Neuroanatomie
Inleiding
- Hoe studeren?
- Zenuwstelsels
o Primaire controle en communicatiecentrum van het lichaam
o Centrale zenuwstelsel
Hersenen
2% lichaamsgewicht maar verbruiken 20% van de energie
Omgeving door een omhulsel (schedel en wervelkanaal)
Functies
> Ontvangen sensorische informatie en genereren motorische
output
> Coördinatie van bewegingen en gedrag
> Besturen ook hogere cognitieve functies
Gedachten
Herinneringen
Emoties
Dromen en ambities
…
Ruggenmerg = communicatie tussen de hersenen en de rest van het lichaam
o Perifere zenuwstelsel
Niet omgeven door een benig omhulsel
Delen
Craniale zenuwen (uit de hersenen)
Perifere zenuwen (uit het ruggenmerg)
> Ganglia = zenuwknopen
> Zintuigreceptoren
Functie
Verbinding tussen sensoren/spieren en CZA
Signalen
> Afferente banen = zintuigelijke = perifeer -> centraal
zenuwstelsel
> Efferente benen = motorische = centraal -> spieren en klieren
o Somatische zenuwstelsel
CZS en somatische deel van het PZS (hoofd, romp en ledematen)
, Ontvangt informatie van onze sensoren en stuurt BEWUST de skeletspieren
aan
o Autonoom zenuwstelsel
(ortho)sympathische en parasympathische zenuwstelsel
Werken antagonistisch
Sympatisch = toestand van activatie
Parasympathisch = toestand van rust
Aansturen van onze ONBEWUSTE lichaamsfuncties
Glad spierweefsel
Het hart
Spijsvertering en verschillende klieren
o Enterisch zenuwstelsel (klein)
Ligt binnen de wanden van het maagdarmkanaal
Werkt onafhankelijk van het CZS
Staat in verbinding met de nervus vagus
- Anatomische terminologie
o Standaard anatomische positie (anatomische stand)
Rechtopstaand, de armen langs het lichaam met de handpalmen naar voren
gehouden
o Verticale as = referentie voor de locatie van lichaamsdelen en bewegingsrichtingen
o Vlakken
Frontale/coronale vlak = voorste en achterste helft
Sagittale vlak = rechter- en linkerhelft
Transversale/horizontale/axiale vlak = boven en onderste helft
- Ontwikkeling
Vliezen en barrières
- Hersenvliezen (menigae)
o Dura mater
Sterke vezelige structuur die stevig bevestigd is aan de schedel
Lagen
Periostale laag = buitense laag
> Vormt een geheel met het botvlies van de schedel
Menigeale laag = binnenste laag
> Aan de kant van de hersenstructuren
Verbonden met elkaar behalve op
> Plaatsen waar ze ruimte bieden aan de veneuze sinussen
> De plaats waar de binnenste laag een vlies vormt om
verschillende hersendelen te scheiden
Subdurale ruimte = scheidt de dura mater met arachnoid mater
, Ophoping bloed als bloedvaten van dura mater beschadigd =
subduraal hematoom
> Schedelboring om druk te verminderen
Vouwen
Falx cerebri
Fals cerebelli
Tentorium cerebelli
Functie
Beschermende functie (vb. Botsplinters tegenhouden bij
schedelfracturen)
Beperken hersen beweging
Scheid hersendelen mbv. vouwen
> Falx cerebri = tussen de 2 hersenhelften
> Tentorium cerebelli = tussen cerebrum – cerebellum
o Aarachnoïd mater
Volgt het verloop van de dura mater
Arachnoïde granulatie
Uitsteeksels die doorlopen tot de superior sagittale sinus
Absorberen cerebrospinaal vocht
Subarachnoidale ruimte
Scheid de arachnoïd mater met de pia mater
> Spinachtig web
Veel uitgebreider dan de subdurale ruimte
Bevat cerebrospinaal vocht en bloedvaten
> Hersenen drijven in deze dunne laag vocht
Dempt schokken van buiten
o Pia mater
Dun en delicaat membraan
Extra bescherming omdat het aan de hersenen vastkleeft
o Algemene functie = bloedcirculatie
Bloedvaten lopen in de subarachnoïdale ruimte
Veneuze sinussen (van dura mater) staan in voor de terugkeer van het
veneus bloed
sinus tussen de 2 dura mater-vliezen bij de falx cerebri = Sinus
superior sagittalis !!
