Introductie en §H2
Waarom geschiedenis?
o Wetenschap in context
o Wisselwerking (tussen psychologie en Psychologie) > vindt nogsteeds
plaats. Voorbeeld hiervan is de rol van psychologen tijden de 2e
wereldoorlog in de VS
è IQ testen onder rekruten. Voor Army Alpha (geletterde rekruten) en
Army Beta (voor ongeletterden rekruten). Groot percentage van de
rekruten had een lage intelligentie > gaf een discussie in de
Amerikaanse samenleving. Zou komen door de immigranten die een
lager IQ hadden.
Ø Psychologie gebeurde niet alleen in laboratoriums maar
ook in de samenleving, in praktische, maatschappelijke
situaties. Hierdoor konden psychologen expertise tonen
è Ander voorbeeld is de evolutietheorie van Darwin voor de ontwikkeling
van de psychologie > ook wisselwerking tussen maatschappelijke
context
Ø
o Er zijn verschillende lager in hoe we psychologie kunnen begrijpen.
Psychologie (psychologie in het algemeen) en psychologie (psychologie
van mensen)
• Psychologie: wetenschappelijke discipline
• psychologie > hoe mensen in elkaar zitten, hoe mensen
functioneren en denken
• Alledaagse psychologie: Ideeën over hoe mensen hun
psychologie in elkaar zit. Ideeën dat mensen over zichzelf of
anderen hebben in psychologische termen
Ø Belangrijk om op te merken is dat ‘Psychologie’ als
wetenschappelijke discipline met een hoofdletter P moet worden
geschreven en dat psychologie van de mensen zonder hoofdletter
‘p’ is.
o Dus ook nu. Dat laatste leidt tot psychologisering: alledaagse
verschijnselen worden psychologisch geïnterpreteerd (bijvoorbeeld in de
werkcultuur of sportanalyse). Dit proces is verbonden met concepten als”
• Making up people: Mensen in categorieën > mensen gaan zo
over zichzelf denken zoals ze worden gediagnostiseerd en in
categorieën worden geplaatsen.
, o Voorbeeld van de ziekte van Asperger
• Looping e.ect: proces waarbij mensen zich gaan gedragen
naar de psychologisch categorie die wordt toegeschreven,
waarna het gedrag weer door de psychologe wordt
bestudeerd
o Het nut van de geschiedenis van de psychologie
o Wetenschap in de context: wetenschappelijke kennis ontstaat binnen
sociale, politieke en culturele omstandigheden
o Contingentie: het had anders kunnen lopen. Wetenschappelijke
ontwikkelingen zijn niet noodzakelijk, maar afhankelijk van hun context.
Als de ontwikkelingen er niet waren was het anders gelopen. Het kan nu
ook anders
Ø De geschiedenis leert ons dus niet allen hoe het gegaan is, maar
ook dat het anders had kunnen gaan, en daardoor dat het nu ook
anders kan
Edwin Boring > eerste belangrijke historicus psycholoog in de VS
Hoe geschiedenis? Blik op het verleden
- Niet doen:
o Presentistische manier: heden als maat der dingen nemen, verleden
bekijken door de bril van het heden. Het verleden beoordelen met de
kennis of normen van het heden
o Ceremonieel: Geschiedenis dat je bijvoorbeeld vindt in het voorwoord
van een wetenschappelijk boek. Een soort heldenverering van grote
namen uit de wetenschapsgeschiedenis
- Wel doen:
o Contextueel: het verleden begrijpen vanuit de toenmalige
omstandigheden
o Kritisch: ook kijken naar belangen, machtsverhoudingen en sociale
processen
- Het boek: individu + context
-
-
,Casus: Franz Anton Mesmer. Mesmer werkte in de 2e helft van de 18e eeuw en
beweerde ziektes te kunnen genezen via ‘dierlijk magnetisme’ (later het
‘mesmerisme’)
- Franz Anton mesmer: Oostenrijker en helft 18e eeuw (voor Franse revolutie)
werkzaam. Hij beweerde dat hij een manier ha ontwikkeld om menen te genezen
van hun kwalen (fysiek/psychisch)
o Deed dat eerst met magneten > magnetische velden van de mensen
beïnvloeden (manipuleren) en daarmee de kwalen helen
§ Later zei hij dat hij de magneten niet nodig had en dat hij het
magnetische in hem had en dat hij door bewegingen te maken de
magnetische velden in de patiënten kon beïnvloeden en zo de
mensen van hun kwalen verlossen
§ In Parijs werd zijn theorie populair. Parijs had een onstabiele
samenleving > theorie van Mesmer een goot succes > hij deed
toen groepssessies > er gebeurde in de groepssessies rare dingen
hier menen raakten in trance en begonnen te trillen maar daarna
voelden ze zich beter.
