WG Burgerlijk Procesrecht
2014-2015
©Amber van der Toorn
,WG 1 Competentie van de rechter, beginselen en procesrecht
Vraag 1
Jan rijdt tegen de auto van Kees aan. Het ongeluk heeft plaatsgevonden in Antwerpen. Kan er voor
de Nederlandse rechter worden geprocedeerd, en zo ja, is dit een exclusieve bevoegdheid van de
Nederlandse rechter?
Kees (Breda) € 10.500 Jan (Arnhem)
eiser gedaagde
Artikel 1 Rechtsvordering (Rv) 2 Rechtsvordering. EEX-Brussel I Verordening (oud). Op grond van
artikel 94 Grondwet gaat de Verordening vóór de Nederlandse wet.
Artikel 2, lid 1 (nu: 4, lid 1) EEX-Vo bepaalt dat Jan Smit, woonplaats van gedaagde, kan worden
opgeroepen door het gerecht in Arnhem. De Nederlandse rechter is bevoegd.
De casus betreft een onrechtmatige daad, artikel 5, sub 3 (nu: 7, sub 2) EEX-Vo: voor het gerecht
waar de schade zich heeft voortgedaan. Dus ook in Antwerpen (België) kun je voor deze
onrechtmatige daad terecht. Je hebt dus de keuze, want ook de Belgische rechter is bevoegd.
Kortom, de Nederlandse rechter was niet exclusief bevoegd; hij is medebevoegd ex art. 1 Rv jo art. 7,
aanhef en sub 2 EEX-Vo.
N.B.: artikel 3 EEX is ook van belang. Het gaat steeds om het grondgebied van de Lidstaat, en niet de
nationaliteit. Toepassingsbereik 2-31 Verordening relevant. En verder artikel 22 en 23 (nu: 24 en 25)
Verordening: dit zijn uitzonderingen. In artikel 22 wordt bepaald dat ingeval van huur, verhuur en
pacht geldt dat de plaats van onroerend goed van belang is.
Rechtsmacht (internationale bevoegdheid) 1 Rv:
“Onverminderd het omtrent rechtsmacht in verdragen en EG-verordeningen bepaalde en
onverminderd artikel 13a van de Wet algemene bepalingen wordt de rechtsmacht van de
Nederlandse rechter beheerst door de volgende bepalingen.”
Verdragen en Verordeningen hebben voorrang boven de artt. 2 Rv e.v. Kortom:
Verdragen/EG-Vo Ja, bijv. EEX-Vo materieel toepassingsgebied art. 1
formeel toepassingsgebied art. 41, 24 en 252
Kluwer p. 2336
Nee, art. 2 Rv e.v.3
1
Woonplaats van de gedaagde hoofdregel.
2
Dit betreft een forumkeuzebeding.
3
Je kijkt in art. 2 Rv e.v., wanneer het geschil NL-NL, of NL-niet-EU-lidstaat (bijv. Rusland) betreft.
2
,Vraag 2
a. Noem in deze procedure het absoluut bevoegde gerecht en noem het/de relatieve
bevoegde gerecht/gerechten. Bespreek in dit verband ook of de kantonrechter bevoegd is.
Absolute bevoegdheid: welke rechter is bevoegd? art. 2 RO
art. 42 RO (Rechtbank)
art. 60 RO (Gerechtshof)
art. 78 RO (Hoge Raad)
Bij de dagvaardingsprocedure, zie art. 78 Rv e.v.
- Kantonzaak? art. 93 d-a Rv
- Relatieve bevoegdheid: waar bevoegd? art. 99 Rv e.v.
Bij de verzoekschriftprocedure, zie spec. bep., anders art. 261 Rv e.v.
- Kantonzaak? in de wet
- Relatieve bevoegdheid: waar bevoegd? spec. bep., anders art. 262 Rv e.v.
In de wet (‘verzoek’) staat aangegeven of het een verzoekschriftprocedure betreft. Wanneer het een
geschil betreft, dan zal dit veelal een dagvaardingsprocedure betreffen. Een ander handvat, bijna alle
personen- en familierechtzaken (Boek 1) zijn verzoekschriftprocedures.
De Jong verklaring voor recht Vink BV (Arnhem)
eiser gedaagde
De Jong vordert een verklaring voor recht, hetgeen betekent: aansprakelijkheid van Vink BV dient te
worden vastgesteld, dus een bepaalde rechtstoestand moet worden vastgesteld. Hiermee kan de
Jong laten vastleggen in een vonnis dat Vink BV aansprakelijk is voor de schade voortvloeiende uit
het ongeluk, zodat de schade kan worden gevorderd op Vink BV.
Absolute bevoegdheid:
- Op basis van art. 42 RO is de Rechtbank absoluut bevoegd.
Soort procedure:
- Dagvaardingsprocedure ex art. 78 Rv, art. 6:162 BW (O.D.): geen verzoekschrift + geschil
Kantoncompetentie:
- In art. 93 Rv staat de sector kanton beschreven. Toetsen van d naar a!
o a. € 25.000
o b. vorderingen van onbepaalde waarde tot € 25.000
o c. aardvorderingen, ongeacht de hoogte van de vordering
o d. andere zaken
- De kantonrechter is in de casus niet bevoegd o.g.v. art. 93, sub d-a Rv. Het betreft een
onrechtmatige daad, en de daaruit voortvloeiende schade is € 50.000. Dit is geen
aardvordering, eveneens overschrijft het de € 25.000-grens.
- Dit is een negatieve toets! Je moet noemen dat d tot en met a niet van toepassing zijn!
3
,Relatieve bevoegdheid:
- In art. 99 Rv e.v. is bevoegd de rechter van de woonplaats van gedaagde. De gedaagde is Vink
BV, welke is gevestigd in Amsterdam. Dit zou betekenen dat Rechtbank Amsterdam bevoegd
is, doch er moet nog worden gekeken naar art. 100 Rv e.v.
- In art. 102 Rv staat: “In zaken betreffende verbintenissen uit onrechtmatige daad is mede
bevoegd de rechter van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan.”
Het schadebrengende feit vond plaats in Doorn, te Utrecht. Het betreft de civiele rechter
arrondissement van Midden-Nederland, locatie Utrecht (p. 67 werkboek).
b. Stel dat de procedure met het verkeerde processtuk wordt ingeleid. Is dit fataal?
In art. 69 Rv (deformalisering) is gegeven: “Indien een procedure met een verzoekschrift is ingeleid in
plaats van met een dagvaarding of met een dagvaarding in plaats van met een verzoekschrift, beveelt
de rechter, zo nodig, de aanlegger binnen een door de rechter te bepalen termijn op kosten van de
aanlegger het stuk waarmee de procedure is ingeleid, te verbeteren of aan te vullen. De procedure is
aanhangig vanaf de oorspronkelijke dag van indiening of dagvaarding.”
In principe blijft de zaak aanhangig. De rechter zal niet niet-ontvankelijk verklaren. Het art. 69 Rv
zorgt ervoor dat er wordt aangevuld, zodat het toch een dagvaardingsprocedure wordt. Er hoeft niet
opnieuw kosten te worden gemaakt, en enige termijnen verlopen door deze actie niet.
c. Als in het kader van het project Kwaliteit en Innovatie Rechtspraak (KEI-project) het
wetsvoorstel tot vereenvoudiging en digitalisering van de gerechtelijke procedure in het
burgerlijk recht en het bestuursrecht wordt aangenomen, met welk processtuk wordt deze
procedure dan ingeleid? Raadpleeg Blackboard voor meer informatie hierover.
Er komt een procesinleidend stuk, hetgeen niet meer een dagvaarding, maar een verzoekschrift heet.
Kernbegrippen wetsvoorstel: digitalisering, uniformering en vereenvoudiging.
- Eén procesinleiding en één basisprocedure in het burgerlijk procesrecht.
- Eén procesinleiding:
o Alle civielrechtelijke procedures beginnen met een nieuwe, meer geüniformeerde
procesinleiding.
- Ratio: de verschillen tussen procedures over vorderingen en over verzoeken verminderen.
- Het procesinleiding stuk gaat “verzoekschrift” heten.
- Doel: met de procesinleiding legt een eiser of verzoeker zijn vordering respectievelijk zijn
verzoek voor aan de rechter.
- Nieuw: met één procesinleiding kunnen ook een verzoek en een vordering gezamenlijk aan
de rechter worden voorgelegd.
Vraag 3
Onder welke voorwaarden is een dergelijk (forumkeuze)beding toegestaan en zal de rechter een
dergelijk beding ambtshalve moeten toetsen?
Koopkracht (Terneuzen) betaling koopsom Van der Nat (Groningen)
eiser gedaagde
4
,Stappenplan (Stap 0.Rechtsmacht ex art. 1 Rv e.v.)
Stap 1.Absolute bevoegdheid:
- Op basis van art. 42 RO is de Rechtbank absoluut bevoegd.
Stap 2.Soort procedure:
- Dagvaardingsprocedure ex art. 78 Rv, art. 3:296 en 6:74 BW (nakoming): geen verzoekschrift
+ geschil
Stap 3.Kantoncompetentie:
- In art. 93 Rv staat de sector kanton beschreven. Toetsen van d naar a!
o a. € 25.000
o b. vorderingen van onbepaalde waarde
o c. aardvorderingen, ongeacht de hoogte van de vordering
o d. andere zaken
- De consumentenkoopovereenkomst betreft art. 93, sub c Rv. Ja, de kantonrechter is aldus
bevoegd. Het beloop van de vordering is niet relevant.
Stap 4.Relatieve bevoegdheid:
- In art. 99 Rv e.v. is bevoegd de rechter van de woonplaats van gedaagde. De gedaagde is Van
der Nat, welke is gevestigd in Groningen. Dit valt onder arrondissement Noord-Nederland,
locatie Groningen. Er moet echter nog worden gekeken naar art. 100 Rv e.v.
- Forumkeuzebeding (art. 108-110 Rv): in de casus afwijking van de hoofdregel van de
relatieve bevoegdheid ex art. 99 Rv. Koopkracht is gevestigd in Terneuzen. De kantonrechter
die daarbij hoort ligt in arrondissement Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg.
- Art. 108, lid 1: in beginsel mogelijk
lid 2: in bepaalde zaken niet mogelijk, tenzij
o Art. 108, lid 2 is van toepassing, het gaat immers om een art. 101 Rv-zaak.
Het forumkeuzebeding is niet mogelijk, tenzij zij is aangegaan na het ontstaan van
het geschil (sub a) of indien de consument zich tot de aangewezen rechter heeft
gewend (sub b). (consument: ja, mee eens, of: aanwezig bij aangewezen rechtbank.)
- Art. 110, lid 1 geeft aan dat wanneer gedaagde de zwakkere partij is (consumentenzaken), de
rechter ambtshalve toetst of hij relatief bevoegd is.
Een forumkeuzebeding is opgenomen in de algemene voorwaarden van een bedrijf, zoals dat bij
Koopkracht het geval is. Voor Koopkracht, gevestigd in Zeeland, is het immers gemakkelijker om bij
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg te procederen, en dus zal deze dit als volgt
opnemen in de algemene voorwaarden: “Wanneer er een geschil rijst, dan zal worden geprocedeerd
bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant.” Doch, in consumentenzaken is het veelal niet zo dat de
consument, in de casus Van der Nat wonend in Groningen, hiermee heeft ingestemd, of hier
überhaupt weet van heeft gehad. Daarom zal de rechter zichzelf op grond van art. 110, lid 1 (relatief)
onbevoegd verklaren, wanneer sprake is van een art. 108, lid 2-situatie (consumentenzaak)(, tenzij
de consument er wél mee instemt of deze afspraken met Koopkracht na het geschil heeft gemaakt.)
Vraag 4
De rechter biedt partijen geen gelegenheid om zich mondeling te verklaren, en doet een uitspraak
op basis van dagvaarding en conclusie van antwoord, omdat hij meent dat het een klinkklare zaak
betreft, en hij niet op mondelinge behandeling zit te wachten.
5
, a. Hoe beoordeelt u de werkwijze van de rechter?
Het beginsel van hoor en wederhoor is een ruim begrip, neergelegd in art. 6 EVRM en art. 19 Rv. In
art. 19 Rv staat: “De rechter stelt partijen over en weer in de gelegenheid hun standpunten naar
voren te brengen en toe te lichten en zich uit te laten over elkaars standpunten en over alle
bescheiden en andere gegevens die in de procedure ter kennis van de rechter zijn gebracht, een en
ander tenzij uit de wet anders voortvloeit. Bij zijn beslissing baseert de rechter zijn oordeel, ten
nadele van een der partijen, niet op bescheiden of andere gegevens waarover die partij zich niet
voldoende heeft kunnen uitlaten.”
De werkwijze van de rechter is onjuist. De rechter moet de gelegenheid krijgen voor een extra ronde:
- Art. 131 Rv comparitie van partijen, of
- Art. 132 Rv re- en dupliek
- Recht op pleidooi, afwijzing hiervan is slechts beperkt mogelijk ex art. 134 Rv:
o Comparitie
Partijen hebben hun standpunt tijdens de terechtzitting in voldoende mate
mondeling uiteen kunnen zetten.
o Geen comparitie
Klemmende redenen (aangevoerd door de wederpartij)
In strijd met de goede procesorde
De rechter had de gelegenheid voor comparitie, danwel re- en dupliek moeten geven.
b. Welk hoofdbeginsel van het burgerlijk procesrecht komt hier in het gedrang en waar is dit
beginsel onder meer neergelegd? Zal de uitspraak van het Hof in stand kunnen blijven?
Het hoofdbeginsel van het burgerlijk procesrecht effectieve toegang tot de rechter ex art. 6 EVRM is
in het gedrang. Dit doet denken aan de zaak: Osei/Varde Investments Ltd (externe toegankelijkheid).
Het Hof verklaart niet-ontvankelijk in hoger beroep. Hoge Raad is geen feitenrechter, maar toch heb
je recht op een eerlijk proces en effectieve toegang tot de civiele rechter in het geding. (ro 3.4)
Samenloop van omstandigheden bestond uit:
- Niet-ontvangst van de peremptoirstelling door Varde in de brief van mr. Ouwens van 12
augustus 2011;
- En het feit dat het elektronisch roljournaal in de desbetreffende periode niet toegankelijk
was.
Er waren ook in de casus omstandigheden waar Jan niets aan kon doen.
Vraag 5
De navolgende vragen gaan over het arrest Capuano/Italië (EHRM).
a. Waarom had mevrouw Capuano zich tot het Europees Hof voor de rechten van de mens
gewend?
Schending van art. 6 EVRM, nu zij niet binnen een redelijke termijn een uitspraak had verkregen,
rechtsoverweging 21.
6
, b. Aan welke criteria toetste het Hof of er sprake was van ‘a violation of Art. 6 par. 1’ en wat
was de conclusie van het Hof?
Criteria:
- Complexiteit van de zaak (26)
o in casu: the case was not complex either as regards the facts or as regards the
relevant law.
- Conduct of the applicant (gedrag mevrouw Capuano: 27-28)
o in casu: the applicant was responsible to a certain degree for the prolongation of the
proceedings.
- Conduct of the judicial authorities (gedrag gerecht: 29-34)
o in casu: the conduct of the judicial authorities gave rise to continual delays. In the
Court's view, a distinction has to be drawn between the first-instance proceedings
and the appeal proceedings.
- Conclusive Hof (35)
o in casu: To sum up, even though she was responsible for some of the delays that
occurred, Mrs. Capuano's case has not been heard within a reasonable time; there
has accordingly been a violation of Article 6 § 1 (art. 6-1).
c. Waar vindt u een verwante regeling in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering?
Verwant: art. 20, lid 1 en lid 2 Rv: “De rechter waakt tegen onredelijke vertraging van de procedure
en treft, zo nodig, op verzoek van een partij of ambtshalve maatregelen.
Partijen zijn tegenover elkaar verplicht onredelijke vertraging van de procedure te voorkomen.”
7
2014-2015
©Amber van der Toorn
,WG 1 Competentie van de rechter, beginselen en procesrecht
Vraag 1
Jan rijdt tegen de auto van Kees aan. Het ongeluk heeft plaatsgevonden in Antwerpen. Kan er voor
de Nederlandse rechter worden geprocedeerd, en zo ja, is dit een exclusieve bevoegdheid van de
Nederlandse rechter?
Kees (Breda) € 10.500 Jan (Arnhem)
eiser gedaagde
Artikel 1 Rechtsvordering (Rv) 2 Rechtsvordering. EEX-Brussel I Verordening (oud). Op grond van
artikel 94 Grondwet gaat de Verordening vóór de Nederlandse wet.
Artikel 2, lid 1 (nu: 4, lid 1) EEX-Vo bepaalt dat Jan Smit, woonplaats van gedaagde, kan worden
opgeroepen door het gerecht in Arnhem. De Nederlandse rechter is bevoegd.
De casus betreft een onrechtmatige daad, artikel 5, sub 3 (nu: 7, sub 2) EEX-Vo: voor het gerecht
waar de schade zich heeft voortgedaan. Dus ook in Antwerpen (België) kun je voor deze
onrechtmatige daad terecht. Je hebt dus de keuze, want ook de Belgische rechter is bevoegd.
Kortom, de Nederlandse rechter was niet exclusief bevoegd; hij is medebevoegd ex art. 1 Rv jo art. 7,
aanhef en sub 2 EEX-Vo.
N.B.: artikel 3 EEX is ook van belang. Het gaat steeds om het grondgebied van de Lidstaat, en niet de
nationaliteit. Toepassingsbereik 2-31 Verordening relevant. En verder artikel 22 en 23 (nu: 24 en 25)
Verordening: dit zijn uitzonderingen. In artikel 22 wordt bepaald dat ingeval van huur, verhuur en
pacht geldt dat de plaats van onroerend goed van belang is.
Rechtsmacht (internationale bevoegdheid) 1 Rv:
“Onverminderd het omtrent rechtsmacht in verdragen en EG-verordeningen bepaalde en
onverminderd artikel 13a van de Wet algemene bepalingen wordt de rechtsmacht van de
Nederlandse rechter beheerst door de volgende bepalingen.”
Verdragen en Verordeningen hebben voorrang boven de artt. 2 Rv e.v. Kortom:
Verdragen/EG-Vo Ja, bijv. EEX-Vo materieel toepassingsgebied art. 1
formeel toepassingsgebied art. 41, 24 en 252
Kluwer p. 2336
Nee, art. 2 Rv e.v.3
1
Woonplaats van de gedaagde hoofdregel.
2
Dit betreft een forumkeuzebeding.
3
Je kijkt in art. 2 Rv e.v., wanneer het geschil NL-NL, of NL-niet-EU-lidstaat (bijv. Rusland) betreft.
2
,Vraag 2
a. Noem in deze procedure het absoluut bevoegde gerecht en noem het/de relatieve
bevoegde gerecht/gerechten. Bespreek in dit verband ook of de kantonrechter bevoegd is.
Absolute bevoegdheid: welke rechter is bevoegd? art. 2 RO
art. 42 RO (Rechtbank)
art. 60 RO (Gerechtshof)
art. 78 RO (Hoge Raad)
Bij de dagvaardingsprocedure, zie art. 78 Rv e.v.
- Kantonzaak? art. 93 d-a Rv
- Relatieve bevoegdheid: waar bevoegd? art. 99 Rv e.v.
Bij de verzoekschriftprocedure, zie spec. bep., anders art. 261 Rv e.v.
- Kantonzaak? in de wet
- Relatieve bevoegdheid: waar bevoegd? spec. bep., anders art. 262 Rv e.v.
In de wet (‘verzoek’) staat aangegeven of het een verzoekschriftprocedure betreft. Wanneer het een
geschil betreft, dan zal dit veelal een dagvaardingsprocedure betreffen. Een ander handvat, bijna alle
personen- en familierechtzaken (Boek 1) zijn verzoekschriftprocedures.
De Jong verklaring voor recht Vink BV (Arnhem)
eiser gedaagde
De Jong vordert een verklaring voor recht, hetgeen betekent: aansprakelijkheid van Vink BV dient te
worden vastgesteld, dus een bepaalde rechtstoestand moet worden vastgesteld. Hiermee kan de
Jong laten vastleggen in een vonnis dat Vink BV aansprakelijk is voor de schade voortvloeiende uit
het ongeluk, zodat de schade kan worden gevorderd op Vink BV.
Absolute bevoegdheid:
- Op basis van art. 42 RO is de Rechtbank absoluut bevoegd.
Soort procedure:
- Dagvaardingsprocedure ex art. 78 Rv, art. 6:162 BW (O.D.): geen verzoekschrift + geschil
Kantoncompetentie:
- In art. 93 Rv staat de sector kanton beschreven. Toetsen van d naar a!
o a. € 25.000
o b. vorderingen van onbepaalde waarde tot € 25.000
o c. aardvorderingen, ongeacht de hoogte van de vordering
o d. andere zaken
- De kantonrechter is in de casus niet bevoegd o.g.v. art. 93, sub d-a Rv. Het betreft een
onrechtmatige daad, en de daaruit voortvloeiende schade is € 50.000. Dit is geen
aardvordering, eveneens overschrijft het de € 25.000-grens.
- Dit is een negatieve toets! Je moet noemen dat d tot en met a niet van toepassing zijn!
3
,Relatieve bevoegdheid:
- In art. 99 Rv e.v. is bevoegd de rechter van de woonplaats van gedaagde. De gedaagde is Vink
BV, welke is gevestigd in Amsterdam. Dit zou betekenen dat Rechtbank Amsterdam bevoegd
is, doch er moet nog worden gekeken naar art. 100 Rv e.v.
- In art. 102 Rv staat: “In zaken betreffende verbintenissen uit onrechtmatige daad is mede
bevoegd de rechter van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan.”
Het schadebrengende feit vond plaats in Doorn, te Utrecht. Het betreft de civiele rechter
arrondissement van Midden-Nederland, locatie Utrecht (p. 67 werkboek).
b. Stel dat de procedure met het verkeerde processtuk wordt ingeleid. Is dit fataal?
In art. 69 Rv (deformalisering) is gegeven: “Indien een procedure met een verzoekschrift is ingeleid in
plaats van met een dagvaarding of met een dagvaarding in plaats van met een verzoekschrift, beveelt
de rechter, zo nodig, de aanlegger binnen een door de rechter te bepalen termijn op kosten van de
aanlegger het stuk waarmee de procedure is ingeleid, te verbeteren of aan te vullen. De procedure is
aanhangig vanaf de oorspronkelijke dag van indiening of dagvaarding.”
In principe blijft de zaak aanhangig. De rechter zal niet niet-ontvankelijk verklaren. Het art. 69 Rv
zorgt ervoor dat er wordt aangevuld, zodat het toch een dagvaardingsprocedure wordt. Er hoeft niet
opnieuw kosten te worden gemaakt, en enige termijnen verlopen door deze actie niet.
c. Als in het kader van het project Kwaliteit en Innovatie Rechtspraak (KEI-project) het
wetsvoorstel tot vereenvoudiging en digitalisering van de gerechtelijke procedure in het
burgerlijk recht en het bestuursrecht wordt aangenomen, met welk processtuk wordt deze
procedure dan ingeleid? Raadpleeg Blackboard voor meer informatie hierover.
Er komt een procesinleidend stuk, hetgeen niet meer een dagvaarding, maar een verzoekschrift heet.
Kernbegrippen wetsvoorstel: digitalisering, uniformering en vereenvoudiging.
- Eén procesinleiding en één basisprocedure in het burgerlijk procesrecht.
- Eén procesinleiding:
o Alle civielrechtelijke procedures beginnen met een nieuwe, meer geüniformeerde
procesinleiding.
- Ratio: de verschillen tussen procedures over vorderingen en over verzoeken verminderen.
- Het procesinleiding stuk gaat “verzoekschrift” heten.
- Doel: met de procesinleiding legt een eiser of verzoeker zijn vordering respectievelijk zijn
verzoek voor aan de rechter.
- Nieuw: met één procesinleiding kunnen ook een verzoek en een vordering gezamenlijk aan
de rechter worden voorgelegd.
Vraag 3
Onder welke voorwaarden is een dergelijk (forumkeuze)beding toegestaan en zal de rechter een
dergelijk beding ambtshalve moeten toetsen?
Koopkracht (Terneuzen) betaling koopsom Van der Nat (Groningen)
eiser gedaagde
4
,Stappenplan (Stap 0.Rechtsmacht ex art. 1 Rv e.v.)
Stap 1.Absolute bevoegdheid:
- Op basis van art. 42 RO is de Rechtbank absoluut bevoegd.
Stap 2.Soort procedure:
- Dagvaardingsprocedure ex art. 78 Rv, art. 3:296 en 6:74 BW (nakoming): geen verzoekschrift
+ geschil
Stap 3.Kantoncompetentie:
- In art. 93 Rv staat de sector kanton beschreven. Toetsen van d naar a!
o a. € 25.000
o b. vorderingen van onbepaalde waarde
o c. aardvorderingen, ongeacht de hoogte van de vordering
o d. andere zaken
- De consumentenkoopovereenkomst betreft art. 93, sub c Rv. Ja, de kantonrechter is aldus
bevoegd. Het beloop van de vordering is niet relevant.
Stap 4.Relatieve bevoegdheid:
- In art. 99 Rv e.v. is bevoegd de rechter van de woonplaats van gedaagde. De gedaagde is Van
der Nat, welke is gevestigd in Groningen. Dit valt onder arrondissement Noord-Nederland,
locatie Groningen. Er moet echter nog worden gekeken naar art. 100 Rv e.v.
- Forumkeuzebeding (art. 108-110 Rv): in de casus afwijking van de hoofdregel van de
relatieve bevoegdheid ex art. 99 Rv. Koopkracht is gevestigd in Terneuzen. De kantonrechter
die daarbij hoort ligt in arrondissement Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg.
- Art. 108, lid 1: in beginsel mogelijk
lid 2: in bepaalde zaken niet mogelijk, tenzij
o Art. 108, lid 2 is van toepassing, het gaat immers om een art. 101 Rv-zaak.
Het forumkeuzebeding is niet mogelijk, tenzij zij is aangegaan na het ontstaan van
het geschil (sub a) of indien de consument zich tot de aangewezen rechter heeft
gewend (sub b). (consument: ja, mee eens, of: aanwezig bij aangewezen rechtbank.)
- Art. 110, lid 1 geeft aan dat wanneer gedaagde de zwakkere partij is (consumentenzaken), de
rechter ambtshalve toetst of hij relatief bevoegd is.
Een forumkeuzebeding is opgenomen in de algemene voorwaarden van een bedrijf, zoals dat bij
Koopkracht het geval is. Voor Koopkracht, gevestigd in Zeeland, is het immers gemakkelijker om bij
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg te procederen, en dus zal deze dit als volgt
opnemen in de algemene voorwaarden: “Wanneer er een geschil rijst, dan zal worden geprocedeerd
bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant.” Doch, in consumentenzaken is het veelal niet zo dat de
consument, in de casus Van der Nat wonend in Groningen, hiermee heeft ingestemd, of hier
überhaupt weet van heeft gehad. Daarom zal de rechter zichzelf op grond van art. 110, lid 1 (relatief)
onbevoegd verklaren, wanneer sprake is van een art. 108, lid 2-situatie (consumentenzaak)(, tenzij
de consument er wél mee instemt of deze afspraken met Koopkracht na het geschil heeft gemaakt.)
Vraag 4
De rechter biedt partijen geen gelegenheid om zich mondeling te verklaren, en doet een uitspraak
op basis van dagvaarding en conclusie van antwoord, omdat hij meent dat het een klinkklare zaak
betreft, en hij niet op mondelinge behandeling zit te wachten.
