Inleiding Stress-kwetsbaarheidsmodel en
Psychologie en psychiatrie biopsychosociaal– komt sws op beide
- Psychiatrie examens
o Medische specialisme op gebied van psychiatrische ziekten
Patiëntenzorg
Wetenschappelijk onderzoek
Onderwijs
o Toegepaste wetenschap
Kennis
Theorie en empirie over processen, functies, symptomen
'Richt zich op het algemene'
Kunde
Het praktisch doen
'Richt zich op het individu, de patient'
- Pathologie (examen vraag)
o Klinisch significante lijdensdruk
Of
o Disfunctie (sociaal, beroepsmatig, … andere domeinen)
- Psychiatrische ziektes
o Ziekten met psychische klachten en verschijnselen
o Geest (psyche) -> lichaam (soma)
Bvb. Depressieve stoornis -> moeheid en gewichtsafname
Bvb. Angst -> palpitaties, zweten, …
- Somatische ziektes
o Lichaam -> geest
Bvb. Hypo-/hyperthyroïdie -> depressieve/angst gevoelens
Bvb. Pijn -> emotionele symptomen
- Psychische functies
o Complexe interacties tussen individu en omgeving leidend tot automatisch en doelbewust
gedrag
Automatische spierbewegingen
Op omgeving gerichte handelingen
o De manieren waarop de mens informatie uit de omgeving en het eigen lichaam gebruikt
o Kenmerken
Complex – neurale netwerken
Uniek menselijk = zelfbewustzijn!
Elke actie en reactie vertrekt van een innerlijke wereld
Een patiënt doet nooit iets persoonlijk – zelf weten waarom jij getriggerd wordt
Beleving van de patiënt staat centraal
- Psychiatrische stoornis
o Psychiatrisch syndroom gepaard met klinisch significante lijdensdruk of beperking in
functioneren
- Psychiatrisch syndroom
o Veel voorkomende psychische & lichamelijke klachten & verschijnselen
o In combinatie met beloopskenmerken
- Psychiatrisch symptoom
o Klacht of verschijnsel dat voor de psychiater betekenis heeft
o Als uiting van een stoornis in ≥1 psychische functies
- Psycho-pathologie
o Wetenschap van het bestuderen & diagnosticeren van de psychiatrische stoornissen
o Psychiatrische ziekteleer
- Pathogenese
, o Kennis van onstaansprocessen
- Etiologie
o Welke factoren dat proces op gang kunnen brengen
- Ziekte
o Samenhangend inzicht in de aard van de symptomen
o In hun onderlinge verband (syndroom)
o In wijze waarop zij onstaan (pathogenese)
o Factoren die ziekteproces op gang brengen (etiologie)
Diagnostiek en behandeling
Anamnese
- Somatische anamnese
o Lichamelijke klachten
o Voorgeschiedenis (eerdere somatische ziekten en ernstige ongevallen)
o Gebruik van medicijnen/middelen
- Psychiatrische anamnese
o Speciële anamnese = de geschiedenis van de psychiatrische stoornis
Ook belangrijk hier = status-mentalisonderzoek
Registreren eerste indrukken & wijze waarop de patiënt contact legt
Stellen van explorerende vragen over bepaalde psychische klachten
Testen van een aantal psychische functies
o Algemene psychiatrische anamnese = tractus mentalis anamnese
Differentieel diagnostische overwegingen
Differentiële diagnose = lijst van meerdere mogelijke aandoeningen
Symptomen kunnen in meerder beelden passen
Stuurt het status mentalisonderzoek
Wordt nagegaan of de patiënt tijdens de actuele ziekte-episode (en eventueel in de
voorgeschiedenis) de kenmerkende subjectieve symptomen van andere psychiatrische
stoornissen heeft, of heeft gehad.
