Woordenschat
Inleiding
Woordenschat = belangrijke bouwsteen, deel van het fundament
Hoe eerste woordenschat bij kinderen?
- Zeer veel herhaling en herkenning
- Nabootsen, eerst woorden gaan herkennen en luisteren, daarna zelf
gaan gebruiken (klanken, dan volledige woorden, dan zinnen)
Worden leren
- Om er iets mee te doen
- Niet later, maar nu (in de klas)
- Binnen een betekenisvolle context
Thema’s uit het dagelijkse leven van kinderen
Herhalen, oefenen:
- Van receptief naar productief
- Van kennisgericht naar communicatiegereicht
Doelen
Woordenschat = bouwsteen binnen vaardigheden
Receptieve beheersing <--> productieve beheersing
- Passief begrijpen, door de context te begrijpen kan je woorden
afleiden, je hoeft niet alle woorden te kennen, lezen en luisteren
- Actieve kennis, spreken/ mondelingen interactie en schrijven
Vastgelegd in de minimumdoelen door de leerplancommissies
- Gemeenschappelijke basiswoordenlijst
o Identiek voor drie onderwijsnetten
o 700tal woorden
o Iedereen heeft dezelfde kennis
o Eind zesde leerjaar: minimum deze woorden kennen
Strategieën
Kennis, vaardigheden en strategieën staan altijd met elkaar in interactie
Om tot kennis te komen moeten we strategieen aanbrengen bij de kinderen
,Woordenschatverwerving
Breinvriendelijke activiteiten:
Herhalen!!
- Woorden meerder ekeren herhalen
- Steeds langer wordend tijdsinterval
- Vergeetcurve Ebbinghaus
Voortbouwen op voorkennis
- Voorkennis opfrissen, link leggen met transparante woorden
- Verbanden leggen, woorden groeperen
- Overgang KTG -> LTG (kort naar lang termijn geheugen)
Variatie
- Variatie aan werkvormen
o Vaste kleur per woordsoort/ geslacht
o Luidop uitspreken
o Kopiërend schrijven
o Oefeningen maken
o Woordenlijsten, boeken en hulpkaarten
o Leerwijzer (concrete studietips)
- Zintuiglijk rijk
Positieve emotionele betrokkenheid
- Leerlingen uitdagen maar fouten maken mag/moet
- Positief betrokken in de taal, positief bevestigen
Didactische principes
In gedachten houden bij aanbrengen van woordenschat
Aanbreng nieuwe woordenschat: vier vaste stappen
1. Voorbewerken
o Inleiding bij de woordenschat les
o Gunstige beginsituatie creëeren
Activeren van voorkennis
Zorgen voor aandacht en betrokkenheid
Organiseren van een context
Wanneer ben je naar de winkel geweest? Wat koop je dan
allemaal?
o Context creëeren, een tekst waarin alle nieuwe woorden aan bod
komen
Lees of luistertekst, methode biedt vaak een context aan
o Voorbeeld uit het boek
Luisterfragment opleggen, belangrijk voor de uitspraak van
woorden
, Niet meteen laten voorlezen
Stel korte inhoudsvragen (eerst globaal, dan tweede keer
luisteren en specifiekere vragen stellen)
Na de aanbreng: liedje zingen, dialoog in groepjes of
klassikaal
o Wik en week je gestelde vragen in het frans
Als er klankherkenning is in het nederlands
Als je kan parafraseren met gekende woorden in het frans
o Durf loskomen van de handleiding, zelf een context maken
2. Semantiseren
o Betekenis (vorm en gebruik)
Betekenis verduidelijken binnen een context met aandacht
voor uitspraak en schriftbeeld
Klascontext en leefwereld van de kinderen betrekken
Visueel voorstellen van woorden (bv. met playmobil)
Uitbeelden: letterlijk uitbeelden, voorwerp aanwijzen,
afbeelding, film, tekenen op bord…
Uitleggen: woord gebruiken in zin/ context, voorbeeld
geven, afgeleid woord, synoniem…
Uitbreiden: woord koppelen aan betekenis van andere
woorden, netwerk opbouwen van woorden die samen
gebruikt kunnen worden
Achterhalen zelf de betekenis:
Luisterstrategieen
Werken actief mee
Leggen verbanden
Werkt motiverend
o Uitspraak
Woord veel herhalen
Voorzeggen en nazeggen (in groep dan individueel)
Duidelijk, traag en sterk articuleren
Opgelet voor correcte uitspraak!
o Woordbeeld
Bordschema (samen met de leerlingen opgebouwd)
Schrijven/ werken met woordkaarten (veel
mogelijkheden)/ digitaal
Woordbeeld: vaste kleur, moeilijkheden aanduiden,
groot lettertype
Betekenis: met visuele ondersteuning/ voorbeeldzin,
zo weinig mogelijk vertaling, verbanden leggen
(tegenstelling, synoniem, afgeleid woord…)
Schematische voorstelling: titel, woorden groeperen
(semantisch of volgens woordsoort)
Blijft zichtbaar bij het maken van oefeningen
, Mogelijke afsluiter: korte driloefening (woordkaartjes of
Kim’s game)
Voorbeeld
Hoe gegroepeerd?
- Volgens woordsoort, 3 soorten bij het
weer, onpersoonlijke werkwoorden
Hoe wordt de betekenis duidelijk gemaakt?
- Prenten naast de zinnen
Hoe worden verbanden gelegd?
- Pijltjes bij tegengestelden
Waarom staan er letters in het rood?
- Om moeilijkheden aan te duiden
Woordenschatlijsten zijn een tool voor het
studeren en niet tijdens de lessen te gebruiken!!
3. Consolideren (= vastzetten, onthouden)
o Aanbreng van de woordenschat veen oefenen en herhalen
o Zo tot actieve kennis komen (7 keer herhalen, gespreide tijd,
gevarieerde werkvormen)
o Belangrijk om oefeningen met stijgende moeilijkheidsgraad te
integreren
o Van kennisgericht (receptief)
Associaties maken (vb. slimste mense)
Woordengrijper
Bingo
Voorzeggen en nazeggen
o Naar communicatiegericht (productief)
Dialoogjes
Personage beschrijven
Wie is het?
Schipper mag ik overvaren
Instructies begrijpen
o Belang van driloefeningen
o Goede mix van vaardigheden
o Van heel gestuurd naar minder gestuurd
Productieve vaardigheden (hulpkaart/ spreekfiche)
Receptieve vaardigheden (zuinig zijn met
woordverklaringen/ woordenlijsten)
Afleiden uit de context! = strategie
Voorbeelden
- Kinderen krijgen een kaartje, leerkracht geeft een omschrijving,
leerling roept het juiste woord die hij linkt met de afbeelding op zijn
kaart
Kennisgericht en productief