- Spinale vliezen
o Identiek aan die van de hersenen
Uitzondering = dura mater heeft enkel een menigeale laag (geen periostale)
Epidurale ruimte
Netwerk van aderen
Vet – extra bescherming
- De ventrikels en het cerebrospinaal vocht
o Met vloeistof gevulde holtes = 3 ventrikels
2 laterale ventrikels (1 in elke hersenhelft)
Hebben elk 3 uitsteeksels = de anterieure, inferieure en posterieure
hoorn
> Zichtbaar van lateraal
Gescheiding door het septum pellucidum
1 in het diencephalon
Verbonden met de laterale holtes via kanaal = foramen
interventricularis
o Aquaductus cerebrale
Ligt achter het derde ventrikel
Een kanaalachtig structuur die het derde ventrikel verbindt met het vierde
ventrikel, gelegen tussen de pons en het voorste oppervlak van het
cerebellum.
o Cerebrospinale vloeistof
Een kleurloze vloeistof die rond de hersenen en het ruggenmerg stroomt
Speelt een vitale rol in de bescherming, ondersteuning en functie van het czs
, Productie
Geproduceerd en uitgestoten door de plexus choroideus
> Netwerk van haarvaten en ependymale cellen
Totale volume = 125-150 ml
Dagelijks 500ml geproduceerd = om het 5-6u vervangen
Functies
Drijfvermogen van de hersenen in de schedel
> Verminderd effectieve gewicht
Beschermende barriere
> Kussen tegen plotselinge hoofdbewegingen
> Tegen schokken van buiten af en harde schedel zelf
Uitwisselingsmedium voor voedingsstoffen, afvalstoffen en imuuncellen
> 1e verdedigingslinie tegen infecties en andere bedreigingen voor
het CZS
Creert een gunstige chemische omgeving voor potentialen
> Ph en temperatuur stabiel/optimaal houden
Opmaak
Water (99%)
Rest (1%)
> Bloedplasma
> Eiwitten
> Elektrolyten
> Glucose
Circulatie
Door het netrwerk van de 4 onderling verbonden ventrikels
Laterale ventrikels -> 3e ventrikel via de foramina interventricularis
Foramina interventricularis -> ventriculaire systeem (4 e ventr) via
cerebraal aquaduct
Bereikt de subarachnoidale ruimte via de laterale en mediale opening
Komt in bloedbaan terecht via de arachnoidale granulatie
Factoren die de stroom beinvloeden
Arteriële pulsaties
Ademhaling
Houdingsveranderingen
Intracraniële druk
- Bloed-hersenbarriere
o Opbouw
Gemeenschappelijk basismembraan
Gedeeld door de cellen
Regelen samen de doorgang van
> Componenten tussen de circulatie
> De interstitiële vloeistof rondom de hersenen
Endotheelcellen
Wanden van de hersencapillairen
Verbonden door extreem nauwe en complexe intercellulaire
knooppunten
Astrocyten = een soort glia cellen van CZS
Directe verbinding tussen bloedbaan en neuronen
Beinvloeden
> Functie van de endotheelcellen
> Ionenbalans
> Bloedstroom
o Selectief en semi permeabel
Permeabel voor
Voedingsstoffen naar hersenen
Kleine/vetoplosbare moleculen (zoals 02 en CO2) snel via diffusie
Grotere/wateroplosbare stoffen alleen via specifiek gereguleerd
passief/actief transport
Inleiding
- Hoe studeren?