Aantal ‘zeefvragen’ = detectievragen = screenen kernsymptomen
Verder exploreren bij twijfel bij negatief antwoord
o Psychiatrische & familiale voorgeschiedenis
Uitvoerig vragen naar
Eerder opgetreden psychiatrische stoornissen
Psychiatrische stoornissen in de familie
Levert
Belangrijke (differentieel-)diagnostische informatie op
Nuttige aanwijzingen uit over de reacties van de patiënt op eerdere
behandelingen
o Sociale anamnese
Bevragen van de levensomstandigheden van de patiënt
Doel
Vaststellen van psychiatrische symptomen in de dagelijkse context van de
patiënt
Opsporen van mogelijke sociale oorzaken en gevolgen van psychiatrische
stoornis
Beoordelen van het sociale steunsysteem
Onderdelen
eerste milieu
> leefsituatie (alleen, bij ouders, kinderen, relatie met buren, …)
> partner en kinderen (rol in gezin, problemen, relaties, …)
> sociale steun
> zelfverzorging (hygiene, huishoding, financien, …)
tweede milieu
> huidig werk op opleiding (omstandigheden, contacten, waardering, …)
, > wanneer geen werk (oorzaak, toekomstverwarchting, …)
derde milieu
> familierol (band met ouders, …)
> burgerrol (deelname aan maatschappelijke organisaties)
> sociale rol (contacten met vrienden en justitie)
o Biografische anamnese
Psychiatrische symptomen in de voorgeschiedenis van de patiënt
Predisponerende factoren (risicovol/beschermend) in ontstaan van psychiatrische
stoornis
Factoren die betekenisvol zouden zijn bij de ontwikkeling van de psychiatrische
stoornis
De ontwikkeling van persoonlijkheidskenmerken tijdens de levensloop en het zelfbeeld
- Hetero-anamnese
o Omgeving vragen stellen – vaak onontbeerlijk en noodzakelijk
o Aanvulling op de subjectieve beleving
Psychische klachten worden vaak subjectief beleefd
Informatie van naasten helpt om deze beleving beter te kaderen
o Onmisbaar bij cognitieve stoornissen
Vooral relevant bij
Delirium
Dementie
Psychosen
Complexe, therapieresistente aandoeningen
Verklaring: info gegeven door patient is onvoldoende, onvolledig, of weinig bruikbaar
o Verificatie en correctie van de auto-anamnese over
Levensloop
Persoonlijkheid
Relationele omstandigheden
o Objectief inzicht in cognitief functioneren
Vooral nuttig voor het beoordelen van executieve functies, zoals
Initiatief nemen
Plannen uitvoeren
Complexe handelingen integreren (bv. Reizen, koken, hobby’s)
Deze functies kunnen verstoord zijn zonder dat de patiënt dit zelf beseft
o Informatie over gevoelige onderwerpen
Thema’s waar de patiënt mogelijk ontwijkend of terughoudend op reageert
Alcohol- of druggebruik
Antisociaal gedrag (inclusief delinquentie)
Seksuele deviatie
Andere beladen feiten, gevoelens of gedragingen
Inzicht in belasting voor naasten
Mogelijkheid te informeren naar de impact van de stoornis op de directe
omgeving
belangrijk voor het behandelplan en de ondersteuning van mantelzorgers
Klinisch onderzoek
- Rode draad
o Eerste indrukken
Uiterlijk
Contact en houding
Klachterpresentatie
Gevoeles en reacties opgeroepen bij de psychiater
o Trias physica
Cognitieve functies (bvb. Geheugen, taal, denken, …)
Affectieve functies (bvb. Stemming en affect, emotieregulatie, …)
Conatieve functies (bvb. Executieve functies, psychomotoriek, motivatie, …)
o Persoonlijkheid
- Soorten diagnostiek