5
, a. Hoe beoordeelt u de werkwijze van de rechter?
Het beginsel van hoor en wederhoor is een ruim begrip, neergelegd in art. 6 EVRM en art. 19 Rv. In
art. 19 Rv staat: “De rechter stelt partijen over en weer in de gelegenheid hun standpunten naar
voren te brengen en toe te lichten en zich uit te laten over elkaars standpunten en over alle
bescheiden en andere gegevens die in de procedure ter kennis van de rechter zijn gebracht, een en
ander tenzij uit de wet anders voortvloeit. Bij zijn beslissing baseert de rechter zijn oordeel, ten
nadele van een der partijen, niet op bescheiden of andere gegevens waarover die partij zich niet
voldoende heeft kunnen uitlaten.”
De werkwijze van de rechter is onjuist. De rechter moet de gelegenheid krijgen voor een extra ronde:
- Art. 131 Rv comparitie van partijen, of
- Art. 132 Rv re- en dupliek
- Recht op pleidooi, afwijzing hiervan is slechts beperkt mogelijk ex art. 134 Rv:
o Comparitie
Partijen hebben hun standpunt tijdens de terechtzitting in voldoende mate
mondeling uiteen kunnen zetten.
o Geen comparitie
Klemmende redenen (aangevoerd door de wederpartij)
In strijd met de goede procesorde
De rechter had de gelegenheid voor comparitie, danwel re- en dupliek moeten geven.
b. Welk hoofdbeginsel van het burgerlijk procesrecht komt hier in het gedrang en waar is dit
beginsel onder meer neergelegd? Zal de uitspraak van het Hof in stand kunnen blijven?
Het hoofdbeginsel van het burgerlijk procesrecht effectieve toegang tot de rechter ex art. 6 EVRM is
in het gedrang. Dit doet denken aan de zaak: Osei/Varde Investments Ltd (externe toegankelijkheid).
Het Hof verklaart niet-ontvankelijk in hoger beroep. Hoge Raad is geen feitenrechter, maar toch heb
je recht op een eerlijk proces en effectieve toegang tot de civiele rechter in het geding. (ro 3.4)
Samenloop van omstandigheden bestond uit:
- Niet-ontvangst van de peremptoirstelling door Varde in de brief van mr. Ouwens van 12
augustus 2011;
- En het feit dat het elektronisch roljournaal in de desbetreffende periode niet toegankelijk
was.
Er waren ook in de casus omstandigheden waar Jan niets aan kon doen.
Vraag 5
De navolgende vragen gaan over het arrest Capuano/Italië (EHRM).
a. Waarom had mevrouw Capuano zich tot het Europees Hof voor de rechten van de mens
gewend?
Schending van art. 6 EVRM, nu zij niet binnen een redelijke termijn een uitspraak had verkregen,
rechtsoverweging 21.
6
, b. Aan welke criteria toetste het Hof of er sprake was van ‘a violation of Art. 6 par. 1’ en wat
was de conclusie van het Hof?
Criteria:
- Complexiteit van de zaak (26)
o in casu: the case was not complex either as regards the facts or as regards the
relevant law.
- Conduct of the applicant (gedrag mevrouw Capuano: 27-28)
o in casu: the applicant was responsible to a certain degree for the prolongation of the
proceedings.
- Conduct of the judicial authorities (gedrag gerecht: 29-34)
o in casu: the conduct of the judicial authorities gave rise to continual delays. In the
Court's view, a distinction has to be drawn between the first-instance proceedings
and the appeal proceedings.
- Conclusive Hof (35)
o in casu: To sum up, even though she was responsible for some of the delays that
occurred, Mrs. Capuano's case has not been heard within a reasonable time; there
has accordingly been a violation of Article 6 § 1 (art. 6-1).
c. Waar vindt u een verwante regeling in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering?
Verwant: art. 20, lid 1 en lid 2 Rv: “De rechter waakt tegen onredelijke vertraging van de procedure
en treft, zo nodig, op verzoek van een partij of ambtshalve maatregelen.
Partijen zijn tegenover elkaar verplicht onredelijke vertraging van de procedure te voorkomen.”
7