Wat is filosofie?
Kernvraag: Vanuit welk punt of fundament kennen en begrijpen wij de wereld?
Het fundament
● = het punt vanwaaruit de mens naar zichzelf en zijn wereld kijkt
● = het punt waarop al de rest gebouwd is
● Het fundament verschuift doorheen de geschiedenis
Periode Fundament
Antieke tijd Natuur / Logos
Middeleeuwen God
Moderne tijd Het menselijk bewustzijn
De buitenpositie
● Filosofie neemt afstand van de werkelijkheid om ze scherper te zien
● Maar die buitenpositie bestaat eigenlijk niet → je stelt de vraag nog altijd vanuit de
werkelijkheid zelf
● = je zit er tegelijk buiten én binnenin
● Doel: door die afstand net scherper en dieper doordringen in de realiteit
De dubbele vraag
Filosofische vragen zijn altijd minstens dubbel:
1. Vraag naar het onderwerp → bv. wat is de mens?
2. Vraag naar zichzelf → is het wel mogelijk om deze vraag te stellen?
"Wie is de mens dat hij de vraag naar de mens kan stellen?"
Twee gevoelens die daarbij horen
Verwondering
● Frisse, kinderlijke blik op de dingen
● Alsof je ze voor het eerst ziet
● De vreugde van het ontdekken
Angst er
● Alles wat vanzelfsprekend leek → wankelt
● Je verliest je houvast
● Angst om alle grond onder de voeten te verliezen
→ Die twee zijn onlosmakelijk verbonden aan het filosoferen
,Filosofie vs wetenschap
Wetenschap Filosofie
Bij het fundament Neemt axioma aan → bouwt Blijft het fundament zelf
erop verder bevragen
Resultaat Boekt vooruitgang Blijft "steken" in de vraag
Houding Zekerheid aanvaarden Zekerheid ondervragen
Belangrijk:
● Filosofie is geen wetenschap naast de andere
● Filosofie is een andere manier van weten
● Alle westerse wetenschappen zijn voortgekomen uit de Griekse filosofie → ze zijn er
schatplichtig aan
Schrik voor de filosofie
Twee gangbare houdingen:
● "Zinloos navelstaren" → te laag inschatten
● "Te moeilijk voor gewone mensen" → te hoog inschatten
→ Beide dienen hetzelfde doel: de kritische kracht van filosofie neutraliseren
Waarom die schrik?
● Filosofie kan bestaande machtsstructuren ondermijnen
● Elke samenleving voorziet een plaats voor filosofie → maar ook om die kritiek te kunnen
inkapselen
● In een democratie is het essentieel die kritische ruimte écht open te houden
Filosofie en sociaal werk
Wat kan filosofie NIET:
● Geen directe, concrete bijdrage aan sociaal werk
Wat kan filosofie WEL: → Kritische afstandsname. Concreet:
● Kritische reflectie op het eigen werk en de eigen organisatie
● Kritiek op de gangbare manier van kritiek uitoefenen
● Historisch-kritisch natrekken van ideeën over mens, wereld en opvoeding
Let op de ideologie van de kritiek:
● Vandaag is het modieus om over alles "kritisch" te zijn
● → Maar daardoor is die eis tot kritiek zelf kritiekloos geworden
● Filosofie leert je ook kritisch te zijn op je eigen kritiek
,Historisch ontstaan van de filosofie
Filosofie is een historisch gebeuren:
● Ontstaan: 6e-5e eeuw v.Chr.
● Plaats: het Griekse cultuurgebied
● Had er evengoed niet kunnen zijn → maar heeft onze westerse cultuur haar
fundamentele denkstructuur gegeven
Politieke context → democratie
● Demos = het volk komt aan de macht
● Athene: 200.000 inwoners → slechts 5.000 hadden stemrecht (vrije mannen, met geld,
juiste leeftijd)
● Samen regeren → overtuigen, bespreken, beslissen via taal
● → Focus verschuift naar de logos
Van orakel naar logos
Vóór de filosofie → antwoorden bij de goden
Orakel van Delphi (gewijd aan Apollo, god van licht en inzicht)
Hoe werkte het?
Vraagsteller stelt vraag
↓
Pythia (priesteres) raakt in trance
↓
Spreekt onsamenhangende klanken
↓
Priesters "vertalen" dit in raadselachtige verzen
↓
Vraagsteller moet het antwoord zelf nog interpreteren
↓
Altijd meerduidig → elke interpretatie mogelijk
Voorbeeld — Croesus van Lydië:
● Vraag: "Mag ik Perzië aanvallen?"
● Antwoord orakel: "Een groot rijk zal verwoest worden."
● Croesus valt aan → verwoest zijn eigen rijk
● → Illustreert de structurele meerduidigheid van het orakel
Filosofie → antwoorden in de taal zelf
● Filosofie ontstaat wanneer men woorden neemt zoals ze zijn
● Het woord betekent iets en niet iets anders
● Geen willekeurige interpretatie meer
● → Dit heet: de zelfontdekking van de logos als de plaats van de waarheid
, De zelfontdekking van de logos
Axioma van de westerse filosofie:
De mens vindt in zijn eigen verstand/taal de plaats waar iets eeuwig en onveranderlijk te
vinden is.
Logos = taal + verstand + rede + spreken
Cruciaal onderscheid dat filosofie introduceert:
Zintuigen (zien) Logos (spreken)
Karakter Veranderlijk, chaotisch Vast, onveranderlijk
Betrouwbaar? Nee Ja
voorbeeld Boom verandert, groeit, sterft "Boom" blijft "boom" — altijd
en overal
Voorbeeld uit cursus:
● Ik heb misschien nooit een boom gezien
● → Maar via de taal weet ik perfect wat een boom is
● → Iedereen, overal en altijd begrijpt wat ik bedoel
● → Die vastheid zit in de taal, niet in de zintuigen
Gevolg:
● Ontstaan filosofie valt samen met ontstaan wiskunde
● Getallen en verhoudingen → los van de zichtbare werkelijkheid → eeuwig en
onveranderlijk
Parmenides (±515-440 v.Chr.)
De beroemde uitspraak:
"Het zijn is, het niet-zijn is niet."
= het principe van de non-contradictie: iets kan niet tegelijk zijn én niet zijn
Twee begrippen ontleed:
Het zijn Het niet-zijn
karakter Eeuwig, onveranderlijk Veranderlijk, vergankelijk
Kenbaar via? De logos / het denken De zintuigen / waarneming
Status De enige echte waarheid Eigenlijk geen echte
werkelijkheid
Voorbeeld "Boom" als begrip De concrete boom die groeit
en sterft