, o Somatische diagnostiek
Oriënterend algemeen lichamelijk en neurologisch onderzoek
Doel = opsporen van somatische ziekten als
Oorzaak of gevolg van de psychiatrische stoornis
Factor waarmee bij de behandeling rekening moet worden gehouden
Indicaties
Vermoeden van psychiatrische en/of neurocognitieve stoornis
Aanwijzingen somatische oorzaak in anamnese en observatie van de patiënt
> 40 jaar (zeker bij blanco psychiatrische vg)
o Psychiatrische diagnostiek
Methoden waarmee de psychiater gegevens verzameld over de aard en oorzaken
Belangerijk onderdeel = descriptieve diagnostiek
Vaststellen van de psychiatrische symptomen
Doelen
Psychiatrische symptomen vaststellen = grondslag voor classificatie
Opsporen mogelijke etiologische factoren
> Lichamelijke oorzaken
> Ernstige levensgebeurtenissen
> Erfelijke belasting
> Levensloop
> Persoonlijkheidstrekken
> Copingstijlen
> Afweermechanismen
Vaststellen van de ernst & de gevolgen = beperkingen & handicaps
Screening
Screenende vragelijsten - indicaties voor ziektes
> Vaak in eerstelijnshulp
Diagnostieke vragenlijsten - diagnoses
- Status mentalis
o Op systematische manier vastleggen van informatie betreffende psychiatrische klachten
Anamnese
Oriënterend vragen naar belangrijkste kern symptomen psychiatrische
stoornissen
Exploratie
Gericht vragen naar andere specifieke/relevante‘subjectieve’ belevingen
Observatie
Observeren van ‘objectieve’ psychiatrische stoornissen
Psychische toestand
Manier van spreken
Gevoelsuitingen
Gedragingen
Testen
Specifieke vragen om objectieve symptomen vast te stellen en globaal
kwantificeren
o Belang
Systematiek = verhoogt veiligheid, uitwisselbaarheid en betrouwbaarheid
Geeft structuur en houvast aan psychiatrische beoordeling
- Eeerste indrukken
o Objectieve waarneming = 3e persoonsbenadering
Zintuigen gebruiken (ogen, neus horen, …)
Wetenschappelijke methode
Onderzoeksresultaten zoveel mogelijk onafhankelijk van onderzoeker
Relatief hoge interbeoordeelaarsbetrouwbaarheid
Doel = verschijnselen vaststellen
o Subjective ervaring = 1e persoonsbenadering
Psychologie en psychiatrie biopsychosociaal– komt sws op beide
- Psychiatrie examens
o Medische specialisme op gebied van psychiatrische ziekten
Patiëntenzorg
Wetenschappelijk onderzoek
Onderwijs
o Toegepaste wetenschap
Kennis
Theorie en empirie over processen, functies, symptomen
'Richt zich op het algemene'
Kunde
Het praktisch doen
'Richt zich op het individu, de patient'
- Pathologie (examen vraag)
o Klinisch significante lijdensdruk
Of
o Disfunctie (sociaal, beroepsmatig, … andere domeinen)
- Psychiatrische ziektes
o Ziekten met psychische klachten en verschijnselen
o Geest (psyche) -> lichaam (soma)
Bvb. Depressieve stoornis -> moeheid en gewichtsafname
Bvb. Angst -> palpitaties, zweten, …
- Somatische ziektes
o Lichaam -> geest
Bvb. Hypo-/hyperthyroïdie -> depressieve/angst gevoelens
Bvb. Pijn -> emotionele symptomen
- Psychische functies
o Complexe interacties tussen individu en omgeving leidend tot automatisch en doelbewust
gedrag
Automatische spierbewegingen
Op omgeving gerichte handelingen
o De manieren waarop de mens informatie uit de omgeving en het eigen lichaam gebruikt
o Kenmerken
Complex – neurale netwerken
Uniek menselijk = zelfbewustzijn!
