermogen (7-8 ATP/s)
➢ 1 chemische reactie = onmiddellijke levering van energie (in ms)
➢ Energiebuffer = houdt [ATP] constant tijdens plotselinge veranderingen in intensiteit
➢ Alactisch, anaëroob
➢ Kleine rol als chemische buffer
→ H + van ATP-hydrolysatie wordt geconsumeerd tijdens afbraak van PCr
➢ Laag energieverbruik store = voor korte intensieve inspanningen
 Voorbeeld: 100m sprint
➢ [PCr] in de spier (nat gewicht)
→ 15-25 mmol/kg, afhankelijk van het aantal type II spiervezels
→ 3-5 mmol/kg die je niet echt kunt uitputten
→ 14-19 mmol/kg reserve = 4-6 s sprint
➢ Sprinter vs ongetrainde




➢ Let op = dit is gesimplifieerde voorstelling
→ Interindividuele verschillen = relatieve en absolute verschillen
→ Energiesystemen worden niet opeenvolgend geactiveerd zoals hier
o Recovery kinetica
 Herstelduur hangt af van de mate van uitputting
➢ Hoe groter de initiële PCr-depletie, hoe langer om terug naar baseline te komen
➢ Typisch herstel = 5–15 minuten, afhankelijk van
→ intensiteit van de inspanning
→ spiervezeltype
→ metabole omgeving (pH, zuurstofaanvoer)
 Metabole acidose vertraagt PCr-resynthese
➢ Een lage pH (door ophoping van H⁺ tijdens anaerobe glycolyse) remt creatine kinase en
vertraagt mitochondriale ATP-productie
➢ Gevolg = PCr-herstel gaat trager, vooral na herhaalde sprints of langere inspanningen
 Spiervezeltype bepaalt hersteltempo




➢ Slow-twitch (Type I) = snellere PCr-resynthese
→ hoge mitochondriale dichtheid
→ betere zuurstoftoevoer
→ herstel gebeurt aeroob, dus type I is in het voordeel
➢ Fast-twitch (Type II) = langzamer herstel
→ minder mitochondriën = minder aerobe ATP-productie = tragere PCr-aanvulling

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
29 september 2026
Aantal pagina's
53
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
$14.88

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
1
Items
36
Laatst verkocht
-




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen