Genexpressie
Hoe werkt DNA als drager van het erfelijk materiaal?
Specifieke opeenvolging van nucleotiden in DNA DNA-sequenties
genen bepaalt kenmerken van organismen (oog- en haarkleur,…)
Genotype omvat unieke DNA-sequenties die kenmerken van
organisme bepalen
Fenotype waarneembare fysieke eigenschappen van organisme
uiterlijk, gedrag, ontwikkeling,…
o Symptomen bij mensen met erfelijke ziekten veroorzaakt door
afwezigheid bepaalde enzymen genen bepalen fenotype
Hoe werkt de één-gen/één-enzym-hypothese?
Relatie genen en enzymen mutanten van broodschimmel neurospora
crassa die niet in staat waren specifieke vitaminen te synthetiseren
mutatie van gen leidt tot defect enzym in syntheserouten vitaminen
genen bevatten code voor productie enzymen één-gen/één-enzym-
hypothese mutatie in gen leidt tot defect enzym
o Muco fout in één gen slecht werkende ionkanalen
vorming taai slijm ademhalings- en spijsverteringsproblemen
o Albinisme albinokonijn mist enzym tyrosinase in
syntheseproces van donker pigment melanine witte vacht +
rode ogen geen melanine om kleur bloedvaten te maskeren
Nieuwe kennis proteïnen aanpassingen één-gen/één-enzym-
hypothese
o Niet alle proteïnen zijn enzymen keratine + insuline zijn geen
enzymen veel proteïnen bestaan uit meerdere verschillende
polypeptideketens hypothese veralgemeend één-gen/één-
polypeptide-hypothese
o Sommige genen coderen voor specifieke RNA-moleculen
o Vanuit één gen productie meerdere polypeptiden gen is dus
DNA-sequentie dat info bevat over één of meerdere
polypeptideketens of functionele RNA’s
, Proteïnen schakel tussen genotype en fenotype conversie
genotype in fenotype info opgeslagen in DNA omgezet in proteïne
o Fenotype niet uitsluitend bepaald door genen ook
omgevingsfactoren
Wat is het centrale dogma?
DNA bevat genetische info om polypeptiden te maken als genen
vertaald worden naar overeenkomstige proteïne / functionele RNA-
molecule gen is tot expressie gekomen vertaling van DNA tot
proteïne centrale dogma van moleculaire biologie
Info passeert in 1 richting van het gen (DNA) naar RNA-kopie van het gen
wordt als input gebruikt voor synthese van polypeptide deze
expressie van genen in polypeptiden 2 fasen
o Transcriptie synthese van RNA-molecule DNA dient als
template vindt enkel plaats als DNA voorkomt als euchromatine
minst gecondenseerde vorm chromatine vindt altijd plaats in
celkern RNA-transcript is pre-mRNA na modificaties wordt
het mRNA (mature messenger-RNA) mobiele molecule die met
genetische info door kernporiën in cytoplasma geraakt
o Translatie proces waarbij ribosomen de nucleotidesequentie
van mRNA vertalen naar aminozuursequentie in cytoplasma
Aanpassing centrale dogma schenden richting informatiestroom van
centrale dogma
o Retrovirussen zetten hun RNA-genoom om in DNA-kopie mbv
enzym reverse transcriptase
o Andere virussen RNA-genoom kopiëren met RNA als template
Wat is de structuur van DNA en RNA?
DNA bestaat uit dubbele streng polynucleotiden 1 nucleotide
bestaat uit:
o Fosfaatgroep PO4-3
o Sacharide pentose desoxyribose
o Organische base thymine, adenine, cytosine, guanine
RNA bestaat uit één streng polynucleotiden 1 nucleotide bestaat
uit:
o Fosfaatgroep PO4-3
o Sacharide pentose ribose