1. INTORDUCTIE
WAT IS EEN ORGANISATIE
HET CONCEPT “ORGANISATIE”
Organisatie: een samenwerking tussen twee of meerdere mensen om een bepaald doel te
bereiken
- “bedrijven” = abstracte term, specifieke vorm van organisatie
- Vb. ziekenhuis, school, stad, …
ORGANISATIESTRUCTUUR & ORGANO(I)GRAM
Organisatiestructuur: systeem dat aangeeft hoe de taken formeel worden verdeeld,
gegroepeerd en gecoördineerd in een organisatie
- Vaak schematisch/visueel weergeven in organogram
Organogram: schematische, visuele weergave van (de structuur van) een organisatie
- Toont formele verhoudingen (horizontaal en verticaal)
- Wie geeft leiding aan wie
- Welke diensten werken samen met/in opdracht van?
MISSIE “WIE WE ZIJN”
Missie: waarvoor (de mensen van) een organisatie staat/(staan)
VISIE “WAAR WE VOOR GAAN”
Visie: algemene voorstelling van de toekomst van een organisatie
WAARDEN
Waarden: soort overtuiging dat een bepaald gedragspatroon goed is om volgens te
handelen/zich gedragen, en de zo het gedrag stuurt
STAKEHOLDERS
Stakeholder: een persoon, groep, betrokken partij, … die (een) belang heeft bij of die op
een manier betrokken is bij wat een organisatie doet
- Vb. aandeelhouder, werknemers, leverancier, klanten, bestuur, omwonenden, …
,ONDERZOEK NAAR A&O EN HET BELANG DAARVAN
A&O-psychologie: wetenschappelijke kennis verwerven over relatie(s) tussen variabelen
via systematisch, wetenschappelijk onderzoek
- Gedrag, emoties en attitudes in organisaties en samenleving begrijpen & verklaren
- Gedrag, emoties en attitudes in organisaties en samenleving voorspellen
ONDERZOEK NAAR GEDRAG IN ORGANISATIES
Kennis ontwikkelen obv wetenschappelijke criteria & methodes
2 soorten onderzoek
- Kwalitatief onderzoek (mbv teksten, open antwoorden op vragen, …)
o Via interviews, historische documenten
- Kwantitatief onderzoek (mbv statistiek en cijfermatige data)
o Experimenteel onderzoek
Basisexperiment
▪ 1 variabele (OV) → ‘gemanipuleerd’
▪ Andere variabele (AV) wordt nadien gemeten
▪ Alle andere omstandigheden proberen we gelijk te houden
▪ Verschil in AV tussen condities moet toe te schrijven zijn aan verschil
in OV: oorzakelijk/causaal verband
o Survey-onderzoek (via vragenlijsten)
Kenmerken
▪ Geen causaal verband, enkel samenhang/correlatie
▪ Wat we onderzoeken, kan niet of niet ethisch gemanipuleerd worden
Likertschalen (nooit, zelden, af en toe, regelmatig, vaak)
Verbanden
▪ Positief: r > 0: 2 variabelen evolueren in dezelfde richting
▪ Negatief: r < 0: 2 variabelen evolueren in tegengestelde richting
▪ Nulverband: r = 0: 2 variabelen evolueren los van elkaar
Moderator of contigentievariabele
▪ Variabele die sterkte van verband tussen 2 variabelen beïnvloedt
,UITDAGINGEN VOOR A&O IN DE HEDENDAAGSE SAMENLEVING
- Reageren op economisch zware tijden
o Kosten voor organisaties sterk gestegen (grondstoffen, energie, leningen,
lonen
o Goed/geschikt personeel vinden is moeilijk
o Veel open vacatures
- Reageren op onzekere tijden
o Vb. tijden van covid: luchtvaartmaatschappijen kregen het moeilijk
- Innovatie en verandering stimuleren
o Vernieuwing met als doel kwaliteitsverbetering, duurzaamheid, mvo,
thuislevering, apps
- Goede balans tussen werk en privé
o Vb. via thuiswerken
- Werken aan ethische organisaties
- Omgaan met veranderende bevolking
o Verouderende bevolking
o Meer alleenstaanden
o Meer hoogopgeleiden
- Diversiteit in samenleving leidt tot diversiteit op de werkvloer
, 2. PERSOONLIJKHEID EN WAARDEN
PERSOONLIJKHEID
WAT IS PERSOONLIJKHEID
Persoonlijkheid als psychologisch construct
- Optelsom vd manieren waarop individu reageert op en interageert met anderen
- Betrekkelijk constante manieren v reageren of handelen in verschillende situaties
o Waarneembare trekken
o Komt tot uiting in gedrag
o In verschillende situaties → stabiliteit
Persoonlijkheid wordt beschreven in/via persoonlijkheidstrekken
PERSOONLIJKHEIDSMODELLEN EN/OF -TESTEN
BIG 5
- 5 basisfactoren met elk een aantal subfacetten, alle 5 normaal verdeelde scores
- Elke persoon ‘bezit’ de basisfactoren in meer/mindere mate: ieder krijgt een score
op elke factor → oneindig aantal combinaties
- Big 5 wordt wetenschappelijk ondersteund, valide instrumenten beschikbaar
5 persoonlijkheidstrekken
- Emotionele stabiliteit – neuroticisme
o Emotioneel stabiele mensen
▪ Weerbaar tegen stress, zelfvertrouwen, zelfzekerheid
▪ Niet erg snel uit hun lood te slaan
o Eerder neurotische mensen
▪ Angstig, sneller onzeker, te waakzaam
▪ Sneller negativiteit en problemen waarnemen
- Extraversie – introversie
o Extraverte mensen
▪ Graag mensen om zich heen, sociaal, assertief
o Introverte mensen
▪ Gereserveerd, liever alleen, minder spraakzaam, meer verlegen
- Vriendelijkheid/inschikkelijkheid/altruïsme
o Hogere score
▪ Gericht op ander, niet egoïstisch, vertrouwen mensen, werken goed
samen
o Lage score
▪ Zijn eerder kil, afstandelijk, eerder competitief, komen te kritisch over