Inleiding
Leerdoelen:
Je beschrijft beknopt de internationale ontwikkeling van het recht op
onderwijs (van uitsluiting over integratie naar inclusie).
Je legt de betekenis van het Kinderrechtenverdrag uit.
Je benoemt 20 november als Internationale dag van de rechten van het
Kind
Recht op onderwijs als 70 jaar in artikel 25 van de Universele Verklaring
voor Rechten van de Mens
Alle leden van de VN (VN werd opgericht in 1945)
Recht op onderwijs opgenomen (veel verschil met nu)
VN-Standaardregels
Bevorderen van gelijke kansen voor personen met een handicap: ze
krijgen onderstuening binnen de gewone structuren van het onderwijs
Streven naar de geleidelijke integratie van speciale onderwijsdiensten
in het gewoon onderwijs
Alleen als het schoolsysteem niet voldoende beantwoordt aan de
behoeften (dan speciaal onderwijs)
UNESCO verklaring van salamanca
School voldoen aan alle behoeften van alle kinderen (education for all)
Recht op onderwijs
Toegang hebben op onderwijs (elk kind moet naar school kunnen gaan
en kunnen leren)
Elk kind moet leren wat ze goed en minder goed kunnen (voorbereiden
op leven als volwassene)
In 2015 zijn er SDG’s (sustainable development goals) met 17 doelstellingen:
onderwijs is doel 4
Oproepts om inclusief en rechtvaardig onderwijs van hoge kwaliteit
(tegen 2030)
Moet overal ter wereld op een gelijkwaardige manier toegankelijk zijn
Iedereen moet mogelijkheden krijgen om een leven lang te leren
Het recht op onderwijs onder artikel 28 Kinderrechtenverdrag
Artikel 29 zijn de doelen van het onderwijs.
Alle rechten in het kinderrechtenverdrag zijn met elkaar verbonde
, UNICEF, de kinderrechtenorganisatie van de VN, houdt toezicht op de
naleving van de rechten van kinderen.
20 november is de Internationale dag van de rechten van het Kind.
Minister: zuhal demier NVA
Het onderwijs in vlaanderen
Leerdoelen
Je legt uit welke overheid in België bevoegd is voor het beleidsdomein
‘Onderwijs en vorming’.
Je verduidelijkt hoe het onderwijs in Vlaanderen gestructureerd is.
Je legt uit hoe de overheid de grondwettelijke rechten
‘onderwijsvrijheid’ en ‘onderwijsrecht’ garandeert.
Je benoemt de betekenis en het verschil tussen leer- en schoolplicht.
Je benoemt de verschillende onderwijsnetten en onderwijskoepels.
Je legt uit hoe de overheid de kwaliteit van het onderwijs bewaakt.
Je beschrijft beknopt hoe de leerplannen van de verschillende
onderwijsnetten opgebouwd zijn.
Vlaanderen als regionale overheid
Belgische staat al verschillende keren hervormd, van unitair naar een
federale staat (gewetsen en gemeenschappen steeds meer bevoegdheden)
Federale overheid bevoegd voor alle materies van algemeen belang, oefent
controle uit over belangrijke instrumenten en sectoren (niet onderwijs)
Vlaanderen heeft als regionale overheid bevoegdheden, zij mogen
autonoom beslissen.
Gewestbevoegdheden
Gemeenschapsbevoegdheden (onderwijs)
Vlaamse Gewest en van de Vlaamse Gemeenschap al vanaf het begin
samengesmolten (andere niet, onderwijs gaat ook over de nederlandstalige
scholen in brussel)
Het Vlaamse gewest
Vijf vlaamse provincies: antwerpen, limburg, Oost-vlaanderen, vlaams-
brabant en west-vlaanderen
Bevoegd voor waterbeleid en leefmileu
De vlaamse gemeenschap
Cultuur en onderwijs (voor vlaanderen en brussels hoofdstedelijk
gewest)
Autonoom op vlak van onderwijs
,Onderwijs is een vlaamse bevoegdheid (behalve diploma, pensioen en
leerplicht -> gelijkheid in diplomas gewaarborgen, hetzelfde pensioen, in
volledig belgie hetzelfde)
Het beleidsdomein onderwijs en vorming
Het beleidsdomein Onderwijs en Vorming is de overkoepelende naam voor:
de Vlaamse onderwijsadministratie;
de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming;
de Vlaamse Onderwijsraad
Het Departement Onderwijs en Vorming stippelt het Vlaamse onderwijsbeleid
uit en ondersteunt de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming met heel
wat beleidsondersteunende taken.
Beleidsadviezen, bereidt nieuw beleid voor en werkt beleidsprojecten
uit
Beleidsimplementatie, ontwikkelt regelgeving, en ondersteunt het
onderwijsveld met subsidies
Wetenschappelijk onderzoek, studies en beleidsevaluaties uit en volgt
deze ook op
Verspreidt de verzamelde onderwijsdata en opgemaakte statistieken
De agentschappen (zijn er voor onderstuening van het beleidsdomein)
Het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs,
Kwalificaties en Studietoelagen, het Agentschap voor Infrastructuur in
het Onderwijs en het Agentschap voor Onderwijsdiensten
, Onderwijsinspectie controleert en stimuleer de onderwijskwaliteit
Doorlichtingen en tussentijdse bezoeken, opdrachten, onderzoek,
samenwerkingen
Vlaamse minster van onderwijs en vorming
Bereidt decreten voor, kabinet en onderwijsadministratie
Vlaamse Onderwijsraad
Adviesraad voor het beleidsdomein onderwijs en vorming caarin
vertegenwoordigers uit het hele onderwijslandshap overleggen over
onderwijs- en vormingsbeleid
Leerplicht
Artikel 24
Ieder heeft recht op onderwijs, met eerbiediging van de fundamentele
rechten en vrijheden. De toegang tot het onderwijs is kosteloos tot het einde
van de leerplicht.
Alle leerlingen die leerplichtig zijn, hebben ten laste van de gemeenschap
recht op een morele of religieuze opvoeding.
Om leerrecht te kunnen garanderen, is er leerplicht.
Geldt voor alle kindern van 5 tot 18 jaar de leerplicht.
Duur van de leerplicht wordt door federale overheid bepaald voor heel
belgie.
Leerplichting op 1 september van het kalenderjaar dat het 5 jaar wordt!
Een 5-jarig kind dat vervroegd instapt in het lager onderwijs is wel voltijds
leerplichtig en moet dus elke dag naar school behalve als het gewettigd
afwezig is
Leerplicht door naar school te gaan, maar geen schoolplicht in België. Kan
dus ook door huisonderwijs: op vaste tijdstippen deelnemen aan de examens
van de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap
Vrijheid van onderwijs
Een grondwettelijk recht in belgië (artikel 24)
De vrijheid voor elke natuurlijke persoon of rechtspersoon om
onderwijs te organiseren en eventueel hiervoor instellingen op te
richten
De vrijheid van schoolkeuze voor leerlingen en hun ouders