- Zenuwstelsels
o Primaire controle en communicatiecentrum van het lichaam
o Centrale zenuwstelsel
Hersenen
2% lichaamsgewicht maar verbruiken 20% van de energie
Omgeving door een omhulsel (schedel en wervelkanaal)
Functies
> Ontvangen sensorische informatie en genereren motorische
output
> Coördinatie van bewegingen en gedrag
> Besturen ook hogere cognitieve functies
Gedachten
Herinneringen
Emoties
Dromen en ambities
…
Ruggenmerg = communicatie tussen de hersenen en de rest van het lichaam
o Perifere zenuwstelsel
Niet omgeven door een benig omhulsel
Delen
Craniale zenuwen (uit de hersenen)
Perifere zenuwen (uit het ruggenmerg)
> Ganglia = zenuwknopen
> Zintuigreceptoren
Functie
Verbinding tussen sensoren/spieren en CZA
Signalen
> Afferente banen = zintuigelijke = perifeer -> centraal
zenuwstelsel
> Efferente benen = motorische = centraal -> spieren en klieren
o Somatische zenuwstelsel
CZS en somatische deel van het PZS (hoofd, romp en ledematen)
, Ontvangt informatie van onze sensoren en stuurt BEWUST de skeletspieren
aan
o Autonoom zenuwstelsel
(ortho)sympathische en parasympathische zenuwstelsel
Werken antagonistisch
Sympatisch = toestand van activatie
Parasympathisch = toestand van rust
Aansturen van onze ONBEWUSTE lichaamsfuncties
Glad spierweefsel
Het hart
Spijsvertering en verschillende klieren
o Enterisch zenuwstelsel (klein)
Ligt binnen de wanden van het maagdarmkanaal
Werkt onafhankelijk van het CZS
Staat in verbinding met de nervus vagus
- Anatomische terminologie
o Standaard anatomische positie (anatomische stand)
Rechtopstaand, de armen langs het lichaam met de handpalmen naar voren
gehouden
o Verticale as = referentie voor de locatie van lichaamsdelen en bewegingsrichtingen
o Vlakken
Frontale/coronale vlak = voorste en achterste helft
Sagittale vlak = rechter- en linkerhelft
Transversale/horizontale/axiale vlak = boven en onderste helft
- Ontwikkeling
Vliezen en barrières
- Hersenvliezen (menigae)
o Dura mater
Sterke vezelige structuur die stevig bevestigd is aan de schedel
Lagen
Periostale laag = buitense laag
> Vormt een geheel met het botvlies van de schedel
Menigeale laag = binnenste laag
> Aan de kant van de hersenstructuren
Verbonden met elkaar behalve op
> Plaatsen waar ze ruimte bieden aan de veneuze sinussen
> De plaats waar de binnenste laag een vlies vormt om
verschillende hersendelen te scheiden
Subdurale ruimte = scheidt de dura mater met arachnoid mater
, Ophoping bloed als bloedvaten van dura mater beschadigd =
subduraal hematoom
> Schedelboring om druk te verminderen
Vouwen
Falx cerebri
Fals cerebelli
Tentorium cerebelli
Functie
Beschermende functie (vb. Botsplinters tegenhouden bij
schedelfracturen)
Beperken hersen beweging
Scheid hersendelen mbv. vouwen
> Falx cerebri = tussen de 2 hersenhelften
> Tentorium cerebelli = tussen cerebrum – cerebellum
o Aarachnoïd mater
Volgt het verloop van de dura mater
Arachnoïde granulatie
Uitsteeksels die doorlopen tot de superior sagittale sinus
Absorberen cerebrospinaal vocht
Subarachnoidale ruimte
Scheid de arachnoïd mater met de pia mater
> Spinachtig web
Veel uitgebreider dan de subdurale ruimte
Bevat cerebrospinaal vocht en bloedvaten
> Hersenen drijven in deze dunne laag vocht
Dempt schokken van buiten
o Pia mater
Dun en delicaat membraan
Extra bescherming omdat het aan de hersenen vastkleeft
o Algemene functie = bloedcirculatie
Bloedvaten lopen in de subarachnoïdale ruimte
Veneuze sinussen (van dura mater) staan in voor de terugkeer van het
veneus bloed
sinus tussen de 2 dura mater-vliezen bij de falx cerebri = Sinus
superior sagittalis !!