• Franse koning stuurde 2 commissies eropaf. De vraag die
de commissies moesten beantwoorden is of de therapie
echt te maken hadden met het magnetisme > theorie moest
getoetst worden.
o Werd gezien als een echte wetenschappelijke
toets. 1 van de leerlingen van Mesmer moest
patiënten behandelen en de commissie moest 2
condities scheppen: patiënten zagen wat er
gebeurde een 1 waarin ze niet zagen wat er gebeurde
(geblinddoekt). Alleen als de patiënten zagen dat de
leerling van mesmer iets deed werden ze beter met
de blinddoek niet. Wat het eaect ook was hij stoelde
op imagination. Commissies waren ook ingesteld
met een buiten wetenschappelijk doel. Marie
Antoinette had ook mesmer bereikt daarom werd er
ook met achterdocht naar hem gekeken. Ze waren
beide Oostenrijks en controversieel.
Ø Door suggestie kun je mensen beter maken
- Presentistische interpretatie: mesmer was een kwakzalver. Zijn theorie werd
weerlegd door een commissie die liet zien dat zijn therapie alleen werkte als
patiënten wisten dat ze behandeld werden > dus placebo
- Contextuele interpretatie: in die tijd was magnetisme nog grotendeels
onbekend en dus was zijn theorie nie4t zo vreemd. De commissie had ook
, politieke en morele motieven: Mesmer en zijn therapieën waren populair bij Marie
Antoinette (die impopulair was aan het hof), en dus werd het een politiek
twistpunt. Bovendien was er een geheim rapport over de behandelsessies waarin
stond dat er onzedelijke praktijken plaatsvonden, wat ook bijdroeg aan de
verwerping van zijn methode
Ø Door de opnames is dit deel verloren gegaan > geen vragen op het tentamen
§H2
Je zou kunnen beginnen met Wundt of nog verder terug naar de Homosapiens want als
je in groepen leeft is het belangrijk om te weten wat anderen gaan doen maar ook een
idee te hebben wat zij denken over jou. Dat soort denken stelt je in staat strategisch te
opereren in een groepen en dat vereist grotere hersenen.
Maar wij beginnen met René Descartes (1596-1650)
- Hij leefde in een tijd van religieuze spanningen en beperkte denkvrijheid. De
Nederlanden was redelijk tolerant > iemand als Descartes kon hier dus
onverstoord wonen en werken en zijn ideeën publiceren. In Frankrijk waren de
mogelijkheden veel kleiner.
- Hij had een sterke band met Nederland. Hij heeft in de Lage Landen gewoond en
was een beetje achterdochtig en eenzelvig maar correspondeerde wel met
andere wetenschappers.
- Hij heeft in legers gediend > manier om geld te verdienen.
- Hij gaf de koningin les maar door de kou van het reizen kreeg die longontsteking
en is die overleden.
- Hij verzette zich tegen de filosofie van de scholastiek (middeleeuwse filosofie die
bestond uit het interpreteren van teksten van Aristoteles en de Bijbel en
eindeloze debatten daartussen). Descartes wilde zekere kennis en geen
abstracte, onduidelijke discussies. Hij vond dat kennis voortkomt uit het individu
zelf en dat filosofie toegankelijk moest zijn
o Rede en openbaring
o Drie zielen (Aristoteles): vegetatief > jezelf in leven houden en
voortplanten (hebben planten, dieren en mensen), dierlijk (aaectief)
hebben dieren en mensen)) en rationeel (heeft alleen de mensen, stelt je
in staat rationeel na te denken)