Elke actie en reactie vertrekt van een innerlijke wereld
Een patiënt doet nooit iets persoonlijk – zelf weten waarom jij getriggerd wordt
Beleving van de patiënt staat centraal
- Psychiatrische stoornis
o Psychiatrisch syndroom gepaard met klinisch significante lijdensdruk of beperking in
functioneren
- Psychiatrisch syndroom
o Veel voorkomende psychische & lichamelijke klachten & verschijnselen
o In combinatie met beloopskenmerken
- Psychiatrisch symptoom
o Klacht of verschijnsel dat voor de psychiater betekenis heeft
o Als uiting van een stoornis in ≥1 psychische functies
- Psycho-pathologie
o Wetenschap van het bestuderen & diagnosticeren van de psychiatrische stoornissen
o Psychiatrische ziekteleer
- Pathogenese
, o Kennis van onstaansprocessen
- Etiologie
o Welke factoren dat proces op gang kunnen brengen
- Ziekte
o Samenhangend inzicht in de aard van de symptomen
o In hun onderlinge verband (syndroom)
o In wijze waarop zij onstaan (pathogenese)
o Factoren die ziekteproces op gang brengen (etiologie)
Diagnostiek en behandeling
Anamnese
- Somatische anamnese
o Lichamelijke klachten
o Voorgeschiedenis (eerdere somatische ziekten en ernstige ongevallen)
o Gebruik van medicijnen/middelen
- Psychiatrische anamnese
o Speciële anamnese = de geschiedenis van de psychiatrische stoornis
Ook belangrijk hier = status-mentalisonderzoek
Registreren eerste indrukken & wijze waarop de patiënt contact legt
Stellen van explorerende vragen over bepaalde psychische klachten
Testen van een aantal psychische functies
o Algemene psychiatrische anamnese = tractus mentalis anamnese
Differentieel diagnostische overwegingen
Differentiële diagnose = lijst van meerdere mogelijke aandoeningen
Symptomen kunnen in meerder beelden passen
Stuurt het status mentalisonderzoek
Wordt nagegaan of de patiënt tijdens de actuele ziekte-episode (en eventueel in de
voorgeschiedenis) de kenmerkende subjectieve symptomen van andere psychiatrische
stoornissen heeft, of heeft gehad.
Aantal ‘zeefvragen’ = detectievragen = screenen kernsymptomen
Verder exploreren bij twijfel bij negatief antwoord
o Psychiatrische & familiale voorgeschiedenis
Uitvoerig vragen naar
Eerder opgetreden psychiatrische stoornissen
Psychiatrische stoornissen in de familie
Levert
Belangrijke (differentieel-)diagnostische informatie op
Nuttige aanwijzingen uit over de reacties van de patiënt op eerdere
behandelingen
o Sociale anamnese
Bevragen van de levensomstandigheden van de patiënt
Doel
Vaststellen van psychiatrische symptomen in de dagelijkse context van de
patiënt
Opsporen van mogelijke sociale oorzaken en gevolgen van psychiatrische
stoornis
Beoordelen van het sociale steunsysteem
Onderdelen
eerste milieu
> leefsituatie (alleen, bij ouders, kinderen, relatie met buren, …)
> partner en kinderen (rol in gezin, problemen, relaties, …)
> sociale steun
> zelfverzorging (hygiene, huishoding, financien, …)
tweede milieu
> huidig werk op opleiding (omstandigheden, contacten, waardering, …)
, > wanneer geen werk (oorzaak, toekomstverwarchting, …)
derde milieu
> familierol (band met ouders, …)
> burgerrol (deelname aan maatschappelijke organisaties)
> sociale rol (contacten met vrienden en justitie)
o Biografische anamnese
Psychiatrische symptomen in de voorgeschiedenis van de patiënt
Predisponerende factoren (risicovol/beschermend) in ontstaan van psychiatrische
stoornis
Factoren die betekenisvol zouden zijn bij de ontwikkeling van de psychiatrische
stoornis
De ontwikkeling van persoonlijkheidskenmerken tijdens de levensloop en het zelfbeeld
- Hetero-anamnese
o Omgeving vragen stellen – vaak onontbeerlijk en noodzakelijk