- Spinale vliezen
o Identiek aan die van de hersenen
Uitzondering = dura mater heeft enkel een menigeale laag (geen periostale)
Epidurale ruimte
Netwerk van aderen
Vet – extra bescherming
- De ventrikels en het cerebrospinaal vocht
o Met vloeistof gevulde holtes = 3 ventrikels
2 laterale ventrikels (1 in elke hersenhelft)
Hebben elk 3 uitsteeksels = de anterieure, inferieure en posterieure
hoorn
> Zichtbaar van lateraal
Gescheiding door het septum pellucidum
1 in het diencephalon
Verbonden met de laterale holtes via kanaal = foramen
interventricularis
o Aquaductus cerebrale
Ligt achter het derde ventrikel
Een kanaalachtig structuur die het derde ventrikel verbindt met het vierde
ventrikel, gelegen tussen de pons en het voorste oppervlak van het
cerebellum.
o Cerebrospinale vloeistof
Een kleurloze vloeistof die rond de hersenen en het ruggenmerg stroomt
Speelt een vitale rol in de bescherming, ondersteuning en functie van het czs
, Productie
Geproduceerd en uitgestoten door de plexus choroideus
> Netwerk van haarvaten en ependymale cellen
Totale volume = 125-150 ml
Dagelijks 500ml geproduceerd = om het 5-6u vervangen
Functies
Drijfvermogen van de hersenen in de schedel
> Verminderd effectieve gewicht
Beschermende barriere
> Kussen tegen plotselinge hoofdbewegingen
> Tegen schokken van buiten af en harde schedel zelf
Uitwisselingsmedium voor voedingsstoffen, afvalstoffen en imuuncellen
> 1e verdedigingslinie tegen infecties en andere bedreigingen voor
het CZS
Creert een gunstige chemische omgeving voor potentialen
> Ph en temperatuur stabiel/optimaal houden
Opmaak
Water (99%)
Rest (1%)
> Bloedplasma
> Eiwitten
> Elektrolyten
> Glucose
Circulatie
Door het netrwerk van de 4 onderling verbonden ventrikels
Laterale ventrikels -> 3e ventrikel via de foramina interventricularis
Foramina interventricularis -> ventriculaire systeem (4 e ventr) via
cerebraal aquaduct
Bereikt de subarachnoidale ruimte via de laterale en mediale opening
Komt in bloedbaan terecht via de arachnoidale granulatie
Factoren die de stroom beinvloeden
Arteriële pulsaties
Ademhaling
Houdingsveranderingen
Intracraniële druk
- Bloed-hersenbarriere
o Opbouw
Gemeenschappelijk basismembraan
Gedeeld door de cellen
Regelen samen de doorgang van
> Componenten tussen de circulatie
> De interstitiële vloeistof rondom de hersenen
Endotheelcellen
Wanden van de hersencapillairen
Verbonden door extreem nauwe en complexe intercellulaire
knooppunten
Astrocyten = een soort glia cellen van CZS
Directe verbinding tussen bloedbaan en neuronen
Beinvloeden
> Functie van de endotheelcellen
> Ionenbalans
> Bloedstroom
o Selectief en semi permeabel
Permeabel voor
Voedingsstoffen naar hersenen
Kleine/vetoplosbare moleculen (zoals 02 en CO2) snel via diffusie
Grotere/wateroplosbare stoffen alleen via specifiek gereguleerd
passief/actief transport