SCREENING 3
1. INVENTARISATIE VAN DE HULPVRAAG 3
2. SCREENING PLUIS/NIET-PLUIS 3
ANAMNESE 8
1. INVENTARISATIE EN INTERPRETATIE VAN DE ANAMNESE 8
2. VRAGEN BIJ DE ANAMNESE 10
3. CASUS 12
KLINISCH ONDERZOEK CERVICALE WERVELKOLOM 15
1. INSPECTIE 15
2. ACTIEF ONDERZOEK CWK 16
3. ACTIEF ONDERZOEK HOOG CERVICAAL C0-C2 21
4. ORIËNTEREND ONDERZOEK 24
5. PASSIEF ONDERZOEK CWK 25
6. PASSIEF ONDERZOEK HOOG CERVICAAL C0-C2 29
7. MUSCULAIR FUNCTIEONDERZOEK 31
7.1 NEUROMUSCULAIR ONDERZOEK 32
7.2 FUNCTIONEEL NEUROMUSCULAIR ONDERZOEK 33
7.3 MOTOR CONTROL FLEXOREN 34
7.4 MOTOR CONTROL EXTENSOREN 36
7.5 MOTOR CONTROL ROTATOREN 37
7.6 MOTOR CONTROL LATEROFLEXOREN 37
7.7 SPIERLENGTE TESTEN 38
7.8 PALPATIE 41
8. NEUROGEEN ONDERZOEK 47
8.1 HYPOTHESE RADICULAIRE PIJN 47
8.2 KLINISCH NEUROLOGISCH FUNCTIEONDERZOEK 48
8.3 NEUROLOGISCH PROVOCATIEONDERZOEK 51
9. VRAGENLIJSTEN 53
BEHANDELING CWK EN CTO 54
1. ALGEMENE PRINCIPES 54
2. BEHANDELING ARTICULAIRE BEWEGING DYSFUNCTIE CWK 57
2.1 THEORIE 57
2.2 PASSIEVE MOBILISATIETECHNIEKEN C2-C7 61
3. NEUROMUSCULAIRE BEHANDELING 66
4. BEHANDELING ARTICULAIRE BEWEGING DYSFUNCTIE VAN DE HOOG CWK 68
5. BEHANDELING ARTICULAIRE BEWEGING DYSFUNCTIE VAN CTO 69
6. NEUROGENE BEHANDELING 69
1
,CTO EN LINK MET DE SCHOUDERGORDEL 73
1. ANAMNESE 73
2. INSPECTIE 73
3. ACTIEF FUNCTIEONDERZOEK 74
4. PASSIEF FUNCTIEONDERZOEK 74
4.1 REGIONAAL FUNCTIEONDERZOEK 74
4.2 SEGMENTAAL FUNCTIEONDERZOEK C7-T4 75
5. MANUELE BEHANDELINGSTECHNIEKEN EN AUTOMOBILISATIES 78
THORACALE WERVELKOLOM 79
1. ANAMNESE 79
2. KLINISCH ONDERZOEK 82
2.1 INSPECTIE 82
2.2 ACTIEF FUNCTIEONDERZOEK 82
2.3 PASSIEF FUNCTIEONDERZOEK TWK (T4-T12) 86
3. BEHANDELING TWK 89
3.1 MOBILISATIES 89
3.2 ACTIEVE REVALIDATIE 90
RIBBEN 92
1. ANATOMIE 92
2. PASSIEF FUNCTIEONDERZOEK 92
3. MUSCULATUUR 94
4. BEHANDELING 94
ARTIKEL DE WITTE ET AL. 2014 95
1. KLINISCHE SUBGROEPEN 95
2. MOBILISATIE- EN MANIPULATIEVE TECHNIEKEN 97
3. BEHANDELING 99
4. CASUSSEN 99
CASUSSEN 104
CASUS 1 104
CASUS 2 105
CASUS 3 106
CASUS 4 107
CASUS 5 109
CASUS 6 109
CASUS 7 110
CASUS 8 111
CASUS 9 112
CASUS 10 113
2
, SCREENING
Screening = een proces waarbij de kine besluit of verder fysiotherapeutisch onderzoek geïndiceerd is
● “vóór de anamnese”
● Gerichte vragen, tests of andere diagnostische verrichtingen
● Risicofactoren of alarmsignalen herkennen ≠ medische diagnostiek
● Bestaat uit 4 onderdelen:
1. Aanmelding
2. Inventarisatie van de hulpvraag
3. Screening op ‘pluis/niet-pluis’
4. Informeren en adviseren over de bevindingen van het screeningsproces
1. INVENTARISATIE VAN DE HULPVRAAG
● Concrete hulpvraag
● Belangrijkste klachten / problemen in functioneren
● Doelstellingen en verwachtingen
● Evt. medische gegevens
↳ Na onderzoek en analyse vertalen naar behandelplan
2. SCREENING PLUIS/NIET-PLUIS
Functioneringsproblemen en beloop van de klacht
● Lokalisatie en aard van de klacht (ICF)
● Bewegings- / houdings afhankelijkheid
● Ernst (bewoordingen patiënt)
● Beloop in functie van te verwachten natuurlijk herstel
Rode vlaggen of contra-indicaties
Generieke rode vlaggen
= symptomen die wijzen op mogelijk ernstige onderliggende pathologie, waarvoor P/T contact met de
huisarts dient op te nemen
● Onbegrepen tekenen of symptomen na een (recent) trauma
● Koorts (langere tijd en onverklaarbaar)
● Recent gewichtsverlies (>5 kg/maand en onverklaarbaar)
● Langdurig gebruik corticoïden
● Constante pijn die niet afneemt in rust of bij verandering van positie
● Voorgeschiedenis van maligniteit
● Nachtelijke pijn, niet beïnvloedbaar door bewegingen/houdingen
● Uitgebreide neurologische tekenen en symptomen
3
,Regiospecifieke rode vlaggen
= symptomen die wijzen op mogelijk ernstige onderliggende pathologie, waarvoor P/T contact met de
huisarts dient op te nemen
● Spinale fracturen
○ Mechanisch trauma of letsel
○ Gebruik ‘c-spine rule’ om noodzaak voor Rx te bepalen of NEXUS
● Tekenen van ruggenmergcompressie
● Neoplastische aandoeningen
● Vasculaire aandoeningen
● Systeem-/inflammatoire aandoeningen
● Hoog cervicale ligamentaire instabiliteit
C-SPINE RULE NEXUS
NEXUS = National Emergency X-radiography
Utilization Study
Geen RX cervicaal aangewezen als aan ALLE 5 van
onderstaande criteria voldaan is:
1. Afwezigheid van gevoeligheid posterieur
mid cervicale lijn
2. Geen bewijs van intoxicatie
3. Normaal niveau van alertheid/ bewustzijn
4. Geen focaal neurologisch deficit
5. Geen pijnlijk afleidend letsel
Cervicale myelopathie
= compressie in spinaal kanaal neurologische tekenen
● Veroorzaakt door:
○ Degeneratieve veranderingen intervertebrale disci
○ Hypertrofie/ossificatie ligamenten: lig. flavum of lig. longitudinale post
○ Osteofietvorming
● Symptomen:
○ Sensorische stoornissen handen
○ Verstoorde gang
○ Balans ‘unsteadiness’
○ Verminderde kracht en spieratrofie
○ Verstoorde darm en blaas functie
4
,Cervicale arteriële dysfunctie
● Anterieur: A. carotis interna
● Posterieur: A. vertebrobasilaris
● Kan verward worden met craniocervicale pijn
● Onderzoek:
○ Anamnese:
- Hoge bloeddruk
- Verhoogde cholesterol waarden
- Diabetes
- Roken
- Infecties
- Abnormaliteiten in bloedstolling
- Direct bloedvat trauma
○ Functie hersenzenuwen
○ Premanipulatieve testing niet valide!
= patiënt in 3D positie plaatsen en wachten tot bloed terugstroomt naar hersenen = TOTAAL FOUT !
Klinische cervicale instabiliteit
● Traumatisch/niet-traumatisch
● Screening in geval van:
○ Val
○ Stomp trauma
○ Auto ongeval
○ Co-morbiditeit van: reumatoïde artritis, Downsyndroom, ankyloserende spondylitis
○ Langdurig gebruik van corticosteroïden (of anticonceptie)
● Combi C-spine rule, doorgedreven anamnese en KO
5
, ● Vaak voorkomende klachten (meerdere moeten + zijn)
○ Niet lang een statische houding kunnen aanhouden
○ Vermoeidheid en onvermogen om hoofd recht te houden
○ Beter bij externe ondersteuning (incl. handen of halskraag)
○ Frequent nood aan zelf-manipulatie
○ Gevoel van instabiliteit, trillen of gebrek aan controle
○ Frequente episodes van acute aanvallen van nekpijn
○ Scherpe pijn, vaak bij plotse bewegingen
Tractus anamnese
= Nagaan of probleem thv de ingewanden verantwoordelijk kan zijn voor de klacht
Tractus Digestivus
○ Slikklachten
○ Buikpijn
○ Misselijkheid
Tractus Circulatorius
○ Verhoogde bloeddruk
○ Inspanningspijn
○ Pijn op de borst
○ Hartkloppingen
Tractus Pulmonalis
○ Hoesten
○ Benauwdheid
○ Slijm opgeven
○ Kortademigheid
Conclusie
BESLUIT PATROON AFWIJKENDE ONVERKLAARBAAR RODE ADVIES
SYMPTOMEN AFWIJKEND BELOOP VLAGGEN
PLUIS Bekend patroon Geen Nee Geen Evt. MT onderzoek
NIET PLUIS Onbekend patroon Geen Nee Geen Contact huisarts
NIET PLUIS Bekend patroon 1/meer Nee Geen Contact huisarts
NIET PLUIS Bekend patroon Geen Ja Geen Contact huisarts
NIET PLUIS Bekend patroon Geen Nee 1/meer Contact huisarts
6
,Voorbeelden screening
Voorbeeld 1
Een 39-jarige vrouw heeft sinds 6-9 maanden met regelmaat last van doffe pijn in de occipitale, cervicale
en interscapulaire regio. Lokaal is de musculatuur gevoelig bij palpatie. Beweging provoceert. ROM is
licht verminderd. Er is geen sprake van duizeligheid, uitstraling van pijn naar de armen, motorische of
sensibele uitval.
⇨ Pluis
Voorbeeld 2
Een 80-jarige, nog erg zelfstandige vrouw, is in haar flat gevallen en heeft met haar armen de landing
proberen opvangen. Ze geeft aan dat de laterale zijde van haar rechter onderarm en pols gevoelig is. Een
benige vervorming is palpabel ter hoogte van de pols. De pols is gezwollen en pijnlijk. De ROM is
beperkt.
⇨ Niet pluis
Voorbeeld 3
Een 53-jarige vrouw met een inactieve levensstijl klaagt over een plots ontstane, diepe doffe pijn in de
borststreek. Deze pijn neemt toe bij bewegingen van de linker arm. Ze kan zich geen voorafgaand trauma
herinneren. De pijn straalt niet uit en kan worden geprovoceerd door palpatie lateraal van het sternum.
Hoesten en niezen verergeren de pijn.
⇨ Pluis
Voorbeeld 4
Een 43 jarige patiënt is in behandeling voor lage nekpijn en hij heeft tintelingen in de linker wijsvinger.
Na 2 behandelingen heeft hij plots krachtverlies in de linker triceps waardoor de patiënt de parasol niet
meer kan dichtklappen en niet meer kan pompen tijdens het sporten.
⇨ Niet pluis
Voorbeeld 5
Een 65-jarige man, die al jaren bekend is met COPD en fervent roker is, heeft sinds 6 maanden last van
problemen met de fijne motoriek in beide handen. De laatste 2 maanden heeft hij ook klachten van
onevenwicht tijdens het stappen. Daarnaast heeft hij sinds 4 weken last van pijn in de rechter trapezius
regio, die sinds het ontstaan vrij gelijk gebleven is en niet verandert tijdens bewegingen van de nek.
⇨ Niet pluis
Voorbeeld 6
Een 46 jarige man klaagt van nekpijn met hoofdpijn in de linker hemisfeer. Deze heeft hij vooral op het
werk aan de computer en bij links rotatie. Verder heeft hij ook thoracale klachten (doffe pijn) thv T4-6
centraal die hem soms uit zijn slaap houden. Overdag heeft hij daar niet zo veel last van, maar 's nachts
wordt hij daar soms van wakker. Dan moet hij een 10 tal minuten rondlopen en dan gaat het beter.
⇨ Pluis (cervicale klachten) + niet pluis (midthoracale klachten)
7
, ANAMNESE
1. INVENTARISATIE EN INTERPRETATIE VAN DE ANAMNESE
Inventarisatie
● ICF model → gedetailleerd overzicht van …
○ De aard van de klachten
○ De impact van de klachten op de gezondheidstoestand van de patiënt
● Biopsychosociaal model
Interpretatie
Wat is het beloop in de tijd?
1 Normaal beloop in de tijd
● Spontaan herstel
2 Afwijkend, verklaarbaar beloop in de tijd
● Uit anamnese/KO → 1/meer onderhoudende factoren
● Deze factoren verklaren waarom het normale beloop wordt vertraagd/verhinderd
3 Afwijkend, niet verklaarbaar beloop in de tijd
● Herstel verloopt niet zoals verwacht
● Uit anamnese → geen verklarende factoren
● Uit KO → ook geen verklarende factoren = CONTRA-INDICATIE VOOR KINE/MANUELE THERAPIE !
Om het beloop in te schatten, wordt er rekening gehouden met …
● Hoe de klachten ontstaan zijn
○ Posttraumatisch
○ Progressied ontstaan
○ Hoe evalueren ze op KT, LT en 24u beloop?
● De tijdslijn
○ Voorgeschiedenis
○ Eerdere klachten thv WVK
● De aanwezigheid van onderhoudende/herstelbelemmerende factoren
○ Systeemaandoeningen
○ Verstoorde pijnmechanismen
○ Onevenwicht BL/BBH
○ Aanwezigheid gele - blauwe vlaggen
● Fasen van weefselherstel
8
,Lijkt er een logisch verband te bestaan tussen de verschillende domeinen van het ICF?
1 Logisch verband
De oorzaak / het ontstaan van de klacht, de aanwezige functiestoornissen logischerwijs
leiden tot de benoemde beperkingen in activiteiten en participatie.
2 Onlogisch verband
In het KO wordt dmv klinische testen of vragenlijsten achterhaald waarom er geen logisch verband
bestaat. Vaak liggen verstoorde pijnmechanismen, psychosociale factoren,… aan de basis.
Wat zijn uw vroege hypothesen?
Obv Quebec task force → graad I, II, III, IV nekpijn
Obv planetenmodel → beperkingen indelen in verschillende domeinen (ook invloed op elkaar):
● Dominant neuromusculair?
● Dominant articulair?
● Neurogeen?
● Psychosociaal?
● Verstoord pijnmechanisme?
Wat zijn de oorzakelijke mechanismen?
● Wat is uw hypothese betreffende waarom het individu zich presenteert met deze klachten?
● Omvat alle voorgaande factoren
Onderzoeksdoelstellingen
● Obv de interpretatie van de anamnese
● In KO gaan we op zoek naar een ‘mechanism based diagnose’
Waar zijn we NIET naar op zoek?
➔ Doel van KO ≠ patho-anatomisch
➔ Structuurdiagnose ≠ aangewezen, want meestal geen aantoonbare stoornis in
anatomische structuur die correleert met de CWK klachten
Waar zijn we WEL naar op zoek?
➔ Functiestoornissen gerelateerd aan de beperkingen in activiteiten en participatie
➔ Ook andere factoren die een rol spelen:
- Algemene gezondheid
- Algemene conditie
- Psychosociale context
- Copingsmechanismen
- Pijnverwerking
- Fasen van weefselherstel
9
,2. VRAGEN BIJ DE ANAMNESE
Patiëntenprofiel
● Leeftijd
○ Hogere leeftijd = groter risico op nekklachten
● Geslacht
○ Vrouw > man bij nekklachten en hoger risico op ontwikkelen WAD
● Burgerlijke staat, levenswijze
● Beroep
● Hobby’s
Klachten specificeren
Wat er zou veranderen in je klinisch redeneren bij een verschillend antwoord op volgende vragen?
● Wat is de voornaamste klacht?
● Locatie van de klachten
○ Link met eventueel andere aanwezige klachten? (vb: nek – schouderpijn)
● Aard van de klachten:
○ Pijn
○ Sensorische veranderingen
○ Krachtverlies
○ Bewegingsbeperkingen
○ Inflammatoire symptomen
● Intensiteit (VAS of NRS)
● Irritabiliteit
Tijdslijn
● Ontstaan van de klachten
○ Heeft de patiënt traumatische of niet-traumatische nekpijn?
○ Zijn de symptomen verklaarbaar door het trauma?
○ Zijn er neuro-vegetatieve symptomen aanwezig?
○ Zijn er andere neurogene tekenen aanwezig van centraal-neurologisch oorsprong?
● Verloop van de klachten
● Eerder gevolgde behandelingen
Provocatie - reductie
● Welke activiteiten, houdingen, bewegingen provoceren of reduceren de klachten?
24u patroon
● Nachtelijke pijn?
● Is er een 24 uren patroon?
● Continue klachten? Episodische klachten? Intermittente klachten?
10