Fascisme
Wat is het fascisme?
Oorspronkelijke naam antidemocratische politieke beweging olv Benito
Mussolini 1920-1925 de macht verkregen in Italië
Sindsdien woord gebruikt als verzamelbegrip antidemocratische
bewegingen + stromingen die op essentiële punten overeenkomen met
Italiaanse beweging in DE het nazisme / nationaalsocialisme
Wat zijn de algemene kenmerken van het fascisme?
Hoe is het Fascisme aan de macht gekomen in Italië?
ITALIË VOOR WOI ONSTABILITEIT EN VERDEELDHEID
POLITIEK
o Italië erg jong koninkrijk pas verenigd ca. 1870 veel
regio’s streefden naar zelfbestuur (= terug oude situatie)
o Gebrek centraal gezag / politieke leider zoals Bismarck in DE
, o Problemen met kerk pauselijke staat moest gebieden afstaan
om Italiaanse eenmaking te finaliseren Paus verbood
katholieken om Italiaanse staat te steunen
ECONOMISCH
o Grote kloof noord en zuid N = vrij welvarend door industrie, Z =
verouderde landbouw, grootgrondbezit,…
o Veel emigratie naar USA / binnen Europa
ITALIË NA WOI
POLITIEK na WOI IT behoorde tot winnaars regering rekende op
beloning (gebiedsuitbreiding) bij Verdrag Versailles eist IT gebieden
aan Balkan Fiume (belangrijke haven) + Dalmatië Wilson (VS-
persident) verzet zich omwille van zelfbeschikkingsrecht Slavische
volkeren onder IT gezag spanningen ontstaan krijgen enkel Trieste
+ Zuid-Tirol teleurstelling nationalisten kleine beloning tov hun
inzet bij WOI geen IT vrede
ECONOMIE
o ECO crisis na WOI
Povlakte industriële hart IT 10% actieve bevolking
werkloos
Inflatie kosten oorlog waardevermindering IT munt
koopkracht bevolking aangetast
Pensioenen familieleden van gesneuvelden niet meer
uitbetaald + oorlogsinvaliden kregen geen uitkering
Groeiende kloof arm en rijk
o Algemene ontevredenheid veel stakingen boeren bezetten
het land (Zuiden) sociaal klimaat onrustig arbeiders + boeren
vormden raden om bedrijven te beheren + groot aantal fabrieken
bezet door arbeiders en vakbonden mislukking productie
werd niet draaiende gehouden + geen technische leiding + geen
kredieten banken verzet wordt niet omgezet in politieke macht
o Polarisatie links en rechts L + R politici probeerden onrust te
gebruiken om radicale maatregelen door te voeren
L communisten tegen kapitalisme onrust uitbuiten
om arbeiders aan macht te krijgen
R ultra-nationalisten tegen democratische
besluitvorming (macht van meerderheid) bang groeiende