o Aanvulling op de subjectieve beleving
Psychische klachten worden vaak subjectief beleefd
Informatie van naasten helpt om deze beleving beter te kaderen
o Onmisbaar bij cognitieve stoornissen
Vooral relevant bij
Delirium
Dementie
Psychosen
Complexe, therapieresistente aandoeningen
Verklaring: info gegeven door patient is onvoldoende, onvolledig, of weinig bruikbaar
o Verificatie en correctie van de auto-anamnese over
Levensloop
Persoonlijkheid
Relationele omstandigheden
o Objectief inzicht in cognitief functioneren
Vooral nuttig voor het beoordelen van executieve functies, zoals
Initiatief nemen
Plannen uitvoeren
Complexe handelingen integreren (bv. Reizen, koken, hobby’s)
Deze functies kunnen verstoord zijn zonder dat de patiënt dit zelf beseft
o Informatie over gevoelige onderwerpen
Thema’s waar de patiënt mogelijk ontwijkend of terughoudend op reageert
Alcohol- of druggebruik
Antisociaal gedrag (inclusief delinquentie)
Seksuele deviatie
Andere beladen feiten, gevoelens of gedragingen
Inzicht in belasting voor naasten
Mogelijkheid te informeren naar de impact van de stoornis op de directe
omgeving
belangrijk voor het behandelplan en de ondersteuning van mantelzorgers
Klinisch onderzoek
- Rode draad
o Eerste indrukken
Uiterlijk
Contact en houding
Klachterpresentatie
Gevoeles en reacties opgeroepen bij de psychiater
o Trias physica
Cognitieve functies (bvb. Geheugen, taal, denken, …)
Affectieve functies (bvb. Stemming en affect, emotieregulatie, …)
Conatieve functies (bvb. Executieve functies, psychomotoriek, motivatie, …)
o Persoonlijkheid
- Soorten diagnostiek
, o Somatische diagnostiek
Oriënterend algemeen lichamelijk en neurologisch onderzoek
Doel = opsporen van somatische ziekten als
Oorzaak of gevolg van de psychiatrische stoornis
Factor waarmee bij de behandeling rekening moet worden gehouden
Indicaties
Vermoeden van psychiatrische en/of neurocognitieve stoornis
Aanwijzingen somatische oorzaak in anamnese en observatie van de patiënt
> 40 jaar (zeker bij blanco psychiatrische vg)
o Psychiatrische diagnostiek
Methoden waarmee de psychiater gegevens verzameld over de aard en oorzaken
Belangerijk onderdeel = descriptieve diagnostiek
Vaststellen van de psychiatrische symptomen
Doelen
Psychiatrische symptomen vaststellen = grondslag voor classificatie
Opsporen mogelijke etiologische factoren
> Lichamelijke oorzaken
> Ernstige levensgebeurtenissen
> Erfelijke belasting
> Levensloop
> Persoonlijkheidstrekken
> Copingstijlen
> Afweermechanismen
Vaststellen van de ernst & de gevolgen = beperkingen & handicaps
Screening
Screenende vragelijsten - indicaties voor ziektes
> Vaak in eerstelijnshulp
Diagnostieke vragenlijsten - diagnoses
- Status mentalis
o Op systematische manier vastleggen van informatie betreffende psychiatrische klachten
Anamnese
Oriënterend vragen naar belangrijkste kern symptomen psychiatrische
stoornissen
Exploratie
Gericht vragen naar andere specifieke/relevante‘subjectieve’ belevingen
Observatie
Observeren van ‘objectieve’ psychiatrische stoornissen
Psychische toestand
Manier van spreken
Gevoelsuitingen
Gedragingen
Testen
Specifieke vragen om objectieve symptomen vast te stellen en globaal
kwantificeren
o Belang
Systematiek = verhoogt veiligheid, uitwisselbaarheid en betrouwbaarheid
Geeft structuur en houvast aan psychiatrische beoordeling
- Eeerste indrukken
o Objectieve waarneming = 3e persoonsbenadering
Zintuigen gebruiken (ogen, neus horen, …)
Wetenschappelijke methode
Onderzoeksresultaten zoveel mogelijk onafhankelijk van onderzoeker
Relatief hoge interbeoordeelaarsbetrouwbaarheid
Doel = verschijnselen vaststellen
o Subjective ervaring = 1e persoonsbenadering