EXPERIMENTEEL ONDERZOEK: 01
The Luxury Trap, Liselot Hudders
Case studie: onderzoek naar hoe materialisme en
luxeconsumptie de levensvoldoening en zowel positieve
als negatieve gevoelens beïnvloeden.
Belangrijk hieruit is dat het bezit van luxegoederen
geassocieerd wordt met een hogere levensvoldoening,
terwijl het loutere gebruik ervan (zonder bezit) de
tevredenheid juist kan verlagen.
Kidfluencers
Kidfluencers zijn jonge influencers die zich via kanalen
zoals Instagram en Youtube het consumentengedrag,
de vaardigheden en de waarden van hun jonge volgers
vormgeven. Er wordt hierbij ook gekeken naar momfluencers: moeders die hun kinderen herhaaldelijk op
hun profielen tonen (= sharenting) om het promotionele succes van hun content te vergroten.
Studie: Cute but concerning
OV: aanwezigheid van kind (of niet)
in gesponsorde post van
mominfluencer
AV: engagement (interactie van
publiek met post), reclame-
effectiviteit (houding tov merk en
aankoopintentie), reclamewaarde
(informativiteit, entertainment,
irritatie en nut).
STUDIE 1 (directe effecten): bij 154
moeders op instagram, de hypothese was dat de aanwezigheid van een kind zou leiden tot een hogere
reclamewaarde en engagement. Maar resultaten toonden geen significante verschillen het feit dat
er een kind op de foto stond, maakte de advertentie niet effectiever. Maar hoe ga je dit na?
Significantie
Door de p-waarde te controleren. Deze geeft de kans weer op een type I fout (dat je de nulhypothese ten onrechte
verwerpt terwijl er in de werkelijkheid geen effect is).
Er wordt in de sociale wetenschappen meestal een grens van 0.05 gehanteerd (5%). Interpretatie:
- P < 0,5 Je mag ervan uitgaan dat het effect aanwezig is.
- P > 0,5 De kans op een foute conclusie is te groot. Je aanvaard dat de nulhypothese, er is geen effect of
verschil aangetoond.
, STUDIE 2 (effect van schattigheid): bij 144 moeders werd gekeken of schattigheid als tussenstap
fungeerde. Hier bleek dat de aanwezigheid van een kind de gepercipieerde schattigheid aanzienlijk
verhoogde (p < 0,001). Er was een positief effect op het engagement, de reclamewaarde en de
merkattitude. Tegelijkertijd een negatief effect: sommige moeders vonden de post juist minder leuk a-
of nuttig als er kind aanwezig was.
STUDIE 3 (privacy en kritische houding): in de studie (n:70) werd de negatieve kant verder onderzocht.
De aanwezigheid van een kind verhoogt namelijk het privacybewustzijn bij de kijker. Dit triggert een
vorm van morele reclamewijsheid (moral advertising literacy), waardoor kijkers kritischer naar de
advertentie gaan kijken, wat uiteindelijk leidt tot negatieve reclame-effecten.
,H1: DISCOVERING CAUSE & EFFECT
Experimenteel onderzoek is de wetenschappelijke toetsing van een hypothese onder gecontroleerde
omstandigheden, waarbij specifiek wordt gezocht naar een causaal verband tussen twee variabelen.
Doel: bepalen of een verandering in de ene variabele daadwerkelijk de oorzaak is van een verandering in
de andere variabele.
Je houdt de hele situatie dus identiek, buiten de variabele waarvan je het effect wilt meten.
CAUSALITEIT
Onafhankelijke variabele (OA) oorzaak
De variabele waarvan de onderzoeker het effect wil weten. Deze wordt meestal gemanipuleerd. (bv: wel
of geen reclame tonen) of soms gemeten (bv: leeftijd).
Afhankelijke variabele (AV) gevolg
De variabele die beïnvloed wordt.
Bv: kennis (mediawijsheid), attitude (houding tov een merk), gedrag (klikken op een link, eetgedrag).
Manipuleer enkel de variabele die je wil manipuleren, de rest hou je hetzelfde in zowel de experimentele als de
controle conditie.
Drie voorwaarden voor causaliteit: een experiment moet aantonen dat er meer is dan alleen samenhang
(correlatie). Om van een oorzaak-gevolgrelatie te spreken, moet er aan drie voorwaarden voldaan worden:
Oorzaak moet komen voor het gevolg.
Oorzaak moet gerelateerd zijn aan het gevolg.
Geen alternatieve verklaring.
Bv: studie uit Kopenhagen, waar een sterke correlatie werd gevonden tussen het aantal ooievaars en het aantal
baby’s: dit was echter geen oorzakelijk verband, maar te wijten aan alternatieve verklaringen zoals naoorloogse
bevolkingsgroei.
, Onderzoek gaat vaak verder dan de vraag of er een effect is:
- Mediatoren (waarom): dit zijn onderliggende mechanismen die verklaren waarom de OV invloed heeft op
de AV. Bv: gewelddadige games kunnen agressie verhogen omdat ze geweld normaliseren.
- Moderatoren (wanneer): dit zijn omstandigheden of kenmerken die bepalen onder welke condities het
effect optreedt. Bv: zo worden kinderen uit harmonieuze gezinnen minder snel agressief door
gewelddadige media dan kinderen uit kwetsbare gezinnen.
EIGENSCHAPPEN VAN EXPERIMENTEN
1. Variatie
Er moet een verandering in de onafhankelijke variabele zijn (manipulatie of interventie). Het effectief
manipuleren van blootstelling (bv: artikel laten lezen) vaak betrouwbaarder is dan mensen vragen hoeveel ze
zich herinneren (measured exposure), omdat herinneringen vaak onnauwkeurig zijn.
2. Confounds
Dit zijn storende factoren (zoals hongergevoel of politieke ideologie) die de resultaten kunnen vertekenen. Het
zijn potentiële alternatieve verklaringen waar niet voor kan worden gecontroleerd in het design. Deze moeten
ofwel in het design worden uitgeschakeld, ofwel worden meegemeten als covariaat.
3. Controle groep
Er is altijd een vergelijkingsbasis nodig. Een ‘placebo’ of neutrale conditie is cruciaal om te weten of het effect
echt door de manipulatie komt.
4. Toewijzing (randomisatie)
Om systematische vertekening te voorkomen, moeten participanten toevallig (random) aan groepen worden
toegewezen. Hierdoor worden individuele verschillen tussen de groepen gemiddeld opgeheven.
FASES IN EXPERIMENTEEL ONDERZOEK